De sensationele doorbraak in 1964 van de Beatles in Amerika zorgde voor een ware revolutie in dat land. Talloze ‘onaantastbare’ idolen verdwenen in korte tijd van de top naar de achtergrond, zoals Bobby Vee, Del Shannon, Connie Francis, Pat Boone, Ricky Nelson, Frankie Avalon, Fabian, Bobby Rydell en Johnny Tillotson.  
   De nieuwe muzikale ideeën leken voortaan uit Groot-Brittannië te komen. Het tijdperk van blanke popgroepen was aangebroken. Nieuwe Amerikaanse bandjes probeerden voorlopig muziek te maken in de stijl van wat in Londen en Liverpool in de mode was. Het duurde een tijdje voor de Amerikanen met een eigen sound over de brug kwamen.
   Een van de eerste groepen met een nieuwe stijl was de Lovin’ Spoonful. Vooral John Sebastian met zijn lijzige stem kwam origineel uit de hoek. Een van de andere leden, bassist Steve Boone, deed recentelijk van zich horen door de publicatie van zijn memoires, Life on the run with the Lovin’ Spoonful.
   Het is interessant te lezen hoe de jonge Amerikaanse artiesten het zelf ervaren hebben in die tijd, medio jaren zestig. Het boek van Boone geeft er een mooi beeld van.
 
 
359 1 boek
 Steve Boone links
 
 
 
 
Geen toekomst meer als militair
 
 
Steve Boone (geb. 23 september 1943), zoon van een militair, leek voorbestemd om in de voetsporen te treden van zijn vader, die president Franklin D. Roosevelt (1882-1945) persoonlijk terzijde gestaan had. Als gevolg van een zwaar auto-ongeluk in 1960 moest Boone junior zijn plannen in die richting evenwel plotseling opgeven. Zo kwam hij, enigszins tegen wil en dank, in de popmuziek terecht.
   Skip, een zes jaar oudere broer, maakte al rock & roll in een groep, The Blue Suedes – vernoemd naar de hit ‘Blue Suede Shoes’ van Carl Perkins (1932-1998). Skip schreef liedjes met zanger Arthur Osborne. Hun songs ‘Hey Ruby’ en ‘Don’t give me heartaches’ verschenen op het Brunswick-label. Succes bleef uit.
 
Hét moment voor Steve was toen hij ‘Peggy Sue’ (1957) op de auto-radio hoorde. “Rock ’n’ roll was magical. I’ll never forget one day, on my way home, when ‘Peggy Sue’ came on the radio. I had heard of Buddy Holly before and thought his hits were great, but when I heard this record I almost flipped. The rhythm was unique and the singing style was beyond cool. If there was any one moment in my life that made me want to be a musician, this was it”.
   Tijdens het (gedeeltelijke) herstel na de aanrijding kocht zijn moeder een Gibson-gitaar voor haar zoon. Steve Boone: “My brother Skip showed me a few chords, and I had nothing to do but to learn them. Soon, I started trying to play along to the faint, late-night signal of [radio station] WKBW in Buffalo, and religiously watching Dick Clark’s American Bandstand [het popprogramma dat in de VS druk bekeken werd]”.
   Steve droomde er wel eens van een nieuwe Buddy Holly of een nieuwe Duane Eddy te worden.
 
 
Lid van de Kingsmen
 
 
Skip bleef zijn broertje steeds helpen. In het begin van de jaren zestig was hij zelf lid geworden van de Kingsmen, niet te verwarren met de latere en gelijknamige groep (van ‘Louie, Louie’ in 1963). Skip zorgde ervoor dat Steve mocht meespelen. Na enige tijd kreeg deze zelfs een vaste plek in het bandje – als bassist. Steve vormde naar eigen zeggen een hechte ritmesectie met drummer Joe Butler.
 
Steve kwam in een andere wereld terecht. Hij kreeg vertrouwen in de toekomst door soft drugs te roken. Door zijn broer maakte hij bovendien kennis met de ideeën van Lenny Bruce en de songs van Bob Dylan. “Like many of my generation I found myself completely enthralled by his words. Up to this point I’d thought pop music had one of two purposes: to make you dance fast, or to make you dance slow. Listening to songs like ‘Masters of War’ showed that music could have meaning. Dylan inspired me to start writing songs”.
    Op Long Island bij New York werden de Kingsmen in de Cottage Inn (East-Hampton) als een soort huisorkest ingehuurd. “Amazing acts like Dinah Washington, James Brown, Ray Charles, Ike & Tina Turner and Etta James would come out to play Sunday night shows, after having played in New York City on Saturdays”.
 
 
359 2 Dinah Washington
 
 
Samen met een vriend reisde Steve in 1964 tevens wekenlang door Europa. Hij was niet de enige. “The Beatles were really hot by this time, of course, sparking interest in tourism across the pond. Though some guys my age had resisted it, I thoroughly enjoyed the Merseybeat music and thought it would be cool to hear it in an authentic setting”.
    De Kingsmen, zonder Steve, hadden intussen hun naam veranderd in de Sellouts. Een toepasselijke naam, zo bleek.
 
 
Een nieuwe groep
 
 
Terug in de VS ging Steve bij zijn broer in New York op bezoek. Daar belandde hij in een progressieve omgeving.
    “The smell of pot was in the air, as was the smell of youthful spirit. With sheets hung on the windows to block the light, not much in the way of real furniture, some strange paintings on the walls and some Bob Dylan on the phonograph, I was smack-dab in the middle of a beatnik lair.
    There were Joe [Butler] and Skip. In its own way it was a very cool, relaxed scene. You definitely didn’t think anyone’s parents were going to come walking into the room”.
    Skip hielp zijn jongere broer opnieuw. Samen met Joe bracht hij hem naar de Village Music Hall, waar twee muzikanten naar hem uitkeken.
    Steve: “I walked in, and here were these two really different-looking young guys. They both had long hair like mine, but one was very folkie-looking, à la Kingston Trio, with little round granny-type eyeglasses and jeans and a T-shirt. The other one had darker, Jewish features, with long hair all messed up. Clothing-wise, they didn’t look terribly different than me, which was a relief”.
    John Sebastian en Zal Yanovsky zaten op hem te wachten. “John, the guy with the glasses, looked eccentric in his own way. In addition to his guitar he had this beltlike strap with about a dozen harmonicas attached to it.
    We seemed to hit it off right away in conversation, not least due to the fact that they had the same musical influences I did: Elvis, Chuck Berry, The Everly Brothers, Buddy Holly, Motown, and more recently The Beatles and the rest of the British invasion”.
    Sebastian, 20 jaar, stelde voor om samen wat te jammen.
    “Well, I didn’t come to paint”, met die woorden reageerde Steve Boone, terwijl hij de basgitaar te voorschijn haalde die hij op advies van zijn broer had meegebracht. Weldra was hij lid van een blues- en folk-achtige groep die nog geen naam had.
 
 
359 3 Bob Dylan en John Sebastian 1964
John Sebastian (rechts) en Bob Dylan 1964
 
 
In Greenwich Village, zijn nieuwe verblijfplaats, ontmoette Steve jonge mensen met dezelfde muzikale belangstelling - zoals banjo-speler Erik Jacobsen, die in een folkgroep gespeeld had en op zoek was naar nieuwe uitdagingen.
    Jacobsen liet een proefopname horen van een jonge artiest die hij ontdekt had. “Erik put on a demo of this singer-songwriter he was producing by the name of Tim Hardin, singing a tune called ‘Don’t make promises’. Tim was an ex-U.S. Marine, like my dad, and that alone caught my attention. Who would have thought a Marine could write such wonderful, sensitive songs?”
    Door Erik werd Boone tevens voorgesteld aan Jerry Yester, Buzzy Linhart, Felix Pappalardi en Fred Neil. Ze traden voor hem op in de Night Owl.
    Steve was compleet overdonderd. Meer dan ooit raakte hij ervan overtuigd dat zijn toekomst in de popmuziek lag. “I left that night and practically floated back to Skip’s apartment. All the reasons I had for going back to school and getting myself started in a proper career were disappearing into the dark sky above New York City”.
 
 
359 4 Erik Jacobsen en Tim Hardin
Erik Jacobsen en Tim Hardin
 
 
Bob Dylan
 
 
Onder leiding van de ervaren Bob Cavallo, die bereid was als manager op te treden, en Erik Jacobsen, die hun opnamen zou produceren als een platenmaatschappij interesse had, werd geoefend. Tijdens een van die sessies ging de telefoon.
    John Sebastian nam op. Na afloop van het gesprek zei hij tussen neus en lippen: “That was Bob Dylan. He wanted to know if I could come into the city and play some bass on his new album”.
    Steve bood Sebastian aan hem in zijn auto naar de studio van Columbia Records te brengen. “All the way into New York [14 januari 1965] I was thinking, ‘This can’t be happening’.
    We got to the studio and sure enough, there was His Bobness, wearing an Oxford shirt, blazer and jeans. The producer was the famous Tom Wilson, whose name I had seen on many LP jackets”.
    Steve, 21 jaar, deed zijn best zich zo gewoon mogelijk te gedragen en te verbergen hoezeer hij onder de indruk was.
    De sessie liep niet lekker, liet Boone in zijn memoires afdrukken. Na een uur stelde John Sebastian aan Bob Dylan voor: “Why don’t you let Steve take a try at this? He is an actual bass player”.
 
Boone wist niet wat hem overkwam. “Dylan looked at me and asked if I wanted to try”.
    Aan zijn lezers legde de bassist later uit wat hij voelde: “At that point, had he asked me to jump off the building, I would have made tracks for the roof”.
    Tijdens de sessie deed Steve mee op onder andere ‘Maggie’s Farm’ en ‘Love Minus Zero’. Beide songs verschenen op het album ‘Bringing it all back home’.
    Na afloop van de sessie nodigde Bob Dylan het tweetal uit nog wat te gaan rijden. “We drove around for about an hour, shared a joint and bullshitted back and forth like we’d all been friends our whole lives. As we drove around Manhattan with Dylan driving and a joint seeming to stay lit the whole time, we talked mostly about motorcycles and rock music”.
 
Een tijdje later kwam Dylan luisteren naar een optreden van de nieuwe groep. “He invited us up to his apartment to play an acetate of a song he’d just finished and seemed pretty excited about. It was in Bob Dylan’s flat in Gramercy Park that I first heard a drumbeat and organ intro preceding the lyrics 'Once upon a time you dressed so fine'. The song Bob was so excited about was called ‘Like a Rolling Stone’”.
    Steve Boone hield nog een aandenken over aan zijn eenmalige samenwerking met Bob Dylan. “I received a paycheck from Columbia for this session. At the time it helped pay the bills and later would offer proof of the session to anyone who doubted that I had been there”.
 
 
Lovin’ Spoonful
 
 
Pas kort voor het eerste optreden moest er een beslissing voor de naam van de groep genomen worden. Zo ging het wel vaker bij popgroepen. Ook de naam van de Hollies, met Graham Nash, kwam zo tot stand.
    “We were all sitting around talking about it one day and John came out with, ‘What would you guys think about ‘The Lovin’ Spoonful’?’
    ‘The Lovin’ what?’ I said.
    John repeated the name, arguing that it defined what our music would be all about.
    Well, I didn’t know about this. It made no sense to me. I didn’t think it said anything relating to music. As I thought about it, ‘Lovin’ Spoonful’ also conjured up images of drug use - heroin addicts using a spoon to cook up their potion. Would other people see it that way too?
    John was insistent, though, and explained that it was a phrase from a blues song by Mississippi John Hurt. Later I would find out that Fritz Richmond, the washtub bass player from the Kweskin Jug Band, had recommended the name to John”.
    John Sebastian wist de naam Lovin’ Spoonful door te drukken. Weldra stonden ze op de planken met wat eigen repertoire, folk-songs en bewerkingen van ‘Alley Oop’ (Hollywood Argyles), ‘Route 66’ en ‘Almost Grown’ (Chuck Berry).
 
 
Phil Spector
 
 
359 5 Bell Sound studio
 
 
John Sebastian, die geleidelijk aan een dominante rol in de nieuwe groep ging spelen, schreef ‘Do you believe in magic’, een song die zoveel enthousiasme teweeg bracht dat besloten werd er onder leiding van Erik Jacobson een demo van op te nemen in een studiootje (Bell Sound). Het eindresultaat werd rondgestuurd naar de grote platenmaatschappijen in de hoop op een positieve reactie. Die bleven echter uit.
    Een van de mensen die in de Night Owl kwam luisteren was niemand minder dan Phil Spector.
    Boone: “I’ll never forget watching from the stage as he sat at a table near the front - dark suit, dark sunglasses, completely expressionless, with his ear to wall. For two sets he sat there in that same spot, just watching, ear pressed to the wall, alone, listening. To us.
    Apparently, someone had tipped Spector off to the buzz surrounding this different-sounding band down in the Village. He was doing most of his recording at Gold Star Studios in L.A., but by this time he ran his label, Philles Records, out of Midtown in New York”.
    De jongens van de Spoonful beseften ter dege wie Spector was. “We all idolized the guy”.
    De succesvolle producer deed meer dan luisteren. “When the second set was over, Phil came backstage. Phil made it known to us and to Bob Cavallo that he loved our sound and expressed a wish to sign and produce the band”.
    Wat wilde je nog meer? “There was no insider in the music business at this time whose hitmaking ability or knowledge was held in higher esteem than Phil Spector’s. We agreed to talk over the informal offer with our management [Cavallo], and told Phil we’d get back to him soon”.
 
Nadat de leden van de Lovin’ Spoonful enigszins bekomen waren van het bezoek van de man die hits als ‘Da doo ron ron’ (Crystals), ‘Be my baby’ (Ronettes) en ‘You’ve lost that loving feeling’ (Righteous Brothers) gecreëerd had, kwamen ze tot bezinning. Was Phil wel de juiste persoon voor hun muzikale ideeën? Hadden ze in de persoon van Erik Jacobsen al niet een producer in handen? Het aanbod van Spector werd afgeslagen.
 
 
‘Do you believe in magic’
 
 
Phil Spector was niet de enige die perspectief zag in de toekomst van de Lovin’ Spoonful. Ook andere gegadigden werd de deur gewezen. Charley Koppelman en Don Rubin bleken echter op de goede golflengte te zitten. Het duo uitte zich positief over ‘Do you believe in magic’ en was bereid de bestaande ploeg, Bob Cavallo als manager en Erik Jacobson als producer, te accepteren.
    De twee jongelui die zelf al eens een grote hit hadden gehad met ‘Yogi’, wisten de groep onder te brengen bij een nieuw, actief label (Kama-Sutra) met goede distributiekansen.
    Boone: “They’d heard the ‘Magic’ demo and told us they had the network to get it into rotation on the radio, which was what we wanted to hear. Also, significantly, they wanted to sign our entire team lock, stock and barrel. They wanted Erik to produce us, would allow Bob Cavallo to handle day-to-day management duties and offered us our own publishing deal”.
    De Lovin’ Spoonful legde zijn lot in de handen van Koppelman en Rubin.
 
 
359 6 Ivy Three met Charles Koppelman en Don Rubin
Koppelman en Rubin (twee van de drie Ivy Three - 'Yogi')
 
 
Bij het label was men geweldig ingenomen met wat al op de band stond. Steve: “Kama Sutra took that demo of ‘Do You Believe in Magic’, and seeing no need to improve on Erik’s wonderful production, started pressing it in advance of its release and promotion”. De proefopname werd dus de single.
    Op het dak van Brill-building in New York werd letterlijk het startschot gegeven voor de toekomst van een nieuwe groep die Amerika en de wereld moest gaan veroveren. Bassist Steve Boone was er getuige van. “It is the summer of 1965, and I’m standing on the roof of the fabled Brill Building at 1650 Broadway in midtown Manhattan. The man standing next to me is firing a machine gun into the air. That man, Phil Steinberg, also happens to own my band’s record label.
    His associates at Kama Sutra Records - Hy Mizrahi and Artie Ripp - are taking turns firing their own rifles and shotguns they’ve retrieved from a closet in their office downstairs, and having a grand old time. They are celebrating the imminent departure of The Lovin’ Spoonful on our first tour of the West Coast, and are doing so in what you might call an unusual way. They are jubilant.
    The members of the band signed to their label are a mixture of frightened and bemused.
    ‘Here, you want to shoot it?’ Steinberg asks me.
    ‘Nah’, I say, my mind swirling with visions of the cops busting onto the roof and finding me with a smoking machine gun in my hands. ‘The recoil might wrench my hand and I wouldn’t be able to play my bass’.
    ‘Well, we sure don’t want that to happen now, do we?’ Steinberg says with a wink, as he fires off another round".
 
Staande op het dak van het Brill-gebouw realiseerde Steve Boone zich dat zijn muzikale loopbaan vorm gekregen had. “In the past six months I’d played a session with Bob Dylan and ridden around with him in a Plymouth station wagon smoking dope. I’d played in a band that was courted by Phil Spector and thought enough of itself to reject one of the all-time icons of rock ’n’ roll.
    And now I’d signed a record deal with guys who were firing machine guns from the roof of the Brill Building in the middle of Manhattan. Things were getting weird, and somehow normal”.
 
 
Succes
 
 
Bij veel groepen duurt het lang voordat er enige erkenning komt, als die al komt. De Lovin’ Spoonful hoefde evenwel niet lang te wachten. Terwijl ze nog in New York optraden kregen ze bezoek van de Byrds, die met hun versie van de Dylan-song ‘Mr. Tambourine Man’ de wereld aan het veroveren waren. Ze zagen de Spoonful helemaal zitten.
    Kort na het uitkomen van ‘Do You Believe In Magic’ mochten de jongens in Miami al in een populair tv-programma optreden. “The audience responded favorably”, is in het boek te lezen.
    In het vliegtuig naar Californië hoorde Steve de nieuwe single van de Beach Boys, ‘California Girls’. En kort na de landing, in een Cadillac op weg naar hun eerste radio-interview, zette de plugger van de platenmaatschappij de autoradio aan.
    “And then we heard it. Almost as if he’d pressed play on a tape recorder, I heard the easily identifiable opening drum fill of ‘Do You Believe in Magic’. Whether it had been set up beforehand to play our song at a certain time coinciding with our arrival, I have no idea”.
    Je eigen plaat voor het eerst op de radio horen maakte, zoals altijd, indruk. “We were hearing our song on the radio for the first time, and yeah, all the things you hear about that moment are true. Not to be corny about it, but it truly was magic”.
    Alle doorstane ellende van de maanden daarvoor was ineens vergeten, voorbij. “We had proof via the loud, clear signal of a major AM radio station that the hard work was paying off”.
 
De media aan de Amerikaanse westkust stelden zich positief op. De invloedrijke Ralph Gleason (1917-1975) van de San Francisco Chronicle bestempelde de Lovin’ Spoonful zelfs als ‘the best group in the U.S.’. Om er aan toe te voegen: “I’m glad to be alive at a time when I can hear them”.
    In Los Angeles traden ze op in onder meer Ciro’s, de Crescendo en de Trip, maar ook in tv-programma’s als American Bandstand, de Merv Griffin Show en de Lloyd Thaxton Show.
    Dat ze met ‘Do You Believe in Magic’ ook echt doorgebroken waren merkten de vier jongens uit de eerste hand toen ze in de Rose Bowl mochten meespelen bij een show met de beroemde Engelse Herman’s Hermits en de Bobby Fuller Four (van ‘I fought the law’).
    “Just the chance to play at a stadium in front of that many people was a thrill. The Rose Bowl was set up so the stage would face out to half of the seating bowl. Even with half the seats closed off, there were still 35,000 people packed into one end of the venue, which was probably a good 34,000 more than any of us had ever performed in front of.
    We were unsure how we’d be received, but the roar that went up from the crowd when we launched into ‘Do You Believe in Magic’ was deafening, and not soon forgotten by The Lovin’ Spoonful or those in our circle. Kind of like hearing your song on the radio for the first time, it was a high that is impossible to describe”.
 
Op 21 augustus 1965 verscheen de eerste single van de Lovin’ Spoonful op nummer 96 van de Billboard Hot 100. Aan de top die week: ‘I got you babe’ van Sonny & Cher, ‘Save your heart for me’ (Gary Lewis & the Playboys), ‘Help’ (Beatles), ‘California Girls’ (Beach Boys) en ‘Unchained Melody’ (Righteous Brothers).
    Snelle stijgers in die week: ‘”Like a Rolling Stone’ (Bob Dylan), ‘You were on my mind’ (We Five), ‘It ain’t me babe’ (Turtles) en ‘Eve of Destruction’ (Barry McGuire), de hoogste binnenkomer.
    Op 16 oktober bereikte de John Sebastian-song zijn hoogste positie in de VS, een negende plaats, achter ‘Yesterday’ (Beatles), ‘Treat her right’ (Roy Head) en ‘Just a little bit better’ (Herman’s Hermits), maar op dat moment nog vóór ‘Positively 4th Street’ van Bob Dylan.
    Niet slecht voor een eerste single.
 
 
359 7 16 oktober 1965
Billboard, 16 oktober 1965
 
 
Ontwikkelingen in de muziekbusiness
 
 
In een Billboard-artikel, gepubliceerd op 9 oktober 1965, werden Koppelman, Rubin, Erik Jacobsen en de Lovin’ Spoonful in het zonnetje gezet.
    Er was een nieuwe ontwikkeling gaande in de muziekbusiness, meldde de redactie. “Young independent record producers are being groomed by established indie disk producing firms. This industry development has come about to fit the growing needs of the disk manufacturers who are on a constant lookout for outsiders with ready-to-release records.
     In the vanguard of firms who are nurturing young producers within their own organization are Koppelman-Rubin Associates. The firm, established by Charles Koppelman and Don Rubin only three months ago, already has a string of disk clicks to its credit and has worked out several important ties with major labels”.
    Zoals wel vaker waren de grote platenmaatschappijen niet in staat of niet bereid om risico’s te nemen door in nog onbekende artiesten te investeren. Dat lieten ze aan onafhankelijke bedrijfjes over. “The Koppelman-Rubin setup is viewed in the trade as an inevitable step in the trend toward the spread of creative production organizations”.
    Buitenstaanders waren creatief, de grote maatschappijen hadden geld. “While it becomes increasingly difficult for the small company to compete against the major’s ad budgets, publicity outlays and sales and promotion staffs, it is conversely difficult for the big companies to maintain a fluid enough artist and repertoire staff that can stay on top of each new trend in teen taste.
     The answer seems to be the kind of ‘under one roof’ organization of writers -producers supplying  material to big record firms who in turn supply hefty exploitation for the disks produced by firms like Koppelman-Rubin.
    Met zijn gevoel voor de tijdgeest zat Erik Jacobsen op de juiste golflengte.
    “The first Koppelman-Rubin release was ‘Do You Believe in Magic’, by the Lovin’ Spoonful on the Kama Sutra label. It is currently riding high on the Hot 100 chart. The record was billed ‘A Product of Koppelman-Rubin Associates, produced by Erik Jacobsen’.
     Erik Jacobsen, who produced the successful disk by the Lovin’ Spoonful, is now working on a group called the Strangers and on Tim Hardin, a new vocalist. The firm hasn’t yet decided on the label to showcase these new artists”.
    De Lovin’ Spoonful en Erik Jacobsen waren dus trendsetters in de platenwereld van 1965.
 
 
Studio-verplichtingen
 
 
De onervaren jongens waren dankzij ‘Do You Believe In Magic’ in de vaart der volkeren gekomen. Nu moest er gehandeld worden. De markt wachtte immers op een album en een tweede hit. Tussen de vele optredens door werden de opnamen gemaakt. “The emphasis during the album sessions would be speed, not craft”.
    Dankzij de vele optredens uit de tijd dat ze nog onbekend waren, beschikten de leden van de groep (Joe Butler, ex-Kingsmen, had achter het drumstel plaats genomen) over genoeg repertoire om een elpee vol te spelen in de Bell Sound-studio. Zo kwamen ‘You Baby’ (‘tribute to Phil Spector’) en ‘The other side of this life’ (een song van vriend Fred Neil) op de plaat.
 
 
'You didn’t have to be so nice'
 
 
Steve Boone leverde zelf een belangrijke bijdrage. In zijn memoires legde de bassist vast: “I was beginning to contribute in other ways.
    I didn’t really think of myself as a songwriter, but I liked to sit at the piano during idle times backstage or at sessions and noodle on pieces. One day we were bumming around with Leslie Vega, the girl who’d recently become Joe Butler’s girlfriend at her parents’ house in the Village. I sat down at her parents’ piano and began futzing around with this melodic little figure, which everyone there thought had some potential.
    ‘What’s that called, Boone?’ Joe asked.
    It didn’t really have a name or lyrics, but I had this girl Nurit Wilde on my mind”.
 
Geïnspireerd door het gedrag van het meisje had Steve ‘You didn’t have to be so nice’ geschreven. De andere leden van de Lovin’ Spoonful besloten de song vast te leggen in de studio. Hun vriend Jerry Yester maakte een arrangement voor de stemmen. John Sebastian speelde autoharp en zorgde voor een extra drumpartij. Gitarist Zal Yanovsky deed à la Pete Drake zijn best op gitaar. Bovendien werd elders in New York een klokkenspel gehuurd. Na het succes van ‘Magic’ mocht er blijkbaar wat geld uitgegeven worden.
 
 
359 8 You didnt have to be so nice
 
 
In december 1965 werd ‘You didn’t have to be so nice’ als tweede single uitgebracht. Binnen een paar weken had de Lovin’ Spoonful zijn tweede top tien-hit te pakken.
 
 
wordt vervolgd
 
 
Harry Knipschild
22 maart 2019
 
Clips
 
* Dinah Washington, That's all I want from you, 1955
* Buddy Holly, Peggy Sue, 1957
* Arthur Osborne, Don't give me heartaches, 1958
* Ivy Three, Yogi, 1960
* Bob Dylan, Love minus zero, 1965
* Beach Boys, California Girls, 1965
* Lovin' Spoonful, Do you believe in magic, You didn't have to be so nice, 1965
* Tim Hardin, Don't make promises, 1966
* Brill Building, 2010
 
Literatuur
Louise Criscione, ‘Spoonfuls Get Taste of Life… If You Believe In Magic’, KRLA-Beat, 28 augustus 1965
‘Koppelman-Rubin in Independent Venture’, Billboard, 9 oktober 1965
Eden, ‘Spoonful of Lovin’ Words’, KRLA-Beat, 15 februari 1966
Henk Dekker, ‘The Lovin’ Spoonful’, Platenblad 26 en 27, november-december 1994
Steve Boone, Tony Moss, Hotter than a match head. Life on the run with the Lovin’ Spoonful, Toronto 2014