597 - Hank the Knife (Henk Bruysten) in 1975
De eerste popmuziek was de rock & roll in de jaren vijftig. Elvis Presley, Bill Haley, Buddy Holly, Fats Domino, Chuck Berry, Jerry Lee Lewis, Little Richard en de Everly Brothers waren vooraanstaande vertolkers. In 1964 namen de Beatles en andere Britse groepen de suprematie over. Rond 1970 was er sprake van een herbeleving van die vroege rock & roll. Elvis Presley kwam uit zijn film-winterslaap, Bill Haley werd opnieuw vereerd. In de film ‘Woodstock’ (1970) kon je zien hoe Sha Na Na zich manifesteerde in ‘At The Hop’ van Danny & the Juniors. In ‘American Graffiti’ (1973) waren nostalgische Amerikaanse tonelen met bijpassende muziek te zien en te horen.
Arnie Treffers (Moan, Long Tall Ernie & the Shakers)
De hernieuwde belangstelling voor de rock & roll ging niet aan Nederland voorbij. Arnie Treffers (1947-1995), leider van de Arnhemse groep Moan, manifesteerde zich in het begin van de jaren zeventig tevens à la Sha Na Na als Long Tall Ernie & the Shakers – een act die ze na de pauze deden en waarmee ze nogal wat opzien baarden. Zoveel zelfs, dat Moan na verloop van tijd aan de kant werd gezet.
Arnie Treffers
Popjournalist Jip Golsteijn sprak in 1975 met Henk Bruysten (1946-2019), een van de leden van de groep. “Henk was een der eerste Shakers, door Long Tall Ernie gerecruteerd uit het enorme Arnhemse aanbod ouwe rockers dat daar nog altijd rondstapt. Bruysten kreeg zich de naam Hank the Knife toegemeten en kwam in loondienst bij een band die al jaren bestond als Moan en de rocktoer aanvankelijk als een geintje erbij deed. Die hobby liep totaal uit de hand”.
Hank the Knife in loondienst
“Henk Bruysten, net uit de W.W. (‘waardeloos’) had het uitstekend naar de zin. Hij maalde er niet om dat hij steeds maar in loondienst bleef en minder dan de helft van de andere jongens verdiende. Hij was al lang blij dat hij spelen kon. Maar langzamerhand zette zich tot het idee bij hem vast dat het niet eerlijk was”.
Die ongelijkheid uitte zich nog op een andere manier. “Bruysten had een paar nummers geschreven. In het door Treffers geregeerde concern kwam hij daar niet of nauwelijks mee aan de bak. Verder dan een verdwaald achterkantje [van een single] kwam Hank the Knife niet”.
Aan zijn rol in de Shakers kwam een einde. “In 1973 stapte hij op, een uiterst duistere toekomst tegemoet. Begin 1975 begon er weer een beetje schot in te komen. Met een nummer voor een andere Arnhemse band stapte Bruysten naar [uitgeverij] Basart, waar hij langs zijn neus weg liet merken uit de Shakers te zijn en geïnteresseerd in een contract”. Bij de uitgeverij hapten ze meteen toe. “Zonder dat er ooit een nummer was gehoord kreeg hij dat”.
Een nieuwe groep was geboren: Hank the Knife & the Jets.
Achtergrond van Hank the Knife
Op zijn eigen website schreef Bruysten later over zijn verleden: “Mijn hele leven heeft zich afgespeeld rond podiums en theaters. Reeds als achtjarige snotneus vermaakte ik het publiek met mijn handigheid in het sneltekenen.
Mijn eerste bandje begon ik met mijn vader (Bep) en mijn broer (Co), de Beheco’s. Met dit trio speelden we dikwijls op bruiloften en partijen. Nadat ik in 1963 de film ‘The Young Ones’ had gezien, besloot ik de familieband te verlaten. Het in die film gespeelde ‘The Savage’ van The Shadows had zo’n diepe indruk op me gemaakt dat mij maar één ding te doen stond: zelf een gitaargroep op te richten. Dat werden the Jumping Shadows, een beetje gejat van the Jumping Jewels”.
Bruysten ging steeds op zoek naar betere muzikanten. Dat resulteerde in groepen als Rob Dallas & the Spirits, the Crabs, Just We en Palace. Zijn brood verdiende hij enige tijd in de verzekeringen. In zijn groepen ‘gingen alcoholische versnaperingen er ruimschoots in’, bekende de artiest. “Ook bij Palace vloeide het bier rijkelijk door de muzikale aderen”.
Zijn vertrek bij de Shakers schreef Bruysten toe aan ‘financiële en muzikale meningsverschillen’.
Henk Bruysten
Zanger Pierre Beek
Pierre Beek trad op als zanger bij Hank the Knife & the Jets. Pierre, Henk en Arnie Treffers werkten samen in Palace.
In 1975 kon Jip Golsteijn zich herinneren dat hij Beek al eens eerder ontmoet had. “In 1970 troffen we elkaar aan het tafeltje van café-restaurant Oud Holland aan de Amsterdamse Nieuwezijds Voorburgwal. Beek was toen zanger van de groep Palace, een gezelschap somber en gekweld uit de ogen kijkende Arnhemmers, die het toenmalige Provadya-circuit langs trokken. Ik zag de groep in Fantasio uren wachten op de Kinks, de hoofdattractie. Over commercie plachten de heren – Pierre voorop – te spreken als over een besmettelijke ziekte. Geen roodvonk, minstens builenpest”.
Pierre was tot ‘inkeer’ gekomen. “Langzaam maar zeker heb ik ingezien dat ik om moest wilde ik tenminste in de muziek blijven. De mensen met wie we het met Palace moesten hebben, hadden geen geld en dat is toch op den duur bepalend voor je lot als muzikant. Tegen zogenaamde artistieke concessies staat veel over. Grootscheepse response is ook leuk”.
Vanuit zijn verleden bij Palace had Beek capaciteiten ontwikkeld die hem van pas kwamen. “Ik ben gewend aan uren staan zonder veel pauzes. Dus lucht genoeg. Bovendien werd de stem bij groepen als Palace als een instrument gebruikt, wat inhield dat je van hoog naar laag op vol volume moest kunnen schreeuwen. Dat komt me bij Hank the Knife & the Jets uitstekend van pas”.
‘Guitar King’ in de top 40
Guitar King (Pierre Beek links)
De nieuwe groep verscheen begin 1975 op de platenmarkt met ‘Guitar King’, geproduceerd door Roy Beltman. In popkrant Oor reageerde Felix Meurders kort: “Een ‘familielid’ van Long Tall Ernie noemt zich Hank the Knife. Samen met z’n Jets bezingt hij de ‘Guitar King’. Niet onaardig”.
Het Limburgsch Dagblad maakte melding van het eerste optreden, op 13 april 1975 in Gaanderen. Een niet met naam genoemde journalist sprak over een ‘onstuimige groep, die zich op vlijmscherp hit-ijs gaat bewegen met zijn supersonische Jets. In de verte heeft de sound iets weg van de Duane Eddy-sound’.
Op 19 april – pas enkele maanden na de release – verscheen ‘Guitar King’ in de top 40. Gerard de Vries had bij radio Veronica de aanzet gegeven. Na hem volgden de andere deejays. Op 24 mei bereikte de single een tweede plaats in de lijst, onder ‘Love Is All’ (Roger Glover) maar boven ‘Swing Your Daddy’ (Jim Gilstrap), ‘Una Paloma Blanca’ (George Baker) en ‘House For Sale’ (Lucifer). Niet slecht voor een eerste single.
Bijzonder vond ik dat Bruysten het nummer geschreven had samen met Alan McFarlane (drummer) van Long Tall Ernie & the Shakers. Die twee Arnhemse groepen bleven met elkaar verbonden.
Interview in Oor
In Oor sprak Stan Govaard met de nieuwe hit-groep. Het was hem opgevallen dat Bruysten privé niet beantwoordde aan het ‘wilde’ imago dat hem was aangemeten. “In het dagelijkse leven is Hank een beschaafde jongeman (met maar één zwak: het luisteren naar zijn favoriete gitaar-giants Duane Eddy en Jet Harris)”.
Op de bühne was het anders: “Je weet wel, zo’n figuur met een sigaretje achteloos bungelend in zijn mond en direct klaar om toe te slaan als iemand z’n ponem hem niet aan staat. Een figuur dus, die in het donker maar niet tegen kan komen en waaraan je je vriendin ook maar beter niet kwam toevertrouwen”.
Zijn conclusie: “Het is maar schijn, een image die handige promotie-jongens hem hebben toebedacht|.
Zo was het eveneens, eerder al, bij Long Tall Ernie & the Shakers. Hank the Knife was ook zo’n ‘product’. Bruysten bekende dat de groep pas geformeerd werd nadat de plaat ‘Guitar King’ was opgenomen. Hij was het enige lid van de Jets die zelf op de single gespeeld had. “Voor de rest waren het allemaal studio-muzikanten”. Bassist Jan van Haaften (Johnny the Silent), drummer Robbie Mijnhart (the Skunk) en saxofonist Will McKinsey waren in de studio dus niet van de partij geweest.
De Jets stonden nog maar aan het begin van hun loopbaan toen ze al hoog in de Nederlandse hitlijsten vertoefden, legde zanger Pierre Beek uit. “Wij willen een eigen stijl creëren. De sound van de gitaar moet [gaan] overheersen”. Het repertoire dat ze speelden om op het succes in te haken was ‘vlug ingestudeerd’.
De groep was waarschijnlijk overvallen door de hitnotering. “We zijn bezig met het maken van demo’s. Eerst maken wij een tweede single en daarna een elpee. Op de langspeler komt wat rock & roll, een paar instrumentals en wat dingen die enigszins te vergelijken zijn met filmmuziek”. Wat dat laatste betreft dacht Bruysten misschen wel aan ‘Because they’re young’, de film waarvan Duane Eddy de titelsong gemaakt had.
Optreden in het land
Haast was niet geboden, verklaarde Bruysten. Het was allemaal nog zo pril, ondanks een tweede plaats in de top 40. “We doen het allemaal rustig aan. De wereld veroveren zit er voorlopig niet in. Maar dat hoeft ook niet.Laten wij eerst maar proberen dat het in Nederland goed van de grond komt. Wij willen allemaal tevreden mensen en veel fans, en natuurlijk zaaleigenaren die over ons te spreken zijn”.
Vooral in Arnhem ging het er wel eens heet aan toe, schreef Tom Olde Monnikhof. “Er vielen in de plaatselijke discotheken harde klappen tussen de fans van Long Tall Ernie en Hank the Knife – vooral als de groepen op het zelfde tijdstip in de stad speelden”. Hank the Knife had er zo zijn mening over. “Vooral de echte rockers wanen zich weer in de oude tijd. Ze komen in drommen in leren jacks en met geweldige vetkuiven naar onze muziek luisteren en krijgen er een agressieve kick van. In België is het soms een gekkenhuis. Daar raken ze door het dolle heen”.
Eddy Determeyer was getuige van een optreden in Groningen (Huize Maas, eind mei 1975). Hij vond Hank the Knife beter dan Long Tall Ernie. De Shakers waren volgens hem te ‘maniëristisch’ geworden. “De injectie van de Jets bevatte een behoorlijke dosis rockabilly, de blanke helft van de rock & roll. Ze houden van simpele, ongecomplimenteerde muziek. De bas van de leider bepaalde het geluid van de band. Het instrument gaf de Jets een twangy sound”. Dat was het handelsmerk van Duane Eddy (‘and his twangy guitar’).
Op 30 mei werd niet alleen ‘Tallahassee Lassie’ van Freddy Cannon uitgevoerd, maar ook liedjes van Fats Domino en Chuck Berry.
‘Stan the Gunman’ op één
In de recensie werd ook ‘Stan the Gunman’ genoemd. Die tweede single van Hank the Knife werd meteen opgepakt en schoot op 25 oktober door naar de nummer één positie in de top 40.
Je zou denken dat het succes overal in het land gegarandeerd was. Dat bleek echter niet het geval te zijn toen Hank the Knife & the Jets gevraagd waren om zich in Paradison te vertonen, nadat een buitenlandse act het had laten afweten.
In het Nieuwsblad van het Noorden kon je lezen hoe het de groep uit Arnhem vergaan was. “De zaal was afgeladen. In allerijl werd Hank met zijn groep gechartered. Per slot van rekening zijn ze in no time met ‘Stan the Gunman’ doorgestoten naar de top tien.
Nadat Hank the Knife het eerste nummer had gespeeld, liep de zaal geleidelijk leeg. Toen de Nederlandse groep na haar tweede nummer nog eens een blik wierp in de zaal, was deze geheel leeg. Er stonden nog een man of drie. Het is toch een hard vak, die showbusiness”.
En dan te bedenken dat de groep in die weken ook bovenaan in België, Duitsland en Scandinavië te vinden was.
25 oktober 1975
‘bedacht’
Aan Frans van der Beek bevestigde Bruysten nog eens dat de Jets ‘bedacht’ waren. Ze moesten afwijken van wat Long Tall Ernie op poten gezet had. “In opdracht van de platenmaatschappij hebben we onze snorren en baarden afgeschoren om het wat minder heavy te maken. We spelen geen authentieke rock. We hebben Long Tall Ernie niet willen na-apen. Onze opzet is moderner”.
Volgens de leider van de Jets was het geen race tussen twee groepen. “Zij hebben hun repertoire veranderd en wij zijn ook geen vetkuiven groep. We zijn ieder een eigen kant opgegaan”.
Verstandig met geld omgaan
Volgens Henk was hij voorzichtig met de inkomsten, verbonden aan het succes, omgegaan. “We hebben een tijd in een flat gewoond. Toen heb ik een herenhuis gekocht. Het heeft twee verdiepingen. De benedenverdieping heb ik verhuurd aan verpleegsters. Zo is het een gunstige belegging. Die verhuur betaalt het huis.
Bij onze groep krijgt ieder een vast bedrag als inkomen. De rest wordt geïnvesteerd in de apparatuur. We hebben nu twee auto’s op de weg en goeie spullen. Eerst willen we alles betalen, dan zien we wel weer verder. In Nederland word je van optredens niet rijk. Dat hoeft ook niet. Als ik lekker ruim en ruig kan leven is het goed”.
Bruysten voegde er in het najaar van 1975 aan toe: “In dit vak moet je geluk hebben. Ik geloof dat dit het enige vak is, waarin je met één uitschieter kunt binnenlopen. Maar daar maak ik geen punt van. Dat is niet mijn bedoeling. Ik hecht niet zoveel waarde aan geld, zolang ik financieel geen kopzorgen heb. Ik bedoel, als ik een miljoen [gulden] op de bank heb staan, zal ik echt niet aan het tweede miljoen werken”.
Bij die gelegenheid kondigde hij aan: “Binnenkort komt mijn eerste LP met eigen werk uit. Ik geef Hank the Knife als item vijf jaar. Dan zal het wel over zijn. Ik denk dat ik dan platen [van anderen] ga produceren.
Het verhaal over het fiasco in Paradiso zat hem nog hoog. “We moesten invallen voor een groep die niet kon komen. Die mensen kwamen dus niet voor ons. Bovendien was er van leeglopen geen sprake”. Wel moest hij toegeven: “Ze zijn in Holland veel meer nuchter dan bijvoorbeeld in Duitsland. Daar vliegen de grieten je om de nek. In Nederland komen veel van die klerekasten met leren jekkies. Ze kicken [ook] op onze muziek. Even met ze praten vinden die knapen uniek. Dat doe ik altijd even. Per slot van rekening moeten we van hen leven. In Duitsland hebben ze meer bewondering. Als je daar in de top 10 staat ben je een held. En het levert veel werk op”.
Geen alcohol meer
Bruysten gedroeg zich niet meer als achtergrond-gitarist bij Long Tall Ernie. Na twee hits voelde hij zich verantwoordelijk als leider van zijn groep. Dat bleek bijvoorbeeld in zijn drinkgewoontes. “Ik drink geen druppel meer. Helemaal niets. Die gewoonte had veel negatieve gevolgen. Ik was vaak aangeschoten.
Nu kan dat niet meer. Dat we een nummer één hadden is voor mij een bekroning van de strijd tegen de alcohol. Het is geweldig voor mijn ego. Ik ben er letterlijk en figuurlijk nuchter door geworden. Je gaat het betrekkelijke van alles inzien. Ik weet bijvoorbeeld dat we twee succesvolle platen hebben gemaakt. Maar de derde kan een flop zijn”.
Henk had een gezin te onderhouden. Van der Beek: “Een fijne vrouw, Kitty, en een spruit van één jaar”. Bruysten: “Ze vindt het een uniek vak en leeft helemaal mee. Ze is het er helemaal mee eens dat ik met de drank gestopt ben. Dat werd de hoogste tijd. De mensen van Long Tall Ernie dachten dat ik alcoholist was. Misschien was ik dat ook wel”.
Ook privé gedroeg hij zich beter. “Je hebt nu nog wel eens op een feestje, dat ze zeggen: kom, neem er nou eentje. Maar dat verdom ik. Als ik het doe ben ik meteen verkocht. Het succes van het ogenblik is een flinke stok achter de deur. Ik weet dat ik het verknal als ik weer naar de fles grijp”.
Het stoppen met drinken had nóg een effect gehad. “De avonturen met dames zijn ook afgelopen. Ook daar zie je het betrekkelijke van in”.

Brave huisvader
Henk leek een brave huisvader geworden te zijn. Van der Beek duidde hem als een ‘tevreden en rustig mens. De populariteit verwerkt hij met een glimlach. Wat een verschil met de Henk van pakweg een jaar geleden’.
Blijft de vraag hoe het verder moest na die twee grote hits. Bruysten liet er over vastleggen: “Vroeger zat ik elke avond in mijn stamkroeg. Ik had hele dagen een kater – de hele dag. Probeer maar eens met koppijn een nummer te schrijven. Dan kun je net zo goed met de muziek kappen”.
Het vervolg: toch weer Long Tall Ernie
Was het ‘rustige leven’ wel goed voor de loopbaan van Henk Bruysten? Die vraag kun je stellen. Na die twee hits kwamen de Jets in 1976 met opvolger ‘Yesterday Star’ niet verder dan een klassering op nummer 14 en niet langer dan 5 weken in de top 40. Met ‘Crazy Cat’ wist Hank the Knife ternauwernood tot in de hitlijst door te dringen.
Zijn Arnhemse concullega, Long Tall Ernie (Arnie Treffers), die nooit zo’n groot plaatsucces als Hank the Knife had gehad, liet in 1977 nadrukkelijk van zich horen met ‘Do You Remember’, een medley van oude rockers als ‘Lucille’, ‘Rip It Up’ en ‘Jenny Jenny’ (Little Richard), ‘Bird Dog’ (Everly Brothers), ‘Runaway’ (Del Shannon), ‘Bread and Butter (Newbeats) en ‘That’s Allright (Elvis Presley), geproduceerd door Jaap Eggermont. Hun single, twee jaar na ‘Stan the Gunman’, bereikte de zelfde status in de top 40: nummer éen. Met ‘Golden Years of Rock & Roll’, eindigden ze opnieuw in de Nederlandse top 10.
Achteraf bekeken was de medley van Long Tall Ernie (en Tony Britnell) een opstapje naar ‘Stars on 45’, eveneens door Jaap Eggermont geproduceerd. Die haalde niet alleen de top in Nederland, maar ook in Amerika!
Bij Hank the Knife was het succes niet meer gegarandeerd. De voorspelling van Bruysten dat er voor een groep als de Jets slechts een beperkte levensduur zou zijn, bleek uit te komen. In 1977 kwam er een einde aan de voormalige hitgroep. Bruysten zette zijn loopbaan voort als platenproducer.
6 15 oktober 1977
Van Geffen – een ontdekking van Hank the Knife
Een andere Gelderlander, schrijver Thomas Verbogt, verhuisde een paar jaar later naar Arnhem. Bij de buren van zijn vriendin zag hij een gouden plaat aan de muur hangen. Die bleek van Hank the Knife te zijn. Thomas en Henk raakten bevriend toen hij aanbelde. In een artikel anno 2000 beschreef Verbogt hoe het bij de leider van de Jets toeging.
“Hank lag op een grote bank bier te drinken. Er was veel bezoek. Sommige mensen herkende ik: onder anderen Long Tall Ernie, saxofonist Tony Britnell (van de Shakers) en Jan Pijnenburg, de latere drummer van Doe Maar. Hank gaf me ongevraagd een fles bier.
Zijn successen hadden Hank the Knife geen windeieren gelegd. Van het souterain van zijn huis had hij een geavanceerde opnamestudio gemaakt. Hank had zijn band ontbonden omdat hij tijdens tournees heftig door heimwee werd gekweld en was vooral als producer welkom. Hij richtte zich op nieuw talent. Al gauw bracht ik veel tijd in de studio door.
Hank vroeg me om songteksten. En ook schreef ik zo nu en dan een biootje, informatie over onbekende artiesten ten behoeve van radio-programmamakers en dat soort mensen. Deze levensbeschrijvingen verzon ik. Hank was enthousiast en had het over wereldhits. Die kwamen niet, maar Hank bleef optimistisch”.
Een van zijn ontdekkingen was Hans van Geffen. Van Geffen zou Van Halen moeten overtreffen.
Verbogt: “Ik kende die Hans wel. Hij had in diverse Arnhemse bands gezongen en had een meedogenloos drankprobleem”.
Terecht vroeg Thomas dan ook “Hou je hem droog?”
Hij hoefde zich geen zorgen te maken.
Thomas leverde een kreet aan en zo kwam de single ‘Hot Town Sugar’ tot stand, “Hank was tevreden. Hans zong alsof zijn leven ervan af hing. Hans was een volle week dronken. Een platenmaatschappij reageerde enthousiast. Tijdens een vergadering deelde Hank flessen bier uit en zei: ‘Waar het om gaat, is discipline. Van nu af aan geen druppel meer’”.
Verbogt: “In de weken die volgden zag ik Hans van Geffen zo nu en dan in het grote stadspark. Hij dronk niet meer”. Toch ging het mis. “Op de dag van de televisie-opname zaten we nerveus op Hans te wachten”. Hank kondigde aan: “Na afloop is er een persconferentie. Dan wordt Van Gennep geïntroduceerd. Dat doe ik. Hans neemt pas in tweede instantie het woord”.
Het liep anders. “De deur ging open. De zanger kwam naar binnen, ondersteund door twee jonge vrouwen, die er beiden uitzagen alsof ze een paar uur hadden gehuild. Hans was dronken. Hij was niet bedroefd, maar kon niet praten. Ik zag Hank nadenken. Toen zei hij: ‘Het is toch playback’”.
In de tv-studio was het helemaal fout gegaan, hoorde Verbogt bij terugkomst van Bruysten. “Hans was mokkend de vloer op gegaan. Hij was nog steeds dronken. Het tempo van het lied was te hoog geweest voor de playbackende zanger. Hij had het één keer mogen overdoen, maar het tweede optreden was nog belabberder dan het eerste”.
De persconferentie was evenmin succesvol. “De platenmaatschappij had voor drank gezorgd. Ook stonden er schalen met eten. Er waren drie journalisten, van wie er één het verkeerd begrepen had. Die dacht dat het om een persconferentie van Van Halen ging.
Hans was achter een van de tafels gaan zitten en Hank wilde hem voorstellen aan de journalisten. Hans was hem voor. Stralend bezag hij het kleine gezelschap en riep toen: ‘Effe beffen met Van Geffen!’ En vervolgens viel hij voorover, met zijn hoofd in een schaal huzarensalade”.
7 Hans van Geffen
Ouder geworden
Verbogt verhuisde in 1995 naar Amsterdam. “Het contact met Hank the Knife verflauwde. Jaren later zag ik een optreden in een plaatsje onder de rook van Arnhem aangekondigd: Hank the Knife & The Jets. Dat verbaasde me. Ik ging dan ook naar dat optreden kijken. De band was erg oud geworden, maar hij rockte vol elan.
Na afloop zocht ik Hank in de kleedkamer op. Met de studio was het niets geworden: ‘ik moest van die Nederlandstalige troep gaan doen’. Hij tekende nu strips, en ach, hij was maar weer met de jongens op stap gegaan: ‘never change a winning team’. Zijn vrouw zong in het achtergrondkoortje. Hij had dus geen last van heimwee meer.
‘Heb je veel werk?, vroeg ik.
Dat viel een beetje tegen. ‘Maar waar we komen is het publiek enthousiast’. Die avond in een café begon Hank over het hiernamaals”.
8 Black
In 2007 plaatste Roland Wetzels een interview met Bruysten in Fret. Daarin niet alleen het verre verleden, maar ook informatie over de laatste jaren. Henk was intussen de zestig gepasseerd. In eigen beheer was het album ‘Black’ uitgebracht – alleen te koop via de website en bij optredens.
Alan McFarlane, nu lid van de Jets: “Er zitten niet zo veel platenmaatschappijen te wachten op oudere jongeren als wij. In deze plaat hebben we zelf geïnvesteerd. Ik weet niet hoe de percentages tegenwoordig liggen. Vroeger kregen we met LTE een dubbeltje per verkochte single en een kwartje per elpee – met de hele band en manager. Destijds moest je blij zijn dat je een plaat kon maken”.
Bruysten bleef stoer doen: “De populariteit is als nooit tevoren. Er staat dag en nacht een politiebusje voor de deur. Ons publiek bestaat uit veertigers en daar zijn er nog steeds een heleboel van. Die rock & roll van ons is tameijk tijdloos. De hitjes blijven het goed doen”.
Pierre Beek in 2007: “Het oosten lonkt ook. Er is in Duitsland een fan, die al jarenlang, zonder dat wij dat wisten, een prachtige website over ons bijhoudt. De kids van toen komen weer kijken. We hebben tijd voor ze. Dat is hartstikke leuk”.
Het laatste woord was aan Bruysten: “Dat doet me denken aan die fan die vol trots zijn tatoeage kwam laten zien. Henk the Knife stond er – Henk met een ‘e’. Gelachen hebben we altijd en dat zal ook altijd zo blijven!”
Op 28 december 2024 overleed Hank the Knife. Hij was al een poosje ziek. Roadie Ron Hoogveld: “Zijn laatste optreden was in Apeldoorn. Toen ging het al slecht met hem. Hooguit een half uurtje kon hij optreden”. In een interview had hij vertelde: “Mijn lichaam maakt te weinig rode bloedlichaampjes aan, maar ik blijf cartoons en muziek maken”. Zijn voormalige beroemdheid typeerde hij met de woorden: “Als ik in de V&D niet herkend wilde worden, deed ik mijn zonnebril af. Ik trad altijd op met zonnebril”.
9 afscheid
Harry Knipschild
19 augustus 2026
Clips
* Long Tall Ernie & the Shakers, 1973
* Hank the Knife, Stan the Gunman
* Long Tall Ernie & the Shakers, Do you remember
* Veertig jaar 'Stan the Gunman'
Literatuur
Felix Meurders, ‘‘Guitar King’’, Oor, 26 februari 1975
Limburgsch Dagblad, ‘Guitar King – Hank the Knife and the Jets’, Limburgsch Dagblad, 12 april 1975
Eddy Determeyer, ‘Hank the Knife & the Jets, simpele rockabilly’, Nieuwsblad van het Noorden, 31 mei 1975
Stan Govaard, ‘Hank the Knife & the Jets, Oor, 7 mei 1975
‘Hank’, Nieuwsblad van het Noorden, 4 oktober 1975
Tom Olde Monnikhof, ‘Hank the Knife is niet zo kwaad’, Algemeen Dagblad, 9 oktober 1975
Jip Golsteijn, ‘Hank the Knife & the Jets: krielhaan Henk wordt teenybop-rocker’, Telegraaf, 25 oktober 1975
Frans van der Beek, ‘Hank the Knife: ‘Succes redde me van alcoholisme’, Veronica-blad,15 november 1975
Thomas Verbogt, ‘Arnhem Rock’, My Generation, 2000
Ronnie Wetzels, ‘Hank the Knife & The Jets – na dertig jaar nog steeds vlijmscherp’, Fret, januari 2007
Jacqueline van Ginniken, ‘Arnhemse rockheld en oprichter Hank the Knife & The Jets overleden’, Gelderlander, 29 december 2024
Website Hank the Knife, z.j.
- Raadplegingen: 92
