In de zomer van 2012 werd ik vanuit China benaderd om er een lezing te komen gegeven. Ellen Cai Xiangyu (31), die in Leiden gepromoveerd was, vroeg of ik tijdens een seminar op de universiteit van Shantou een en ander wilde komen vertellen over de katholieke Nederlandse missie in China. Over financiën hoefde ik me geen zorgen te maken. Alle reis- en verblijfkosten zouden betaald worden.
  Mocht ik dan mijn Greetje meenemen, vroeg ik. Ze wilde me graag vergezellen op deze reis.
  Ook dat was geen probleem. Vanaf het moment dat we in China zouden arriveren, was ook zij hun gast. Geld speelde geen rol. Greetje was meer dan welkom. Terwijl ik als docent geschiedenis in Leiden met steeds meer bezuinigingen te maken kreeg, was daar in China niet in het minst sprake van – althans zo heb ik het negen jaar geleden ervaren.
 
Op 20 augustus ontvingen we de formele uitnodiging. Die zelfde dag boekte Greetje twee intercontinentale vluchten om op 7 oktober met China Southern Airlines naar Guangzhou (Kanton) te vliegen. Van daaruit zouden we dan verder naar Shantou reizen, ruim vierhonderd kilometer over de Chinese highways.
  Op 29 augustus bevonden we ons op de Rijswijkseweg 60 in Den Haag, waar het Chinese visa-bureau gevestigd was. In het wachtlokaal hingen foto’s van Lhasa in Tibet en de CCTV-toren (2008) die de Nederlandse architect Rem Koolhaas voor de staatsomroep in Peking ontworpen had. Greetje had alle papieren bij zich die we per e-mail uit Shantou ontvangen hadden. De Chinese vrouw, die ons hielp, sprak Nederlands.
 
 
45 1 China Southern Airlines

 
 
Kort voor vertrek vroeg Ellen Cai of ik voor de universiteit van Kanton een gastcollege wilde geven, deze keer niet over de missie, maar over westerse popmuziek. Dat vond ik wel spannend. Ik zei ja en zette een aantal videoclips, die ik van YouTube gedownload had, op een usb-stick.
 
 
De vlucht naar Guangzhou
 
 
Op Schiphol maakten we voor het eerst mee dat er automatisch ingecheckt werd. In een mum van tijd kwamen de papieren uit een apparaat. Met de koffers ging het ook zo. Je stopte ze in een open vak, waar ze bovendien gewogen werden. Er kwam geen mens aan te pas, behalve (nog) een loslopende helper. Die vertelde dat het al drie jaar zo ging, althans in deze vertrekhal. Het kastje klapte dicht en weg waren onze koffers. In Guangzhou zouden we ze op de band terugzien.
  Om de gebruikelijke wachttijd te doden hadden we boeken meegenomen om in de sfeer te komen: Greetje een boek van Pauline Chen (met een Chinees verhaal uit de achttiende eeuw), ik een biografie van de laatste vrouw van Mao Zedong (Madame Mao), geschreven door Russ Terrill.
 
In het vliegtuig, een grote airbus met een rood masker buiten op het toestel, kwamen we te zitten naast een Chinees, die alleen zijn eigen taal kon spreken en lezen. Met de kreet ‘ni hao’ (hallo) wist Greetje wat contact te leggen. De man stak zijn duim omhoog toen hij een foto van Mao op de omslag van mijn boek zag. Op de foto van Mao’s vrouw reageerde hij niet. Ongeveer de helft van de passagiers bestond uit Chinezen. Het omroepen in het vliegtuig ging meestal in het Chinees, met af en toe wat moeilijk verstaanbare Engelse woorden en zelfs een beetje Nederlands.
  We hadden elf uur te vliegen. Van slapen kwam niets. ’s Avonds om acht uur Nederlandse tijd kregen we een ontbijt geserveerd, zonder Chinese stokjes – gewoon met plastic mes, vork en lepel. Een Nederlandse werknemer van Ericsson vertelde nadrukkelijk dat in Guangzhou niets historisch te zien was. Ze hadden er alles tegen de vlakte gegooid om plaats te maken voor nieuwbouw.
 
 
Aankomst in Kanton (Guangzhou)
 
 
’s Morgens om half zeven, plaatselijke tijd, arriveerden we op het gigantische vliegveld van het voormalige Kanton. Ellen Cai stond ons bij de uitgang op te wachten – gelukkig maar. Ze straalde toen ze ons zag. Wie weet hoe vroeg zij had moeten opstaan om ons op te halen. Vanuit het noorden moesten we door Guangzhou heen om de universiteit te bereiken, die ten zuiden van het centrum op een eiland dicht bij de Parelrivier (Zhujiang) ondergebracht was. Een auto met chauffeur bracht ons naar de plek waar we zijn moesten – wat een eer.
  Op de snelweg en ook in de stad bleek dat we in een modern land waren geland, met enorme bouwactiviteiten. Veel gebouwen waren niet breed maar zeker hoog. In sommige woonblokken, bestaande uit een aantal ‘wolkenkrabbers’, woonden, leek, meer mensen dan in heel Oegstgeest. In Guangzhou was heel wat smog. De ‘beroemde nieuwe toren, zeshonderd meter hoog’, was niet goed te zien van een afstand.
  We bevonden ons in subtropisch klimaat: overal tropische bomen en bloemen langs de weg. Het was bovendien een tolgebied. Op een terrein, waar je formeel niet mocht parkeren, kwam er meteen een vrouwelijke parkeerwachter aangelopen om ons te waarschuwen.
  Op het eiland bevonden zich tien universiteiten. Er waren woonlocaties, een winkelgebied (bij ons hotel) en plekken waar colleges en andere activiteiten, zoals concerten, plaatsvonden. Wij werden ondergebracht in het hotel van de universiteit (Guangzhou University Business Hotel). En dat allemaal omdat ik de volgende dag een college over popmuziek zou geven.
 
 
45 2 Lengdon csvlnr Lengdon, Harry, Greetje (boven rechts Ellen Cai)
 
 
Zoals gezegd, van slapen was niets terecht gekomen. Na een kort verblijf in het hotel waren we evenwel voor de lunch uitgenodigd door Lengdon, decaan van de faculteit geschiedenis. In een restaurant had hij een aparte kamer gereserveerd voor ons, samen met zijn echtgenote, een medewerkster en Ellen Cai. Het eten werd er op een ronddraaiend glazen tableau geserveerd. Nu waren er alleen stokjes voor een copieuze maaltijd met onder meer zeewier, beef, kip en vis.
  We aten volgens de traditie aldaar, dronken eerst thee en vervolgens Chinese wijn uit de provincie Shandong in kleine glaasjes. Steeds moesten we alle zes met onze glazen elkaar toeklinken alvorens een slokje wijn te nemen. Daarna werden de glaasjes opnieuw gevuld.
  De decaan vertelde dat zijn ouders muzikaal waren. Zelf speelde hij klassiek-Chinees piano. Guangzhou, hoorde ik, was een belangrijk muziekcentrum in China. Het noemen van pianist Lang Lang riep positieve reacties op. Dat was niet het geval toen ik begon over de nummer één hit van dat moment: ‘Gangnam Style’ van de Zuid-Koreaan Psy. Die was onbekend.
  De decaan liet weten dat hij heel wat gereisd had, onder andere naar Hawaii. In Europa was hij evenwel nooit geweest. Als historicus hield Lengdon zich speciaal bezig met de hong-handelaren, die in vorige eeuwen actief waren op een stuk grond buiten de stad, waar Europeanen een gedeelte van het jaar mochten verblijven. Zijn onderzoek was vrijwel geheel gebaseerd op westerse bronnen, werd me uitgelegd. Chinezen hadden immers geen hoge dunk van kooplui.
 
 
Verkenning van de stad: het eiland Shamian
 
 
Ellen Cai nodigde ons uit om samen de stad te verkennen. Opnieuw kwam er een auto met chauffeur voorrijden. We werden naar het eiland Shamian gebracht, een rustig gebied op een zandbank langs de brede Parelrivier waar Fransen en Britten zich in ‘betere tijden’ hadden gevestigd. Greetje vergeleek het met Amsterdamse hofjes, Ellen met het Vondelpark in Amsterdam.
  In Shamian waren heel wat grote bronzen beelden opgesteld, van schaakstukken, van mensen die op snaarinstrumenten speelden, een vrouw-met-viool en kinderen die achter haar aanliepen, zoals in de ‘rattenvanger van Hamelen’, een Chinees en een westerling (met hoge hoed), die zaken met elkaar deden.
 
 
45 3 Shamian

 
Op deze plek werden bovendien heel wat trouwfoto’s gemaakt. Een vrouw droeg sandalen en een spijkerbroek onder haar westerse trouwjurk. Ellen legde het uit: je maakte hier eerst foto’s en gebruikte die voor de uitnodigingen als je later trouwde. De kleding werd gehuurd voor de fotosessie. Ellen zou het anders doen, voegde ze eraan toe. Bij haar promotie in Leiden droeg ze traditionele Chinese kleding. Bij haar aanstaande huwelijk wilde ze ook traditioneel voor de dag komen.
  In de straten op Shamian bevonden zich westerse gebouwen uit het begin van de twintigste eeuw, onder andere een van de Indo-China bank en een Lourdes-kerk, met een tekst in het Chinees en in het Engels: “Shamian Church of Our Lady of Lourdes is located on the southern part of Shamian Island, surrounded by historical buildings which are under state protection. The church was built in the 16th year of the reign of Emperor Guang Xu (1890 AD)”.
 
We kwamen terecht aan de oevers van de Parelrivier. Volgens Ellen konden de westerse schepen hier niet verder omdat het water er niet diep genoeg was. Aan de overkant, wees ze, stond een Duitse kerk. In een winkeltje was een beeld van Jezus Christus opgesteld. We liepen langs twee kanonnen. Een van de twee woog vierduizend kilo en was in 1841 (het 21ste jaar van de Daoguang-keizer) door de Britten gegoten tijdens de eerste Opium-oorlog (1839-1842). Van de voormalige pakhuizen, waar eertijds handel gedreven werd, was niets meer over.
  Elders was een pagode bij de rivier gebouwd. Die was mannelijk, de rivier zelf vrouwelijk. Dat gaf harmonie, werd ons door de Chinese historica uitgelegd.
 
 
Museum van een mausoleum
 
 
Moe of niet, we gingen door. Zo’n kans om de geschiedenis van de stad met eigen ogen waar te nemen, liet je niet liggen. Ellen bracht ons naar een plek waar in 1983 het graf gevonden was van koning Zhao Mo (137-124 vC) van de Nanyue-dynastie (ten tijde van de Qin- en Han-dynastieën elders in China). Bij de ingang werd de wacht gehouden door een soldaat, die van tijd tot tijd afgewisseld werd.
  In het overdekte graf waren bovendien de restanten aangetroffen van concubines en helpers die de keizer in het hiernamaals zouden vergezellen en daarom uit het aardse leven moesten verdwijnen, vrijwillig of niet.
  Het mausoleum, diep onder de grond uitgehouwen, met allerlei kamers, bleek een schatkist te zijn. Bij de opgravingen kwam van alles tevoorschijn: muziekinstrumenten, wapens, sieraden en wat al niet meer. Allerlei situaties waren in vitrines gereconstrueerd, zodat de betekenis van alle voorwerpen duidelijk werd. Het gebied aan de rivier heette Lingnan in die tijd.
  Hier kon je uren doorbrengen, zeker als je helemaal fit was.
 
 
45 4 voorwerpen uit grafvoorwerpen uit graf
 
 
Voorouderverering
 
 
De lange dag, die in Oegstgeest begonnen was, kreeg nóg een vervolg. We werden naar het Folk Arts Museum gebracht. Dat deed sinds het einde van de negentiende eeuw tevens dienst als tempel voor de voorouderverering van de Chen-clan. Op deze plek kwamen Chinezen vanuit heel China, vanuit de hele wereld, samen om hun voorouders te eren. Een gids vertelde dat er wel meer van dat soort tempels bestonden, maar nergens zo mooi als dat van de Chen, die eerst in China, later ook elders waren gaan wonen. Er zou zelfs een kopie van de tempel in de Chinatown van San Francisco te vinden zijn.
  Diverse leden van de Chen-clan hadden in porselein uitbeeldingen gemaakt en op de bovenkant van het gebouw laten bevestigen – zo kleurig dat het wel een hindoe-tempel leek.
  In stappen ging je omhoog, naar een steeds hoger niveau. Op de bovenste verdieping stond een tafel opgesteld, een soort altaar.
  Het gebouw diende anno 2012 als een openbaar museum, maar de leden van de grote familie mochten er bij belangrijke gebeurtenissen, zoals het voor- en najaarsfestival, altijd komen logeren, werd ons uitgelegd. Alleen mochten ze er niet zelf koken.
  Ik waagde het een grapje te maken. “Dan haal je toch gewoon wat bij de Chinees”, merkte ik op.
  Die grap moest ik uitleggen.
  In het museum zag je ‘schilderijen’ die geweven waren – van vogels, Chinese natuurlandschappen en tevens van Hu Jintao, de toenmalige (communistische) partijleider en president. Het was hier al duidelijk dat Hu niet veel later zou aftreden (en vervangen worden door Xi Jinping). Ook zag je hoe porselein beschilderd werd. Een man maakte schilderingen met de zijkant van zijn hand.
 
 
45 5 Chen museumdak van het Chen-museum
 
 
Avond van 8 oktober 2012
 
 
Het werd snel donker in de zuidelijke stad Guangzhou. Ellen vertelde hoe bijzonder het voor haar moeder geweest was om in Leiden bij haar promotie, tot doctor in de letteren, mee te maken dat het om tien uur nog licht was. Ellen dacht terug aan haar onderzoekstijd in Nederland. Op koninginnedag was ze naar een popconcert in Den Haag geweest. En ze las er het dagboek van Anne Frank, zowel in het Nederlands als in het Chinees.
  In het winkelcentrum van de universiteit bevond zich een Kentucky Fried Chicken en allerlei kledingzaken. Bij pinautomaten kon je geld opnemen. De meisjes liepen er luchtig en informeel bij. Dat gold tevens voor de decaan, die gewoon een een broek met polo droeg.
  In een gesprek met hem vroeg ik of ik tijdens het gastcollege de volgende dag een clip mocht laten zien van Bob Dylan terwijl hij ‘The times they are a-changing’ zong. Tijdens zijn concerten in China anno 2011 had de Amerikaanse artiest die song uit zijn repertoire weggelaten, om welke reden dan ook.
  De decaan liet me weten geen enkel probleem te hebben met de protestsong. Was dat onwetendheid of academische vrijheid?
 
 
45 6 Bob Dylan in China 2011Bob Dylan in China, 2011
 
 
Guangzhou, 9 oktober 2012
 
 
De volgende ochtend vroeg ordende ik de clips op de USB-stick. Door het contact van de vorige dag kwam ik tot de conclusie dat in mijn aanpak vooral de standaardbegrippen zou moeten benadrukken en minder vertellen over de artiesten.
  Om acht uur liepen Greetje en ik met Ellen over de campus naar een van de vele grote gebouwen waar college gegeven werd. Ze had een tekst in het Engels en Chinees laten afdrukken met de gegevens die ik haar nog vanuit Oegstgeest toegestuurd had. In de collegezaal lukte het – na wat klungelen – om beeld en geluid van de clips goed te krijgen via de Chinese apparatuur. De uit Nederland meegebrachte laptop was niet nodig.
  Intussen kwamen de studenten – een kleine honderd – binnendruppelen in informele kleding, die aan het warme oktoberweer was aangepast. Het vertonen van ‘Gangnam Style’ als een soort ‘voorprogramma’ pakte goed uit. De studenten bleken de clip te kennen. Ook enkele docenten, inclusief hoogleraar Lengdon, arriveerden. De decaan hield, op dezelfde manier als een dag eerder gekleed, een toespraakje in het Chinees.
  Ellen Cai vertaalde voor de studenten wat ik in het Engels vertelde over de ontwikkeling van de popmuziek in de jaren 1950-1970 – aan de hand van filmpjes van Patti Page, Amos Milburn, Louis Jordan, James Dean, Blackboard Jungle, Elvis Presley, Little Richard, Chuck Berry, Buddy Holly, Cliff Richard, Beatles, Rolling Stones (Kurhaus), Who, Bob Dylan, Barry McGuire, Country Joe McDonald (Woodstock) en Jimi Hendrix.
  Het filmpje van de Stones maakte de meeste indruk. Mijn gehoor begreep niet waarom het publiek zich zo roerde. Zoiets was toch niet toegestaan, werd uit de collegezaal geroepen. Het sixties-gevoel was bij deze generatie Chinezen onbekend.
  Toen de studenten hoorden dat Cliff Richard in Azië (India) geboren was, waren ze verrukt. Er werden na afloop volop vragen gesteld. Soms hadden die een politiek karakter. Een kritisch vraag over het bewind in Peking ontweek ik enigszins door te zeggen dat de hedendaagse Chinese jeugd de kansen moest pakken die er op dat moment waren. Aan het einde van het college wisselden we mooie woorden en cadeautjes uit. Greetje, die voor de techniek gezorgd had, kreeg een cakeje aangeboden van een van de studenten, die vooraan zat.
 
 
Nieuwe lunch
 
 
Greetje had die ochtend nog een bijzondere ervaring. Tijdens ons bezoek aan Sri Lanka, kort voor vertrek naar Kanton, had ze een wond aan een voet opgelopen. Die was erger geworden. In een winkel werd Greetje aangesproken door twee studentes en meegenomen naar een dokter. Haar wond werd goed behandeld en ingepakt. Bovendien kreeg ze allerlei spullen mee voor verdere zorg.
  Opnieuw waren we voor de lunch uitgenodigd in een aparte kamer van het restaurant. Er kwam deze keer een fles rode Spaanse wijn tevoorschijn en thee met bloemen erin. De nogal zure wijn werd beetje bij beetje in een glas gedaan. Na een toost werden de glazen enigszins bijgevuld. Ook nu weer een rond draaiende glazen schotel met gerechten erop. We aten deze keer de groene bladen van een aardappelplant, tonijn, varkensribjes, een gerecht met kleine komkommertjes en wat al niet meer. Aan het eind een toetje met kokosnotensap.
  Lang niet alles ging op. Dat hoefde ook niet, werd duidelijk gemaakt. Wat overbleef zou meegaan met de assistente, die geen Engels sprak – een Chinese ‘doggybag’.
  De decaan maakte duidelijk dat hij tevreden was met het gastcollege. Greetje en ik werden nadrukkelijk uitgenodigd om terug te komen en langer te blijven. Een volgende keer zou ik een serie colleges voor de muziekfaculteit kunnen geven. Het contact met die faculteit was al gelegd. Iedereen, studenten en docenten, waren content met hetgeen ik gepresenteerd had.
  Aan tafel kreeg ik onverwacht een enveloppe overhandigd, met daarin 1000 yuan (125 euro).
  Ik antwoordde dat het geld niet nodig was. Ik voelde me sowieso vereerd met de uitnodiging om te komen spreken.
  Professor Lengdon vertelde dat het wettelijk verplicht was om voor een lezing te betalen.
 
 
Een nieuw uitstapje
 
 
Deze keer werden we door studenten op excursie begeleid, studenten die zich verdiepten in de geschiedenis van de hong-handelaren. Een van hen deed rondleidingen in de marinebasis Whampoa. Dat was de plek die we nu gingen bezoeken. Die lag ten zuiden van de campus. Op het eiland woonden 800.000 mensen, met maar zestig man politie – veel te weinig werd ons verteld.
  Onderweg kwamen we op een plek waar een paar jaar eerder lege koningsgraven gevonden waren. Op een grasheuvel zagen we houten stellages waar de opgravingen gedaan werden. Een vrouw kwam tevoorschijn. Ze beduidde dat dit verboden terrein was en dat we moesten verdwijnen. Onze gidsen verkondigden dat we dichtbij, als we wilden (en dat wilden we), op de terugweg naar andere opgravingen konden kijken, maar dat gebeurde niet.
    Bij de marinebasis zagen we borden waarop aangegeven was dat je er niet mocht fotograferen. Dat gold met name voor de grote schepen die er voor anker lagen. Over het terrein schalde militaire muziek. Er waren militaire spullen te koop, zoals hemden en petten met een ster erop.
 
 
Whampoa en Sun Yatsen
 
 
We kregen een rondleiding door het museum van de academie. Het was opgezet na de Chinese Revolutie van 1911, toen er een einde gemaakt werd aan het keizerrijk. Sun Yatsen (1866-1925), grondlegger van de Chinese Republiek had de academie opgezet. Vanaf 1924 was alles in bedrijf. Een belangrijk onderdeel, werd ons uitgelegd, was de politieke educatie – daar was een apart comité voor.
  In het begin waren de studenten hier verplicht communistische literatuur te lezen. Na de splitsing van de Kwomintang (KMT) en de Communistische Partij (CPC) kwam daar natuurlijk verandering in. De splitsing werd ondermeer gesymboliseerd in een oude boom die zich een meter boven de grond vertakte.
  De boom stond voor het huis waar Sun Yatsen kort in gewoond had. Er was een groot monument gebouwd, kort na het overlijden van Sun, hoog boven de begane grond met een standbeeld er boven op. Het echte, grote monument (‘memorial hall’) bevond zich evenwel in Nanjing, werd ons uitgelegd. Bij de ingangspoort gingen we op de foto – dat was gebruikelijk.
 
 
45 7 Sun Yatsen in WhampoaSun Yatsen monument (Whampoa)
 
 
De academie had veel beroemdheden opgeleverd zoals Chiang Kaishek, Zhou Enlai, Lin Biao. Alle namen kon je op een grote steen in Chinese karakters aflezen. We lieten speciaal de naam van Lin opzoeken en fotograferen. Deze zo belangrijke militair, die had bijgedragen aan de overwinning van de CPC op de KMT in de jaren veertig, stond nog steeds op de zwarte lijst omdat hij tegen Mao Zedong in opstand gekomen was. Als je een boek over Lin Biao wilde lezen, moest je ervoor naar Hongkong, vertelde een van de studenten.
  In het museum werden de geschiedenis en de locaties van de academie in kaart gebracht – de zalen waar vergaderd werd, de eetzaal, de kamer van Chiang Kaishek, de slaapzalen enzovoort. Een mevrouw leidde ons in gebrekkig Engels rond. Hoe lang zou het nog duren voor de westerlingen goed Chinees gingen leren, bedacht ik tijdens de rondleiding. China was immers bezig het belangrijkste land van de wereld aan het worden.
 
 
Voormalige handelsplek (Huangpu)
 
 
Met een veerboot staken we de Parelrivier over. We keken uit op een ouderwets vissersbootje, maar ook op een gebouw met Coca Cola erop. Uitstappen op het veer tijdens de overtocht was niet toegestaan.
  De auto bracht ons naar de oude havenplaats Huangpu. In de periode 1750-1840 bevond zich hier de douane. De Europese handelaren moesten er met de hong merchants onderhandelen.
  De rol van de Zweden werd benadrukt. De koning en koningin (Carl Gustaaf en Silvia) waren in 2006 op bezoek geweest. Je zag tal van tekeningen met Nederlandse, Deense, Zweedse, Engelse en Franse (witte koninklijke) vlaggen. Pakhuizen werden uitgebeeld: het zware porselein onder, de lichte stoffen boven. Een verwijzing naar opium, aanleiding voor de Brits-Chinese oorlog in 1839, ontbrak. Wel werd getoond hoe de belasting geïnd werd, hoe Chinese telramen gebruikt werden, enkele en dubbele telramen.
  Huangpu riep herinneringen op aan Williamsburg in de VS: een oude koloniale stad die helemaal opgeknapt was en in de oude staat teruggebracht.
  Hadden de Zweden eraan meebetaald, vroeg ik aan de gids.
  Daar was niet in het minst sprake van, werd verontwaardigd gereageerd. Alle geld kwam van Guangzhou. Geld uit het buitenland was niet nodig in China. Evenals in de tijd van de rijke hong-handelaren werd op deze plek geen gebrek geleden, was de boodschap.
 
 
45 8 hongs in de negentiende eeuw

 
Op het eiland waren ook huizen voor de voorouderverering, onder andere van de rijke familie Liang. Op tabletten vertelde je aan je voorouders hoe ver je het gebracht had. Hoe hoger het voetstuk, hoe meer trots.
  Tijdens het onderzoek voor mijn proefschrift in 2005, over de katholieke missie in China, las ik in talloze brieven dat de missionarissen een einde probeerden te maken aan die heidense traditie. Het leven op aarde moest opgevat worden als een korte voorbereiding op het eeuwige geluk daarna. Die boodschap leek in Guangzhou geen stand gehouden te hebben.
  Het dorpsleven ging zijn gewone gang terwijl we een wandeling door de omgeving maakte. De straatklinkers waren traditioneel, met ribbels om niet uit te glijden.
  Er werd aan gymnastiek gedaan, binnen werd er geschilderd. Sommige huizen hadden een dak in de vorm van een wok. Goede huizen hadden een vijver voor de deur – dan kwam het geld hopelijk binnen vloeien. De deuren waren zo geconstrueerd dat je (uit eerbied?) moest bukken als je er onderdoor stapten.
  Ellen Cai had zich intussen weer bij ons gevoegd. Ze attendeerde me op de Chinese zangeres Sa Ding Ding. In 2021 kun je nog steeds diverse clips van de artieste op YouTube vinden.
 
 
45 9 Huangpu

 
Laatste avond in Kanton
 
 
Terug op het eiland, waar de universiteit gevestigd was, was er nog wat tijd om rond te kijken en te winkelen. We liepen door Coco, gespecialiseerd in bonbons, Cool Eyes Led Lamp, Kangwei (goedkope kleding) en Giordano (wat beter).
  In de hal van het hotel werd reclame gemaakt voor de Agricultural Bank of China en voor China Mobile (met de grote kop van een zanger of deejay). In een hoek waren pinautomaten opgesteld (SPD bank, ABC, BEA). Je kon er pinnen met kaarten van Visa, Union Party, Mastercard, JCB, BC-card, Citibank enzovoort. In Sugababes-cafetaria werd Häagen Dasz ijs verkocht.
  ’s Avonds aten we op de campus in een exclusieve Chinese vestiging van Pizza Hut. Het bedienend personeel bestond vaak uit studenten, die er parttime werkten. In Pizza Hut geen chop sticks. Zelfs voor een Chinees was het niet mogelijk een pizza met stokjes te eten. De zaak zat overvol, er werd flink hard gepraat en er was harde onduidelijke (achtergrond)muziek.
  De decaan had opdracht gegeven om ons een goede maaltijd te serveren. De studenten, die ons hadden rondgeleid waren ook uitgenodigd. Iedereen kreeg automatisch warm water met citroen te drinken aangeboden. Maar we mochten ook Tsingtao-bier bestellen, het bier dat de Duitsers in het schiereiland Shandong waren gaan brouwen toen ze er tegen het einde van de negentiende eeuw waren binnengevallen, na de moord op drie Nederlands-Duitse missionarissen.
  Greetje en ik bestelden een kleine pizza, die in een pannetje werd opgediend. Hij was al in vier moten gedeeld, zodat je eventueel met anderen kon ruilen.
  Na afloop namen we bij de vestiging van Kentucky Fried Chicken hier nog een softijsje. Zo kwam er een einde aan een verblijf van twee dagen in Kanton. De volgende dag werden we immers verwacht in Shantou, een stuk noordelijker op de kust van het Chinese continent.
 
Harry Knipschild
31 maart 2021
 
Clips:
 
* Sa Dingding, Alive, 2007
* Whampoa, militaire academie. 2015
* Huangpu, 2019
* Mausoleum in Kanton, 2020
* Museum van de Chen familie, 2020
* Shamian-eiland, 2021