Zoeken

 

Derde album op Rolling Stones Records


Anno 2013 brengen de meeste popacts maar eens in de zoveel jaar een nieuw album uit. Veertig jaar geleden was het gebruikelijk dat een groep zich elk jaar met een elpee presenteerde. Dat gold ook voor de Stones. In 1973 verscheen ‘Goat’s Head Soup’ met daarop de single ‘Angie’. Een journalist van het Nederlandse blad Muziek Expres reisde naar Londen en sprak met de zanger.

   
 


Goat’s Head Soup
  

“Wij treffen Mick Jagger op de vooravond van hun Europese toernee. Mick zit in een van de vertrekken van zijn platenmaatschappij [Rolling Stones Records] en manipuleert onrustig met een proefexemplaar van de nieuwe Stones LP. Alle aanwezigen willen een persoonlijk gesprek met hem en hysterische fans proberen hem aan te raken.
   Door het hele gebouw klinken de songs van het album ‘Goat’s Head Soup’. Het is een verzameling uiterst zorgvuldige composities. Vooral bij de ballades ‘Angie’ en ‘Winter’ valt het op dat Mick’s stem veranderd is. Hij is bij lange na niet meer zo roestig en hees als voorheen, maar klinkt nu zacht en vloeiend.
   Mick ziet er typisch uit. In een oude rode broek en een t-shirt swingt hij overdreven gracieus mee op de sound van zijn muziek. Met de kop in de nek traint hij zijn elastische lippen. Hij voelt zich als op het toneel: buitengewoon koel showt hij zijn sex-appeal, de balans van zijn bewegingen konstant en bewust houdend. Hij laat zich meevoeren en bedwelmen door zijn eigen muziek.
   Op het album wordt het vokale gedeelte uitsluitend door hem en Keith verzorgd. Het meisjes back-ground koortje is afwezig. Nicky Hopkins speelt piano. Op ‘Silver Train’ tovert Mick Taylor heerlijke vloeiende tonen uit zijn gitaar, hierbij ondersteund door Mick Jagger op ritmegitaar. Keith Richard bedient zich op ‘Through the lonely nights’ en ‘Can you hear the music’ van de typische George Harrison ‘Wonderwall’-sound (dit effekt kun je bereiken door een gitaar aan te sluiten op een wah-wah-pedaal en het geluid door twee Lesley-versterkers te jagen). Over het geheel genomen is ‘Goat’s Head Soup’ beter voorbereid en uitgewerkt dan ‘Exile on Main Street’”.
  

Mick Jagger praat met redacteur van Muziek Expres

 
De redacteur van Muziek Expres wist in Londen nog wat uitspraken aan Mick Jagger te ontfutselen. Was de zanger wel eens zenuwachtig als hij optrad?
   Jagger: “Ik heb tot nu toe maar eenmaal in mijn leven echt plankenkoorts gehad. Dat was jaren geleden toen ik samen met Alexis Korner moest optreden in de Ealing Club. Ik ben toen van pure ellende naar de pub op de hoek gegaan en moest een halve liter drank wegwerken om enigszins tot bezinning te komen. Naderhand heb ik ook nog wel eens staan trillen op m’n benen, maar dat had een geheel andere oorzaak. Dat was tijdens het Hyde Park concert [1969], een week nadat Brian Jones was gestorven”.
   Jagger deed bovendien een uitspraak over de repertoirekeuze van de groep: “Ik ben tegenwoordig veel meer betrokken bij de songs die ik schrijf over dingen die ook werkelijk betrekking op mij hebben. Het enige album dat ooit geheel volgens de regels werd opgenomen – ‘Goat’s Head Soup’ buiten beschouwing gelaten – was ons eerste album. In die tijd konden we alleen maar songs spelen die we avond aan avond op de bühne brachten. Daarom waren we genoodzaakt om die nummers die we al duizend keer of meer gespeeld hadden op de plaat te zetten”.
   Ook over de problemen tijdens hun laatste toernee had de zanger een en ander mede te delen. Twee uitverkochte concerten in Japan waren op het laatste moment afgezegd. De groep kreeg geen toestemming er op te treden.
   “Waarom? Dat moet je niet aan mij vragen, maar aan die ondoorgrondelijke Gelen. Ze hadden ons een aantal optredens toegezegd en daarom waren we al met de kaartverkoop gestart. We hadden alles al in orde, het toneel opgeschilderd en zo en opeens boorden ze alle gedane beloften de grond in en zeiden nee. De reden was het feit dat wij diverse veroordelingen achter de rug hadden, maar die bewering sloeg nergens op, want Ray Charles bijvoorbeeld had er ook opgetreden, ondanks een veroordeling wegens heroïne-bezit. De hele ‘scene’ daar is een politiek schaakspel en wij zijn de pionnen.
   Hetzelfde is het geval in Australië geweest. We kregen geen toestemming om daar te spelen, totdat er een nieuwe regering kwam. Het is altijd zo dat mensen uit de onderste lagen van de bevolking bang zijn dat ze moeilijkheden krijgen wanneer ze ons laten optreden. Daarom nemen ze liever hoger geplaatste lieden in de arm, totdat uiteindelijk een minister-president moet besluiten dat we niet welkom zijn”.
 

Peter Rudge over de toernee van de Stones in het najaar van 1973

 

 
De Rolling Stones vroegen Peter Rudge de toernee te organiseren die samen viel met de release van het album ‘Goat Head’s Soup’ en de single ‘Angie’. In het weekblad Melody Maker deed Chris Charlesworth verslag van de manier waarop deze een en ander had opgezet.
   Rudge studeerde geschiedenis in Cambridge. Daarna werkte hij voor Track, de platenmaatschappij van The Who. Hij had nu een eigen bedrijfje in New Bond Street, Londen, dat hij de naam ‘5-1 Productions’ gegeven had. Rudge was een aanhanger van voetbalclub Wolverhampton Wanderers. Die hadden Arsenal met 5-1 verslagen.
 
In grote trekken gaf Rudge zijn visie op het organiseren van een toernee.
   “Als een groep me vraagt een toernee te organiseren wil ik eerst weten hoe lang die gaat duren en hoeveel er verdiend moet worden. Er zijn twee redenen om rond te trekken. Om een nieuw album te promoten of gewoon om het optreden, het evenement, zelf. In het geval van de Stones komen beide zaken aan de orde. Maar mocht de groep achter het IJzeren Gordijn optreden dan gaat het om het feit zelf en niet om het geld.
   Bij een Stones-toernee is geld belangrijk. De Stones hebben al een tijd niet meer in Europa opgetreden. We kunnen er zeker van zijn dat nagenoeg alle concerten uitverkocht zullen zijn. Dat betekent dat we ons kunnen veroorloven aardig wat uit te geven.
   Omdat de Stones (hopelijk) de beste groep van de wereld zijn, in elk geval het meest bekend, is het voor ons mogelijk stevig te investeren in licht en geluid. De beste mensen uit de hele wereld komen overvliegen om als crew te fungeren. Bovendien hebben we Billy Preston als voorprogramma, een man die zelf een hoofdact is. Dat kunnen wij ons veroorloven.
   Er moet natuurlijk ook een redelijk bedrag overblijven voor de vijf jongens in de groep. Soms kan een groep meer verdienen door thuis nieuwe liedjes te schrijven dan door op pad te gaan. Maar dit wordt een goede toernee, even goed als vorig jaar in Amerika. Dat moeten andere rock-groepen nog maar zien te evenaren of overtreffen!”
 
Peter Rudge besefte dat de Stones en hij onder vuur lagen. Als er iets fout ging zou de kritiek losbarsten. Hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind. Wat moest bijvoorbeeld de prijs van de toegangsbewijzen zijn? En wat waren de faciliteiten voor het publiek?
   “A group like the Stones, just because they are the Stones, will be more liable to criticism if something isn’t right. When you have any regular top twenty group charging £2.50 a seat, it gets overlooked by most people because they are not that well known. The Stones are like the Prime Minister. Anything they do will be closely scrutinised by would-be critics.
   The worst thing with so many groups when they go on tour is that they want everything. This is just pointless and a waste of money. We are in a commercial business and we want to earn money. The Stones have the right to earn money, but not at the expense of the public or at the expense of the people who work for them”.
 
Rudge legde aan Charlesworth uit dat een lokale organisator een contract van twintig pagina’s moest tekenen om de Stones te laten optreden. Behalve de gewone dingen als de grootte van het toneel, posters en faciliteiten waren er ook bijzondere eisen, aldus de journalist.
   Een promotor moest bijvoorbeeld voor een beveilingsteam van vijftig man zorgen bij elk concert. Op zijn kosten uiteraard. Bovendien moest er een make up-kamer zijn met tenminste twaalf handdoeken en stukken zeep. Bij de verkoop van toegangsbewijzen mocht er geen discriminatie van geslacht, religie, ras of leeftijd zijn. Vierentwintig uur per dag moest een arts beschikbaar zijn. Op kosten van de promotor moesten er vijf limousines ter beschikking van de leden van de Rolling Stones beschikbaar gesteld worden. De organisatie diende tien dozijn rode rozen aan de groep te verschaffen. De groep moest bovendien een lijst hebben van de beste restaurants in de stad en of die eventueel ook over een afgesloten eetruimte beschikten.
   Speciale wensen waren er voor de kleedkamers. De organisatie moest zorgen voor twee flessen whiskey, twee flessen bourbon, twee flessen tequila, drie flessen goed gekoelde witte wijn, een fles cognac, een fles wodka, een fles koffie-likeur, een grote hoeveelheid (‘gallon’) appelsap en sinaasappelsap, cola en ijs. Vers fruit, koude schotels, goede kazen en Alka-Seltzer dienden eveneens beschikbaar te zijn. Ter verduidelijking was als voorbeeld vermeld dat Keith Richards nooit in topvorm zou kunnen zijn als hij geen goede tequila bij zich had.
  


Peter Rudge

 
Peter Rudge gaf tal van details over de techniek bij de concerten:
   “The mechanics for the tour are coming from all over the world. The lighting system, which includes seven ‘super-trooper’ arc lights, is being brought over from New York, as are the seven operators. These lights are placed at the rear of the stage and shine forward into a 40ft x 8ft mirror which is slung down from the ceiling mid-way up each hall. Thus they are reflected back onto the stage.
   There are also 88 smaller spotlights shining down on the band, and in charge of this whole operation is Brian Croft, who runs his own company which specialises in lighting rock groups. Croft has worked on the last three Stones tours.
   The sound system is being flown over from Los Angeles and the men who will operate it are being brought in from as far afield as Australia. Local labour will be used as ‘muscle’ to carry it around but there are at least half a dozen top sound men (including the vice-presidents of the two companies that manufactured it in the first place) to work the switches”.
   Dat was wel even iets anders dan de apparatuur die in 1964 in het Kurhaus gebruikt werd, bedacht ik toen ik het las in de Melody Maker. Na het optreden in Scheveningen haalden de Stones in dat jaar de eerste plaats in de Nederlandse hitlijsten met hun versie van ‘It’s all over now’, geschreven door Shirley en Bobby Womack.
 
Het tweetal, Rudge en Charlesworth ging verder met het doornemen van de voorzieningen die bij elk concert op het Europese continent van toepassing verklaard werden. Vanuit Parijs reisde een make up-man  mee, die exclusief ter beschikking van Mick Jagger gesteld zou worden. De man [Pierre Laroche] werd er bovendien voor verantwoordelijk gesteld dat de bühne-kleding van de zanger elke dag schoon en goed geperst zou zijn.
   Een andere man kwam uit Arkansas overvliegen. Hij werd ingezet voor Keith Richard (zonder ‘s’, zoals hij zich in die tijd liet noemen). Richard hoefde niet om te kijken naar de snaren van zijn gitaren, of ze goed waren en goed gestemd, zelfs tussen de nummer door. Dat was de taak van de man uit Arkansas [Ted Newman].
   Een bijzonder taak was er voor iemand die zelf nooit bij een concert aanwezig was. Zijn job was het om alle locaties een dag vooruit te bezoeken en te controleren dat aan alle punten van de overeenkomst voldaan was. Het leek wel een formeel bezoek van een koning of eerste minister, bedacht ik. 
 
Peter Rudge legde het allemaal nog eens rustig uit aan de popjournalist:
   “The Rolling Stones are not a group to learn the business from. They use the best who have already proved themselves the best. They tour infrequently and can afford this luxury, but there is plenty of kudos for a roadie to have worked on a Rolling Stones tour. It’s like a good reference for getting a job on any other tour afterwards.
   De leden van de groep maken zich flink zorgen over wat er allemaal gaande is. Ik probeer alles goed in de gaten te houden, tot in de kleinste details. Mick Jagger evenzeer als ik zijn steeds in de weer om alles persoonlijk te controleren. Vorige week zijn we nog samen naar Cardiff gegaan om alles ter plaatse te checken. Hij is de man die de hoofdrol op het toneel speelt. Als er iets niet goed werkt is hij ook de persoon die door het publiek verantwoordelijk wordt gesteld. Om die reden wil hij er nadrukkelijk bij betrokken zijn. Bij andere rockgroepen is dat lang niet altijd het geval.
   Het is mijn job overal goed op te letten. Als er iets fout mocht gaan kijken de leden van de groep mij er op aan. Ook al weet ik dat iemand die niet doet wat ik hem heb opgedragen niet heeft uitgevoerd zoals ik het gezegd heb. Ik ken geen groep die zo intensief met dit soort zaken bezig is als de Rolling Stones”.   
 
Charlesworth kreeg te horen hoe het ging met de verplaatsing van de apparatuur. Het rondrijden over het Europese continent was uitbesteed aan een professioneel transportbedrijf dat meestal verse groente rondbracht. In elk land moest de organisator iemand bij de grens posten om eventuele problemen bij de douane ter plekke op te lossen. Die persoon moest de Engelse taal machtig zijn.
   Rudge had een reisagent uit Denemarken ingeschakeld die met de groep mee zou reizen. Alle hotelkamers waren door hem al geboekt. Een andere persoon die constant met de Stones onderweg zou zijn was een gekwalificeerde accountant, die zich steeds bezighield met belastingen en verzekeringen. Om eventuele problemen voor te zijn was Rudge met alle promotors al een paar keer in Londen en Parijs samengekomen.
   Een van de belangrijkste zorgen was de veiligheid. Na de catastrofale gebeurtenissen in Altamont, Californië (6 december 1969) stond dat bovenaan de prioriteitenlijst. Indien mogelijk werd een complete verdieping van een hotel afgehuurd zodat mensen die er niets te zoeken hadden geen toegang konden krijgen tot die verdieping, laat staan de slaapkamers van de leden van de groep. Om nog meer zekerheid te hebben werden de kamers en restauants onder een andere naam geboekt. Op dat punt was er al ervaring opgedaan. Tijdens de toernee door de VS hadden ze kamers geboekt alsof ze een cricket-team waren, in Australië hadden ze zich voorgedaan als beroepswielrenners.
   De veiligheid voor de Stones hield hier niet mee op. Alvorens toegang te krijgen tot het concert zouden de fans één voor één gecheckt worden.    
   Al deze zaken bleven niet bij woorden. Tijdens de toernee zou Peter Rudge elke avond op papier zetten wat er die dag gebeurd was en wat er voor de volgende dag geregeld was. Iedereen die bij de toernee betrokken was, zou zo’n ‘newsletter’ ontvangen, te beginnen bij Mick Jagger.
   Tot slot, voor de grap, speelden ze ook nog een spelletje, kreeg de journalist van het Britse weekblad te horen. “Each tour we have a change-over day just for fun when – apart from appearing on stage – everyone takes on another role. Mike [Mick Jagger] will be baggage man, and just for the hell of it he’ll go around the hotel corridors picking up everyone’s luggage. [Saxofonist] Bobby Keys is usually the accountant as he can’t add up and I usually become the singer and take things easy. You’ve got to do something like this when you’re on the road, otherwise you’d go mad”.
   De fans van de Rolling Stones die het lukte een concert bij te wonen, realiseerden zich hoogstwaarschijnlijk niet wat er allemaal speelde als ze gewoon naar de muziek luisterden en genoten van de totale show.
 


Bobby Keys

 

Keith Richards tijdens de toernee

 
In zijn boek Life keek Keith Richards terug op de Europese toernee van de Stones in 1973. De gitarist had zich nogal geërgerd aan Billy Preston, legde hij in 2010 vast. Maar niet voor niets had de band hem ingehuurd. “Billy had already had a meteoric career, playing with Little Richard and with the Beatles almost as a fifth member of the band, and writing and churning out his own number one hits”. Preston was bekend geworden met ‘That’s the way God planned it’, ‘Outa Space’ en ‘Will it go round in circles’.
   Omdat hij een beroemdheid was, aldus Richards, meende Preston zijn muzikale ideeën te kunnen doordrukken. “With Billy, it was like playing with somebody who was going to put his stamp on everything. He was used to being a star in his own right”. Met dat soort fratsen moest je bij de Stones niet aankomen.
   “In Glasgow speelde hij zo hard dat hij het geluid van de band overstemde. Ik liep met hem achter de bühne en maakte hem goed duidelijk dat wat hij deed niet gewenst was: ‘Dear William. If you don’t turn that fucking thing down right now, you’re going to feel it. It’s not Billy Preston and the Rolling Stones. You are the keyboard player with the Rolling Stones’”. Preston moest gewoon rustig achter zijn toetsenbord zitten en zich niet op de voorgrond spelen.
   Ook saxofonist Bobby Keys maakte het te bont. In België, waar de Stones op 17 oktober 1973 twee concerten gaven, kwam hij op een bepaald moment niet opdagen. “Ik ging naar zijn hotelkamer en riep, ‘Bobby, we moeten nu gaan’. Bobby zat met een Française in bad. Hij had een sigaar in zijn mond. Het ‘badwater’ bestond uit champagne van het merk Dom Pérignon. En hij zei: ‘Fuck off’. Later kreeg Bobby van onze accountant te horen dat hij vanwege al die champagne geen geld aan de toernee zou overhouden. Integendeel, hij moest bijbetalen”.
   Richards: “Het duurde tien jaar voor ik hem weer in de band kreeg. Mick was onverzoenlijk en terecht. Mick can be merciless in that way. Alles wat ik kon doen was hem weer ‘clean’ krijgen en dat deed ik”.
 

19/23 september 1973

 


Keith Richards en Gram Parsons

 
Peter Rudge had alles zo geregeld dat het leven tijdens de toernee gewoon doorging. In Innsbruck stond Keith samen met diezelfde Bobby Keys op 23 september 1973 te plassen. “Op zulke momenten had hij altijd wat grappige dingen te vertellen. Maar die keer was hij stil. Even later zei hij: ‘Ik heb slecht nieuws. GP [Gram Parsons] is dood. Het verhaal hoor je wel later. Het enige dat ik gehoord heb is dat hij [op 19 september] overleden is’”. Gram Parsons maakte carrière als lid van de Byrds (‘in ‘Sweetheart of the Rodeo’) en de Flying Burrito Brothers.
   Gram had als sessiemuzikant in Zuid-Frankrijk meegewerkt aan het vorige album ‘Exile on Main Street’. De twee waren goede vrienden geworden. Het verlies was ondraaglijk voor Keith Richards. Maar ze zaten midden in een toernee. Hoe reageerde je dat af op zo’n moment?
 

 
Richards in zijn memoires: “In order to deal with Gram’s death, I said, I can’t stay in Innsbruck tonight. I’m going to rent a car, and we’re going to Munich and we’re going on an impossible task. We’re going to look for one woman. Because I knew about her, I’d seen her once or twice, and she fascinated me. I know this is pointless, but we’re going to go into Munich to look for her. Let’s go tonight. Let’s just forget about it and go do something else. I hate all that crying shit, and moping. There’s nothing you can do about it. The fucker’s dead and all you do is get mad at him for dying. So take your mind off it. I’m going to look for one of the most beautiful women in the world. I’ll never find her, but that’s what we’ll go for. A focus. A target. And Bobby [Keys] and I rented a BMW”.
   Het was één uur ’s nachts. Ze gingen op zoek naar Uschi Obermaier. In München deden ze overal navraag. Van een deejay hoorden ze waar ze met haar man woonde. Richards legde de platendraaier uit: ‘George, laten we er heen gaan’. “We parkeerden de auto tegenover de flat. Ik zei: ‘George, will you go up and say that KR [Keith Richards] is looking for her?’ I was determined to make the full circle with GP [Gram Parsons] dying”.
   Uschi kwam voor het raam en riep naar beneden. Ze vroeg wie ze waren.
   Richards zou geantwoord hebben: “A friend of mine’s just died and I’m pretty fucked up. I just want to say hello. You were the target, and we found you”.
   In het boek Life is te lezen dat ze naar beneden kwam, Richards een kus gaf en weer naar boven ging. Keith Richards: “We actually pulled it off! Mission accomplished”.
   Op die manier verwerkte een Rolling Stone zijn verdriet, tussen de optredens door. De karavaan ging verder. Na Innsbruck in Oostenrijk trad de groep op in de Zwitserse hoofdstad Bern. Op 14 oktober waren ze in Rotterdam (Ahoy).
 

Einde van de toernee in Berlijn

Op 19 oktober werd de toernee afgesloten in Berlijn. Vanwege de Berlijnse Muur heette de stad toen nog West-Berlijn. Nick Kent, van het blad New Musical Express (NME), was erbij en deed een week later verslag.
   “West Berlin has to be the absolute lowest, scuzziest dive sprawled out within the bounding perimeters of Western Capitalist Society. You just have to walk out of your hotel to be confronted by a dank utterly depressing atmosphere which osmoses out from the city’s bleak imperious architecture and which pins you against the wall with the same ferocity as a suitably brutal German taxi driver with Frankfurter breath threatening all manner of heavy violence.
   Berlin seems to be quite obsessed with its own capacity for a kind of supremely morose ugliness – whether it be in the form of brooding bulldog-faced ageing women sitting around in restaurants with their dissipated husbands, or else agitated leftist politicos who shout too loud. And then there’s the Wall – but let’s change the scenery somewhat before this starts to read like suitable liner-notes for a Lou Reed album”.
 
De Stones hadden een onderkomen gevonden in het luxueuze en antieke Schloss Hotel. Kent vond uit dat de kamer van Mick Jagger geboekt was onder het pseudoniem ‘S. Groves’, die van Keith Richards als ‘F. Dino’ en die van gitarist Mick Taylor als ‘C. Palace’.
   De reporter sprak met een van de beveiligingsmensen. Er waren geen grote problemen geweest, ving hij op. Met Gary Glitter was het wel eens anders toegegaan. “It’s been hard work. Peter Rudge is a real taskmaster, always shouting and that, but he gets things done. The thing is, though, that this is the quietest bunch I’ve ever toured with. I mean you hear all these stories about the Rolling Stones being this and that, but they keep themselves to themselves. Now when I was going around with Gary Glitter”...
   Gary Glitter stond in die tijd regelmatig hoog op de hitlijsten, onder andere met ‘Rock and Roll, part 2’, ‘I didnt know I loved you’ en ‘Do you wanna touch me?’
   Nick Kent was blijkbaar niet op de hoogte van de manier waarop Keith Richards gereageerd had op het overlijden van Gram Parsons. In NME schreef hij: “There have been no actual busts, no hotels destroyed, no tales of grand debauchery and outrage to be gleaned from this tour. The Stones themselves are true gents in the classic tradition – except perhaps for Keith who at least keeps his crazy phases within the confines of his hotel room”.

  


Optreden Rolling Stones in Berlijn, 19 oktober 1973 (links Billy Preston)
 

 
Ted Newman vertelde dat het niet altijd even gemakkelijk was geweest om tijdens de optredens met Keith Richards samen te werken. Het stemmen was niet altijd naar de zin van de gitarist gegaan. “It was hard sometimes working with Keith. There were times when he would throw guitars back at me if they weren’t tuned right, and I’d retaliated by throwing them back at him and kickin’ over his amplifiers. Man, it’d really hurt me, but then I realised it was just my own selfishness and once I got over that, man, Keith is the grooviest cat in the whole world. And know that when he introduces me to his friends he says: ‘This is Newman. He’s my man’, and he’s serious.
   What do I think about his guitar playing? I think he’s good as ever and getting better all the time. His lead work is amazing too – the only reason he don’t play lead on the tour is due to the organisation involved in sounding like the records – but if Keith was ever let loose he’d blow...anybody’s mind, man!”
   Tijdens een praatje met Mick Taylor vertelde de popjournalist dat hij zijn gitaarspel virtuoos vond. “I told Mick that I thought he was the most creative solo guitar player I’ve ever had the pleasure to work with or meet. I wrote it down on a nice card and he read it and looked at me in a sort of cynical way and said ‘Oh I’ll pin it on my wall’”.
 
Drummer Charlie Watts zat beneden in het restaurant. Bill Wyman en zijn vrouw Astrid kwamen erbij zitten. Bill had een recorder meegebracht met daarop oude bluesmuziek – ondermeer Son House en Otis Spann. Charlie Watts riep af en toe: ‘Fantastic’. 
   Kent greep de gelegenheid aan om aan Charlie Watts te vragen naar welke muziek de drummer luisterde.
   “Charlie Parker. All those jazz guys, Yeah, everyone asks me why I didn’t do a follow-up to that book (‘Ode to a High Flying Bird’ – published in limited edition, and a whimsically, charming kids’ book recalling the life of Charlie Parker), but that was a one off thing for kids that I could never repeat. I wrote that when I was twenty – when I was ‘employed’. It’s ridiculous really – I first got listening to Charlie Parker when I was 13. Can you imagine anything more ludicrous than a 13-year-old kid listening to the music of a blind street junkie?
   Oh, I think Europe’s crazy. I mean, it’s so much better when you tour the States. Because it’s one entity, one big country, and you can co-ordinate yourself so much better. I mean, Europe’s crazy though because of all the borders, and everyone’s speaking a different language and that. Know what I mean?
   It’s hardly a financially successful operation. The last time we toured Europe we actually lost money. Can you imagine that? Having to slave around playing all these places and actually losing money. This might just be the first European tour we make any money out of, though I don’t know. Really, I’ll be the last one of all to know about it”.
 
Het zag er dus naar uit dat Peter Rudge de toernee redelijk goed georganiseerd had. Het album ‘Goat Head’s Soup’ bereikte in elk geval de nummer één positie in de meeste elpee-hitlijsten, de single ‘Angie’ was al even succesvol.
 
Het werd tijd om te werken aan het vierde album op Rolling Stones Records. Dat zou ‘It’s only rock ’n roll’ gaan heten – met de gelijknamige single. Op 13 november 1973, een paar weken na Berlijn, begonnen de opnamen al in München. Op 16 oktober 1974 werd ‘It’s only rock ’n roll’ in de handel gebracht. Bij die gelegenheid nam Ronnie Wood voortaan de plaats van Mick Taylor in. Het grote circus van de ‘grootste rock & roll band ter wereld’ is blijven doordraaien, tot op de dag van vandaag.

Harry Knipschild
6 juni 2013

Clips

* Billy Preston, That's the way God planned it, 1973
* Rolling Stones, Angie, 1973
* Rolling Stones, Dancing with Mr D., 1973
* Uschi Obermaier
* Keith Richards over Gram Parsons
* Interview met Bobby Keys
   
Literatuur
 
Chris Charlesworth, ‘The Rolling Stones hit the road’, interview met Peter Rudge, Melody Maker, 4 augustus 1973
‘Mick Jagger vertelt’, Muziek Expres, oktober 1973
Nick Kent, ‘The Rolling Stones: Up Against The Wall and Other Seedy Tales’, New Musical Express, 27 oktober 1973
Keith Richards, with James Fox, Life, Londen 2010