585 - Polle Eduard en de geur van de tropen.
Vijftien jaar geleden, in 2011, kreeg ik thuis bezoek van de Nederlandse popmuzikant Rob Eduard. Polle, zoals hij genoemd werd, had een aantal knipsels bij zich, die ik mocht kopiëren. Los daarvan gaf hij mij details over zijn leven als popmuzikant. Ons gesprek resulteerde in een artikel op deze website dat je hier kunt lezen.
Een van de meest bijzondere feiten, die ik te horen kreeg, was dat hij niet in Nederland maar in Nederlands-Indië geboren was. Dat was op 2 december 1947. Zijn vader had een donkere huid. Zijn geboorteplaats: Banjarmasin op Borneo (op dat grote eiland verrijst momenteel de nieuwe hoofdstad van het land: Nusantara). Van een Indische afkomst was nooit iets te merken in zijn voorkomen en gedrag.
Onlangs vond ik op YouTube een lange clip waarin Polle op 8 oktober 2023 meer over die tropische achtergrond vertelde. Opnieuw werd ik er door getroffen. Aanleiding om aan de hand van zijn verhaal, in Delft verteld, wat meer over hem op te schrijven. Polle bleek behalve een goede artiest ook een voortreffelijke verteller. Uit de losse pols praatte hij ruim een kwartier, feiten en anecdotes met elkaar vermengd.
Polle Eduard in Delft
Delft en Indië
Polle ging terug naar de jaren voor zijn geboorte, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. “Ik had een Indische vader, Ernst Eduard, geboren op Java in Batavia – dat heet al heel lang Jakarta. Mijn vader was naar Nederland gekomen om in Delft bouwkunde te studeren. Hij ontmoette mijn moeder bij atletiekvereniging AV’40. Daar hadden zij hun vrienden en ze hadden er ook een bandje. Mijn vader speelde gitaar en mijn moeder zong. Er was nog een tweede gitarist. Ze trouwden in de oorlog. Mijn vader was intussen afgestudeerd als ingenieur.
Kort na de oorlog werd hij benaderd of hij terug wilde gaan naar Indonesië – in dit geval niet naar Java, maar naar Borneo – om mee te gaan werken aan de wederopbouw van de infrastructuur die door de Japanners [vanaf 1942] vernield was”.
Polle maakte een vergelijking met de Russische inval in Oekraïne: “Bruggen, gebouwen, van alles. Het was heel erg”.
“Aan dat verzoek heeft hij voldaan. Mijn ouders zijn dus naar Indonesië vertrokken, naar Borneo. Ze kwamen te wonen in Banjarmasin, de hoofdstad van Borneo, een havenstad – in een vrij groot huis, vlakbij de rivier, de Borito. Ze hadden personeel. Mijn moeder wist dat [later] allemaal te vertellen. Ze hadden zelfs bewaking, ze hadden zeven honden en een orang oetang als huisdier. Die hebben ze later aan een dierentuin in Australië geschonken. En op 2 december 1947 werd daar Robbie Eduard geboren. In mijn paspoort staat nog steeds Robert. Niemand noemt mij Robert, maar mijn moeder vond dat best een aardige naam. Maar het is meestal Robbie of Rob”.
Banjarmasin in 1933
Polle en zijn moeder terug naar Delft
Polle: “Ik heb daar de eerste jaren [doorgebracht]. Ik was nog niet eens 2,5 jaar toen mijn moeder besloot [in 1950 dus] om – wat voor reden dan ook – terug te keren naar Nederland – per vrachtschip, zes weken. We kwamen in Delft terecht. Mijn moeder moest er uiteraard een woning gaan vinden”.
Zijn verhaal leek een beetje op dat van Cliff Richard die onder goede omstandigheden in Brits-Indië geboren was en zich na de onafhankelijkheid van India maar moest zien te redden in Engeland. (Je kunt het hier lezen).
“We kwamen in eerste instantie te wonen op de Koningin Emmalaan in de Wippolder. We hebben er heel kort ingewoond bij een familie, die na twee jaar besloot naar Zuid-Afrika te emigreren. Toen moest mijn moeder weer verkassen. We konden intrekken bij mijn opa en oma, de ouders van mijn moeder in de Colignystraat. We waren er nauwelijks ingetrokken of mijn moeder bleek zwanger te zijn”.
Polle maakte van zijn hart geen moordkuil in 2023. “In de familie is daar altijd ruimzinnig over gedaan, maar wel een smet. Mijn moeder was zwanger, maar niet van mijn vader. Die was nog niet terug uit Indonesië. Ze heeft het geheim in haar graf meegenomen. Mijn broer Bert werd uit die zwangerschap geboren. Dat we halfbroers waren, daar werd niet over gesproken. Ik was ook niet gewend om een vader in huis te hebben. Er was één man in huis, dat was mijn opa. Opa leerde me van alles, zoals banden plakken. Daar had ik geen vader voor nodig.
Mijn vriendjes hadden een vader thuis, ik niet. Ik had er absoluut geen probleem mee’.
Scheiding
De geboorte van Bert bleef niet zonder gevolgen. “Niet zo lang daarna kwam mijn vader terug in het gezelschap van zijn ouders, twee zussen en een broer, die allemaal in Brabant gingen wonen (Tilburg, Breda, Oosterhout). Mijn vader ging in Voorburg wonen. Het drong pas later tot mij door. Mijn ouders zijn, toen ik een jaar of 5,5 was, gaan scheiden. Dat zal te maken hebben met wat mijn moeder fout gedaan had, zal ik maar zeggen.
Mijn vader was een beetje een vreemde man. Ik werd af en toe opgehaald – een dagje mee naar Den Haag. En dan weer maanden niet – er zat geen regelmaat in. Ik mocht één keer (toen ik een jaar of zes was) mee naar mijn Indische opa in Breda. Ik werd daar verschrikkelijk vertroeteld.
De tussenpozes met dat zien van mijn vader werden steeds langer. Op een bepaald moment had ik niet eens meer in de gaten of hij wel of niet kwam. Het was een verrassing als hij weer eens voor de deur zou staan. Ik was er ook niet mee bezig. Ik had een geweldige jeugd, mijn broer ook. We voetbalden bij Wippolder. De tijd ging voort: school, middelbare school, detailhandelsschool in Rotterdam – waar ik het niet goed deed”.
Muziek en gitaren
Kennelijk was de muziek volop aanwezig. “Ik kreeg de eerste akoestische gitaar van mijn moeder, gitaarles bij Bob Kerkhof. Op de handelsschool werd ik bevangen door muziek. Ik wilde gewoon muziek maken. Ik had nog steeds het akoestische gitaartje dat mijn moeder voor 35 gulden had gekocht. Daar heb ik veel op geoefend. Dan ga je denken, ik wil wel een leuke elektrische gitaar. Mijn moeder was koffiejuffrouw en schoonmaakster op een kantoor van de Gist- en Spiritusfabriek [later Brocades]. Zo’n geweldig loon had ze niet. Ik mocht wel voetballen en naar gitaarles, maar je kon niet alles hebben. Opa en oma stopten af en toe wat toe.

Via een koppelbaas ben ik in de haven gaan werken. ’s Ochtends om half zes melden op het station. Dan kreeg je te horen waar je die dag werd gedropt. Met een busje reed je naar de haven. Zat je soms in de koelhuizen, de erts of in de koeienhuiden – heel verrassend. Het was zwaar werk, maar het betaalde goed. Dat vond ik erg belangrijk, want ik wilde een elektrisch gitaartje gaan kopen. Ik kon bovendien een derdehands Puch kopen – een Puch was ook belangrijk, dan telde je wat meer mee.
Mijn eerste gitaar was een Egmond, dat was een wereldmerk in Nederland; een gitaartje van twee-, driehonderd gulden. Maar ik had een elektrische gitaar!”
Vader en moeder
“Ik kreeg een ongeluk in de haven. Ik brak mijn been op twee plaatsen, drie weken in het havenziekenhuis gelegen. Mijn moeder kwam twee keer op bezoek, dat was [vanuit Delft] een wereldreis. Ze had geen auto en moest het met haar werk combineren. Ik lag naast een Portugese man en aan de andere kant lag een Chinees, die in het ruim was gevallen; hij had alles gebroken wat je maar kon breken.
Mijn vader heb ik daar niet gezien. Tot de dag dat ik uit het ziekenhuis ontslagen werd, hij daar ineens stond met zijn Simca 1000 om mij op te halen – dat gipsbeen op de achterbank en linea recta naar Breda – naar oma en opa. Dat was de laatste keer dat ik oma en opa heb gezien. Dat was ook de laatste keer dat ik mijn vader levend heb gezien”.
Polle en Hans Vermeulen in Bangkok
Begin jaren negentig kreeg Polle op een andere manier met Azië te maken. Tijdens zijn voordracht vertelde hij dat er geen herinneringen meer waren overgebleven aan die eerste levensjaren. Wat hij wist, had hij van zijn moeder gehoord. Maar er gebeurde iets bijzonders.
“In 1993 werd ik ‘s avonds gebeld door Len Bouman, met wie ik heel veel mee speelde: ‘Hans Vermeulen zit hier. Die heeft wilde plannen. Heb jij tijd om hier naar toe te komen?’
Len Bouman
Ik ben er heen gegaan. Hans was uit het Gooi terugverhuisd naar Voorburg. Hij wilde een nieuw bandje beginnen. Alle drie hadden we – afzonderlijk van elkaar – een muzikale carrière achter de rug. Hans bij de Sandy Coast en de Rainbow Train. Len met de InCrowd, ik met de Tee Set, After Tea en de Polle Eduard Band. Ik had ook wel zin in een nieuw bandje. Ik had nooit met Hans gespeeld, wel met Len.
Dus zo gezegd, zo gedaan. We gingen componeren. Want we wilden ook eigen materiaal gaan creëren. We begonnen te repeteren. Er kwam een drummer bij: Shel Schellekens. Het kwartet was compleet. We begonnen kleine gigs te speken, kleine optredens – een soort try outs in kroegen en muziek café’s. Dat werd al snel ontdekt. Na 30 jaar werden we opnieuw ontdekt. Van een klein platenlabel in Den Haag – Van Records – kregen we het aanbod om een album te gaan maken – waar in de wereld we dat ook wilden. Ze beschouwden ons [The Rest] als een soort supergroep.
Hans Vermeulen was het jaar daarvoor [1992?] in Thailand geweest, in Bangkok. Hij had ontdekt dat daar een supermoderne geluids- en opnamestudio was. Die vond dat wel wat, wij ook. Normaal ga je in Nederland in de bekende studio’s in Hilversum en omstreken je plaatjes opnemen. Nu werd het Bangkok: wow! Vier man naar Bangkok. Eigen technicus mee en een manager om de zaken te regelen.
Ik zie het nog voor me als de dag van gisteren. Na een vlucht van twaalf uur: Bangkok.
Polle en Hans Vermeulen (1994)
In de tropen
Toen het vliegtuig was geland en langzaam taxiede naar een parkeerplek, dan voelde je dat je in een land was, waar een andere temperatuur heerste – alsof de warmte door de huid van het vliegtuig naar binnen kwam. De motoren en het ventilatiesysteem gingen uit. Het was alsof er een klamme, warme deken om het vliegtuig kwam. De deur ging open. We gingen niet door een slurf, we mochten met een trap naar beneden.
Op het moment dat ik over de drempel stapte, kwam mij een geur tegemoet. Ik was er verbouwereerd van. Ik dacht dat heb ik gisteren, eergisteren, heel lang geleden, geroken. Van mijn jeugd kon ik me niets herinneren. Maar dit kon ik me wel herinneren: de geur van de tropen. Ik was in een tropisch land geboren. Dat maakte mij verschrikkelijk blij. Ik krijg er nu nog een beetje kippevel van als ik er aan denk. De geur van de tropen, ik zal het nooit meer vergeten”.
En passant vertelde Polle: “We zijn zes weken in Bangkok gebleven, gerepeteerd, opgetreden, drie weken studio gedaan en een prachtig album opgenomen, dat het redelijk goed gedaan heeft.
Bangkok 1994, ik vergeet het nooit meer: the smell of the tropics”,
Reis naar Banjarmasin dankzij vaders nalatenschap
Polle: “In 1997 werd ik gebeld door de oudste zus van mijn vader. Een paar dagen daarvoor was hij overleden. Of ik dan zo snel mogelijk naar het huis wilde komen waar hij woonde in een aanleunwoning in Leidschendam. We zijn ernaar toe gegaan. Daar ontmoette ik mijn twee tantes, de Indische tantes die ik heel lang niet meer had gezien. Alles was al geregeld, ik wist helemaal niks. Ik mocht mijn vader daar nog een keer zien in het rouwcentrum. Een paar dagen na de uitvaart heb ik zijn as in Ockenburg mee mogen verstrooien.
Uit een tweede huwelijk had hij geen kinderen meer. Of ik het huis zou willen ontruimen werd mij gevraagd door de beheerder”.
Polle had er moeite mee, maar liet zich over de streep trekken. “Ik kwam in zijn platencollectie terecht. Daar doorheen bladerend kwam ik de eerste elpee van de Tee Set tegen. Helemaal nog in cellofaan, met daarbij een mapje met aantekeningen, krantenknipsels ook van latere dingen die ik in de muziek had gedaan. Bij diverse optredens had hij tussen het publiek gestaan of gezeten, zo bleek. Dat vond ik heel ontroerend. Nooit gedacht dat hij ooit die moeite had genomen”.

Polle was zijn enige ‘nazaat’, hoorde hij bij de notaris. Uit zijn nalatenschap kreeg hij een bepaald bedrag. “[Echtgenote] Monique en ik besloten daarmee naar Indonesië te gaan, zes weken. Ik wilde naar mijn geboorteplek”.
De tocht had nog andere consequenties. “Ik speelde in de theatershow van Rob de Nijs. Ik was gast, draaide met hem mee. Rob was op dat moment mijn baas. Als ik terugkom, hoe is het dan met mijn baantje, vroeg ik hem.
Dat was geen punt, hij vond het alleen maar prachtig, dat we dat gingen doen.
We bleven één dag in Jakarta, de volgende dag doorvliegen naar Borneo [inmiddels de provincie Kalimantan]. In Banjarmasin vonden we een klein pensionnetje, dat nog in aanbouw was – dichtbij de rivier. Uit de verhalen van mijn moeder had ik begrepen dat hun huis ook dichtbij de rivier had gestaan. Het was ondoenlijk om daar te gaan zoeken; het was een heel levendige stad.
Wel wist ik dat dichtbij hun huis in haar tijd een groot plein was. Het heette vroeger het Oranjeplein. Inmiddels waren alle Nederlandse namen verdwenen. Er mocht waarschijnlijk niet meer aan Nederland gedacht worden. We hebben het plein gevonden. Er stond een ontzettend grote moskee, in de vorm van een vliegende schotel.

In die tijd kon je mobiel bellen, dat bestond toen al. Ik zei tegen Monique: ‘ik ga nu mijn moeder bellen om te zeggen dat ik ben waar ik vandaan kom’. Ik heb mijn moeder gebeld. ‘Het is vandaag 2 december 1997. Ik ben vandaag 50 geworden’. Ik was op mijn verjaardag op mijn geboorteplaats. Ik was er ontzettend blij mee.
We hebben er ook een boottocht gemaakt op een longboat in de Borito (met bruin water) – een hele smalle boot. We hadden een gids bij ons met een piepstemmetje, die redelijk Engels sprak. Er zat een buitenboordmoter op die een ongelooflijke teringherrie maakte. Maar met dat piepstemmetje kwam hij er makkelijk boven uit. We zouden naar de langneusapen gaan. We hebben uren gevaren, hebben er één gezien”.
Dat was genoeg voor Polle en Monique.
Inspiratie
De tocht leverde inspiratie op. “Ik heb er een liedje over geschreven, ‘De rivier’. Dat slaat niet zozeer op die rivier maar op de rivier die een beetje door ons leven stroomt, de ene kant, de andere kant. Het gaat meer over de mensen die ons dierbaar zijn, die ons zijn ontvallen – 25 jaar geleden”.
Polle sloot zijn voordracht af met het zingen van ‘De rivier’, een song met inspiratie van de geur van de tropen.
Harry Knipschild
24 maart 2026
Clips
* Polle Eduard en Hans Vermeulen, 1994
* Polle vertelt, 8 oktober 2023
- Raadplegingen: 528
