Terug naar hoofdinhoud

575 - Jan Boezeroen en zijn fles

 

Ruim twee jaar, vanaf 1967 tot in het voorjaar van 1969, was ik [HK] werkzaam bij platenmaatschappij Iramac, Brediusweg 43 in Bussum. Sylvio Samama was aanvankelijk statutair directeur, maar verdween na enige tijd om zich bezig te gaan houden met impresariaat Dr. G. de Koos en Co in dezelfde mooie Gooise villa. De leiding gaf hij over aan Willem Duys en Henk Majoor; laatstgenoemde werd in 1968 ontslagen, zodat Duys overbleef. Hij ontving een salaris van drieduizend gulden per maand. Als adjunct-directeur ging Pim Jacobs functioneren.

    In 1969 hield Iramac op te bestaan omdat de geldschieters het vertrouwen hadden opgezegd. De nog aanwezige platen en rechten werden overgedragen aan Bovema te Heemstede, met uitzondering van het Olga-repertoire (Hep Stars) dat bij Dureco in Amsterdam terecht kwam.

 

De oorspronkelijke bedoeling was om een platenmaatschappij op te zetten met de beste klassieke muziek ter wereld. Het bleek niet haalbaar te zijn om dat ideaal te verwezenlijken. De eerste investering van de familie van Samama (twee miljoen gulden) had geen rendement opgeleverd.

   Zo ontstond het Relax-label in 1966 om door middel van populaire muziek alsnog te overleven. Successen van Martine Bijl, Lily Kok, Davy Jones en de Outsiders gaven hoop op een betere toekomst, vernam ik bij mijn aantreden begin 1967. Een jaar later scoorden Toon Hermans met ‘Mien waar is mijn feestneus’, de Hep Stars met ‘Sunny Girl’ en de Sandy Coast met ‘I see your face again’ om wat successen te noemen. Een bestseller in het klassieke genre was ‘Königin der Nacht’ van Christine Deutekom.

 

1 Willem Duys en Pim JacobsWillem Duys en Pim Jacobs

 

Willem Duys

 

Naast het ‘betere’ repertoire was er tevens ruimte voor andere muziek. In 1968 lanceerden Duys en Jacobs bijvoorbeeld het Europa-label – stereo-albums voor minder dan zes gulden. Er werden heel wat van die elpees verkocht, maar zonder winst te maken. De dagen van Iramac, zo werd duidelijk, waren geteld.

 

Desondanks bleven de artiesten zich melden in Bussum. Dat deden ze niet alleen om een plaat te kunnen maken, maar ook om te mogen optreden in het zeer populaire tv-programma ‘Voor de vuist weg’, dat door Duys gepresenteerd en grotendeels samengesteld werd.

    De media volgden de activiteiten van Duys op de voet. Als hij een Iramac-artiest in zijn eigen programma met een nieuwe plaat introduceerde, kreeg hij vaak een golf van kritiek over zich heen. Willem probeerde het bedrijf overeind te houden, maar hij had, zoals dat heet, wel een dubbele pet op. Hij vond het steeds moeilijker om daar verantwoord mee om te gaan.

 

Johnny Goverde

 

Zo gebeurde het dat ene Johnny Goverde in Bussum aan de deur klopte. Ik was erbij toen de onbekende man zich aan Willem Duys probeerde te verkopen aan de hand van een zelf-gemaakte opname. Goverde, een vrolijke Brabander, wist Duys gemakkelijk over de streep te trekken. Willem kon sowieso moeilijk nee zeggen.

    Duys had wel vertrouwen in de zanger. Maar hij had geen zin in wéér een rel. De directeur van Iramac kwam met een bijzondere oplossing over de brug. Hij stelde Goverde voor om de opname bij een andere maatschappij uit te brengen. Als hij dat deed mocht hij zijn lied in de ‘Vuist’ komen lanceren.

    Goverde kon tevreden naar huis gaan. Hij verscheen inderdaad voor de AVRO-televisie, en Iramac hield op te bestaan.

 

Later dat jaar, in juni 1969, stapte ik (na een kort verblijf bij Fonorama in Amersfoort) over naar Polydor op het Piet Heinplein in Den Haag. Ik was weer onder de pannen.

 

Achtergrond

 

2 Toos en Johnny Goverde met Rob de Nijs bij opening de Blohut ZevenbergenToos en Johnny Goverde met Rob de Nijs: opening Blokhut (1964)

 

Inmiddels weet ik meer over Johnny Goverde. Op 2 oktober 1933 werd hij geboren in Zevenbergen (onder de Moerdijk). In 2008 schreef Bert Salden over hem: “Johnny stond al vroeg voor publiek, want op zijn 10de verjaardag declameerde hij voor alle lagere schoolklassen enkele gedichten. De meester van de vierde klas had zijn talent snel ontdekt.

    Vier jaar later kreeg hij zijn eerste gitaar en hij ging meteen klassieke gitaarlessen nemen. Het duurde niet lang voordat hij ontdekte dat je met een paar akkoorden op de kermis meer kon verdienen dan met een klassieke gitaarstudie.

    Johnny nam een accordeonist bij de arm en samen reisden ze kermissen, bruiloften en partijen af. Dat betekende telkens dolle pret. In die tijd schreef hij ook zijn eerste verzen. Het duo maakte overwerk, werd een trio en het trio groeide uit tot een kwartet. Met dit kwartet trad hij ruim tien jaar op, waarna hij in 1968 op de solotoer ging”.

    Goverde had nóg een inkomstenbron: hij werd eigenaar van twee platenzaken – in Zevenbergen en Steenbergen. Een ondernemende man dus.

 

Over zijn loopbaan als zanger schreef Salden: “Goverde had het druk genoeg met zijn twee muziekwinkels. Willem Duys hoorde echter bij toeval de stem van Jan en beloofde hem een optreden in ‘de Vuist’, als hij een plaatje zou maken”.

    Dat laatste was dus niet helemaal waar.

 

Ook platenwinkelier

 

Aan Pierre Gouweloos vertelde Goverde: “Nadat ik in Steenbergen in 1964 mijn eerste platenzaak had geopend wilde ik in alle kleinere West-Brabantse steden met een platenspeciaalzaak zitten. In 1965 opende ik in Zevenbergen een tweede zaak. Die heette net als de zaak in Steenbergen, weer de Blokhut.

   Zevenbergen is de stad waar ik geboren ben. Was een mooie tijd. Ik kocht op een gegeven moment 200 pickups in. Deze waren makkelijk te bedienen en kostten vanwege de kwantumkorting niet veel. Heb al deze pick-ups tegelijkertijd in de etalage gezet. Vroeg een klein prijsje, deed er ook nog eens drie singles bij cadeau. De pick-ups vlogen weg. Ik maakte weinig winst, maar kreeg er wel veel nieuwe klanten bij! Gouden handel waren de platenbonnen. Die maakte ik zelf. Dan kon ik er het meest aan verdienen.

   Con Slokkers was in die tijd erg belangrijk voor mij. Con was leraar en een enorme muziekliefhebber. Hij kwam bijna elke dag bij ons in de zaak. Con was een soort adviseur voor mij, mijn inhoudelijk muzikaal geweten. Zelf had ik weinig affiniteit met Engelstalige muziek en dus ook niet met de Top 40. Voor mij was het alleen maar handel. Con had die affiniteit juist wel. Hij schreef namens de Blokhut vanaf 1967 elke week de rubriek ‘Generation’ in de lokale krant. Hierin stond de Steenbergse Top Tien.

 

De Veronica Top 40 was een mooie uitvinding. Iedere week kreeg ik een stapel binnen. De jeugd vond dat prachtig. Zeker in het begin. De Top 40 bepaalde wat je in moest kopen. In die tijd stuurden alle platenmaatschappijen vertegenwoordigers naar je toe. Met tassen vol elpees en singles. Sommige kwamen niet verder dan de winkel, anderen kwamen letterlijk in de keuken waarbij onze kinderen op hun schoot zaten.

   Eén van hen is een grote huisvriend geworden, Frans van Oirschot, hij was vertegenwoordiger van het Telstar label. Wij gingen zelfs samen op vakantie”.

 

Joviale man

 

3 Johnny Goverde 1968Johnny Goverde (1968)

 

In het Veronicablad werd Goverde omschreven als een ‘joviale man, flink postuur, Brabander, die door zijn collega’s werd benijd omdat hij zich overal meteen thuis voelde’.

   De artiest was het met die omschrijving niet oneens. “Ja, ze zeggen wel eens bij het brutale af. Ik ben erg vrij, merk ook gauw of dat in een gezelschap kan, maar wat doe je als je staat te zingen en je weet de woorden niet meer. Je gaat toch af als een gieter als je dan ophoudt. En als ik een toonaard te laag of te hoog zing is het voor mij de eenvoudigste zaak dat het orkest even oplet en zich er aan aanpast. Collega’s zeggen dat ik daarom een vakman ben. Daar geef ik ze wel gelijk in. Ik ben ook van het zingen gaan houden en ik vind mezelf een vakman met een grote v”.

   De redacteur van het blad poneerde: “Een beetje eigenwaarde ontsiert de mens niet. Ook Goverde niet, die zichzelf omschrijft als ‘het type dat gewoon recht op zijn doel afgaat’”. En hij citeerde uit zijn mond: “Ik loop wel eens iemand omver en dan loopt het meestal verkeerd af. Ik ben een keihard werker, soms wel te hard”.

 

Katholiek en klassiek

 

In het Veronicablad vond je meer achtergrond. Zo ook over zijn geloof. Hij was streng katholiek opgevoed. Goverde: “Ik ben katholiek gebleven. Ik heb er, met al die progressieve toestanden omheen, diep over nagedacht. Je kan dat geloof wel overboord gooien, maar ik vind godsdienst net zo belangrijk als bijvoorbeeld zingen. Niet dat ik een Gijsen-aanhanger ben – pil en getrouwde priesters zijn voor mij geen taboe – maar je kent dat wel, Brabants katholiek, wel wat anders dan boven de Moerdijk”.

 

Zijn klassieke opleiding had hij bij Anton Meerbach uit Roosendaal gekregen. “Dat klassieke repertoire heeft alleen gediend om Goverdes stembanden te ontwikkelen. Toch is Goverde geen groot zangwonder geworden. Dat heeft hij vooral in de eerste jaren best gemerkt. Er kwam wel wat geld binnen voor het zingen op allerlei avondjes. Maar de broodnodige link met Hilversum kwam er maar niet. “Tot 1969 ben ik aan het modderen geweest om er een beetje in te komen”.

   Goverde ‘modderde’ een tijdje met Addie Kleijngeld (1922-1977) die onder meer verantwoordelijk was voor de carrière van Gert Timmerman (‘Ik heb eerbied voor jouw grijze haren’) en de Britse Scorpions (‘Hello Josephine’). In die tijd ging hij als ‘Disco Johnny’ door het leven – zonder noemenswaardig succes.

   De grote verandering ‘kwam pas in 1969’, meldde de popjournalist van Veronica. Dat was het jaar dat Goverde in Bussum bij Iramac en Willem Duys binnenstapte.

 

Bij JR en Polydor

 

Zoals eerder aangegeven stapte ik [HK] in 1969 over van Iramac naar Polydor. Peter Nieuwerf was daar toen als A&R-manager verantwoordelijk voor het Nederlandse repertoire. Het bedrijf had een contract gemaakt met een nieuw productiebedrijfje, JR, gevestigd in het Brabantse Roosendaal.

   Op de een of andere manier – mij niet bekend – wist JR, eigendom van Jack de Nijs en Henk Voorheijen – vrijwel constant nieuwe artiesten en groepen in de top 40 te krijgen. Met Leo den Hop en zijn single ‘Antoinette’ was het meteen raak.

 

Het was niet eenvoudig om nieuw talent hits te bezorgen – toen niet en nu ook niet. Maar bij JR ging het nogal soepel. Een beetje airplay was al voldoende. Zo verschenen Clover Leaf, Crown’s Clan, Moan, Road, Wil de Bras en anderen in de Nederlandse hitlijsten – soms met slechts één single. Continuïteit zat er niet altijd in. De ene groep was nog niet geklasseerd of de volgende kwam er al weer aan.

   Het ging zo goed, dat JR behoefte had aan meer artiesten, groepen en solisten. Zonder al te veel ruchtbaarheid maakten ze hun platen. JR wist ze wel in de hitlijsten te krijgen, meestal zonder enig optreden op televisie, meen ik me uit die tijd te herinneren. Het ging van een leien dakje. De meeste artiesten hadden zelf geen enkel contact met mij en andere Polydor-medewerkers.

 

4 Jack de NijsJack de Nijs

 

Als Jack en Henk een nieuwe productie gemaakt hadden presenteerden ze die in een vergaderzaal aan Peter Nieuwerf. Als verantwoordelijke promotieman werd ik vaak uitgenodigd om mee te luisteren. Dan ook raakten we in gesprek over de muziekbusiness. JR was altijd op zoek naar nieuw talent, kreeg ik te horen.

   Bij zo’n gelegenheid vertelde ik over artiesten die ik in de laatste maanden van Iramac zelf nog had meegemaakt, zoals Cock van der Palm en Johnny Goverde.

 

Bij een volgende afluistersessie kreeg ik een demoband te horen. Tijdens een echte opname was nog wat tijd over gebleven, werd me verteld. Ze hadden Goverde uitgenodigd om een liedje in te zingen. Het was een song uit 1930, ‘De fles’, gecomponeerd door ene Jan de Koning met een tekst van Henk Paauwe (1892-1942), die zich verschool onder het pseudoniem Enrico Paoli. Onder dat pseudoniem schreef Paauwe tevens de tekst van ‘Hallo Bandoeng’ (Willy Derby, 1929).

 

‘De fles’ – de demo

 

Van dat alles wist ik niets, behalve dat ik de demo, zoals die was, zag zitten als een mogelijke hitsingle.

   Jack en Henk deelden mijn enthousiasme. Ze legden me evenwel uit dat de opname slechts een probeerseltje was, dat ze in een mum van tijd spontaan hadden vastgelegd. Licht stotterend gaf Jack aan wat voor arrangement hij in zijn hoofd had – met een aantal trompetten, weet ik nog.

   Ik hield voet bij stuk. Volgens mij moesten we ‘De fles’ uitbrengen zonder er nog iets aan toe te voegen.

   Henk en Jack zetten mij voor het blok. “We willen je wel je zin geven, maar dan moet jij ervoor zorgen dat het een hit wordt” – met dat soort woorden werd ik in zekere zin klem gezet.

   Hoe dan ook, ik liet me over de streep trekken.

 

‘De fles’ – de hit

 

5 Hoesje van de single

Evenals Tom Poes bedacht ik een list. Op het piepkleine Piet Heinplein (waar Polydor kantoor hield) was een slijter. Daar kocht ik wat kleine flesjes alcoholica. Met de hand veranderde ik het etiket, plakte er de naam van de artiest op – Johnny Goverde was inmiddels omgedoopt in ‘Jan Boezeroen’ – en toog ermee naar Hilversum.

   Als je de deejays een grote fles jenever of zo aanbood, zou dat omkoperij zijn, bedacht ik. Maar zo’n klein proefflesje, dat was een grapje.

 

Zo ging het ook. ‘Iedereen’ vond het een leuk idee. De single van Jan Boezeroen werd opgepakt en op de radio gedraaid. Ik meen me nog te herinneren dat ik me op het strand bevond. Ik zag het zendschip liggen en hoorde de single die ik kort daarvoor naar de studio in Hilversum gebracht had. Als promotieman gaf me dat een goed gevoel.

   Het resultaat bevestigde mijn ‘gevoel’, mijn intuïtie. De verkoop kwam onmiddellijk op gang. Het debuut van Jan Boezeroen was uitermate succesvol. ‘We’ verkochten vele tienduizenden plaatjes, net niet genoeg voor een gouden plaat.

 

Geen continuïteit (bij Polydor)

 

We zouden van Jan Boezeroen, Johnny Goverde dus, bij Polydor nog veel te verwachten hebben, was mijn inschatting. Maar zo ging het niet. Toen ik kort daarna op een maandagmorgen het kantoor van Polydor op het Piet Heinplein binnen liep, hoorde ik dat directeur Rob Oeges en het JR-tweetal gedurende het weekend bij elkaar geweest waren en het bestaande contract met onmiddellijke ingang beëindigd hadden. Een verklaring werd niet gegeven, ook later niet.

   JR stapte met alle artiesten over naar Bovema. De volgende singles van Jan Boezeroen werden hits bij de concurrent. Ex-Iramac artiest Cock van der Palm, die ik eveneens bij JR aanbevolen had, maakte bij Bovema een hit met ‘Mira’.

   Goverde heb ik nooit meer gesproken. Zijn belangen waren elders. Zijn singles ‘Ze zeggen’ en ‘Oei Oei’ deden het prima.

 

6 Jan Boezeroen in 1970Jan Boezeroen in 1970

 

Verhuisd naar het Gooi

 

‘De fles’ groeide uit tot een klassieke Nederlandse meezinger. Aan een redacteur van het Veronicablad vertelde de artiest in 1972: “Ik heb er in het begin niet zo bij stil gestaan, maar later ben ik er pas echt goed op gaan letten dat het liedje over de fles veel meer losmaakt bij de mensen dan je verwacht. En vooral bij de echte drinkers.

   Als ik het gezongen heb komen ze naar de bühne, pakken me vast en zeggen: ‘Je hebt het heel goed bedoeld, je zingt precies wat wij voelen’. En dan zing ik voor de zoveelste keer: ‘Mocht ik aan de drank bezwijken, mocht ik naar de donder gaan, laat dan op mijn grafsteen prijken: hij kon niet meer op zijn benen staan’.

    De ellende is dat ze me daarna vragen om een borreltje mee te drinken. Het gebeurt vaak dat er zo maar vijftien pilsjes voor me klaar staan. Om ze allemaal leeg te drinken moet je toevallig wel net je dag hebben. Maar als je ze laat staan, kijken de heren je aan alsof je ze zwaar hebt beledigd. Gek hè, Jan Boezeroen heeft de image van een grote zuiper. Dat werk je natuurlijk in de hand als je zulke liedjes zingt en er foto’s van je worden gemaakt met een fles jenever in je hand. Maar de man achter Boezeroen is helemaal geen groot drinker”.

 

Goverde had het Brabantse land inmiddels verlaten om dichter bij het hartje van de showbusiness te geraken. “Ik stik van het werk. Ik ben nachten niet naar bed geweest”, was het resultaat. “Ik ben een keihard werker, soms wel te hard. Vijf weken geleden ben ik verhuisd van Brabant naar Nijkerk. Zit ik dichter bij de Hilversumse studio’s. Het is vooral voor mijn vrouw een hele verandering. Toos zit van die vijf weken, op twee dagen na, toen had ik even vrij – af alleen thuis. Niet zo leuk, maar werken betekent geld en dat hebben we toevallig graag”.

    Goverde trad bovendien op bij de oosterburen. Dat deed hij onder de naam Jan Schlucker. In Hamburg had hij met het orkest van James Last opgetreden. Na afloop dronken ze samen een pilsje, meldde de Brabander.

 

Op zoek naar een evergreen

 

Goverde had meer activiteiten. Ook als tekstdichter werkte hij samen met Jack de Nijs (Jack Jersey). Zo was hij betrokken bij ‘Met Iwan op de Divan’ (Ria Valk), ‘Zuster o zuster (Jakie Schram) en ‘Het is voorbij’ (Mounties, Piet Bambergen en René van Vooren). Met Cock van de Palm maakte hij platen als de Piraten (‘Heimwee naar Marokko’).

 

7 Heimwee naar Marokko

 

Goverde had het naar zijn zin. “Ik vind roem iets zaligs. Je hebt van die artiesten die dat publiek maar iets verachtelijks vinden. Ik vind het leuk om op straat herkend te worden, omdat ze je op tv hebben gezien. Ik geloof wel dat iedere artiest dat fijn vindt, maar mij mogen ze er rustig op straat voor aanhouden. Al staan er honderdduizend om een handtekening van Jan Boezeroen, ze krijgen hem allemaal.

    Ik hoop dat er eens een tijd komt, dat ik op de televisie kan brengen wat ik wil. Dan kunnen de mensen ook de andere kant eens zien. In een eigen show zou ik dat mooi kunnen belichten. Ik ben ook aan het zoeken naar een lied dat nooit meer vergeten wordt. Een evergreen is mijn grootste wens”.

    In 1972 besefte Johnny Goverde nog niet dat ‘De fles’ zijn evergreen was.

 

Een kwart eeuw na de eerste single van Jan Boezeroen kwam ‘De fles’ opnieuw in de belangstelling. Bij mijn weten begon het met Bob Fosko en zijn Raggende Manne in 1991. Ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag, in 1996, maakte Herman Brood er een uniek duet van met André Hazes. De vertolking van Brood in Paradiso is ook op YouTube te zien met als afkondiging dat het ‘van een zekere Jan Boezeroen’ was. Als je op YouTube op zoek gaat naar ‘De fles’ vind je talloze versies, behalve die van Enrico Paoli uit 1930.

 

8 Herman Brood en André HazesAndré Hazes en Herman Brood

 

Jubileum in 2017

 

In 2017 werd het 60-jarig artiestenjubileum van Johnny Goverde gevierd. Bij die gelegenheid liet de artiest zich op tv ontvallen: “Ik ben bekend geworden omdat Willem Duys (‘een van de grootste jongens van de televisie vroeger – toen waren er nog maar twee zenders’) mij uitnodigde nadat hij een band gehoord had. Hij had mijn vrouw gebeld – je moet tegen je man zeggen dat hij mij even belt”.

    “Ik heb je uitgenodigd. Bij jou druipt het bier van je strot af, als jij zingt”, had hij naar eigen zeggen te horen gekregen.

    “Ik zeg wat een mooi verhaal is dat.

    Hij zegt, ik bied jou een contract aan. Toen bood hij mij het eerste artiestencontract aan, terwijl ik het niet nam. Ik zeg, Willem, jouw maatschappij is een klassieke maatschappij. Ik ben een gewone volkse jongen. Ik maak volkse muziek. Ik schrijf volkse liedjes. Ik kan gewone liedjes schrijven, met gewone teksten. Daar ben ik dan ook sterk in. Dan wil ik ook een goede producer hebben.

    Duys zei: ‘Dat neem ik je helemaal niet kwalijk, je hebt nog gelijk ook. Je gaat lekker je weg zoals je zelf wilt. Maar je eerste plaat kom je bij mij zingen’.

    Dat heb ik ook gedaan, 31 mei 1968 [1969 HK] stond ik bij hem in de Vuist. Toen werd ik bekend. Daar begon het.

    Mijn allergrootste hit, denk ik, was ‘Ze zeggen’ – de single met de meeste verkoop. Daar heb ik namelijk een Conamus-onderscheiding voor gekregen. En die krijg je niet voor niks. Conamus is een groep met mensen die in de gaten houden wie wat presteert. Toen bleek dat dat lied van mij het meest populaire Nederlandstalige lied was van dat jaar [1971]. Dat vond ik wel mooi. Daardoor durf ik te zeggen dat ‘Ze zeggen’ de meest verkochte single is geweest.

    Maar als ze zeggen Jan Boezeroen: ‘De fles’. Dat is wel bekender”.

 

Over zijn verleden vertelde hij: “Ik stond al heel vroeg in de Heintje-show, toen Heintje nog Heintje was. Toen was Heintje Onze Lieve Heer. Die was zo ongelooflijk bekend. Zo groot en beroemd. Ik mocht in zijn show staan. Dat was een hoogtepunt’.

    Heintje was een ontdekking van Addy Kleingeld.

 

Over het jubileum vertelde Goverde: “Dat feest heeft mijn zoon in mekaar gezet – stiekem, met medeweten van de familie. Mijn vrouw mocht ook niks zeggen. Toen ik erbij geroepen werd, zat de zaak vast – voor een groot gedeelte in kannen en kruiken”. Hij kreeg te horen: “Je krijgt de dag van je leven pa”. Django Wagner, de Deurzakkers en vele anderen zouden er opgetreden hebben.

    Enigszins tot mijn verbazing werd ook ik door Frans Goverde uitgenodigd om die dag naar Wychen te komen. Wegens andere activiteiten lukte het me niet daar op in te gaan.

 

9 Boezeroen kijkt terugJan Boezeroen blikt terug

 

‘‘De fles’ – zolang ik nog kan bewegen’

 

Goverde ging door tot op hoge leeftijd. Vooral ‘De fles’ bleef hij altijd zingen. “Daar kom je niet onderuit. Dat wil ik ook niet. Ik blijf het doen zolang ik nog kan bewegen”, verklaarde hij. Op 15 december 2025 overleed Johnny Goverde, alias Jan Boezeroen, na een kort ziekbed in zijn woonplaats Venray. “Tot vlak voor zijn dood trad Jan Boezeroen op in verzorgingshuizen en bij lokale braderieën”, meldde het AD vorige week.

 

Harry Knipschild

23 december 2025

 

Clips

* Jan Boezeroen, De fles

* Bob Fosko, De fles

* André Hazes en Herman Brood, De fles 

* Jan Boezeroen blikt terug op De fles 

* Johnny Goverde mt dochter Karin, De fles 

* Jubileum Johnny Goverde in 2017

 

Literatuur

‘Jan Boezeroen slaat weer toe’, De Stem, 19 juli 1972

‘Jan Boezeroen – met de fles grootgebracht in het Nederlandstalige muziekgebied’, Veronicablad, 7 oktober 1972

Bert Salden, ‘Jan Boezeroen staat garant voor gezelligheid’, Telstar, juli 2008

Pierre Gouweloos, ‘John Goverde, alias Jan Boezeroen; de man achter twee platenspeciaalzaken, Dureco, 12 maart 2013

‘Zanger Jan Boezeroen (92), bekend van ‘De Fles’, overleden, AD, 16 december 2025

 

  • Raadplegingen: 448