Het is inmiddels 12 jaar geleden dat Greetje en ik een lange reis maakten door Iran, dat ten tijde van de shah Perzië genoemd werd. Op 9 augustus 2007 vertrokken we vanuit Kashan om later die dag in Yazd te arriveren.
    Per bus reden we over de grote weg door de woestijn. Langs de route stonden gatsometers opgesteld om te controleren of de chauffeur niet te hard reed. Nederlands fabricaat in de woestijn van Iran! Waar een klein land groot in kan zijn.
   De man achter het stuur, een Iranees, riep plotseling ‘Uranium!’ en wees naar rechts de vlakte in. We zagen een aantal gebouwen die door een dozijn wachttorens omgeven waren. Meteen daarna was er een hoge muur langs de weg, zodat we niet meer naar het westen konden kijken. Niet eerder tijdens de reis hadden we meegemaakt dat er langs de snelweg een terrein zo nadrukkelijk aan het oog werd onttrokken.
 
 
35 1 kaart
 
 
Enkele kilometers verderop sloeg onze bus een zijweg in en reed in noordelijke richting. We kwamen nu achter het complex uit, dat aan de voorkant zo perfect afgeschermd was. In plaats van een muur was hier alleen een ijzeren hekwerk en prikkeldraad. We bevonden ons op nauwelijks honderd meter afstand van allerlei radarinstallaties en bemande posten met afweergeschut, die op het zuiden gericht waren. Wapens, gebouwen en radar, alles was in de (schut)kleur van de woestijn. Gebeurde er op dit stuk woestijn iets dat belangrijk was? Wilden de autoriteiten het verborgen houden voor het menselijk oog. Hield de Iraanse overheid rekening met een aanval vanaf de zee in het zuiden, een aanval die dan afgeslagen moest worden?
    Had het iets te maken met de ‘uranium’-opmerking van de chauffeur? Bij dat woord moest je uiteraard denken aan de sancties die Iran waren opgelegd vanwege de vermeende productie van kernwapens in het land. Gebeurde dat soms op deze plek?
 
 
Kamelen in de woestijn
 
 
Door de woestijn kon je vanuit Kashan doorrijden tot Bandar Abbas aan de kust, een afstand van meer dan duizend kilometer. Het was een stenige vlakte met dorre planten, die zich erin hadden weten vast te nestelen. Op een flinke afstand rezen de bergen omhoog. In deze onmetelijke ruimte waren vreemd genoeg geen dieren te zien. Borden langs de kant gaven aan dat er fabrieken waren op tien, dertig, soms 45 kilometer. Een ijzersmelterij, een betonfabriek, een grafietfabriek.
    Op groene borden stonden soms spreuken uit de koran in Arabische letters. Benzinestations waren er niet. Het beste was om maar continu door te rijden, kilometer na kilometer.
    In elk dorp dat we passeerden zag je een, twee of drie moskeeën. Langs de weg bovendien een bord dat waarschuwde voor overstekende kamelen. Even verderop was een caravanserai, een vierkante ommuurde ruimte waarbinnen een stuk of twintig dieren met slechts één bult – dromedarissen dus – bijeen waren. Een van de dieren had zich van de groep losgemaakt en was op zijn achteruit getrokken voorpoten gaan liggen. Hij – of zij – keek ons loerend aan.
 
 
35 2 caravanserai
caravanserai in woestijn van Iran (9 augustus 2007)
 
 
Abyaneh en Nain
 
 
Onderweg naar Yazd, eindbestemming van die dag, bezochten we Abyaneh en Nain. We maakten een wandeling door Abyaneh, een bergachtig dorpje en kwamen in contact met een jongeman die goed Engels sprak en, zo vertelde hij, voor civiel ingenieur studeerde.
    Hij wees naar boven, naar een berg. Daar was een zoroastisch heiligdom, legde hij uit. Vroeger werden de lichamen van de overleden aanhangers van het zoroastrisme er neergelegd om door de gieren te worden opgegeten, totdat het in 1961 bij wet verboden werd. Een zoroastrische bidplaats achter een houten hek in het dorp was sindsdien in handen van de moslims gekomen en tot moskee omgebouwd.
    Aan het einde van de wandeling dronken we cola. Amerikaanse producten waren nauwelijks aanwezig in Iran en dus ook niet in Abyaneh. Er waren trouwens heel wat Iraanse cola’s. In dit bergdorp heette die Rabee Cola. De merknaam Coca Cola prijkte wel op de koelkast.
 
In een (gesloten) winkel in Nain zagen we in de etalage boeken over de laatste shah, een boekje over ‘Engels op reis’ en een encyclopedie met Adolf Hitler op de omslag. In het stadje reden we naar een plein met een moskee en een museum. Omdat we er maar kort verbleven was het kiezen. Het museum was een zestiende-eeuws Safavidisch woonhuis. Er bevonden zich wandschilderingen waarop een huwelijk met danseressen en muzikanten en bloemen waren uitgebeeld. Andere schilderingen lieten engelen, apen in bomen en gewelddadige jachttaferelen zien.
    We troffen het. De beheerder van het Kavir-museum leidde ons rond en vertelde over de geschiedenis van Nain. Het stadje was in het verre verleden een belangrijke handelsplaats geweest, midden in de woestijn. De inwoners hadden Nain echter moeten verlaten omdat ze over steeds minder water konden beschikken. Op den duur was er nog maar nauwelijks water om wie dan ook in leven te houden op deze tussen Mashhad en Yazd gelegen plaats. Zonder water was er geen leven mogelijk.
    De beheerder kon zich nog persoonlijk herinneren dat het water in zeer kleine hoeveelheden voor iedere inwoner gedistribueerd werd. In 2007 was het probleem opgelost door de aanvoer van onbeperkte hoeveelheden uit Isfahan, op 140 kilometer afstand. Nain was zodoende weer bewoonbaar geworden.
    Tijdens een korte rondrit door de stad zagen we tientallen staketsels van wat eens huizen waren geweest. Ze moesten opnieuw opgebouwd worden. Anders – vond ik – zou het niet lang meer duren of ze zouden terugvallen tot een stuk zanderige woestijn.
    In nieuwe wijken buiten het oude centrum had men geld gestoken in de bouw van een nieuwe moskee. Een nieuwe generatie jongens sportte achter een metalen hek.
 
 
35 3 Nain
restanten van gebouwen in Nain (9 augustus 2007)
 
 
Yazd
 
 
Aan het einde van de rit arriveerden we in de woestijnstad Yazd. We werden afgezet voor hotel Moshir-el-Mamalek, ver buiten het centrum. Tamelijk schoon water stroomde in hoog tempo door een parkje. Binnen zaten twee papegaaien voor een groot televisiescherm. Een oude radio (merk Rema) uit Midden-Europa, die stations als Beromünster, USSR, AFN-München, Moskou, Brussel 1 en Brussel 2, maar geen Nederlandse zenders op zijn schaal had, nam een prominente plaats in bij de ingang van het restaurant.
    Aan de wanden had men scènes uit de Iraanse geschiedenis uitgebeeld. In het complex ontbraken de portretten van Khomeini en Khamenei niet. Buiten op het terras aten we van een buffet met soepen, verschillende soorten vlees, stoofpotten en ingrediënten voor een salade. Drankjes (alcoholvrij) en potjes yoghurt kon je zelf uit een glazen koelkast halen.
    Binnen klonk instrumentale muziek, onder andere ‘Satisfy’ van Elton John. Westerse melodieën hoorde je tijdens de reis vaak zonder (‘aanstootgevende’?) teksten. Zo kon je ‘Don’t let me be misunderstood’ van Santa Esmeralda in een verknipte versie horen.
 
 
35 4 eten bij water
eetzaal hotel bij het water (10 augustus 2007)
 
 
Greet van Deuren in de Dominicus reisgids
 
 
In de Iran-gids van Dominicus, die we bij ons hadden, had Greet van Deuren een en ander geschreven over de plek waar we ons bevonden. “De onherbergzame woestijn neemt het grootste deel van de provincie Yazd in. De meeste mensen leven in de gelijknamige provinciehoofdstad (400.000 inwoners, op een hoogte van 1230 meter) en in omliggende, tijdloze dorpen.
    Eeuwenlang trokken karavanen vanuit Yazd langs oude handelswegen door de woestijngebieden – zowel naar Khorasan en Centraal Azië als naar Pakistan en India. Lange tijd was de stad een handels- en textielcentrum, befaamd om de zijde-productie en de tapijtknoopkunst.
    De sobere traditionele klei-architectuur zorgt ervoor dat deze oude karavaanstad, die bijna verglijdt in de woestijn, één wordt met haar omgeving. De troepen van Genghis Khan trokken er voorbij, waardoor de streek vrij bleef van gewelddadigheden. In 1272 bezocht Marco Polo de stad op zijn tocht naar China”, aldus de gids, die toch nog geweld moest vermelden: “Tijdens de veldtochten van de Afghanen in 1722, waarbij ook de toenmalige hoofdstad Isfahan ten val kwam, werd een groot deel van de bevolking vermoord”.
 
 
Wandeling door Yazd
 
 
Het was vrijdag, de ‘zondag’ van de moslims. Dat betekende dat de bazaar niet functioneerde. Greetje had een wandelroute door de stad gevonden. We passeerden allerlei winkels. Er werd reclame gemaakt voor Gilette scheermeisjes. Een telefoonwinkel verkondigde zorg te kunnen dragen voor verbindingen, ‘far away’ en ‘international’. Misschien wel met Nederland.
    Fietsers zag je niet zoveel, brommers des te meer. Waarom zou je trappen als brandstof in het olieland zo weinig kostte, misschien was dat de redenering?
    Twee jongelui op een brommer reden ons tegemoet. Een van hen stapte af en sprak ons aan. Hij heette Nazir en stelde zich aan ons voor. Zijn familie was afkomstig uit Afghanistan. Zijn ouders waren vanuit het grensgebied naar Yazd verhuisd. Na de dood van zijn moeder was zijn vader voor de tweede keer getrouwd – in totaal had hij nu zestien kinderen.
    Nazir (18) was de oudste zoon van de tweede vrouw van zijn vader. Hij werkte op een fabriek van plavuizen, een flink stuk ten noorden van Yazd, maar, zei hij trots: “Ik ben er niet in dienst”. Twee dagen in de week werkte hij niet, wilde hij ook niet werken. Die dagen besteedde Nazir aan zijn persoonlijke ontwikkeling, onder andere door met internationale bezoekers van de stad te praten.
 
 
Lopen met Nazir
 
 
Nazir keek vol belangstelling naar de Lonely Planet die we in de hand hadden. Hij wilde graag aan de slag als begeleider van toeristen. Als je de Lonely Planet uit je hoofd kende kon je verder komen in het leven, was zijn redenering.
    Ik vertelde hem dat de bezoekers van de stad waarschijnlijk behoefte hadden aan andere informatie. Westerlingen zoals wij wilden juist iets horen van wat de mensen in deze regio vonden, over de eigen cultuur en geschiedenis. Een lokale gids zou een aanvulling moeten zijn op het soms saaie feitenmateriaal dat je in de folders las. Hij knikte.
    Op zijn verzoek liep Nazir met ons mee. Met z’n drieën kwamen we al pratende bij het mausoleum van Sayed Roknaddin: een gebouw met een grote koepel. Op een bord buiten kon je lezen dat deze moslim in 632 AH (1234 in de christelijke jaartelling) overleden was. Het mausoleum kwam 103 jaar later tot stand.  
    We hadden geluk. Op deze vrijdag was het gebouw gesloten, maar de deur werd voor ons open gedaan. Tussen het glas om het graf was papiergeld geduwd, dat hadden we eerder meegemaakt. Waarom deden de mensen dat toch, konden we nu vragen.
    Mensen hebben vaak problemen, antwoordde de jongeman. Als die zijn opgelost willen ze iets doen om dat te tonen. Door wat papiergeld in het mausoleum van een vrome moslim achter te laten hebben ze een gebaar gemaakt.
    In de glazen kooi rondom het graf zag je bloemen en ook een spiegel. Dat hadden wel al vaker meegemaakt, onder andere bij de graven van de ‘martelaren’ uit de oorlog met Irak (1980-1988).
    “Een spiegel is een belangrijk voorwerp”, hoorden we. “In Iran trouwen de mensen zelfs voor de spiegel”.
 
 
Tapijtwinkel met zicht op windtorens
 
 
In de wandelroute was de ‘gevangenis van Alexander de Grote’ opgenomen. Op zoek naar meer informatie liep Nazir een tapijtwinkel binnen, die op deze vrijdag de deuren gewoon open had. We volgden hem en werden meteen door het hele pand rondgeleid. Behalve tapijten was er van alles te koop: ansichtkaarten, een kopie van het schilderij van Velazquez dat de overgave van Breda aan Spanje in 1625 uitbeeldde, en doosjes van kameel-been. We werden uitgenodigd naar boven te lopen, naar het dak van het winkelpand. Vanaf die hoge plek keken we uit over de stad en omgeving.
    Op diverse plaatsen om ons heen zagen we wat in de boekjes werd aangeduid met het woord ‘badgir’, de meters-hoge windtorens. In het woestijngebied, waar we ons ophielden, was elk zuchtje wind van het allergrootste belang, zeker in de zomer. Door de torens, met open zijpanelen aan alle kanten, werd het kleinste beetje lucht opgenomen.
    De Lonely Planet legde het uit: “The currents that enter the house do so above a pool of cool water, thereby cooling the air, while the air continues its circular path, redirected upwards through a different shaft”.
    Onder zo’n badgir was het nog redelijk goed toeven in de woestijn. “If you stand directly beneath a badgir, the air is appreciably cooler. While not as cold as modern airco, it’s a lot healthier”.
 
 
35 5 windtorens water en moskee windtorens, water en moskee met houten kooi rechts
 
 
We wilden het complex verlaten. Dat was echter niet mogelijk zonder door de winkel te lopen waar de Perzische tapijten te koop werden aangeboden. Was de excursie naar het dakterras een manier om ons in de juiste (koop)stemming te brengen?
    Bij binnenkomst in de verkoopruimte zag ik voor het eerst in Iran stickers waarop in goed Engels duidelijk gemaakt werd dat je met creditcards betalen kon.
    Voor we het goed en wel in de gaten hadden zaten we aan de thee en werd ons een zijden tapijt getoond, dat bijna 3.000 euro kostte. Van het een kwam het ander. Het ene na het andere tapijt werd uitgerold. Allerlei details werden ons getoond – over het procedé, de afbeeldingen, de herkomst, de al dan niet opzettelijke foutjes in de symmetrie enzovoort. Er waren gemengde technieken, inclusief stukjes (geweven) kelim, verschillende materialen en kleuren, afbeeldingen van dieren en het zoroastrisme en tapijten die vijf en twintig jaar oud waren. Hoe ouder hoe beter (en dus kostbaarder) was de boodschap.
    Als klap op de vuurpeil werd medegedeeld dat we ons in een staatswinkel bevonden. Om die reden kon je hier (alleen hier!) met je creditcard betalen. We bevonden ons in de islamitische republiek Iran, met winkels van de staat, met mogelijkheden die aan de gewone handelaren niet werden toegestaan, realiseerde ik me.
 
 
Water
 
 
Aan het eind van deze morgen in augustus 2007 ging de temperatuur snel omhoog. In een theehuis leidde de eigenaar ons rond. Hij liet ons de primitieve slaapplaatsen voor rugzaktoeristen zien en de trap die naar een plek leidde waar vroeger een ondergronds beekje gestroomd had. Daar was dus nog water in de woestijn geweest. Bij de grote plaatselijke moskee was een grote vijver, vol met water.
    Tegenover de moskee bevond zich het watermuseum. Alleen op vrijdag hoefde je geen entreegeld te betalen. Veel zin om het museum te bezoeken had ik in eerste instantie niet. Wat moest je nou in een watermuseum? Allerlei soort water proeven? Oud water bekijken?
    In werkelijkheid was het anders. Het museum bracht in kaart, en in beeld, hoe al die inwoners van Yazd dagelijks tegen de droogte van de woestijn in het geweer moesten komen. Water was, evenals in Nain een dag eerder, het meest noodzakelijkste om in leven te blijven, om te kunnen functioneren.
    Er hingen tientallen foto’s in het museum. Je zag hoe mannen en vrouwen tot het uiterste gingen om water te vinden. Ze groeven gaten in de grond en lieten zich langs een touw afzakken met een emmertje. Het menselijke bestaan draaide voor een niet onaanzienlijk gedeelte in het zoeken naar water.
 
 
35 6 water halen onder de grond
water halen van onder de grond (foto in museum, 10 augustus 2007)
 
 
De voorwerpen en foto’s in het museum waren niet eens zo oud, soms minder dan een halve eeuw. Pas door de komst van water uit Isfahan had Yazd – evenals Kashan en Nain – een moderne stad kunnen worden.
    De gids van Dominicus maakte geen melding van het waterprobleem, maar de Lonely Planet gaf uitleg van de qanats, waterkanalen: “To build a qanat you first need to find an underground water source, which might be more than 100 m deep. Then you dig a tunnel just wide and tall enough to crawl along to carry the water across a shallow gradient. Narrow wells are dug down to the tunnel at regular intervals for ventilation”.
    In Nederland is het slecht weer als er een spatje regen valt. In Yazd was het waarschijnlijk feest als het regende. Dan werd in dit theocratisch land het opperwezen misschien wel uitvoerig bedankt.
 
 
Religie
 
 
In geen stad of dorp ontkwam je aan de heersende religie. Vanaf het dak van de staatswinkel keek je niet alleen uit op de windtorens, maar tevens op de minaretten van een veertiental moskeeën. De Dominicus had niet voor niets een lijst opgenomen van de Iraanse feest- en herdenkingsdagen.
    De dag van de herdenking van de dood van imam Hoessein (680 na Christus, in Kerbala, Irak) ‘gaat gepaard met religieuze processies en passiespelen’ en wordt volgens de maankalender gehouden op 10 moharram, dus elk jaar op een andere dag.
    De Iraanse kalender van 2007 had, las ik, maar liefst 23 vrije dagen die direct met de islam en de Iraanse revolutie van 1979 te maken hadden, waaronder de dag van de herdenking van de nationalisatie van de olie-industrie in 1951 (20 maart), de dag dat Khomeini aan de macht kwam (11 februari), de sterfdag van Khomeini (4 juni), de dag waarop Khomeini in 1963 gearresteerd was (5 juni), de herdenkingsdag van de martelaren van de islamitische revolutie (8 september), de vooravond van de marteldood van imam Hoessein, de veertigste dag na de marteldood van imam Hoessein, de geboortedag van imam Hoessein, de dag van de marteldood van imam Ali, de herdenkingsdag van martelaar imam Reza, enzovoort.
    Vanaf het dak zag je bovendien een gigantische houten kooi. Nazir legde uit: “Dat is de kooi van imam Hoessein”. Die vervulde een belangrijke functie in Yazd en andere steden in de omgeving, zoals Abyaneh. Eén keer per jaar werd de kooi met zwarte doeken bedekt, door sterke mannen op de schouders genomen en de hele stad rondgedragen, wist Nazir. Soms moesten de mannen (diep) bukken als ze door een poort gingen, want de kooi van Hoessein moest nu eenmaal een bepaalde route afleggen op die dag.
    In Yazd, hoorden we, dat er meer van deze kooien opgesteld waren, zoals bij de grote vrijdag-moskee. Ze varieerden van vier tot wel tien meter hoogte. Hier, in deze woestijnstad, gebeurde in zekere zin hetzelfde als op vele plaatsen in Spanje, dat vele eeuwen door de moren ingelijfd was. Ook daar werden en worden grote en zware religieuze voorwerpen door een groep sterke mannen in processie rondgedragen.
 
 
Zoroastrisme
 
 
Yazd stond de afgelopen weken (maart 2019) in het nieuws. Trouw wijdde twee artikelen aan de stad, aangevuld met kleurenfoto’s. Carolien Omidi schreef in het dagblad een artikel, getiteld ‘Zoroastrisch geloof wint aan populariteit’.
    Ze begon als volgt op 25 maart 2019: “Het Perzische nieuwjaar, Nohrouz, is weer begonnen - een zeer belangrijke viering in Iran, die het begin van de lente markeert. Na de islamitische revolutie van 1979 heeft de regering [vergeefs] geprobeerd dit feest af te schaffen. Het is immers een pre-islamitisch, zoroastrisch feest dat volgens de autoriteiten niet zou passen in een islamitische republiek”.
    Omidi legde uit: “Het zoroastrisme was de staatsgodsdienst van de Meden en later ook die van het Perzische Rijk, voordat Perzië door de Arabieren werd veroverd. Het geloof lijkt vandaag de dag in Iran niet alleen geaccepteerd maar ook steeds populairder te worden. Dat kan natuurlijk te maken hebben met het goede imago dat zoroastriërs zichzelf bezorgd hebben door hun gastvrije en vriendelijke gedrag. Maar misschien hangt het ook wel samen met de toenemende spanningen tussen Iran en de Arabische wereld.
    Het zoroastrisme was tenminste van ons, echt Perzisch. De Arabische origine van de islam zit veel Iraniërs dwars”.
    De journaliste bezocht niet alleen haar familie in de stad, het museum van zoroastrische cultuur en geschiedenis, maar ook de vuurtempel. Daar was het druk. “Terwijl mensen selfies namen bij het ‘eeuwig’ brandende vuur, spraken twee vrouwen in chadors verschillende bezoeksters aan op hun veronderstelde slechte hoofdbedekking. Het heeft toch iets ongemakkelijks; die combinatie van een zoroastrische vuurtempel in een islamitische republiek”.
    Voor mij [HK] als Nederlander blijft het iets raars. In het islamitische Iran doen vrouwen er alles aan om van de verplichte hoofddoek af te komen. In het vrije Nederland lopen de vrouwen er vrijwillig mee om het hoofd.
 
Linda Otter was eveneens onlangs in Yazd om verslag in Trouw te doen. In die stad is een zoroastergemeenschap van ongeveer zesduizend aanhangers, een kwart van alle zoroasters in het land, dat soort getallen kon je in haar artikelen lezen.
    Otter: “Het zoroastrisme intrigeert. In het streng islamitische Iran is 98 procent van de bevolking moslim. Meer dan duizend jaar was het zoroastrisme echter de belangrijkste godsdienst van het Perziche Rijk. Overal zijn er sporen van te vinden. Je kunt vuurtempels en andere heiligdommen bezoeken. In Yazd, is me verteld, staan de mooiste monumenten.
    Ik ga naar de vuurtempel en het museum. Maar het interessantste heiligdom bewaar ik voor de laatste dag: de dakmeh-ye zartoshtiyun, de torens des doods, waar de zoroasters vroeger hun doden lieten. De torens liggen aan de rand van de stad in een desolaat woestijnlandschap.
 
 
35 7 zoroastische begraafplaats
omhoog naar zoroastische 'begraafplaats' bij Yazd
 
 
In zwarte sluiers gehulde schoolmeisjes klimmen naar boven. Achter de rechter toren is een ondiepe kuil te zien. Op deze plaats werden de dode lichamen als voedsel voor de roofvogels gelegd, vertelt een vrouw met een rode hoofddoek, lid van de zoroastergemeenschap. Tachtig jaar geleden werd deze methode verboden omdat de regering bang was voor epidemieën. Sindsdien begraven wij onze doden”, hoorde ze.
    Volgens de vrouw was er in Iran geen sprake van discriminatie. Er zijn kerken, synagogen en zoroastertempels. Religieuze minderheden zijn vertegenwoordigd in het parlement. Niet-moslims mogen alcohol drinken, dat wil zeggen binnenshuis en niet in de nabijheid van moslims.
    De vrouw met de rode hoofddoek liet uit voorzichtigheid niet (snel) het achterste van haar tong zien. Pas na aandringen van Linda Otter bekende ze dat zoroasters niet hoefden te rekenen op een goede positie bij het leger of de politie. Ze mochten ook geen seksuele relatie met een moslim hebben. Daar konden ze zelfs voor veroordeeld worden. Trouwen met een moslim was alleen toegestaan als ze zich tot de islam bekeerden. De werkelijke informatie had de journaliste uit het boek Religious minorities in Iran (Eliz Sanasarian) moeten halen.
   
In de krant was te lezen dat de temperatuur in plaatsen als Yazd in de zomer kan oplopen tot een graad of vijftig. Ook zonder op een thermometer te kijken konden Greetje en ik constateren dat het behoorlijk warm was op deze dag in augustus. Vandaar dat we afzagen van een wandeling de hoge, kale berg op naar de toren des doods buiten het centrum.
   Ook om bij de vuurtempel te komen was het noodzakelijk een taxi te nemen. Daar aangekomen bleek dat het heiligdom, met een grote afbeelding van Zarathustra op de voorgevel, stevig op slot was. Niet omdat de zoroasters geen mensen wilden toelaten, maar omdat het vrijdag was, de heilige dag van de islam. Volgens de Dominicus was het gebouw tussen drie en zeven uur ’s middags geopend. Maar niet op feestagen…
 
35 8 vuurtempel achter hek
vuurtempel gesloten omdat het vrijdag was (10 augustus 2007)
 
 
Het werd de anders-gelovigen in Iran niet gemakkelijk gemaakt, dat besef drong onverbiddelijk door. Voor ons zat er niets anders op dan opnieuw een taxi nemen, terug naar het centrum van Yazd. Bij de grote moskee heerste er een vrolijke sfeer. Op het dakterras stonden tientallen mannen levendig met elkaar te praten. In een cafetaria bij de moskee kochten we een ijsje. Buiten op een stoel bekeken we het voorbijrazende verkeer.
   Diverse gezinnen verplaatsten zch gemeenschappelijk op één bromfiets. De man voorop, een of twee kinderen achter hem, de meisjes gesluierd in het zwart en achterop – op diezelfde bromfiets – de moeder des huizes, eveneens gesluierd in het zwart. Ondanks dat was het een vrolijke bedoening. De Iraanse realiteit in augustus 2007, twaalf jaar geleden.
 
 
35 9 ook een lastdier002
straatbeeld in Yazd, 10 augustus 2007
 
 
Harry Knipschild
4 april 2019
 
 
Clips
 
* Santa Esmeralda, Don't let me be misunderstood, 1977
* Vuurtempel in Yazd, 2014
* Herdenking van het martelaarschap van imam Hoessein in Iran, 2014
* Abyaneh in 2015
* Nain in 2016
* Yazd in 2016
* Torens des doods bij Yazd, 2017
* Houten kooi in Yazd, 2017
* Woestijn bij Kashan, 2018
 
Literatuur
V.S. Naipaul, Among the believers. An islamic journey, 1981
Carolien Roelants, ‘Hoofddoek verplicht’, NRC, 27 april 2000
Greet van Deuren, Iran, Dominicus reisgids, Bloemendaal 2002
Andrew Burke en Mark Elliott, Iran, Lonely Planet 2004
Linda Otter, ‘De Iraanse woestijnstad Yazd’, Trouw, 23 maart 2019
Carolien Omidi, ‘Zoroastrisch geloof wint aan populariteit’, Trouw, 25 maart 2019