Als een popartiest(e) op jeugdige leeftijd komt te overlijden, wordt tegenwoordig onmiddellijk onderzocht of hij/zij zeventwintig jaar oud is. In dat geval behoor je, lees je steeds in de media, immers tot de ‘club van 27’.
   Wikipedia, de internet-encyclopedie, heeft er een lemma in vele talen aan gewijd. In de Nederlandse versie is te lezen: 
   “De 27 club is de benaming voor een onbepaalde groep van beroemde muzikanten die overleden op 27 jarige leeftijd. Er bestaat geen strikte afbakening over wie wel en niet bij de 27 club behoren. Het verband werd voor het eerst gelegd toen, rond 1970, in korte tijd de 27-jarigen Brian Jones, Jimi Hendrix, Janis Joplin en Jim Morrison overleden. Het idee dat deze personen gezamenlijk een club vormden, ontstond in 1994 na het overlijden van Kurt Cobain van Nirvana.
   In de regel zijn de leden van de ‘club van 27’ invloedrijke musici met een levensstijl gekenmerkt door overmatig drugs- en alcoholgebruik. Met terugwerkende kracht wordt bluesgitarist Robert Johnson (1911-1938) ook tot de oorspronkelijke '27 club' gerekend.
   In de media wordt aan deze club gerefereerd op het moment dat een artiest met een losbandige levenssstijl op 27-jarige leeftijd overlijdt. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij het overlijden van zangeres Amy Winehouse in 2011”.
   De Zweedse artiest Avicii (Tim Bergling, 1989-2018) werd 28 jaar oud en kan om die reden niet toetreden. Tot nog toe zijn er geen Nederlanders tot de ‘club’ toegetreden. Tegenwoordig overlijden heel wat rappers met een bijzondere en intensieve levensstijl in hun jonge jaren. Een eventuele uitbreiding van de club zou je wellicht onder hen mogen verwachten.
 
Wikipedia verwijst naar een onderzoek gepubliceerd in de British Medical Journal (december 2011). Daarin zou geconcludeerd zijn dat muzikanten van 27 geen verhoogde kans hebben om te sterven, al geldt dat wel voor twintigers en dertigers.
 
 
455 1 club 27club van 27, t-shirt
 
 
Rhythm & Blues
 
 
Alan Wilson (1943-1970) is door Wikipedia in een tweede categorie geplaatst: ‘andere musici met een losbandige levensstijl die op 27-jarige leeftijd stierven’. Hij is blijkbaar niet genoeg beroemd geworden om bij de toppers ingedeeld te worden – maar mijns inziens interessant genoeg om over te schrijven.
   
Al, of Alan, was een prominent lid van Canned Heat, een Amerikaanse bluesgroep, die in 1968 tot tweemaal toe een hoge klassering in de internationale hitlijsten wist te bereiken – ook in Nederland.
   Bluesmuziek was bij de blanke jeugd populair geworden in de jaren zestig, allereerst in Groot-Brittannië. Groepen als de Rolling Stones haalden veel hun inspiratie uit platen, die door Chess Records in Chicago waren uitgebracht: muziek van bijvoorbeeld Bo Diddley, Chuck Berry, Little Walter, Howlin’ Wolf, Muddy Waters, John Lee Hooker, Sonny Boy Williamson en Willie Dixon. 
   In 1963 verschenen de Stones voor het eerst in de bestsellerlijsten met hun vertolking van ‘Come On’, een song van Chuck Berry. Wat latere successen waren ‘Not Fade Away’ (Bo Diddley, Buddy Holly), ‘It’s All Over Now’ (Valentinos), ‘Time Is On My Side’ (Irma Thomas) en ‘Little Red Rooster’ (Howlin’ Wolf).
   Als gevolg van de zogenaamde British Invasion (vanaf 1964) verwierven ook andere rhythm & bluesgroepen in Amerika en elders grote populariteit, zoals de Animals, Them (met Van Morrison), Pretty Things, Yardbirds, Bluesbreakers, Fleetwood Mac – noem maar op.
 
 
Canned Heat
 
 
In de Amerikaanse muziekindustrie zocht men naar een antwoord op de Britse blues. Liberty, een inventieve platenmaatschappij op de westkust, sinds 1955 actief met artiesten als David Seville (Chipmunks), Eddie Cochran, Gene McDaniels, Vic Dana, Jan & Dean, Jackie DeShannon en Gary Lewis, kwam in contact met Canned Heat, een bluesgroep onder leiding van Bob ‘The Bear’ Hite. Skip Taylor trad op als manager. De naam van de groep was afgeleid van ‘Canned Heat Blues’ (Tommy Johnson, 1928).
   Leden van het vroegste uur waren Bob Hite, Alan Wilson en Henry Vestine.
 
 
455 2 Tommy Johnson

 
Canned Heat trad regelmatig op tijdens rockfestivals die in de buitenlucht georganiseerd werden. Op YouTube kun je een clip zien van hun uitvoering van ‘Rollin’ and Tumblin’’ tijdens het Monterey Festival in California op 17 juni 1967. In die song was Bob Hite de frontman. Henry Vestine (eerder lid van de Mothers of Invention) speelde gitaar, Alan Wilson bottleneck-gitaar.
 
 
455 3 Al Wilson MontereyAlan Wilson, Monterey 1967
 
 
Onder leiding van Johnny Otis nam Canned Heat in 1966 een album op, maar (voorlopig) had geen enkele platenmaatschappij interesse om het op de markt te brengen.
   Liberty nam de groep in 1967 onder contract. In september van dat jaar legden de bluesartiesten een song in de studio vast, die ze al langer in hun repertoire hadden: ‘On The Road Again’, oorspronkelijk van de zwarte artiest Floyd Jones (1917-1989) en in 1953 door hem op de plaat gezet. In de Jones-uitvoering hoor je een duidelijke gelijkenis met Howlin’ Wolf (‘Smokestack Lightnin’’).
   De leden van Canned Heat zetten de compositie van Floyd Jones niet op hun eigen naam, zoals vaak voorkwam. Hoewel hun aanpak zeker origineel genoemd kon worden, werd Jones netjes op het label vermeld, naast die van Alan Wilson, lid van Canned Heat. Producer was Dallas Smith.
   In een interview bij het uitkomen van de single zei Bob Hite: “If it’s a hit, it means that we’ll get some money, but most of it will go to a bluesman named Floyd Jones, who co-wrote the number and who at present is destitute. It’ll mean we’ve been able to help one more bluesman onto his feet again”.
   Met ‘On The Road Again’ bereikte Canned Heat de top 20 in Billboard. Nog meer succes hadden de Amerikanen in Engeland en Nederland – in dat laatste land zelfs een klassering op nummer 5. Bluesmuziek was hier populair geworden.
 
 
455 4 Floyd Jones 1944Floyd Jones in 1944
 
 
De bewerking van de plaat van Floyd Jones was bijzonder. Bij de opvolger, ‘Going Up The Country’, werd nog meer de muziek van het origineel gevolgd: dat van Henry Thomas in 1928. De groep zorgde wel voor een aangepaste ‘milieu-vriendelijke’ tekst. Ondanks de ‘cover’-aanpak werd Thomas in dit geval niet vermeld, wel die van Alan Wilson, die evenals bij ‘On The Road Again’ de zangpartij voor zijn rekening had genomen. De productie was deze keer bovendien in eigen handen. Volgens het label had de groep, samen met hun manager, de leiding in de studio gehad.
   Op 14 december 1968 verscheen ‘Going Up The Country’ in de Veronica top 40 en steeg nog dat zelfde jaar door naar nummer 7.
   In een mum van tijd was Canned Heat een vermaarde bluesgroep geworden met twee grote internationale hits in successie.
 
 
Canned Heat in de Amerikaanse pers
 
 
In de Britse en Amerikaanse muziekbladen kon in 1968 je heel wat lezen over Canned Heat. In KRLA Beat uitte Tony Leigh zich enthousiast. “The group has been popular in Los Angeles for many months”. Hij prees Fito de la Parra, de nieuwe drummer, afkomstig uit Mexico: “He is completely fantastic and the equal of any of the best jazz drummers around. De la Parra creates a whole sound of his own which totally integrates itself into the three other instruments being used.
   The lead singer is, of course, Bob ‘The Bear’ Hite. Large, friendly, and totally into the sound of the blues, Hite is able to make the audience feel a part of what is going on on stage. There is no introspective playing with Canned Heat”.
 
In een interview van Leigh met Hite kon je lezen dat diens belangstelling voor de blues niet uit de lucht was komen vallen. Het had niets met de muzikale mode van het moment te maken. Hite: “Henry Vestine and I have been collecting old records for years. Between us we have thousands. I started collecting when I was about four. We find them everywhere”.
   Vestine was blij dat hij eindelijk de muziek kon spelen waar hij op viel. “I always wanted to play the blues. I’ve played with rock groups around the city and that wasn’t what I wanted. Finally I came together with Canned Heat, and now I’m doing exactly what I want”.
   Hite en Vestine deden meer dan zelf muziek maken. Met hun favoriete muziek verzorgden ze tevens een radioprogramma in hun stad. “We wanted to lay some really good music on Los Angeles. Nobody else is really doing that. A couple of guys will play one or two good things a night, but that’s really all”.
 
Voor de groep was het naar eigen zeggen niet gemakkelijk om hun muziek in de studio adequaat vast te leggen. Hite: “The thing with recording in the studio is you have nothing to stimulate you. There is no audience to give you something when they’re really with you, it just makes you so much better. You have to find it in yourself, without any help.
   With a studio, you keep doing things over and over again, and then you keep getting more uptight as the sounds just don’t come. But with an audience, they can get you over that feeling, and help you to your sound.
   Unlike a lot of groups, we don’t take very much time in the studio to record. We rehearse just about everyday, and so we can cut five or six tracks in one day. If things are right. But without a live audience, it just gets that much more difficult. We have trouble with our sound in the recording studio. Ideally we should record live, but then you have trouble with volume and that thing. Al Wilson does our arranging”
   De la Parra voegde eraan toe: “What Wilson will do is work out all our parts and then we take it from there. It’s not static, not just Wilson”.
 
 
Canned Heat in de Britse pers
 
 
455 5 Canned Heat Going up The Country

 
Door het succes in eigen land gingen ook de Britten zich voor Canned Heat interesseren. Eric Clapton had gemengde gevoelens, verklaarde hij toen hij de groep voor de eerste keer meemaakte in Cafe Au Go Go. “They’re very good on straight blues but when they try to improvise the stuff, they don’t come off very well”.
   De Britse journaliste Penny Valentine zag de groep nog minder zitten. Toen ze ‘Going Up The Country’ hoorde liet ze afdrukken: “I’m afraid Canned Heat are going to be relegated to the ‘one hit wonder’ brigade. This is full of their recognisable high fast singing and good woodwind breaks. Written by member Al Wilson, it has none of the instant appeal of ‘On The Road’”.
 
Alan Walsh introduceerde Canned Heat bij de lezers van Melody Maker. “The group is led by an ebullient 20-plus stoner named Bob ‘The Bear’ Hite. Lead vocalist Hite, born in Torrance, California wanted as a boy to be a deejay. But he started in music singing in a series of West Coast jugbands which eventually led to the formation of Canned Heat. On stage, Hite wears baggy pants and quaint clothes and his appearance suggests the origins of his nickname.
   Al Wilson also handles vocals and plays the harmonica and guitar. He suffers the nickname ‘Blind Owl’ because of his short-sightedness. At 14, he started playing New Orleans style trombone at Southern California clubs, switched to guitar and also plays recording session work as well as being a member of Canned Heat. He is a traditional jazz devotee and has an outstanding library of historic records.
   Henry Vestine is claimed to be one of the finest blues guitarists in the country. He has played every sort of engagement from two-man blues sessions to five band college concerts. Larry Taylor joined Canned Heat as bass guitarist through a succession of groups. At 14, he was playing bass with Jerry Lee Lewis. He is from Brooklyn, New York, but moved to Los Angeles where he joined the group. Adolfo de la Parra, born in Mexico City, is the drummer. He was the last member to join the group  and plays most of the percussion instruments.
   The group is regarded in the States as one of the most authentic blues groups in the field. Their biggest appearance to date was at the International Pop Festival in Monterey, California last year”.
 
 
Alan Wilson
 
 
In de meeste artikelen en interviews kwam Alan Wilson, afkomstig uit de omgeving van Boston, niet uitgebreid aan de orde, hoewel hij met zijn hoge en opvallende stem nu juist de zanger was van de twee hitsingles. 
   In een van de gesprekken verontschuldigde Wilson zich dat het volume van de muziek van Canned Heat op hoog stond. “Though we are loud, it’s not uncomfortable for the audience because the speakers are specially built to eliminate the high frequency whistling which is the thing that causes the discomfort”.
   Wie de artiest meemaakte gaf aan hoe bijzonder hij wel was. Met name zijn beperkte gezichtsvermogen viel iedereen op. Toen hij op een bruiloft even geen muziek hoefde te maken zou hij zijn gitaar op de bruidstaart gelegd hebben omdat hij die niet goed zag. Drummer De la Parra merkte op: “Without the glasses, Alan literally could not recognize the people he played with at two feet, that’s how blind the ‘Blind Owl’ was”.
 
Wilson was er niet altijd bij als er gepraat moest worden. Je kon er zelfs niet zeker van zijn dat hij bij een optreden van Canned Heat op het toneel te vinden was. Toen Alan Smith in september 1968 op zoek ging naar de zanger van de hits, leek deze uit te munten door afwezigheid.
   Smith: “When Canned Heat arrived in Britain recently, I set out ‘On The Road Again’ and made my way to the foyer of a plush London hotel, where I found a great guy named Bob Hite, cunningly disguised as a bear in a leather jacket and fat baggy pants.
   Bob is vocalist with the Heat, but at that moment he was less concerned with singing than with the whereabouts of fellow-Heatster Al Wilson.
   ‘I know where he’ll be’, said Bob suddenly, with some affection. ‘He’ll be wandering up some goddam tree in Hyde Park. That guy loves trees like other people love people. You wait till he gets back. He’ll be holding a bunch of leaves and raving about some rare new discovery’.
   I was so intrigued by this gem of information that I later looked up Al’s Lifelines and found his Big Dislike in life listed as ‘tree diseases’. Nobody feels for trees like Al does!”
   Smith bestempelde Canned Heat als de beste Amerikaanse groep van het moment en dat kwam niet in het minst door de zang van Wilson: “‘Going Up the Country’ features another one of those cat-on-a-hot-tin-roof vocals from Al Wilson”.
   Onverwacht voor de pop-journalist verscheen Alan alsnog. “Suddenly Al Wilson walked into the room, peering through the glasses he wears because of short sight. He didn’t have any tree branches in his hands and he said he’d been asleep in his room all the time and why hadn’t anybody woken him up?”
   Bij de andere leden van Canned Heat was bekend: Alan Wilson hield soms meer van bomen dan van muziek.
 
 
Informatie achteraf
 
 
Bob Hite was met zijn rijzige gestalte duidelijk de frontman van Canned Heat. Over Alan hoorde je niet veel in die jaren. Veel van wat we nu weten is pas achteraf bekend geworden. Rebecca Davis publiceerde in 2007 een boek over de artiest, dat veelvuldig bediscussieerd is.
   Op de website Mobile Mojo Man kun je aan de hand van het boek bijvoorbeeld lezen: “Wilson was complex and puzzling. By all accounts, his personal hygiene was abysmal, making him difficult to be around. Also, as he cared nothing for clothes, the band’s managers would often dress him in ‘cool’ outfits just before he went on stage (so that he wouldn’t ruin the clothes before appearing in front of the audience).
   He was forgetful and could not remember airline tickets, or even when he was supposed to take flights. Money was also of minimal interest; Fito de la Parra states that he used his royalty checks as bookmarks.
    For all of his abilities, Wilson was always bitterly unhappy. He was unable to form relationships with other people, particularly women. The fact that the other members of Canned Heat were often knee-deep in groupies only added to his dismay.
    As a result of his problems, Wilson was hospitalized during parts of 1969 and 1970. At one point, he had a car wreck that some Canned Heat members believe was a suicide attempt. More than once, he overdosed. Forty years later, there are still many unanswered questions”.
    Al Wilson gebruikte levensbedreigende barbituraten. De artiest maakte zich niet alleen zorgen om de bomen in California. Hij was uitermate bezorgd dat de eerste en volgende maanlandingen (vanaf 1969) er voor vervuiling zouden zorgen. Daarom ook schreef hij de song ‘Poor Moon’, met in de tekst: “Ever since I was a kid, you sure looked good to me. I wonder when they’re going to
destroy your face?”
 
 
455 6 Skip James

 
We weten dat Alan zeer intelligent maar ook uiterst onzeker was. Op jeugdige leeftijd raakte hij in de ban van de blues. Tot zijn favorieten hoorden Muddy Waters, Little Walter, Tommy Johnson, Son House, Robert Pete Williams, Robert Johnson en niet te vergeten: Skip James (1902-1969).
   Alan was gefascineerd door de bijzondere zang van Skip James. Hij probeerde te zingen zoals Skip dat deed. Als hij alleen thuis was deed hij hem na. Soms werd hij betrapt, wat hem in grote verlegenheid bracht.
   Tijdens de blues-revival in de sixties zette hij zich in om vergeten artiesten als Mississippi John Hurt en Son House bij een groot publiek bekend te maken. Op de achtergrond deed hij mee, op mondharmonica en gitaar.
   In een artikel over het come-back album van Son House (1965) schreef diens manager, Dick Waterman: “It is a solo album, except for backing on two cuts by a 21-year-old white boy from Cambridge by the name of Al Wilson. Al plays second guitar on ‘Empire State Express’ and harp on ‘Levee Camp Moan’. Al never recorded before, but he has backed John Hurt, Skip James, Sleepy John Estes, Bukka White and many others. He is good, and the record will prove it.
    Al Wilson taught Son House how to play Son House. I can tell you, flatly, that without Al invigorating and revitalizing Son, there would have been no Son House rediscovery. All of Son’s successful concert appearances, recordings and him being remembered as having a great second career – all that was because of Al rejuvenating his music”.
 
 
Woodstock en Kralingen
 
 
Tijdens een verblijf in California (1965) kwam Alan in een platenwinkel in contact met Bob Hite. Canned Heat was geboren. De muziek van de groep maakte meer dan ooit indruk toen hun single ‘Going Up The Country’ te horen was aan het begin van de film ‘Woodstock’ (1970). In de bijbehorende filmbeelden werd een revolutionaire cultuur uitgebeeld, die van de hippies.  
    In die tijd nam Alan Wilson meer en meer afstand van de andere leden van de groep. Alan had, lees je steeds, meer belangstelling voor het welzijn van de bomen, zoals de ‘redwoods’ in California. De anderen moesten hem regelmatig overhalen om mee te blijven doen. Een eigen vaste verblijfplaats had Wilson niet. In 1970 mocht hij inwonen bij Bob Hite en zijn vrouw. In mei van dat jaar speelde Al Wilson als mondharmonicaspeler een dominante rol op een album dat Canned Heat maakte met John Lee Hooker.
    De groep had nog meer afspraken met een studio gemaakt. Maar die gingen op het laatste moment niet door. Omdat Alan weer eens onbereikbaar was, konden ze hem daarvan niet op de hoogte brengen. “One of our sessions had to be cancelled. No one could reach Alan to tell him, so he was the only one that showed up”, aldus Hite.
 
 
455 7 Al Wilson KralingenAl Wilson, Kralingen (juni 1970)
 
 
In juni 1970 trad Wilson met de groep nog op tijdens het festival in Kralingen, Rotterdam.
    In de Volkskrant schreef Peter Schröder bij die gelegenheid: “De muziek begon pas goed met het optreden van Canned Heat. De groep speelde bijna geen oud werk, maar vooral repertoire dat op de volgende elpee van de groep te horen zal zijn. Al Wilson zong in ‘Human Condition’ en Bob Hite in ‘Dollar Bill’, verder was er een nieuw boogie nummer te horen en werd besloten met ‘Future Blues’. Het was de eerste aanstekelijk spelende groep die er te horen was en het duurde niet lang of een zeer groot gedeelte van het middenveld danste en klapte vrolijk met de muziek mee”.
 
 
3 september 1970
 
 
455 8 Canned Heat album Future BluesCanned Heat op de hoes van ‘Future blues’ (Alan Wilson 'boven')
 
 
In augustus van 1970 verscheen ‘Future Blues’. Besloten werd om een toernee door Europa te maken om het album en de single ‘Let’s Work Together’ (door Hite gezongen) te ondersteunen. Wilson kwam niet opdagen toen de groep naar Duitsland vloog. In eerste instantie was de groep ervan overtuigd dat Alan later wel zou komen opdagen. Dat was echter niet het geval. Hij werd levenloos teruggevonden buiten in een slaapzak. Alan Wilson werd niet ouder dan zevenentwintig jaar. 
 
Op 13 september vond in de open lucht, in een park te Arlington, Massachusetts, de uitvaart plaats van de artiest en natuurliefhebber. De Boston Globe deed verslag. “The instruments lay silent on the grass yesterday at Alan Wilson’s memorial service, but the words that were spoken echoed through trees like music. ‘Praise God, with fan fairs on the trumpet… upon flute and harp. Praise him with tambourines and dancing… with flute and strings… praise him triumph cymbals”.
    Dat de plechtigheden in de buitenlucht gehouden werden was geen toeval. Vader John C. Wilson verklaarde: “We are using the sky as a roof, the tree as a well, and the ground as a door, because he himself – no matter what country he was in – used nature’s great wonders as his home”.
   Een verslaggever van de krant legde vast: “They brought Alan’s instruments to the service on white birch logs and pine boughs, they laid his two harmonicas and his guitar, mello gold in the summer afternoon sun”.
   De aanwezige vrienden van Alan, een honderdtal, kregen te horen dat de overgebleven leden van Canned Heat beloofd hadden om twee miljoen dollar te storten voor de aankoop van bossen. Een zwager van de artiest liet weten: “Someday we hope to dedicate a memorial to Alan’s deeds in that Red Wood Forest”.
 
 
455 9 Al Wilson uitvaart september 1970

 
Canned Heat gaat door
 
 
Niemand van Canned Heat was van de partij bij het afscheid van Alan Wilson, die met zijn mysterieuze zang en optreden, een belangrijke bijdrage geleverd had aan de doorbraak bij een groot publiek. De groep zat midden in een Europese tournee en voelde zich genoodzaakt die te voltooien. Er waren immers concerten in Zweden, Denemarken, Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en Engeland (Hyde Park).
   In Londen was Robert Greenfield erbij. In Rolling Stone schreef hij: “Al Wilson, who wrote and sang ‘Goin’ Up The Country’ and ‘On The Road Again’ is dead less than a week. When he finally brings himself to speak about it, Bob Hite’s voice is very soft”.
   Volgens Hite leidde Al altijd al een teruggetrokken leven. “He would go off to his room and stay there, playing records and reading books. I first met him in 1965 and he was weird, not taking care of himself, his clothes or his hair. My mother couldn’t believe him when I brought him to the house”.
   Vooral het laatste jaar was moeilijk geweest. “Al was living with me and my wife. He started coming around real nice until six months ago. Then he stopped rapping and laughing. Everything got him uptight, the smog in LA, what people were doing to the redwoods, everything. Right inside him. He said to me, ‘I don’t know what my problems are anymore. It’s a drag gettin’ up every day’.
   One of his problems was women. I saw him call up a groupie, invite her to a concert and be with him all night. Then she split to go with another guy when they got back to the hotel. He cried – real tears, over a groupie. Chicks were a big thing for him... but he never dug that if you brush your teeth there’s no bad breath and girls dig that.
   He went into the hospital and did a little recording with us. He came on tour and quit the band in South Carolina to go the woods. He came back and said that was only an escape, could he be back with us? We said sure, and he was going to make the European tour.
   Two days before we left I told him to make sure his clothes were washed for the tour. Then he disappeared, which wasn’t unusual. Nobody knew where. We looked and looked... our plane was leaving. We took it without him. In Berlin they told us they’d found him dead on the hill”.
   Volgens Bob Hite had Wilson geen plezier in het leven. Hij zou drie keer een poging tot zelfmoord gedaan hebben. “He finally made it”, waren de laatste woorden die Greenfield uit de mond van Hite optekende. “He finishes, managing not to cry”. 
 
Bob Hite wist gitarist Joel Scott Hill zover te krijgen dat hij vanuit California over kwam vliegen om de plaats van Alan Wilson in te nemen. “When Alan died we decided to go ahead and do the first dates on our own. But something was missing. We asked Joel and he came over. It’s a friendship thing. Now it’s getting better and better. Joel sings very well, too”.
   Max Jones, redacteur van Melody Maker kreeg telefonisch te horen dat de groep boordevol verplichtingen zat. Na terugkomst in Amerika moesten ze snel weer naar Miami. “The band is always working”.
   De afwezigheid van Wilson zou zeker consequenties hebben. “One of the important things Alan had was a heavily country-influenced style of rhythm playing. I don’t think I ever saw that mentioned by critics. What we have lost, aside from the harmonica, is that country rhthm guitar. He was playing a totally different style from anybody else in the business, and that we missed”.
   Volgens Hite was Canned Heat echter in de eerste plaats een ‘boogie band’. De fans van de groep zouden wat dat betreft in de toekomst niet teleurgesteld worden, beloofde hij.
   Met de dood van Alan Wilson, zo bleek, was het mooiste er echter wel van af. Hits en hitalbums zouden er nooit meer komen. 
 
Harry Knipschild, 14 april 2022
 
Clips
 
* Tommy Johnson, Canned Heat Blues
* Henry Thomas, Going to the country
* Canned Heat, Rolling & Tumbling, Monterey, 1967
* Skip James, Hard Times Killing Floor, 1967
* Alan Wilson aan het woord, 1968
* Woodstock festival, Going up the country, 1969
* Canned Heat, On The Road Again, Woodstock, 1969
 
Literatuur
Tony Leigh, ‘Canned Heat: The Troubadour, Los Angeles’, KRLA Beat, 13 januari 1968
Tony Leigh, ‘Wailing With Canned Heat’, KRLA Beat, 27 januari 1968
Jim Delehant, ‘An Interview with Eric Clapton’, Hit Parader, maart 1968
Alan Walsh, ‘Canned Heat: Coming from the States in September - A Hard Blues and Rock Group’, Melody Maker, 17 augustus 1968
Alan Walsh, ‘Canned Heat - Putting Blues Back on its Feet Again’, Melody Maker, 31 augustus 1968
Alan Walsh, ‘Canned Heat, The Group That Refused To Be A Juke Box And Got Fired’, Melody Maker, 14 september 1968
Alan Smith, ‘Canned Heat Have Sunflower, Bear & Tree Man!’, New Musical Express, 21 september 1968
Penny Valentine, ‘Going Up The Country’, Disc and Music Echo, 30 november 1968
Peter Schröder, ‘Kralingen: The Byrds mooier dan verwacht’, Volkskrant, 29 juni 1970
‘‘Blind Owl’ dies in California’, Disc and Music Echo, 12 september 1970
‘Requiem for rock musician’, Boston Globe, 14 september 1970
Max Jones, ‘Solo Wilson tapes found’, Melody Maker, 10 oktober 1970
Robert Greenfield, ‘Canned Heat: The People Leave Hyde Park Slowly’, Rolling Stone 29 oktober 1970
Paul Gabriel, ‘Canned Heat: Still On The Road Again’, Discoveries, augustus 1994