Terug naar hoofdinhoud

71 - Naar Praag in 1994

 

Al vaker heb ik op deze website gemeld dat Greetje en ik heel wat samen gereisd hebben, vanaf het moment dat we elkaar begin 1992 leerden kennen. Zo brachten we twee keer een bezoek aan Praag, de hoofdstad van het nieuwe Tsjechië. De eerste keer deden we dat in het najaar van 1994.

  Een volle bus van De Jong Intra zou ons er – temidden van een groot gezelschap – op 17 oktober heen brengen. Die zelfde dag al zouden we er arriveren. Omdat die bus al om zes uur vertrok vanaf het centraal station van Den Haag, moesten we vroeg opstaan. Onze auto konden we enkele dagen kwijt in de (betaalbare) parkeergarage naast het station. Gelukkig waren we op tijd vanuit Oegstgeest vertrokken, want de weg bleek op het laatst geblokkeerd te zijn. Dat betekende onverwacht een stuk omrijden. Hijgend stapten we de bus in – op weg naar Utrecht.

 

Wisseling van chauffeurs om de regels te omzeilen

 

In Eindhoven was de volgende opstapplaats voor de grote ruk over de Duitse Autobahn. Er komen was niet zo eenvoudig. Achter de brug bij Zaltbommel waren drie truck-rijders een spelletje met elkaar aan het spelen en blokkeerden de weg volledig. De Jong was nog niet voorzien van telefoon in de bus. Om die reden moest onze chauffeur via een autotelefoon in de file contact zoeken met de wachtenden bij het station daar. Het duurde nog meer dan een uur voordat we die groep aan boord hadden.

  De tocht ging verder tot aan Siegen (ten oosten van Bonn). Intussen was duidelijk hoe het busbedrijf omging met de regels. De chauffeur die ons vanaf Den Haag vervoerd had, mocht vanwege die regels (gecontroleerd door een tachograaf) niet meer verder met ons. In Siegen stond een nieuwe chauffeur voor ons klaar. Die was helemaal vanuit Raalte (266 kilometer) aan komen rijden en ging daarna in onze bus achter het stuur zitten – helemaal tot aan Praag. Zo werden de overheidsregels omzeild – toegepast.

 

1 De Jong Intra

 

Tijdens de rit lieten we chauffeur Henk weten dat we belangstelling hadden om vanuit Praag een uitstapje naar Theresienstadt (nu: Terezin) te maken. Ons voorstel kreeg bijval van andere passagiers, bleek toen Henk het tijdens de rit kenbaar maakte. Zijn oorspronkelijke plan om ons naar een andere stad te brengen (Budweiser, met een monument ter herdenking aan het einde van de Tweede Wereldoorlog) viel zodoende in duigen.

  Greetje en ik hadden boeken meegenomen om onderweg te lezen: The Dragon Empress van Marina Warner en A walk up 5th Avenue (Bernard Levin). Die kwamen van pas terwijl de bus over de Autobahn doordenderde.

 

Onderweg werden we door Henk op de hoogte gehouden, zoals over de snelheidscontroles, over een tram zonder bestuurder op het vliegtuig van Frankfurt en over een groot kasteel in Würzburg. In Weibersbrunn hielden we een sanitaire stop. In het donker arriveerden we aan de Tsjechische grens. Achter die grens (in het stadje Cheb) was een kilometerslange stoet Tsjechische trucks opgesteld op hun tocht naar de verovering van het sinds kort bereikbare Westen. Een opvallende hoeveelheid beschadigde auto’s werd in oostelijke richting versleept. In Cheb zelf, hoorden we, werd de betaalde liefde flink geëxploiteerd.

 

Na Karlovy Vara (Karslbad) en Krupa kwamen we nog net voor middernacht aan in Praag. Vanuit de bus zagen we de Moldau en het Wenceslasplein. Aan de rand van de stad – in Praag 4 – hielden we halt bij Hotel Quality, een flatgebouw dat voor touristen – wij dus – tot een hotel was omgebouwd. Vóór het naar bed gaan kregen we nog een warme maaltijd (met knödel) opgediend.

 

Eerste dag in Praag

 

Jaja, onze gids in de komende dagen, had in een vorig leven bij het Tsjechoslowaakse Verkeersbureau gewerkt en sprak behoorlijk Nederlands. Met zijn grote bus reed Henk ons behendig door de drukke ‘gouden stad’. We werden geattendeerd op de voormalige woning van president Vaclav Havel (1936-2011). Ernaast werden de fundamenten gelegd voor een nieuwe vestiging van Nationale Nederlanden. We reden langs een groot stadion waar nog niet zo lang geleden communistische massaspektakels hadden plaatsgevonden.

  Op de berg in de wijk Hradcany werden we afgezet bij het voormalige paleis van Humprecht Czernin (1628-1682), ambassadeur van de Habsburgse koning Leopold in Venetië (1659). Het gebouw fungeerde inmiddels als ministerie van Buitenlandse Zaken.

  Van Jaja hoorden we dat de streek in de vijftiende eeuw in handen van de Habsburgers was gekomen. Die wilden laten zien dat ze het katholicisme hoog in het vaandel hadden. Vanuit Praag sloeg menigeen op de vlucht. Een van hen was Comenius (1592-1670), die belandde in Amsterdam en Naarden, waar hij begraven ligt – een bedevaartsoord voor Tsjechen.

  Jaja wees ons op de katholieke Loreto-kerk, die door Kilian Dientzenhofer (1689-1751) ontworpen was. Loreto was een katholiek bedevaartsoord in Italië. Ze vertelde ons bovendien over de aanwezigheid van Mozart in de stad. Hij arriveerde er, hoorden we, toen ‘Figaro’ er met veel succes werd opgevoerd en hij de opera ‘Don Giovanni’ componeerde tijdens zijn verblijf. De film ‘Amadeus’ (1984) was hier voor een belangrijk gedeelte opgenomen.

 

2 Mozart Praag

‘Werken’

 

Het was ‘werken’. In de kou holden we van de ene plek naar de andere – naar het oude raadhuis waar je je el kon afpassen; de St. Joriskerk (met draak), het oorlogsmuseum dat in de zestiende eeuw gebouwd werd als het Schwarzerbergpaleis met z’n trompe l’oeil pleisterwerk; naar de grote Vitus kathedraal met de graven van Karel IV en Rudolf II; langs de set waar een nieuwe gangster-film werd gedraaid, om nog vóór het wisselen van de wacht even iets warms naar binnen te krijgen. In deze stad deden ze dat met een glaasje Becherovka, een kloosterlikeur uit Karlovy Vary.

 

Wisselen van de wacht

 

Het wisselen van de wacht dus. Om 12 uur precies stonden we temidden van een grote mensenmenigte op het plein van het presidentieel paleis. De vensters van de eerste verdieping gingen open, een trommelaar begon en op de vensterbanken stonden Tsjechische trompetters te blazen. De muziek voor deze gelegenheid was nieuw-gecomponeerd en klonk absoluut niet militair.

De wisseling van de wacht had anno 1994 iets naïefs, als het spel van tinnen soldaatjes. Ook na afloop werd er zogenaamd strak gemarcheerd door groepjes soldaten, maar bij het zien van bekenden werd de discipline meteen losgelaten en zwaaiden de militairen in hun kleurige kostuums enthousiast naar oom en/of tante. Waar waren de ouwe getrouwen die dreigend achter de rode vaandels liepen, gebleven?

 

Achter Jaja aan

 

Het was zaak om onze gids, Jaja, niet uit het oog te verliezen. Als dat toch het geval was, konden we gebruik maken van een plattegrond van de stad en een folder met het adres van het hotel: Libuska 320. Je kon er met metro en bus heen, heel ingewikkeld.

  Om dat te te voorkomen liepen we met stevig tred verder achter Jaja, die steeds met een rode paraplu zwaaide. In een ‘gouden straatje’ werden we vertrouwd gemaakt met keizer Rudolf II (1552-1612), de vorst die de hoofdzetel van het Habsburgse rijk in 1576 verplaatste naar Praag. In het straatje woonden in die tijd goudsmeden en mischien wel ‘alchemisten’. Op een bordje kon je lezen dat de joodse schrijver Franz Kafka (1993-1924), van Het proces en Amerika, er gewoond had aan het eind van zijn korte leven. Zijn reisboek over de VS had me altijd gefrappeerd omdat hij er zelf nooit geweest was.

 

Langs een grote hoeveelheid stalletjes, waar toeristische waren als ansichtkaarten, vingerhoedjes, boekjes, (dik) kristal en ansichtkaarten te koop werden aangeboden, liepen we naar de Moldau, naar de Karelsbrug (met de beelden van beroemdheden) en nog meer stalletjes. Door de oude stad wandelden we naar het oude stadsplein.

  Na het uitgebreide ontbijt en koffie met gebak, werden we verondersteld toe te zijn aan een drie gangen-menu. Een zigeunerorkest moest ons in de juiste stemming brengen. Naast de rekening moesten we ook nog eens een bijdrage aan het bedienend personeel betalen. Bij het ontvangen van de rekening bleek tevens dat er meer op vermeld was, dan we gebruikt hadden. Ondanks dat hielden we de stemming er goed in. We waren immers een paar dagen op vakantie.

 

3 Rudolf IIRudolf II

 

In het oude centrum

 

Na het diner bevonden we ons al snel bij het standbeeld van Johannes Hus (1370-1415). Een eeuw vóór het optreden van Maarten Luther (1517) had Hus zich al verzet tegen de misstanden in de Roomse Kerk en de beperking van het Tsjechische vrijheidsideaal. Met een vrijgeleide van keizer Sigismund, werd Hus uitgenodigd om zich op het concilie van Constanz (1414) te verdedigen tegen de aanklachten van hogerhand. Desondanks kwam hij in een middeleeuwse kerker terecht. Niet lang daarna, schreef ik in 1994, mocht hij de bovenkant van een brandende brandstapel nauwkeurig inspecteren, hetgeen hij niet overleefde. Johannes Hus werd anno 1994 als een Tsjechische heilige gezien.

 

Op hetzelfde plein bevond zich ook de van folders bekende toren met diverse uurwerken. De datum, vernamen we, kon je terugvinden door de bijpassende heilige te herkennen. Ook zagen we een ‘space’-klok, een astronomische klok. De bedenkers gingen er in die tijd (begin van de vijftiende eeuw) nog van uit dat de zon om de aarde draaide. Het was de Pool Copernicus (1473-1543) die tot andere gedachten kwam en dat inzicht doorgaf aan de Italiaan Galileo Galilei (1564-1642). De astronomische klok werd veel later verfraaid door een klokkenspel, elk uur, waarbij een stoet van apostelen in beweging kwam.

 

4 klokastronomische klok

 

Op die gedenkwaardige dag maakten we bovendien kennis met de Tsjechische componist Smetana. Tegen betaling van vijftien gulden per persoon mochten we langs de jaarbeurs in de kou naar een tochtige tribune lopen in de buitenlucht. Een computer werd opgestart. In het Tsjechisch werden we op de hoogte gebracht van hetgeen ons te wachten stond. Natuurlijk ‘De Moldau’ van Smetana. Allerlei fonteintjes (Krizikova) deinden mee op de muziek. Van onze chauffeur, die de kaartjes geïnd had, hoorden we dat veel mensen hier in de zomer rondwandelden en de voorstelling diverse keren bezochten. Op deze koude avond was daar geen sprake van. We waren blij om in het hotel terug te zijn.

 

Woensdag 19 oktober 1994 – eerst Konopiste

 

Op vakantie moet je vaak vroeg opstaan, wil je iets te zien krijgen. Nu dus ook. De bus bracht ons naar Konopiste, het jachtslot van Franz Ferdinand (1863-1914), die na de geslaagde zelfmoordpoging van prins Rudolph op slot Mayerling (1889) de beoogde opvolger werd van keizer Franz Joseph en keizerin Elisabeth (‘Sissy’).

  Het pakte anders uit. Franz Ferdinand werd in Sarajevo vermoord in de zomer van 1914. Het vervolg had ook toeristische consequenties. In Konopiste waren nauwelijks bezoekers. Na de val van het communisme in Oost-Europa werd Praag overspoeld door toeristen. Maar het platteland – met Konopiste – moest nog ontdekt worden. Er waren wel wat kraampjes met handelswaar en Greetje ‘viel’ voor nieuw-gehaakte kleedjes (bestemd voor onze onderborden).

  De wanden van Konopiste, het jachtslot, hingen vol met met de restanten van neergeschoten dieren. Keurig was bijgehouden waar en wanneer het ‘verlossende’ schot had plaatsgevonden. Op datum en plaatsnaam waren 300.000 trofeeën gerubriceerd.

  Een andere collectie was die van voorwerpen waarop St. Joris met de draak afgebeeld was. Verder veel wapens en herinneringen aan het Habsburgse huis. In een kamer werden we op de hoogte gebracht van een belangrijke geheimzinnige bijeenkomst vlak voor zijn fatale tocht naar Sarajevo. Daar zou het nodige bekonkeld zijn.

 

Joods Praag

 

De middag stond in het teken van het joodse volk en de rampen die het telkens weer had moeten ondergaan. Jaja verzorgde een excursie naar het joodse centrum van Praag. We bewonderden allerlei bouwwerken waaronder de Alt-Neu synagoge uit 1270. Onze belangstelling ging evenwel vooral uit naar het kerkhof met graven die terug gingen tot het begin van de vijftiende eeuw.

  Een van de pesterijen waar de Praagse joden mee te maken kregen was een beperking van de oppervlakte, niet alleen van hun ‘getto’, maar ook van de plek waar ze hun overledenen ter aarde konden stellen. Als het niet naast elkaar kon, dan maar verticaal, tot die conclusie zouden ze gekomen zijn. Op het kerkhof waren zerken soms twaalf lagen dik op elkaar gestapeld lagen. In totaal lagen op een klein veldje tweehonderdduizend joden begraven met twaalfduizend grafstenen. Een soort Trump Tower, maar dan anders, schreef ik in 1994.

  Op de bovenste graven lagen steentjes, soms met papiertjes eronder – met allerlei boodschappen. Zo lang die bleven liggen, bleef de goede bedoeling van kracht.

  Een beroemde jood, met deze plek verbonden, heette (opperrabijn) Löw. Hij had, vernamen we, rechtstreekse contacten met keizer Rudolf II en bankier Mordecai Maisel (1528-1601), die de oorlog tegen de Turken financierde.

 

5 joodse begraafplaatsjoodse begraafplaats

 

Rondom het oude kerkhof bevonden zich allerlei synagoges. In één ervan was een schilder bezig de namen van alle joodse nazi-slachtoffers een voor een op de wanden te tekenen. Dat was al eens eerder gebeurd, maar de communisten, die hier tot vijf jaar eerder (1989) de baas speelden, hadden er een verfje overheen gedaan.

  In een ander gebouw was een permanente tentoonstelling gewijd aan de tekeningen die joodse kinderen onder leiding van een getalenteerde juf in Theresienstadt gemaakt hadden. Sommige zagen er heel gewoon uit. Maar bijna overal was het baraknummer op de tekening vermeld. Andere hadden iets aparts omdat ze een hunkering naar de vrije natuur uitdrukten en een kinderblik weergaven van de kampbarakken, waarin geslapen moest worden, of een tekening met een indrukwekkend beeld van het leven in de stad, noteerde ik in het oorspronkelijke reisverslag.

  De tekeningen spraken nog meer tot de verbeelding omdat vermeld was wie het ‘gehaald’ had en wie op welke dag in Ausschwitz terecht gekomen was.

  Er was nog een andere expositie over Terezin (Theresienstadt), van attributen, kunstzinnige decors en tekeningen van toneelvoorstellingen, zoals die in het kamp gegeven waren.

  In het hele gebouw vonden we tekeningen van de ons onbekende Bedrich Fritta (1906-1944), die indrukwekkend weergaven hoe het in Theresienstadt geweest was. Evenals de eerder genoemde kinderjuf had ook hij het niet ‘gehaald’.

 

Fred van Emden (1909-1993), de toenmalige baas van Greetje, had ook in Thersienstadt opgesloten gezeten. Hij had het overleefd en was mede daardoor altijd trouw aan het Rode Kruis gebleven. Jarenlang functioneerde hij als directeur-generaal van het Rode Kruis in Nederland.

 

Vrije wandeling

 

Er was nog gelegenheid voor een ‘vrije’ wandeling door de stad. We liepen onder meer langs huizen met Jugendstil-versieringen, langs een bank met vergrote bankbiljetten van Mucha in de etalage, langs de kruittoren. In een warenhuis zaten we op aftandse stoelen aan de warme chocola.

  Op het Wenceslas-plein (met het ruiterstandbeeld van de heilige) zochten we met succes naar herinneringen aan de student Jan Palach, die zich in 1969 voor het Wenceslas-beeld verbrand had uit protest tegen de communistische censuur. Bij zijn begrafenis was een half miljoen mensen op de been geweest.

  We liepen rond bij het Nationaal Museum, tartten ons leven door in volle vaart langs razende auto’s (Skoda’s) te rennen en vonden een klein bordje met een oude foto, die naar alle slachtoffers van het communisme verwees. Aan de Moldau, de Vltava, had Jan Palach intussen zijn eigen plein – vroeger het plein van het rode leger.

 

6 WenceslaspleinWenceslasplein

 

Folklore in Praag

 

De avond was uitgetrokken voor een folklore-show. Na onze ervaringen een dag eerder hadden we niet de hoogste verwachtingen. We passeerden het hotel waar de Amerikaanse president Bill Clinton (r. 1993-2001) gelogeerd had. Ook zagen we een oud Jugendstil-station, dat had gefunctioneerd als het Tsjechoslowaakse parlementsgebouw. Als president was Havel erin geslaagd het westerse Radio Free Europe vanuit München voor het gebouw aan te trekken. De huurprijs bedroeg niet meer dan één dollar.

 

Deze tweede avond in Praag viel gelukkig mee. We kwamen terecht op de boulevard die vernoemd was naar Edvard Benes, de laatste Tsjechoslowaakse president vóór de inval van de nazi’s in 1938, die zich door Adolf Hitler moest laten vernederen met ‘behulp’ van de Brit Neville Chamberlain (‘it is peace for our time’, 30 september 1938) en de Fransman Daladier.

  In een Jugendstil-theater uit het begin van de eeuw was een uitstekend orkest met veel jeugdige dansers. Muziek werd uitgevoerd van Dvorak, Smetana, Janacek, Martinu, Slavische dansen, met Walachijse landelijke taferelen, ochtendschemering, winterzonnestilstand, lentefeesten en tot slot de kupadla, het feest van de zomerzonstilstand.

  Onze chauffeur werd die avond gepakt met een parkeerboete. Die wist hij onderhands af te kopen in onderhandelingen met de Praagse politie, kwam hij stoer vertellen.

 

Naar een middeleeuws kasteel

 

Het toerisme was anno 1994 nog niet vol ontwikkeld. Na weer een vroeg ontbijt bracht de bus ons naar het middeleeuwse kasteel Krivoklat, waar we de enige geïnteresseerden bleken te zijn. Binnen werden we langs martelwerktuigen geleid. Ook de kunst kwam aan bod. Uit de kerken in de omgeving waren allerlei devote beelden en schilderijen gehaald. Daar was toch meer dan genoeg van, werd ons uitgelegd.

  Ook was er een historische bibliotheek. Een toren had dienst gedaan als gevangenis. Je werd van boven naar beneden gelaten zonder dat je er ooit nog uit kwam.

 

Prijzen

 

In hotel Sykora ter plaatse kregen we de kans om alle indrukken te verwerken met drank en spijzen. Hier, een eind van de hoofdstad, waren de prijzen nog ‘uit grootmoeders tijd’. Elders in het nieuwe land, met name in Praag, waren de prijzen helemaal niet meer laag sinds het land uit de Sovjet-overheersing was losgemaakt.

  Onze chauffeur had ons tijdens de reis aangeraden om niet te veel geld te wisselen. Met honderd gulden in de week kon je de week wel rondkomen. Dat bleek niet eens genoeg te zijn om de eerste dag door te komen.  We konden ons niet onttrekken aan het idee dat er een en ander aan de strijkstok bleef hangen. Zo betaalden we aan de reisleider zonder bewijs. De prijzen pakten hoger uit dan aangekondigd. Soms moesten we betalen voor trips die op het officiële programma stonden. Dat deed echter niets af aan alles wat we in korte tijd te zien kregen. We maakten veel mee en genoten van de onvergetelijke indrukken.

 

Terug in Praag werden we voor een vrije middag op de burcht afgezet. Deze keer was het heel rustig. Zouden de grote groepen hier in de ochtend komen, vroegen we ons af. We konden nu wat rustiger rondkijken in de winkeltjes, de kathedraal en andere plekken. Maar als je verder wilde moest je een passe-partout kopen bij mensen die er, vonden we, onaantrekkelijk uitzagen. Het leken de laatste boze restanten van het verdreven communisme. Hun laatste macht konden ze tonen door het onvriendelijk behandelen van toeristen, noteerde ik in 1994.

 

Alfons Mucha

 

Wij hadden besloten om een bezoek te brengen aan de Alfons Mucha-tentoonstelling in de keizerlijke stallen op de burcht.

  Naar aanleiding daarvan schreef ik: “Mucha is een van die symbolen van het land. Hij staat op één lijn met Smetana en Dvorak voor muziek, Dubcek en Masaryk voor politiek, Karel IV en Rudolf II voor geschiedenis, Karel Gott als die goldene Stimme aus Prag en Johannes Hus als de vrijvechter voor godsdienst en wetenschap.

  Mucha staat voor de Jugendstil. Hij heeft de allereerste bankbiljetten ontworpen, een raam in de kathedraal, maar als ik de expositie goed begrepen heb is het allemaal begonnen als reklame-ontwerper voor de LU-koekjes, champagne en likeur en vooral de posters voor de voorstellingen van actrice Sarah Bernardt.

  Mucha had intensieve kontakten met Gaugain, Toulouse-Lautrec en beeldhouwer Rodin. Door zijn succes werd hij uitgenodigd in de Verenigde Staten, tekende daar indianen in zijn eigen herkenbare stijl. De belangstelling voor zijn eigen land uitte zich echter steeds meer in landelijke, romantische maar ook politieke taferelen over zijn geboorteland. In 1939 werd hij opgepakt door de Gestapo”.

  Zoals gebruikelijk schafte Greetje de catalogus van de expositie aan.

 

7 MuchaMucha

 

Geschiedenis van 1989

 

Praag had een interessante rol gespeeld bij de periode van de ‘val van de Muur’. Tijdens de wandeling door de stad kwamen we in de buurt van de West-Duitse ambassade. In 1989 zaten hier grote aantallen Oost-Duitsers te wachten op hun reis naar het westen. Ze waren in Polen op ‘vakantie’. Via Praag kregen ze een treinverbinding naar de democratie – het westen. De Deutsche Demokratische Republik (DDR) ging er door naar de bliksem. De Muur viel om.

 

Het was een ontspannen middag. Ongestoord konden we foto’s maken van gebouwen, gebrandschilderde ramen, uitzichten en Jogendstil-monumenten. We vergaten de tijd en moesten rennend en hijgend de bus zien te halen. Achteraf bleek dat we vergeefs gerend hadden. Er waren nog veel latere arriveerders.

 

In de Tyn-kerk

 

Wat doe je op je vrije avond in Praag?

  Er bleek volop levende muziek te zijn, met name in de vele kerken, die in het nieuwe kapitalistische systeem volop geëxploiteerd werden. In de Nicholaaskerk was een concert van de Prazsti Madrigalisté olv Pavel Baxa met muziek van Palestrina en Adam Michna, in de Klementium zrcadlova (spiegel) kapel muziek van Mozart en Vivaldi met Chamber Orchestra Virtuoisi Pragenses en violist Stanislav Srp – de opbrengst was bestemd voor de ‘redding’ van de nationale bibliotheek in Praag.

  Wij gingen naar de Tyn-kerk op het oude plein met het standbeeld van Jan Hus, de kerk van waaruit de begrafenis van Jan Palach had plaatsgevonden. Door een kleine ingang kwam je een groot gebouw binnen, vol met beelden en barokke versieringen. Die avond werd het requiem van Mozart uitgevoerd met de Praga Sinfonietta. De kerk was volledig ‘uitverkocht’. Desondanks ging de kaartverkoop gewoon door. Nieuwe bezoekers, zoals wij, kregen een stoel mee waar ze een plekje mee moesten zien te vinden.

 

Handel was handel in het nieuwe Praag. Omdat we achter een pilaar beland waren, maakte ik een wandeling door de kerk, zodat ik her en der op mijn gemak kennis kon nemen van kerk en spektakel. Tussen de kunstvoorwerpen zag ik overal steigers. Er werd blijkbaar gewerkt om de zaak overeind te houden of te verfraaien. Ouders zaten met slapende kinderen in dikke winterjassen te luisteren.

  Na afloop dronken we nog een glaasje Becherovka in de Kaverna Amadeus. Een mooie gelegenheid om ook de verlichte kerkklok nog eens aan het werk te zien. Tot onze verbazing constateerden we dat de apostelenstoet in het donker niet aan het werk ging. Geen toeristen, geen apostelen!

 

Theresienstadt

 

Op de laatste dag bezochten we Theresienstadt, de voormalige vestingstad, vernoemd naar keizerin Maria Theresia. Voor mij was er een duidelijke aanleiding. In de jaren tachtig was ik onder de indruk geraakt van de romans van Herman Wouk, zoals Winds of War, waarin deze het leven in het model-concentratiekamp beschreef. Vanaf dat moment bleef ik de publicaties over het kamp volgen. Dit was de eerste gelegenheid voor een bezoek.

 

Bij aankomst bleek dat we de echte stad niet zelf zouden binnengaan. We bezochten alleen de ‘kleine vesting’, de strafgevangenis sinds 1941. Een Tsjechische dame leidde ons rond. Jaja vertaalde haar lange verhaal in korte Nederlandse zinnen. We zagen de bekende kreet ‘Arbeit Macht Frei’ boven de poort en de barakken waar de gevangenen als haringen in een ton moesten ‘leven’, de gevangenis waar de moordenaar van Franz Ferdinand had moet zitten, de aangebouwde barakken voor de gevangenen uit het oosten aan het eind van de oorlog met oorspronkelijke ‘meubelen’, het uitkijkhok van de kampcommandant en het executieterrein.

 

Een bijzondere indruk maakten de wasbakken (zonder water-afvoer) die om kosmetische redenen waren aangelegd vanwege een inspectie door het Rode Kruis op 23 juni 1944. De nazi’s waren erin geslaagd om gedurende zes volle uren het beeld te schilderen van een gezellige, perfecte stad voor en door joden. Daarvoor moesten wel eerst 7.500 joden naar de gaskamer van Auschwitz-Birkenau gezonden worden om de stad wat ruimer voor de Rode Kruis-bezoekers te maken. Dat was zo’n succes dat de nazi’s besloten tot het maken van een propagandafilm. De joden, onder wie de Nederlandse tekenaar Jo Spier, werden gedwongen om in de film het beeld te geven van een joods toevluchtsoord met veel sport, theater, scholen en cultuur.

  De meeste acteurs werden na de verfiling eveneens naar Auschwitz gestuurd.

 

8 TheresienstadtTheresienstadt strafkamp

 

In een film, die ter plekke vertoond werd, zagen we fragmenten van lachende, gezonde tieners, die niet wisten dat ze aan de laatste dagen van hun leven begonnen waren.

  Met enige moeite kregen we onze chauffeur zo ver dat we met de bus een ritje door de echte stad maakten. Voor de oorlog woonden er een paar duizend mensen, tijdens de oorlog soms bijna 60.000 joden. Kort daarna, toen Terezin goed ontsmet was van tyfus en andere ziekten, kwamen de oorspronkelijk bewoners terug. Zij en hun nazaten woonden er anno 1994 nog steeds.

 

Afscheid van Praag

 

Het einde van de korte trip naar Praag kwam in zicht. Het nog niet gebruikte Tsjechische geld werd ingezet om nog wat boodschappen in een Pronto-winkel te doen: Becherovka, mosterd, Ludmilla-wijn in de brede flessen uit Melnik. De Tsjechen stonden geduldig te wachten, zoals ze onder het communistisch bewind hadden moeten leren te doen. Buiten zagen we Het symbool van de westerse vooruitgang – de eerste vestiging van McDonalds.

  Langs de kruittoren wandelden we nog eens naar de kade aan de Moldau, waar een schip voor ons klaar lag, klaar voor een rondvaart over de rivier met uitzicht op een groen-verlichte burcht, de bruggen en de stad.

 

De volgende ochtend stonden we platzak voor de bus die ons bij de parkeergarage in Den Haag zou afleveren. Onderweg kregen we te maken met de interne personeelszaken bij De Jong. Een collega van Henk was bij de grens met Duitsland aangehouden bij een intensieve douane-controle. Hij had alcohol en sigaretten gesmokkeld. Henk maakte zich boos, maar ik had kunnen constateren dat hij ook zelf een flink aantal sloffen had meegenomen. De man had dus boter op zijn hoofd. In Siegen, de overstapplaats, werden de chauffeurs het niet eens over de indeling van de bussen. Er werd gescholden. Door deze affaires moesten we een extra stop maken, zodat we later dan de bedoeling was terug in Oegstgeest arriveerden.

  Het was duidelijk dat menigeen nog moest wennen aan de nieuwe politieke situatie in Tsjechië. Wie kon, profiteerde ervan. Maar ook kon je goed constateren dat de Tsjechen hard aan het werk waren om hun land uit de modderpoel van de communistische ellende te halen.

 

Harry Knipschild

31 juli 2026

 

Clips

* Voetballen in Theresienstadt 1944, propagandafilm

* Joods Paag, 2016

* Wenceslasplein, 2021

 * Alphonse Mucha

* Weekend Praag, 2016

  • Raadplegingen: 265