Zoeken


Als medewerker van platenmaatschappij Iramac maakte ik in 1967 kennis met Ronnie Splinter, gitarist van de Outsiders. Veel menselijk contact hadden we niet. John B. van Setten, manager van de groep, vond dat niet zo nodig. Hij vertegenwoordigde de groep immers ten opzichte van de platenmaatschappij en dat was genoeg. Sinds het contract met de Outsiders door Van Setten in 1968 werd beëindigd heb ik Ronnie Splinter tientallen jaren niet meer gezien. Het duurde tot 13 oktober 2010 voor we elkaar opnieuw ontmoetten. Dat was in het Amsterdamse appartement waar hij samen met zijn echtgenote Seemoy woont. Zie artikel 49 op deze site.
   Seemoy, van Chinese afkomst, was een Outsiders-fan van het eerste uur. In die tijd was het gebruikelijk dat aanhangers van de groep, jongens en meisjes, veel optredens meemaakten. Om er bij te kunnen zijn stonden ze vaak met hun duim omhoog bij het begin van de snelweg. Liftend kwamen ze soms midden in de nacht pas thuis. Zo deed Seemoy het ook.
   In 1973 leerden Seemoy en Ronnie elkaar pas goed kennen. Op 10 september van dat jaar trouwden ze. Na bijna veertig jaar zijn ze nog steeds bij elkaar. Vooral het laatste jaar, sinds Ronnie ziek geworden is, zijn ze vijwel altijd samen. In onze tijd is een dergelijk huwelijk, zeker bij popmuzikanten, bijzonder.

Seemoy en Ronnie Splinter, 12 maart 2013

 
Hoe gaat het als je iemand interviewt om een artikel te schrijven?
   Je bereidt je voor op het gesprek door een en ander te lezen. Ik werk niet met een recorder, dat kan remmend werken op het menselijke contact. Alleen wat steekwoorden en namen van personen schrijf ik op. Dan probeer ik nog wat feiten te achterhalen door het lezen van artikelen en als ze er zijn, boeken. Achter de computer werk ik voor een belangrijk deel vanuit mijn geheugen. En als het artikel af is gaat het ter verificatie naar de persoon met wie ik over van alles en nog wat heb zitten praten. Hopelijk gaan de fouten er dan uit. Bovendien weet hij of zij dan dat ik het gegeven vertrouwen niet geschonden heb.
   In vrijwel alle gevallen roepen beantwoorde vragen nieuwe vragen en interesse op. Je gaat meer over iemand en over een onderwerp lezen. En je denkt: dat zou ik ook nog wel eens aan de orde willen stellen. Op 12 maart 2013 stelde Ronnie Splinter me in de gelegenheid verder met hem van gedachten te wisselen. In het eerste gesprek hadden we speciaal zijn jeugd en de snelle opkomst van de Outsiders besproken. Die dag meer over het vervolg. 
 

Altijd vriendschap tussen Ronnie Splinter en Wally Tax

 
De laatste weken heb ik opnieuw een en ander over de Outsiders gelezen. In oude en en nieuwe artikelen. En natuurlijk het boek van Jeroen (Jerome) Blanes. “Dat is echt betrouwbaar”, stelde Ronnie nadrukkelijk. “Wally heeft later nog wel eens ontkend dat hij bepaalde dingen zo gezegd heeft. Maar uit eigen ervaring weet ik dat Jeroen letterlijk heeft opgetekend wat hij op tape had vastgelegd. Daar is geen twijfel aan”.
   Wally en Ronnie waren jarenlang boezemvrienden. Aan die intieme vriendschap kwam een einde toen Wally Tax (1948-2005), als lid van de Outsiders, soloplaten ging maken. “Maar we zijn altijd vrienden gebleven. Contacten waren er altijd”, vertelde Ronnie.
   Dat wil niet zeggen dat hun relatie altijd evenwichtig was. Om te beginnen was Wally, aldus Ronnie, helemaal niet zo zelfverzekerd als hij zich meestal voordeed. “Hij was het gezicht van de Outsiders. Als hij eenmaal zong ging het goed, maar voor en na een song was hij behoorlijk onzeker. De andere leden van de band vonden het overigens prima dat Wally als onze frontman optrad. Ik speelde gitaar en hoefde niets anders te doen bij een optreden.
   Bij het schrijven van liedjes werkten we de eerste jaren altijd voortreffelijk samen. Hij schreef een tekst en ik maakte er een melodie op. Ik hield van catchy melodieën uit een eerder tijdperk, maar ik schreef ze wel met een eigentijdse beat. Die combinatie werkte. Het succes stimuleerde me zo door te gaan. Wally gaf wel eens suggesties over hoe de sfeer van zo’n liedje moest zijn, en ik gaf soms commentaar op een tekst”.


De Outsiders in de Nederlandse hitlijsten
  

De jaren 1966 en 1967 waren het hoogtepunt van de Outsiders. Jerome Blanes: “Van 4 juni 1966 tot 2 december 1967 hebben de Outsiders onafgebroken in de top 40 gestaan. De timing van het uitbrengen van de platen was zo perfect dat op de dag dat de ene plaat de hitparade verliet, de andere alweer binnenkwam. Zonder dat ze het zelf door hadden, en ondanks wat wrijving onderling, was de combinatie Outsiders-John B. van Setten een combinatie die een stormachtige carrière garandeerde”.
   Alle hits van de Outsiders, al het eigen repertoire in de jaren 1965-1967, waren songs van Wally Tax (tekst) en Ronnie Splinter (muziek).
 

Na het hoogtepunt  
 

Manager Van Setten besloot eind 1966 al om Wally Tax solo-platen te laten maken. Wat ze daarover hadden afgesproken was zijn vriend Ronnie Splinter niet bekend. “Wij merkten het pas toen hij in de studio aan het opnemen was”. Wally stond op één lijn met de manager. Hij schreef behalve de tekst ook de muziek van de nummers die hij vastlegde. Tax kreeg nu persoonlijk ook alle aandacht in de media. De overige leden van de groep, dus ook Ronnie Splinter, schilderde hij geleidelijk aan steeds meer af als de leden van ‘zijn’ band en de uitvoerders van ‘zijn’ songs.
   Al eerder had Ronnie me verteld dat Wally in die tijd de beste (tekst-)ideeën voor zijn solo-carrière bewaarde. Bovendien werden de Outsiders min of meer gedwongen om tijdens optredens hun zanger te begeleiden als hij een song uit zijn solo-repertoire zong. Daar hadden ze helemaal geen zin in.
   In 1968 ging het snel bergafwaarts met de populariteit van de Outsiders én van Wally Tax. De hoogte van de gages kelderde. De Outsiders moesten steeds harder werken voor steeds minder geld. Als ze tenminste nog geboekt werden. Dat gebeurde minder en minder. Hits bleven uit. Er kwamen spanningen onderling en met manager Van Setten. Gitarist Tom Krabbendam en bassist Appie Rammers verdwenen uit de groep.
   Ook Ronnie Splinter zag het niet meer zitten. “Ik was het reizen behoorlijk beu – naar Veendam, Venlo, Vlissingen, Maastricht. Je zat urenlang in de bus van de band. Als je in een popgroep zat leek het of je in grote vrijheid leefde. De werkelijkheid was anders. Als je geboekt werd moest je spelen, ook op momenten in het jaar dat anderen genoten van hun vrije tijd. De latere page-look van de groep zag ik al helemaal niet zitten”.
   De leden van de Outsiders hadden in die tijd geen ‘sociale’ verplichtingen. Ze woonden nog gewoon bij hun ouders. Met uitzondering van Ronnie Splinter, die getrouwd was (zijn eerste huwelijk) en de huur en andere kosten voor zijn rekening moest nemen. Ondanks die financiële lasten hield hij het op den duur niet meer vol. Hij trok zich terug uit de groep en leefde enkele maanden van een uitkering. Maar na een tijdje was hij toch weer terug. “Mijn vervanger Toni Leroy voldeed niet”.
  

Ronnie was niet altijd even tevreden over de keuze van het single-materiaal zelfs als hij de melodie van de song geschreven had. ‘Touch’ hoefde voor hem niet en ‘Monkey on your back’, een andere top 10-hit, zag hij al helemaal niet als a-kant. Terecht constateerde hij dat diverse b-kanten en oude nummers, uit de tijd dat ze bij Paul Acket onder contract stonden, bij de fans minstens even populair waren als de nummers die in de top 40 belandden.
   Ronnie stond ook niet helemaal achter het album ‘C.Q.’ dat de Outsiders in 1968 voor Polydor opnamen. Het was een experimentele plaat, niet meer de catchy liedjes zoals Wally en hij ze in hun succesvolle periode geschreven hadden. Bovendien zinde het hem niet dat de repertoire-selectie gedaan werd door alle leden van een groep, met tal van nieuwe gezichten. Het verbaasde hem dan ook niet dat de elpee niet in grote aantallen over de toonbank ging. Ronnie: “Robbie van Leeuwen is nog komen luisteren toen we ‘C.Q.’ bij GTB aan het opnemen waren”.
   In 1969 liep het contract met Van Setten af. Met uitzondering van Ronnie, nu 20 jaar oud, wilden alle Outsiders met hun manager breken. “Hebben jullie dan een alternatief?” vroeg Ronnie. “Dat hadden ze niet. Ze waren er van overtuigd dat andere goede managers in de rij zouden staan om de zaken van de Outsiders te gaan behartigen”. Ronnie vond dat hij solidair moest zijn. Daarom trok hij één lijn met de anderen toen ze Van Setten lieten weten dat ze niet langer van zijn diensten gebruik wilden maken. Van Setten was woedend, vertelde Ronnie. “Maar zo erg was het voor hem niet. Hij had inmiddels een bureau dat voor tal van groepen werkte”.
   Binnen korte tijd versleten de Outsiders twee onervaren managers, Sjoerd van Dorp en Albert Koelman. Ronnie zag geen verbetering, integendeel. Om die reden liet hij zijn vriend Wally Tax weten dat hij het nu echt niet meer zag zitten om nog langer lid van de groep te blijven.
   De reactie van Wally was oprecht: “Dan bestaan de Outsiders niet meer”. En zo was het ook.

Ronnie had een gevoel van grote opluchting toen hij een punt achter zijn loopbaan als popartiest gezet had. De componist van songs als ‘Lying all the time’, ‘Summer is here’, ‘I love her still, I always will’, ‘Keep on trying’, ‘Thinking about today’ en ‘You mistreat me’ was toe aan iets nieuws in zijn leven.
 

 Ronnie Splinter, gitarist

  

Ronnie Splinter na de Outsiders

 
Wally Tax ging verder met de groep Taxfree. Ronnie: “Hij nodigde me uit in de repetitieruimte. Wally had een opleiding van foto’s retoucheren gevolgd. Op die plek maakte hij zijn nieuwe muziek. Toen ik binnenkwam zat zanger Jody Purpora op de vloer. De muziek die ze maakten vond ik melodramatisch. Het was helemaal niets voor mij. Ik heb er dan ook voor bedankt om lid van Taxfree te worden”.
   Peter van Tuin, een van de vele roadies die voor de Outsiders gewerkt had, had in 1969 een baan bij het computercentrum van de krant het Vrije Volk in Amsterdam. Hij wist dat er behoefte was aan meer personeel en stelde Ronnie voor er te solliciteren. Van computers hoefde je geen verstand te hebben. Je moest wel een psychologische test doen. “Ik wilde alles aanpakken wat er maar aan te pakken viel”. Ronnie meldde zich bij het Vrije Volk, kwam goed door de test en werd in 1970 aangenomen. Voor het eerst in zijn leven had Ronnie Splinter een vaste baan.
   “Wat was ik opgelucht. Het kon me niets schelen of ik midden in de nacht moest werken of gewoon overdag. In het begin was het werk wat ik deed heel eenvoudig. Ik moest ponskaarten sorteren. Dat was wel een nauwkeurig werkje. Want als die niet in de juiste volgorde lagen ging het fout. Gaandeweg volgde ik intern allerlei cursussen en werd ik benoemd tot ‘operator’”.
    Bij het Vrije Volk ging het niet zo goed. De oplage liep terug en er brak een staking uit. Bij het computercentrum werd echter gewoon doorgewerkt, kon Ron zich nog goed herinneren. De krant verdween uit Amsterdam, maar voor Ronnie Splinter was er steeds werk in het nieuwe vakgebied. Het langst werkte hij bij verzekeraar Winterthur, meer dan 30 jaar. Later werd dat bedrijf overgenomen door de Nederlandse tak van het Franse Axa en tenslotte door SNS-Reaal.
           
Ronnie Splinter was dus in een totaal andere wereld terecht gekomen. Van gitaar spelen kwam tientallen jaren helemaal niets. Als hij naar muziek op grammofoonplaten luisterde waren dat albums die niets met de Outsiders te maken hadden. Vooral elpees van Neil Young, Crosby, Stills  & Nash en Marvin, Welch & Farrar vulden de platenkast van Seemoy en Ronnie. Ongevraagd vertelde hij: “Ik had een hekel aan hardrock. Dat was een muzieksoort die in die tijd opkwam”.      
   Toch was het verleden nooit helemaal weg bij hem, moest hij vaststellen. Als lid van een succesvolle popgroep had hij immers geleerd hoe je met allerlei zaken om kon gaan. “Dat tegendraadse dat ik al had vóór ik artiest was en dat bij de Outsiders alleen maar sterker werd, heb ik altijd gehouden. In de jaren zeventig ging bijvoorbeeld iedereen naar Amerika. Ik niet, ik maakte in de zomer van 1973 juist een reis door de Sovjet-Unie. Het was vlak voor mijn huwelijk met Seemoy, ik had al geboekt. Bij aankomst moest je je paspoort inleveren en overal werd met formulieren gewerkt. De Sovjet-reisleiders hadden soms de Nederlandse taal geleerd. Ik kwam terecht in Moskou, Leningrad, Samarkand en Tashkent. In de Verenigde Staten ben ik nog nooit geweest”.
   Af en toe waren er internationale stromingen in de popmuziek die aansloten op de muziek die de Outsiders in de jaren zestig gemaakt hadden – de punkmuziek in de jaren zeventig en daarna de garage-rock. Maar dat soort muziek stootte hem juist af omdat die herinneringen opriep aan weleer en dat wilde hij juist uit zijn hoofd zetten, lijkt het.

 

Neil Young

 
De oude leden van de Outsiders waren inmiddels ieder hun eigen weg gegaan. Veel succes leverde dat meestal niet op. Bassist Appie Rammers speelde een tijdje mee met C.C.C. Inc. De groep woonde in een commune, met alle gevolgen van dien, liet hij in het boek van Blanes vastleggen. “We kwamen een keer terug van een optreden en iedereen had wat gedronken. Toen gebeurde er wat wel vaker in communes gebeurt: iedereen ging met iedereen naar bed. Dat liep helemaal uit de hand en mijn vrouw ging met Ernst Jansz. Vanaf dat moment kon ze alleen nog maar aan hem denken”. Toen het fout liep speelde hij steeds weer in andere groepen, zoals Pan, Syrinx, Link, de Shakey Sam Bluesband, Streetlight So What, de Sorbets, Chickens So Mad, Double Shuffle en ga zo maar door.
   “Dat was precies waar ik bang voor was”, vertelde Ronnie Splinter op 12 maart 2013. Zo ging het ook bij de andere voormalige Outsiders.
   Alleen Wally Tax wist zich redelijk te handhaven. Hij had goede contacten bij de persjongens. Daardoor stond hij voortdurend in de belangstelling. Ronnie vertelde het niet, maar af en toe deden Wally en hij toch nog iets samen, zo wordt hij althans geciteerd in het boek van Blanes. “Wally kwam wel eens langs. Na mijn scheiding in 1972 [eerste huwelijk] heb ik nog wel eens wat op muzikaal gebied met Wally gedaan. We hebben gerepeteerd in Vinkeveen met wat andere muzikanten erbij, maar ik ben daar niet mee doorgegaan. Ook zou ik meespelen met Wally toen hij in januari 1973 bij Ronnie Scott in Londen een optreden had. Ik ben wel meegeweest maar heb dat toen ook niet doorgezet”.
   De meeste projecten van Wally Tax na het uiteenvallen van de Outsiders waren tot mislukken gedoemd. Dat gold voor Taxfree, maar ook voor Bamboulee en andere groepen. Onder productionele leiding van Martin Duiser maakte hij bij platenmaatschappij Ariola evenwel enkele hits. Vooral ‘Miss Wonderful’ en ‘It ain’t no use’ deden het goed. Tax was nu meer een entertainer dan een rockartiest geworden. Hij componeerde bovendien de eerste top-40 single van crooner Lee Towers, ‘It’s raining in my heart’, eveneens bij Ariola. Na 1977 waren er voor Wally geen successen meer op de plaat.
   Evenals bij Appie Rammers en andere ex-Outsiders het geval was pakte Tax de meest uiteenlopende zaken aan. Had de zanger van ‘Lying all the time’ nog wel een duidelijke identiteit?
   Dat vroeg Ronnie Splinter zich ook af. “Ik ben een keer met hem meegeweest naar een optreden tijdens een festival in Rotterdam. Wally zong er Nederlandstalige liedjes met eigen gitaarbegeleiding. Diverse mensen liepen weg uit de zaal”.
   Wally was ook een behoorlijke ‘gebruiker’ van heroine (en alcohol) geworden. Dat zal zijn loopbaan en zijn gezondheid niet altijd ten goede zijn gekomen. Bovendien zat hij nog wel eens in geldnood. Op een bepaald moment had hij naar eigen zeggen alleen al een belastingschuld van 200.000 gulden. “Ik heb nooit één belastingformulier ingevuld. Die dingen kwakte ik gewoon in de prullenbak”.
 

Outsiders in 1987

 
Als nieuwe projecten niet meer slagen is het logisch dat muzikanten terug kijken naar het verleden. Dat was bij Tax ook het geval. Jeroen Blanes formuleerde het als volgt: “Midden jaren tachtig komt de mod/sixties-cultuur, die eind jaren zeventig opleefde, tot een hoogtepunt. In de jaren hiervoor heeft dit een hoop mensen aangespoord tot het spelen en kopen van jaren zestig-muziek. Zo is inmiddels een grote groep mensen ontstaan, die zich bezig houdt met beat en psychedelica. Wally vaart hier wel bij, omdat er tevens grote interesse is voor zijn oude werk met The Outsiders. ‘Het is best leuk hoor, al die nieuwe aandacht, maar ik wou dat ik er eens geld voor zag. Ik houd vooral van tastbare erkenning’.
   In 1986 liet Wally zich uit over het steeds meer voorkomen van reünies en heroprichting van oude bands, ‘Een eenmalige reünie is best aardig, Die van de Four Seasons was heel goed, maar als wij als Outsiders dat zouden willen doen moeten we eerst een aantal maanden in een trainingskamp. Zinloos dus’”.
 
Een reünie van de Outsiders kwam er toch in 1987. Van de oude bandleden deden alleen Wally Tax en drummer Leendert Busch mee. Voor het overige bestond de opnieuw-opgerichte groep uit Bas Zeeman op gitaar, Fred Jansen op bas en Ben Waalwijk op toetsen.
   Ronnie Splinter was niet van de partij, vertelde hij me. “Wally kwam op bezoek. We zouden met de groep een toernee van drie volle maanden door Nederland maken. Maar ik had intussen een baan met een goed salaris bij verzekeringsmaatschappij Winterthur. Het was volstrekt ondenkbaar om drie maanden niet bij dat bedrijf te werken. Dat kon en wilde ik me niet permitteren. Ik moest dus negatief reageren op het aanbod om mee te werken aan de reünie van de Outsiders”.
   Leendert Busch liet noteren: “Wally had een nieuwe manager, de Belg Wally van Hal. Ze deden me het aanbod mee te doen aan de ‘Goud van Oud’-toernee die grote hallen in het land af ging. Het was de bedoeling dat Appie [Rammers] en Ronnie ook mee zouden doen. Appie deed [echter] niet mee en Ronnie bleek het niet te willen. Maar die had dan ook een baan die hij niet wilde riskeren voor zoiets”.
   Tax verkondigde trots: “Ik heb de Outsiders weer tot leven gebracht. Het is een kleine band maar het klinkt alsof er honderd man staan te spelen”.  

 

Ronnie Splinter uitgebeeld door Steven Krakow (Chicago)

 
 

Reünie van de Outsiders

 
In het voorwoord van het Blanes-boek over de Outsiders schreef Ronnie Splinter: “Van sommige dingen kom je nooit meer los”.
   Op 1 juni 1996 vierde voormalig Outsiders-bassist Appie Rammers zijn vijftigste verjaardag. In een recent interview met Klemen Breznikar legde Ronnie uit hoe die avond verliep: “It was Appie’s 50th birthday and Leen [Busch, ex-drummer] wanted me to come. So we went to Appie’s farmhouse in Friesland. That day had a very nice atmosphere and everybody was happy. Leen and Appie wanted me to play some Outsiders songs. I told them I did not play anymore. They kept asking me to play and after a couple of beers after midnight I decided okay let’s do it. I played the songs without any problems and Appie and Leen were crying and all the people had a good time.
   Leen had a plan for a reunion tour and we started to rehearse with the 3 of us. We had to ask Wally to sing with us again and he refused. He wanted a bank guarantee of 300.000 guilders. I told him that was not realistic because there was no money at all, we had to earn it with playing. He decide to join us for 4 months. Mojo bookings were booking the tour and after a some rehearsal we were on the road again and it was a success”.
   Jerome Blanes schreef: “Wally Tax sloot zich bij het project aan toen de band het repertoire weer onder de knie had. Een aantal keren mocht ik aanwezig zijn bij het oefenen. Tot mijn verbazing klonken ze [de herenigde Outsiders] volledig authentiek, exact zoals op de platen. De snelheid waarmee ze hun oude repertoire weer oppakten was imponerend. Ook onder de indruk was televisiemaker Hein Fokker, die een documentaire maakte over de eerste LP van de Outsiders [uit 1967] in opdracht van de NRCV.
   In januari 1997 werd de band gecompleteerd met Wally Tax en oefenden ze al snel in een ruimte van de Arena/Sleep In te Amsterdam. Na een proefoptreden in het Friese Sexbierum werd er gespeeld op Leendert Busch’ vijftigste verjaardag in café Leentje in Amsterdam op 3 mei 1997. Dat er volop aandacht was voor de Outsiders werd duidelijk door de aanwezigheid van vier cameraploegen. Een van deze camera’s flitste voor het actualiteitenprogramma Nova, dat op 5 mei verslag deed van het optreden. Op 11 mei volgde een try-out in het Paard (Den Haag) voor een volle zaal”.
   Ronnie: “We wisten Wally te overtuigen dat het geld niet uit het niets te voorschijn getoverd kon worden. Er moest voor gewerkt worden. Bertus de Blauw van Mojo zette een toernee op en die verliep goed. Tijdens het weekend kon ik makkelijk optreden en ik had voldoende vrije dagen om ook door de week een en ander te doen. Oude tijden herleefden in zekere zin”.
   Het leek bijna te mooi om waar te zijn. Zolang het duurde. Aan Breznikar vertelde Ronnie: “There was of course trouble again. Appie was put out of the band by Wally. After 4 months we stopped just in time because Wally started drinking again and using dope”.
   Aan mij legde Ronnie op 12 maart uit: “Een hoogtepunt zou het optreden in de Melkweg (Amsterdam) zijn. Regisseur Pieter Verhoeff was er met een filmcrew. In de kleedkamer merkten we dat het die avond helemaal mis was met Wally. Leendert en ik zagen het meteen aan zijn ogen. Hij zweette behoorlijk. Wally at een hele appeltaart met slagroom op en moest overgeven”.
   Omdat Wally een en ander ‘gebruikt’ had kwam er van het belangrijke optreden nauwelijks iets terecht. De muzikale hereniging van Wally en Ronnie was ten einde gekomen.
  

Outsiders zonder Wally?

 
In 1987 hadden de Outsiders opgetreden zonder gitarist/componist Ronnie Splinter en bassist Appie Rammers. Tien jaar later had Splinter de smaak weer helemaal te pakken. Wally kon echter niet goed meer functioneren. Zeker niet als het erop aankwam.
   De nog overgebleven leden van de groep vatten het idee op dan maar zonder Wally door te gaan. In de persoon van Edwin de Boer vonden ze een nieuwe zanger. In eerste instantie kwam men met namen die aan de Outsiders deden denken, zoals de ‘Outbreakers’. Dat leek bij nader inzien niet de naam te zijn om zich mee te presenteren. Het werd toch Outsiders.
   Opnieuw kwam er een toernee. “Alle zalen waren al geboekt. Onverwacht kreeg ik brieven van een advocaat. Wally Tax nam er geen genoegen mee dat wij onder de naam Outsiders optraden. Bovendien mochten we niet de liedjes uitvoeren waarvan hij indertijd de teksten geschreven had. Wally ging verder. Hij benaderde alle zaalhouders en liet ze weten dat ze in de fout gingen als wij er zouden optreden. Ook nam hij contact op met z’n vriendjes bij de pers”.
   Ronnie voelde zich genoodzaakt ook zelf een advocaat in de hand te nemen. Al snel ontdekte hij de uurtarieven van de jurist. Elk contact, elke minuut, werd bij hem in rekening gebracht. In feite, vertelde Ronnie, was hij de enige die de knip opentrok. De andere leden van de band hadden geen cent. Wally liet zich pro deo helpen door zijn bovenbuurman die advocaat was.
   “De zaak zou voorkomen. Maar mede omdat de juridische kosten steeds verder opliepen heb ik er maar een punt achter gezet. De geplande en volgeboekte toernee is niet doorgegaan. Later liet Wally me weten: 'Waarom hebben we het niet gewoon met z’n tweeën uitgepraat? Dat had toch makkelijk gekund'. Hoe kon ik dat weten toen ik brieven van een advocaat ontving? Ondanks dat zijn we overigens bevriend gebleven”.
  

Ronnie Splinter opnieuw in de muziek

Inlay CD ‘Go Ron Go’

 
Ronnie was op het feestje van Appie Rammers opnieuw begonnen met muziek maken. In de tijd van de reünie van de Outsiders ging hij ermee door. Op 13 en 14 juni 2000 nam hij in Studio Moskou (Utrecht) acht nummers op onder de naam Ron & The Splinters. Het repertoire bestond uit onbekende sixties-songs, zoals ‘Don’t ever let me go’ (Ray Davies, Kinks), ‘Things have changed’ (Pete Townshend, Who), ‘Burned’ (Neil Young, Buffalo Springfield) en twee nummers die de Outsiders niet op de plaat hadden gezet. Zanger van de Splinters was platenman Michel Terstegen (van o.a. winkel Da Capo).
   In 2006 maakte Ronnie voor Rosa Records een tweede album in studio Moskou, deze keer met The Dam. Dertien nieuwe nummers, samen geschreven met Jerry Turner die ook de zang voor zijn rekening nam. Aan Breznikar vertelde hij: “After the reunion tour [in 1997] I started the band Ron & the Splinters. We made a CD and it was well received, we played a couple of years. I also played with The Outsiders with a new singer and we did some festivals and the usual gigs. I started another band called ‘The Dam’. I wrote songs together with the singer and the CD called ‘Beautiful Trash’ was also well received by the music magazines. I quit the band in 2006, ‘The Dam’ does not exist anymore”.
 
Het muzikale verleden van Splinter herleefde nog op een andere manier. Ronnie ontdekte dat oude liedjes die hij in de jaren zestig samen met Wally Tax gecomponeerd had opnieuw tot leven gekomen waren. In het verleden hadden Nederlandse groepen zich uitgesloofd het ook in Amerika te maken. Dat lukte maar zelden, en als het lukte kostte het vaak meer dan het opbracht. In heel wat gevallen was er helemaal geen opbrengst. Bedrijven lieten zich soms failliet verklaren als ze moesten uitbetalen.
   Als employee van verzekeraar Winterthur was Splinter er naar eigen zeggen niet van op de hoogte, maar zijn composities gingen een eigen leven leiden vanaf de jaren tachtig. Zoals Nirvana het onbekende ‘Love Buzz’ van Robbie van Leeuwen in zijn repertoire opnam, gebeurde dat ook met songs van de Outsiders.
 
 


Ronnie Splinter (rechts met rode gitaar) met de Sadies, Paradiso, 4 november 2008


Het ging bijna vanzelf, die indruk wordt gewekt. Van de een op de ander. Het blad Ugly Things (met Ron Swart en Mike Stax) hielp een beetje mee. De Lyres met zanger Jeff Conolly uit Boston, de Cynics uit Pittsburgh, de Sadies uit Toronto, de Thanes uit Schotland, de Rookies uit Italië enzovoort, allemaal vielen ze voor de goed in het gehoor liggende Splinter/Tax songs. Soms waren het hits, in andere gevallen b-kantjes of wat dan ook. Het experimentele en geflopte album ‘C.Q.’ is bovendien een waar collectors-item geworden.
   Nirvana met Kurt Cobain kwam vanuit de ‘underground’ in de mainstream terecht. Bij de groepen die Outsiders-songs in hun repertoire opnamen was dat (nog) niet het geval.
 

In de wereld van de garage-rock is Ronnie, als je dat zo mag zeggen, een ‘gerespecteerde’ muzikant geworden. De bands vinden het een eer als niemand minder dan Ronnie Splinter met hen wil meespelen. Dat deed hij bijvoorbeeld vorig jaar enkele keren toen de Cynics in Nederland optraden. Op uitnodiging vlogen Seemoy en Ronnie in 2012 tevens naar het Italiaanse Alessandria. De Rookies kenden heel wat Outsiders-nummers uit hun hoofd. Maar liefst twaalf songs speelden ze samen op de bühne. En zo gaat het door. Ronnie Splinter is zelfs uitgenodigd om volgende maand in Hoorn met Tim Knol op te treden.

Tijdens zijn ziekte wordt Ronnie van alle kanten sterkte en beterschap toegewenst. Zo ontving hij rond de jaarwisseling onverwacht een kaart uit Toronto. Met de wensen van de Sadies, maar ook van Lenny Kaye (gitarist van Patti Smith) en Neil Young.

 

 Goede wensen uit Toronto, links boven Neil Young

 
Harry Knipschild
15 maart 2013

Ronnie Splinter is op 19 mei 2013 overleden. 

  Clips
* Rookies met Ronnie Splinter, Touch, Alessandria, Italië, 2012
* Rookies met Ronnie Splinter, You mistreat me, Alessandria, Italië, 2012
* Cynics met Ronnie Splinter, Groningen, Keep on trying, 2012
* Cynics met Ronnie Splinter, Thinking about today, 2012
* Ronnie Splinter in Hoorn, Lying all the time, april 2013
     
Literatuur
‘Solo-carrière Wally Tax’, Kink, 26 november 1966
Jerome Blanes, Outsiders door insiders. De Amsterdamse legende in woord en beeld, uitgeverij Kampioen, 1997
Ron Swart, ‘Splinter! Ron Swart interviews Outsiders guitarist Ronnie Splinter’, Ugly Things # 16, oktober 1997
Peter Sijnke, ‘Nederlandse garagerock oftewel nederbeat: Q65 en Outsiders’, in Nederpophelden, Zaltbommel 2006
Hans van Vuuren, The Outsiders. Beat Legends, Maassluis 2010
Harry Knipschild, ‘Ronnie Splinter, gitarist-componist van de Outsiders’, deze website, 16 oktober 2010
Klemen Breznikar, ‘The Outsiders interview with Ronnie Splinter’, It’s Psychedelic Baby Magazine, 20 mei 2012
Ralph Heibutzki, 'Chatting with Jerome Blanes on the Outsiders, Wally Tax and Nederbeat', 2012 Amsterdam Outsiders Blogspot          
Jan Vollaard, ‘Wally Tax voelde zich ondergewaardeerd’, NRC, 14 februari 2013