In de New York Times was op 29 oktober 1994, 23 jaar geleden, een kort bericht opgenomen. “Wilbert Harrison, a rhythm-and-blues singer whose version of the song ‘Kansas City’ became one of the most famous hits of the early rock-and-roll era, died at the Spencer Health Care Center [North Carolina] on Wednesday. He was 65. The cause was a stroke, said the Metrolina Funeral Home.
    ‘Kansas City’ was at the top of the pop charts for two weeks in May 1959. The song, which was Mr. Harrison’s version of the old blues tune ‘K.C. Loving’, was also performed by the Beatles, James Brown and Ann-Margret.
    Mr. Harrison had one other top-40 hit, ‘Let’s Work Together’ in 1969, and opened for Creedence Clearwater Revival on a tour that year. He made records and performed into the 1980’s”.
    Meer dan dat had de Amerikaanse krant niet te melden. Enigszins begrijpelijk, want Wilbert Huntington Harrison had ondanks die hits zelden in het brandpunt van de belangstelling gestaan. In dit artikel wil ik proberen wat meer feiten aan de oppervlakte te krijgen.
 
 
309 1 Wilbert Harrison
 
 
 
Bij de marine
 
 
Op zijn grafsteen kun je lezen dat Harrison op 6 januari 1929 geboren is – in de stad Charlotte, North Carolina. Dat is een dag later dan de meeste biografieën, bijvoorbeeld op wikipedia, aangeven. Of is het verkeerd gebeiteld op die steen? Dat lijkt me onwaarschijnlijk. Ook 21 januari 1929 wordt trouwens genoemd.
    In een levensbeschrijving, die je op de website ‘Find a grave’ kunt vinden, is te lezen dat de jeugd van de artiest ‘was filled with country and gospel music’. Elders wordt aangeduid dat Wilbert tot 1946 in Charlotte bleef wonen. Op 17-jarige leeftijd trad hij in dienst bij de Amerikaanse marine en opereerde er met name in Miami, Florida. Ook nadat Wilbert afgezwaaid was bleef hij in die stad hangen en begon zich als zanger te manifesteren. Calypso-achtige muziek zou zijn favoriete genre geweest te zijn. Maar tijdens een talentenjacht, de Rockin’ House Amateur Show, maakte hij in 1950 indruk met zijn vertolking van ‘Mule Train’, in 1949 een hit voor Frankie Laine (1913-2007).
    Regelmatig mocht hij nu in Florida optreden met het orkest van W.C. Baker.
 
 
Ontdekt door Henry Stone
 
 
Wilbert Harrison werd dankzij bemiddeling van Baker ontdekt door trompetist Henry Epstein (1921-2014), die vanuit Miami onder het pseudoniem Henry Stone furore zou maken in de muziekbusiness. In de jaren zeventig was Stone het brein achter de Miami-sound, met artiesten als Timmy Thomas (‘Why can’t we live together’), K.C. and the Sunshine Band (‘That’s the way I like it’) en George McCrae (‘Rock your baby’).
    Maar zo ver was het nog lang niet. Epstein, geboren in Pleasantville (New York), werkte als muzikant in zijn eigen diensttijd en vervolgens landelijk als promotieman voor de platenmaatschappijen Jewel en Modern. In Miami begon hij met het zelfstandig distribueren van platen en zo kwam het al snel tot het maken van eigen producties, met name van wat in die tijd ‘race records’ genoemd werden. Een eigen platenlabel was een logische volgende stap. In zekere zin was Stone in 1950 de ontdekker van Ray Charles. Voor zijn label Rockin’ nam hij met de jeugdige blinde artiest een eerste single op. Stone was in die jaren tevens betrokken bij de eerste geluidsopname van James Brown (‘Please, Please, Please’).
 
 
309 2 Henry Stone Epstein
 
 Wilbert Harrison kwam eveneens onder de vleugels van Henry Epstein. In 1953 verscheen zijn single ‘This woman of mine’ op het Rockin’-label. Dankzij YouTube kun je de muziek anno 2017 onmiddellijk beluisteren. Dat deed ik.
    ‘This woman of mine’ bleek dezelfde melodie te hebben als ‘Kansas City’, een compositie van het duo Jerry Leiber en Mike Stoller, die Little Willie Littlefield kort daarvoor als ‘K.C. Loving’ op de plaat had gezet. Diens platenmaatschappij vond ‘K.C. Loving’ een betere titel dan gewoon ‘Kansas City’, misschien wel vanwege de intrigerende tekst: “They got a crazy way of loving there”. Bij de productie van ‘This woman of mine’ werd Stone als componist vermeld. Zo gaat/ging dat in de muziekbusiness.
   In Miami legde Wilbert nog meer nummers vast voor de plaat: ‘The Letter (edged in black)’, ‘Gin & Coconut Milk’ en ‘Nobody Knows My Troubles’. Een doorbraak wist hij er niet mee te bereiken.
 
 
Onder de vleugels van Bobby Robinson
 
 
In 1954 verplaatste Harrison zijn werkterrein in noordelijke richting, tot in Newark, New Jersey – niet  ver van New York. Hij trad er op als one-man-band, met gitaar, mondharmonica en drums die hij samen in zijn eentje bespeelde. Er waren wel meer blues-artiesten die het publiek op een dergelijke manier voor zich wisten te winnen, zoals Jesse Fuller (1896-1976).
    Opnieuw werd Harrison ‘ontdekt’, ditmaal door Fred Mendelsohn, die opnamen met hem maakte voor platenmaatschappij Savoy, die vanuit Newark opereerde. De single ‘Don’t drop it’ deed het aardig, maar ook nu was van een doorbraak geen sprake.
 
Dat gebeurde pas toen Wilbert Harrison in 1958 onder de hoede kwam van Bobby Robinson (1917-2011), een zwarte ondernemer, afkomstig South Carolina, die na de Tweede Wereldoorlog in New York was neergestreken. Een platenwinkel, ‘Bobby’s Record Shop’, was er zijn eerste activiteit. Maar evenals Henry Stone begon ook hij met het maken van producties en, begin jaren vijftig, het opzetten van eigen labels als Red Robin, Enjoy en Everlast.
    Eerste successen had Robinson met Champion Jack Dupree (‘Shake Baby Shake’) en de Vocaleers (‘Is it a dream’), een doo-wop groep. Evenals bij Henry Stone in Miami duurde het nog een tijd voor hij echt geschiedenis in de muziekbusiness maakte. Vanaf 1959 lanceerde Bobby ‘grote’ ontdekkingen als Buster Brown, Bobby Marchan, Lee Dorsey, Gladys Knight & The Pips, Dave ‘Baby’ Cortez en vele anderen.
    Het eerste grote succes kwam voor Robinson toen hij de labels Fire en Fury in 1958 van de grond probeerde te krijgen. Een van de eerste artiesten die hij toen onder contract nam was Wilbert Harrison.
 
 
Kansas City
 
 
309 3 Bobby Robinson
Bobby Robinson
 
 
In zijn boek over de rhythm & blues, Honkers and Shouters, formuleerde Arnold Shaw het succes met de volgende woorden: “Nineteen fifty-nine was a good year for Bobby Robinson. Wilbert Harrison of Charlotte, North Carolina, came to him apparently through the good offices of Herman Lubinsky of Savoy Records, who would not have sent Harrison had he properly evaluated the North Carolina singer and a Leiber-Stoller song titled ‘K.C. Loving’’, originally recorded in 1952.
    Harrison had been working in Miami where he had won an amateur contest singing ‘Mule Train’ and cut records for the Rockin’ label. Gigs in Newark, New Jersey, led him to Savoy.
    Bobby changed the title of the Leiber-Stoller tune from ‘K.C. Loving’ to ‘Kansas City’ and cut it in March 1959. It went to No. 1 on the national charts’”.
    De tekst van het liedje was een beetje veranderd: “They got a crazy way of lovin’ there” was in “They got some crazy women there” omgedoopt. Waarschijnlijk om problemen bij radio-stations te vermijden.
 
‘Kansas City' was al eerder op de plaat gezet door Little Richard. Diens uitvoering verschilde aanzienlijk van die van Little Willie Littlefield. Maar de song werd in 1958 nieuw leven ingeblazen.
    Op 30 maart 1959 verscheen het nummer in maar liefst vijf versies tegelijk op de Amerikaanse platenmarkt: een her-release van Little Willie Littlefield, uitvoeringen van Hank Ballard & the Midnighters, Rocky Olson, Rockin’ Ronald & the Rebels en die van Wilbert Harrison. “This promises to be a big tune”, verklaarde een redacteur van Billboard. “It has already broken out in several areas. The Fury disk [van Wilbert Harrison] is the original, and the other versions are similar. The song is a finger-snappin’ blues with a highly contagious sound. It can be a strong dual-market entry”.
    Op 2 mei 1959 mocht Wilbert Harrison zijn song presenteren (playbacken) in het invloedrijke tv-programma van Dick Clark. De presentator vertelde dat er van ‘Kansas City’ wel 19.000 uitvoeringen waren. Maar die van Harrison was volgens hem de hitversie.
    Voor deze gelegenheid, kun je nu op YouTube zien en horen, was er, althans zo lijkt het, een speciale live-klinkende versie gemaakt van ‘Kansas City’. Harrison kwam als beste uit de strijd. Zijn versie van ‘Kansas City’, dat hij onder de titel ‘This woman of mine’ in 1953 al had uitgebracht, kwam als overwinnaar te voorschijn. Voor de eerste keer in zijn leven had Wilbert Harrison een hit – en niet zomaar een hit: meteen een nummer één hit!
 
Elf jaar later keek de artiest terug op zijn hit en contract met Fury Records. Complimenteus was hij niet bepaald. Bobby Robinson zou een slechte zakenman geweest zijn. Bovendien zou Wilbert ‘Kansas City’ zelf geproduceerd hebben.
   “Robinson had a fine ear for hit sounds. He could hear a hit record but was unable to keep the business together. It was a pity, really, since he could recognise talent. It was Bobby who first recorded Gladys Knight & the Pips. He also recognised Elmore James as a great talent. Marshall Sehorn was the promotion director for Fire-Fury and they discovered Lee Dorsey together. He had his first hits with Fire-Fury – ‘Ya Ya’ and ‘Do Re Mi’. And Allen Toussaint first got involved with the business via Fire-Fury. On my sessions, Bobby claimed credit for production when it was me all the time. How can anyone produce a one-man band? As I say, he had a fine ear for talent but he didn’t have a head for business”.
   Harrison liet zich vooral positief uit over gitarist Jimmy Spruill, die op ‘Kansas City’ had meegespeeld. “Jimmy Spruill is a good friend of mine and a great guitarist. It’s amazing what he can do with the guitar. He lays on the floor and plays it with his teeth. He originated that chunky sound on ‘Kansas City’ which you still hear today on a lot of records. He also played mandolin on ‘Why Did You Leave?’”.
   ‘Kansas City’ en andere nummers waren dus toch niet als one-man-band in de studio vastgelegd.
 
 
309 4 Kansas City
 
Er kwam geen nieuwe hit na ‘Kansas City’ bij Fury Records. Twee nieuwe singles, ‘Goodbye Kansas City’ en ‘Let’s stick together’ wisten de charts niet te bereiken. “Goodbye Kansas City’ had de zelfde melodie als ‘Kansas City’. Deze keer liet Harrison zijn eigen naam als componist op het Fury-label zetten. Dat deed hij in 1962 ook bij ‘Let’s stick together’.
 
 
Magere jaren
 
 
Na korte tijd leek het er een beetje op dat het na die ene hit al weer afgelopen was met de platen-carrière van Wilbert Harrison. Zoals eerder trok de artiest dan maar rond. “In 1963, Wilbert made his first European Tour, in which he visited Paris, St. Tropez, Brussels, Switzerland and Holland [HK !] with Bill Doggett, Sarah Vaughan, Miles Davis amongst others”, meldde R&B-kenner John Abbey later.
   In 1966 leek Harrison zich op een dieptepunt in zijn muzikale loopbaan te bevinden. De Britse popjournalist Charlie Gillett was getuige van zijn optreden in het Apollo-theater in Harlem, samen met Shep and the Limelites en Screamin’ Jay Hawkins. “Wilbert Harrison seemed detached from the proceedings. When the band stopped to give him his piano break in ‘Kansas City’, he forgot what he was supposed to do. The band didn’t seem surprised, and came back in, grinning round their mouthpieces. If ever a singer was near the bottom of a long downhill slide, it was Wilbert Harrison that night - a man who had had a number one hit six years before, with ‘Kansas City’”.
 
In interviews gaf Wilbert Harrison steeds hoog op van Marshall Sehorn. Zodra hij de kans kreeg verliet hij Bobby Robinson en Fury Records om als eerste artiest bij Sehorn Records onder contract te komen. Dat leverde hem echter niets op. “Sehorn could not get his company together and he folded it and formed a production company with Bell, which later resulted in Sansu Records and Tousea Records, both in New Orleans”.
   Harrison moest steeds op zoek naar een nieuwe platenmaatschappij. Bij Prigran, eigendom van collega-artiest Lloyd Price (‘Personality’), nam hij de single ‘Off to work again’ op. Een contract met Roulette Records wist hem evenmin in de hitlijsten terug te brengen.
 
 
Let’s work together
 
 
Na zijn mislukkingen bij Sehorn, Lloyd Price en Roulette wist Wilbert Harrison in 1969 een overeenkomst tot stand te brengen met Juggy Murray, eigenaar van Sue Records in New York. Die platenmaatschappij had eerder Ike & Tina Turner (‘It’s gonna work out fine’) en Charlie en Inez Foxx (‘Mockingbird’) met succes op de markt gebracht.
   Op Sue Records verscheen weldra ‘Let’s work together’ van de Wilbert Harrison One Man Band, een nieuwe versie, met een wat andere tekst, van ‘Let’s stick together’, de single die Bobby Robinson in 1962 met Harrison had opgenomen. Op het label werd vermeld dat Harrison de arrangeur was en Juggy Murray de producer.
 
 
309 5 Juggy Murray
 
 
Voor de tweede keer was het raak, zij het in bescheiden mate. ‘Let’s work together’ haalde een 32ste plaats in de hitlijst van Billboard. Ondanks zijn comeback was de artiest niet tevreden. “It seems that his stay with Sue will be short and sweet since Wilbert is extremely dissatisfied with the conditions at Sue. As with Fire-Fury, he considers Juggy Murray to have a fine ear for music but limited business sense”, aldus John Abbey.
   Wilbert Harrison wist het beter. Abbey: “Wilbert is a wiser man now and he is far more able to look after his business interests. He is currently producing Joanne Gentry, a new, young and exciting girl soul singer that he has committed to Mercury. Her first sessions have just been completed and her first single will be on the market shortly – ‘Listen My Darling’, which was the ‘B’ side to ‘Kansas City’, and ‘Mama He Treats Your Daughter Mean’, an old Ruth Brown hit”.
   Het is onduidelijk of die single ooit verschenen is.
 
 
Op toernee met Creedence Clearwater Revival
 
 
Een jaar na zijn tweede Amerikaanse hit trad Wilbert Harrison (opnieuw) in Nederland op. Aankomend popjournaliste Elly de Waard was erbij en schreef in Popmix het artikel ‘De ervaring, eenvoud, subtiliteit en feeling van Wilbert Harrison’.
   “Toen Creedence Clearwater Revival in de Rotterdamse Doelen de eerste Europese konserten gaf, trad in het voorprogramma de hier totaal onbekende rhythm & blues-zanger Wilbert Harrison op, die door de Creedence-jongens speciaal was meegenomen. In de eerste plaats, omdat ze vonden dat Harrisons muziek goed bij die van hun zelf paste, in de tweede plaats omdat ze hem een grotere bekendheid wilden geven.
   Harrison is een oude rock-zanger, die ruim tien jaar geleden zijn eerste en enige hit had met het bekende Leiber & Stoller-nummer ‘Kansas City’, een song die hij ook in de Doelen speelde, zij het met begeleiding van enkele Tee Set-spelers, waardoor het nummer minder goed tot zijn recht kwam.
   In de Doelen mocht Harrison niet meer dan één enkel nummer doen op de manier zoals hij al die jaren gewend is, namelijk als one man-band: gitaar spelend, tegelijk met beide voeten stampend, zingend en mondharmonika spelend.
   Dat nummer (‘Let’s work together’) was verreweg het beste dat hij deed en het was erg jammer, dat hij er niet meer van mocht laten horen. Mocht is in dit geval wel het juiste woord, want hij had een manager mee (een zekere Chuck Rubin) die bepaalde dat er met een gehuurde (en dus altijd slecht ingespeelde rock-begeleiding) moest worden opgetreden”.
   De Waard: “‘Let’s work together’ werd in Amerika in april 1969 uitgebracht en kreeg een zeer lovende bespreking in Rolling Stone, die het nummer ‘waarschijnlijk een van de beste vijf songs van het jaar’ noemde. In december verscheen in Amerika een LP die ook de naam ‘Let’s work together’ droeg. Ook het album kreeg van Rolling Stone een zeer goede bespreking. Wilbert Harrison had de LP mee, toen hij in Rotterdam was en het is inderdaad een uitstekende plaat, net als de single.
   Harrison is ook op de plaat als one man-band te horen”.
 
 
309 6 Elly de Waard
Elly de Waard met de hoes van de lp 'Let's work together'
 
 
Elly de Waard
 
 
Elly vergeleek Wilbert Harrison met een andere ‘one man band’. “Wie Duster Bennett gezien heeft tijdens de laatste John Mayall-konserten hier, zal weten hoe een one man-band eruit ziet; alleen is Wilbert Harrison wel tien keer beter dan Duster Bennett.
   Hij heeft dan ook een oefening van meer dan twintig jaar achter de rug en dat kan je heel goed horen aan de subtiliteit en de perfektie van zijn muziek, die tot de beste behoort die er in de traditie van de rhythm & blues bestaat. Het is de stampende, ritmische muziek waaruit de rock and roll voortkwam; een muziek die, altijd wat meer op de achtergrond is gebleven. De R&B bloeide meer in de kleine clubs en koffiehuizen van de negergetto’s, overigens de beste gelegenheid voor wie het, ook op rock-gebied, wil maken.
 
Over het verleden van de artiest meldde ze: “Wilbert Harrison begon in 1949 voor het eerst in die clubs te spelen, op aanraden van enkele vrienden. Hij herinnert zich daarvan dat hij zo bang was voor zijn eerste optreden dat hij, eenmaal op het toneel, niet meer wist wat hij moest doen of zeggen, maar: ‘The people was nice to me and they knew I had something to offer’.
   Sinds die tijd heeft hij geregeld opgetreden, voornamelijk in de clubs van het zuiden en in die aan de oostkust van Amerika.
   Aan het eind van de jaren vijftig had hij voor het eerst nationaal sukses met de hit ‘Kansas City’, maar, zoals het vaak gaat, hij wisselde van platenmaatschappij (d.w.z. ging van het ene kleine label naar het andere over) en raakte daarbij tussen de wal en het schip.
   Er kwam niet snel genoeg een follow-up voor ‘Kansas City’ en Wilbert verdween weer van het grote toneel. Niet van het kleine, waar hij tot nu toe (tot John Fogerty hem onder zijn hoede nam) bleef optreden. Omdat zijn optredens veel te weinig geld opleverden om zich een begeleidingsgroep te kunnen permitteren, ontwikkelde hij de one man-band”.
 
Elly was positief. “Het is moeilijk om precies te omschrijven waarom het werk van Wilbert Harrison nu eigenlijk zo goed is. Het heeft in elk geval te maken met een enorme ervaring, met eenvoud, subtiliteit en met de juiste feeling. Kortom, met niets overbodigs doen en alleen zeggen wat hoogst noodzakelijk is, zonder geouwehoer, en onnodige opsmuk”.
 
 
Pim Oets
 
 
Popjournalist Pim Oets was eveneens aanwezig bij het concert van Creedence Clearwater Revival met Wilbert Harrison in het voorprogramma. In het Vrije Volk liet Pim afdrukken: “De Doelen-concerten [van Creedence Clearwater Revival] werden met een grote verrassing geopend: onaangekondigd stond daar zomaar Wilbert Harrison, in selecte kringen een levende legende om zijn o.a. door de Beatles opgenomen ‘Kansas City’ (“Eigenlijk heb ik het niet geschreven, maar een vriend van me… het was eerst een vies liedje, maar ik heb het gekuist en opgenomen”) en het recentere ‘Let’s work together’ – een 41-jarige neger die nooit ‘doorgebroken’ is, al verdiende hij het dubbel en dwars, getuige zijn grandioze uitvoeringen van een aantal eigen werkstukken en wat andere nummers, zoals Jimmy Reed’s (‘een goeie vriend’) ‘Baby what do you want me to do’, eerst met een Nederlandse gelegenheidsgroep, later alléén, met gitaar en mondharmonica achter een drumstel gezeten.
   Een éénmansband, ontroerend en tegelijk tragisch, omdat deze getalenteerde musicus eenvoudig het geld niet heeft om een groep te bekostigen”.
 
 
309 7 Creedence met Wilbert Harrison
 
 
Oets noteerde wat hij die dag van John Fogerty hoorde: “Het is een schandaal dat een man als hij nooit bekend is geworden. Maar er zijn er zoveel als hij die in de vijftiger jaren werkten, ontzettend goeie dingen deden en het niet haalden, die geen Chuck Berry of Little Richard werden. We pikten hem in Los Angeles op. Hij speelde daar samen met ons, vlak voordat we naar Europa gingen. Daarom stond hij nog niet aangekondigd, maar bij de volgende concerten gebeurt het wél. Ik hoop dat-ie wat publiciteit krijgt. Hij heeft het nodig en verdient het’”.
   Oets legde Fogerty voor: “Zijn muziek heeft met de jouwe te maken”.
   De leider van Creedence Clearwater Revival was het helemaal met hem eens: “Ja, hij hoort tot de wortels van de pop, de rhythm & blues. ‘Kansas City’, dat is precies wat wij doen… Voor zover ik voorbeelden heb zijn het mensen als hij”.
 
 
Nadagen en erfenis van Wilbert Harrison 
 
 
De steun van Creedence Clearwater Revival bleek niet voldoende om Wilbert Harrison met ‘Let’s work together’ een hit in Nederland of elders in Europa te bezorgen. Misschien kwam dat wel omdat de Amerikaanse bluesgroep Canned Heat er een cover van maakte voor het album ‘Canned Heat Cookbook’.
   De song van Harrison werd door de groep op single uitgebracht en bereikte in Engeland de tweede plaats in de charts. In die versie vertoefde ‘Let’s work together’ maar liefst vijftien weken achter elkaar in de Britse hitregionen.
   Na terugkomst in Amerika deed Wilbert Harrison wat hij al die jaren steeds gedaan had – voortdurend van platenmaatschappij veranderen. Dat leverde hem nog één keer een notering op in de Amerikaanse lijsten van Billboard. Met een nieuwe versie van zijn song ‘My heart is yours’, evenals ‘Let’s stick together’ in 1962 opgenomen door Bobby Robinson, bereikte hij in 1971 een 98ste plaats in de VS. Daarna was het voor altijd afgelopen. Wilbert Harrison verdween uit beeld totdat de New York Times in oktober 1994 melding maakte van zijn overlijden.
 
De hitsongs van Wilbert Harrison zijn echter nooit vergeten. ‘Kansas City’, door Harrison bekend gemaakt, is een klassieke popsong geworden. Dat geldt zeker ook voor ‘Let’s stick together’, de song die flopte in 1962 maar als ‘Let’s work together’ in 1969 en 1970 alsnog aansloeg in de versies van Harrison zelf en Canned Heat.
 
 
309 8 Bryan Ferry en Jerry Hall clip Lets stick together
Bryan Ferry en Jerry Hall in de clip van ‘Let’s stick together’ (1976)
 
 
In 1976, 41 jaar geleden, bracht Bryan Ferry, zanger van Roxy Music, een nieuwe versie uit van ‘Let’s stick together’. Ferry was al eens eerder op de solo-toer gegaan met vertolkingen van ‘A hard rain’s gonna fall’, ‘The In Crowd’, ‘Smoke gets in your eyes’ en ‘You go to my head’. Maar nog nooit had hij zo’n sterke clip als bij ‘Let’s stick together’, mede dankzij een optreden van Jerry Hall. De nieuwe versie sloeg in als een bom – ook in Nederland. Een van de songs van Wilbert Harrison zou tot de dag van vandaag, in 2017, een evergreen worden.
 
Tenslotte nog even die grafsteen. Op veel graven van artiesten wordt verwezen naar hun muziek. Bij Harrison is dat niet het geval. In plaats daarvan lees je T A (tuition assistance) U S Navy. Zijn diensttijd bij de marine was, achteraf, blijkbaar van meer betekenis geweest.
 
 
309 9 graf Harrison
grafsteen Wilbert Harrison
 
 
Harry Knipschild
24 oktober 2017
 
Clips
 
* Frankie Laine, Mule Train, uit 1949
* Little Willie Littlefield, K.C. Loving, 1952
* Wilbert Harrison, This woman of mine, 1953
* Champion Jack Dupree, Shake baby shake, 1953
* Wilbert Harrison, Kansas City, bij Dick Clark, 2 mei 1959
* Wilbert Harrison, Let's stick together, 1962
* Canned Heat, Let's work together, 1970
* Bryan Ferry, Let's stick together, 1976
* Henry Stone interview, 2008
 
Literatuur
‘Kansas City’, Billboard, 30 maart 1959
Harry Knipschild, ‘Mercury Records helemaal op R & B toer’, Rhythm & Blues, augustus 1966
Charlie Gillett, ‘Bring back the fifties’, Record Mirror, 1970
John Abbey, ‘Wilbert Harrison – One man band’, Blues & Soul, mei 1970
Elly de Waard, ‘De ervaring, eenvoud, subtiliteit en feeling van Wilbert Harrison’, Popmix, 19 juni 1970
‘Wilbert Harrison & Creedence Clearwater Revival’, Beat Instrumental, juli 1970
Pim Oets, Popnamen, uitgeverij Born, 1971
Rex Balfour, De Bryan Ferry Story, Amsterdam 1977
Arnold Shaw, Honkers and Shouters. The golden years of rhythm & blues, New York 1978
‘Wilbert Harrison, Rock-singer, 65’, New York Times, 29 oktober 1994
Website Find a Grave, Wilbert Harrison, 2 april 2003