Op verzoek van de redactie van de website China 2025 schreef ik in het voorjaar van 2016 met weinig woorden een artikel over de Europese katholieke missie in China. Kort daarna werd het op de site gepubliceerd. Onderstaand de originele tekst.
 
 
Katholieke missie in China
 
 
In onze tijd wordt het Westen in allerlei opzichten steeds meer afhankelijk van het Oosten. Anderhalve eeuw geleden was het in zekere zin precies andersom. De Europeanen trokken met name naar China om te proberen er handel te drijven met westerse produkten en er het ‘geloof van het westen’ te ‘slijten’.
 
Geweld werd zo nodig niet uit de weg gegaan. Om de handel in drugs (opium) met China te continueren stuurden de Britten tot tweemaal toe aan op een oorlog. Britse oorlogsschepen (gunboats) met de meest moderne vuurwapens waren geen partij voor de verdedigers. In 1860 moest de Qing-keizer zelfs wegvluchten toen Britse en Franse troepen vanaf zee in de richting van de hoofdstad Peking optrokken.
 
 
52 1 Chinese opium schuivers
 opium
 
 
Oproep aan jonge priesters
 
 
Europeanen dwongen de Chinese autoriteiten de zogenaamde ‘Ongelijke Verdragen’ te accepteren. De keizer moest onder meer toestaan dat katholieke missionarissen onder zijn bescherming overal in het land gingen opereren en het ‘ware geloof’ verkondigen.
   Toen de paus in Rome, Pius IX, van deze ontwikkeling op de hoogte gebracht werd, riep hij in Europa jongelui met een roeping op deze kans aan te grijpen. Een groot deel van de mensheid, honderden miljoenen Chinezen, konden nu relatief gemakkelijk voor het katholieke geloof gewonnen worden, dacht men.
 
Het duurde nog een aantal jaren voor de export van jonge priesters naar het Chinese keizerrijk een beetje op gang kwam. Maar geleidelijk aan werden de inwoners, vooral op het platteland, geconfronteerd met in hun ogen vreemde snuiters, voorzien van een lange baard, een goed gevulde geldbuidel, westerse technieken en geneesmiddelen, wapens en religieuze ideeën waar ze weinig of niets van begrepen.
   Die allochtonen hadden bovendien heel wat macht. Ze vielen niet onder de Chinese wetgeving en konden dus handelen zoals ze maar wilden. Als je je bekeerde beschermden zij je, bijvoorbeeld als je de wet overtreden had. Dat was soms niet onaantrekkelijk.
 
 
Hulp voor bekeerlingen
 
 
Met het geld dat in Europa bij elkaar gebedeld werd wisten de katholieke missionarissen grote stukken grond aan te schaffen. Wie zich bekeerde werd onder westerse protectie in staat gesteld om er landbouw te bedrijven of andere economische activiteiten te verrichten.
   De kinderen werden opgevangen in katholieke schooltjes. Als je ziek werd kreeg je westerse geneesmiddelen toegediend. Een pater (later geholpen door broeders en zusters) zorgde dat de orde gehandhaafd bleef.
   De missionarissen hadden politieke macht op hoog niveau en goede wapens. Bovendien was je als Chinese katholiek vrijgesteld van het betalen van belasting om de plaatselijke heiligdommen te onderhouden. Enzovoort.
 
 
Missionarissen leggen katholieke cultuur op
 
 
Natuurlijk was er ook een schaduwkant. Als een Chinees eenmaal besloten had om met zijn familie over te stappen naar het geloof van het westen, had dat consequenties. Allerlei traditionele culturele uitingen waren voortaan streng verboden. Voorouder-verering bijvoorbeeld was uit den boze. Religieuze symbolen als boeddhistische prentjes werden verwijderd.
   In plaats daarvan werd je geacht afbeeldingen van Maria met het kindje Jezus te vereren. Katholieke sacramenten als de biecht waren voortaan normaal. Als je eenmaal gedoopt was en in een katholiek landbouwdorpje onder leiding van zo’n westerse pater woonde was je niet alleen verplicht elke dag in alle vroegte de heilige mis bij te wonen, maar tevens dagelijks aan katholieke gebeden mee te doen, waar je waarschijnlijk voorlopig niet veel van begreep.
 
 
52 2 Maria en Jezus Paul Lin China
 Maria met kind in China
 
 
Als je niet deed wat de missionaris opdroeg werd je met je hele familie uit het dorp verwijderd. Dat was vooral een bedreiging in tijden van droogte en dus hongersnood. Als dat weer eens gebeurde meldden zich duizenden ‘vluchtelingen’ om zich in ruil voor eten te laten bekeren en dopen.
   Met Europees geld wisten de missionarissen in zo’n tijd het noodzakelijke voedsel op de zwarte markt te kopen. Bovendien kochten ze ook de kinderen van wanhopige ouders die niet meer over de middelen beschikten om hen in leven te houden. Mannen verkochten soms tevens hun echtgenotes aan de missie.
  
 
Verzet tegen westerse indringers
 
 
Chinezen die niet wilden zwichten voor wat ‘westerse barbaren’, ‘westerse duivels’, in hun land aanrichtten, verzetten zich steeds meer tegen het opdringen van de Europeanen. De overheid in Peking leek machteloos, vooral na de nederlaag in de oorlog met Japan in 1894-1895.
   Sterke mannen organiseerden zelf hoe ze zich en de Chinezen om hen heen konden handhaven. Uit die beweging kwam in 1899 de zogenaamde Bokseropstand voort. De bevolking kwam met veel geweld in verzet tegen de westerlingen die niet alleen de baas in hun land gingen spelen, maar ook nog eens stukken land van hen afpakten. Het leek wel of ze China in stukken wilden hakken en onder elkaar zouden gaan verdelen. In Afrika hadden ze dat al eerder gedaan.
 
Cixi, die namens de keizer in Peking de macht uitoefende, liet de boksers een tijdje hun gang gaan. Daarbij werden heel wat missionarissen en grote groepen volgelingen om het leven gebracht. Maar evenals in de twee opium-oorlogen sloeg het Westen terug. Een Europees leger trok opnieuw vanaf de kust (Tianjin) het land binnen en wist de westerlingen in Peking te ‘bevrijden’. Opnieuw moest het keizerlijk gezelschap vluchten, deze keer naar Xi’an. In het zogenaamde Bokser-protocol kreeg de Chinese overheid opnieuw een dictaat te ondertekenen.
   De Chinezen dienden te beseffen dat niet zij maar de indringers, met een andere ideologie en religie, het in hun land voor het zeggen hadden. Geen wonder dat het aantal ‘bekeringen’ juist in de jaren na de vrede van 1902 optimaal was.
 
 
52 3 Wilhelm II Bremerhaven hunnenrede
 Keizer Wilhelm II stuurt troepen naar China
 
 
***
  
  
Dit artikel is mede gebaseerd op mijn onderzoek voor het proefschrift over de in 1900 tijdens de Bokseropstand omgekomen bisschop-martelaar Mgr. Ferdinand Hamer, op 21 augustus 1840 in Nijmegen geboren. Het verhaal is te terug te lezen in het boek Soldaten van God, uitgegeven bij Bert Bakker in Amsterdam.
   Hubert Kallen, geboren in Roermond, trok in 1897 als jonge missionaris naar China en overleefde de Bokseropstand. In 1902 kwam hij alsnog door ziekte te overlijden. Zijn bijzonder interessante ervaringen in de Chinese missie zijn in boekvorm te lezen op de website www.harryknipschild.nl.
         
Harry Knipschild
6 mei 2016, 19 maart 2018