Eén dag per jaar, 1 januari, is Wenen voor veel mensen de muzikale hoofdstad van Europa, misschien zelfs wel van de wereld. Al decennia lang zendt Eurovisie dan het nieuwjaarsconcert vanuit de Gouden Zaal van de Wiener Musikverein uit.
    De twee toegiften lijken vast te staan: ‘An der schönen blauen Donau’ en de ‘Radetzky-mars’: herinnering aan de slag bij Custoza (Italië) op 25 juli 1848, toen de Oostenrijkse troepen onder leiding van veldmaarschalk Josef Radetzky een einde maakten aan een opstand in het keizerrijk van de Habsburgers.
    Vrijwel elk jaar is er een andere dirigent bij de Wiener Philharmoniker. Vroeger was dat anders. Met name Willi Boskovsky (1909-1991) had een kwart eeuw (1955-1979) de leiding van het evenement in Wenen. Het graf van Boskovsky is te vinden op het Zentralfriedhof temidden van andere corifeeën.
 
 
 
Zentralfiedhof
 
 
378 1 Kurt Waldheim
graf Kurt Waldheim (18 oktober 2019)
 
 
Op 18 oktober 2019 waren Greetje en ik in de hoofdstad van Oostenrijk. Vanuit ons hotel midden in het oude centrum was je - dankzij het efficiënte openbaar vervoer per metro en tram – in een mum van tijd bij het Père-Lachaise van Wenen.
    Vanaf de hoofdingang liep je vanzelf naar de graven van de Oostenrijkse presidenten, inclusief dat van Kurt Waldheim, voormalig secretaris-generaal van de Verenigde Naties en vanaf 1986 tot 1992 staatshoofd van de republiek. Als president kwam Waldheim ‘ten val’ toen bleek dat hij zijn oorlogsverleden verzwegen had.
    Op deze zonnige ochtend hadden we ons ten doel gesteld het graf van de Oostenrijkse popartiest Falco te bezoeken, zoals bezoekers van Père-Lachaise in Parijs vooral de laatste rustplaats willen zien van Jim Morrison (Doors) en wellicht ook die van Edith Piaf.
    Op een gigantisch kerkhof – met een speciale afdeling voor de joden – moet je jezelf beperkingen opleggen. Dus geen zoektocht deze keer naar bijvoorbeeld Schubert, Mozart en Beethoven. Maar de grafsteen van Willi Boskovsky passeerden we gewoon tijdens de wandeling.
 
 
Udo Jürgens
 
 
Het was een kwartier lopen naar Falco. Zijn stoffelijk overschot is ter aarde besteld in een speciale afdeling die gewijd is aan prominente artiesten en kunstenaars. Meestal zijn of waren die alleen beroemd in eigen land.
    Terwijl we ons concentreerden op de zanger van ‘Rock Me Amadeus’ kwamen we terecht in een groep die werd rondgeleid door iemand met een onverstaanbaar Oostenrijks accent. We bevonden ons zo waar bij het graf van Udo Jürgens, die eind 2014 tijdens een wandeling in Zwitserland plotseling overleden was.
 
Udo is me altijd bijgebleven. Twee keer hebben we elkaar ontmoet, al heeft dat op hem waarschijnlijk geen indruk gemaakt. De eerste keer was begin 1966. Aan het einde van 1965 was ik in dienst getreden bij platenmaatschappij Negram-Delta om er de publiciteit te verzorgen. Hans Kellerman en Rob Oeges stelden me vooral aan omdat Willem van Kooten (programmaleider van Radio Veronica) me aanbevolen had. Ervaring in public relations had ik niet, maar wel kennis van popmuziek en goede contacten met het radiostation. Dat was voldoende.
    Negram-Delta, eigendom van Ger Oord, had de Nederlandse rechten voor internationale labels als Warner Brothers, Reprise, Pye, Dot, Kapp, Ariola en Vogue. Het Franse Vogue was ook actief bij onze oosterburen. Een van hun artiesten was de Oostenrijker Udo Jürgens.
 
 
Songfestivals
 
 
Udo werd als Udo Jürgen Bockelmann op 30 september 1934 geboren – niet in Wenen, maar in Klagenfurt. Op jeugdige leeftijd, als lid van de Hitlerjugend, raakte hij aan één oor gehandicapt. Na de oorlog bekwaamde Udo zich in de muziek en in de jaren vijftig wist hij een klassering in de Duitse hitlijsten te bereiken – in 1955 met ‘Hejo, hejo, Gin und Rum’. In 1961 had hij een hit door ‘Kiss me quick’ (Presley) in het Duits te zingen.
    Begin jaren zestig bleek Udo een eigen muziekstijl te hebben. Zittend achter de piano zong hij eigen materiaal of – zoals de Nederlandse schlagerkenner Harry Thomas het definieerde: “De langzame titels waren zeer anspruchsvoll en op een vaak bijzonder gevoelige wijze vertolkt”.
    Het repertoire bleek geschikt voor songfestivals. In Knokke aan de Belgische kust bracht Jürgens anno 1960 zijn ‘Jenny’. Tijdens het Euroviesongfestival van 1964 bereikte hij een zesde plaats met ‘Warum, nur warum?’, in 1965 een vierde met ‘Sag ihr ich lass sie grüssen’ - om in 1966 met ‘Merci Cherie’ als eerste uit de bus te komen.
    Pas 48 jaar later, in 2014, wist Oostenrijk voor de tweede keer het songfestival te winnen. Deze keer dankzij ‘Rise like a phoenix’ van de vreemde artiest Conchita Wurst.
 
 
378 2 Udo Jurgens 1966
 Udo Jurgens 1966 (met France Gall, winnares in 1965)
 
 
In maart 1966, kort na zijn overwinning, vloog Udo Jürgens richting (oude) Schiphol om zich in Nederland te manifesteren. De twee Negram-directeuren vonden zijn komst niet belangrijk genoeg om de zanger zelf te begroeten. In plaats daarvan reisde ik op hun verzoek per openbaar vervoer naar de luchthaven om – voor het eerst in mijn leven – namens een platenmaatschappij tijdens een ‘persconferentie’ heel wat journalisten voor te stellen aan een ster, die ik natuurlijk niet eerder ontmoet had. Als ik me goed herinner had ik een doos met wat exemplaren van de single ‘Merci Cherie’ meegekregen. Ook moest ik wat stenciltjes uitdelen met een korte levensbeschrijving en daarbij een foto van de winnaar van het Eurovisiesongfestival. Zo eenvoudig ging het er in 1966 aan toe.
    ‘Merci Cherie’ bereikte een veertiende plaats in de top 40 van Radio Veronica.
 
 
Carrière
 
 
De meeste artiesten faalden verder nadat ze dankzij het songfestival eenmalig een Europese hit in de wacht sleepten. Dat was bijvoorbeeld het geval bij André Claveau (1958), Jorgen Ingmann (1963), Gigliola Cinquetti (1964), Massiel (1968), Severine (1971), Anne-Marie David (1973), Teach In (1975) en Marie Myriam (1977). Wie kent ze nog?
    Bij Udo Jürgens was het anders. ‘Merci Cherie’ betekende de start van een langdurige en geslaagde muzikale loopbaan. In zijn biografie van de artiest uitte Harry Thomas bewondering voor de aanpak van Hans Beierlein, zijn manager die er (mede) voor zorgde dat het succes steeds gecontinueerd werd. In Nederland scoorde Jürgens met ‘Zeig mir den Platz an der Sonne’, ‘Einmahl wenn du gehst’ en vooral ‘Griechischer Wein’ in 1975.
    Diverse songs van Jürgens werden bovendien in het buitenland opgepakt. Al in 1964 had Matt Monro een top tien hit in Engeland met ‘Walk Away’, de Engelse vertaling van ‘Warum nur warum?’. Zijn ‘Gib mir deine Angst’ werd als ‘Geef mij je angst’ in 1984 een succes voor André Hazes en in 2005 voor Guus Meeuwis. Sammy Davis Jr, Bing Crosby, Shirley Bassey, Al Martino en Rob de Nijs vertolkten eveneens het repertoire van de Oostenrijker.
   
In zekere zin wist Udo Jürgens het Duitse lied, de schlager, op een hoger niveau te brengen. Hij sloot zich dan ook niet altijd aan bij zijn ‘gewone’ collega’s.
    In 1980 schreef Harry Thomas: “Udo is een man die afstand schijnt te willen bewaren. Op het schlagerfestival van 1977 wenste hij niet aanwezig te zijn te midden van de andere artiesten. Hij wenste niet aan de [gemeenschappelijke] finale deel te nemen en belde vele malen naar de receptie van het [bijbehorende] hotel omdat het lawaai dat de andere artiesten maakten hem te veel was. Een man die uit de toon viel dus”.
    De kritiek die Thomas had op het gedrag van Jürgens vond ik opvallend. Het was immers bijna zijn ‘levenstaak’ om het Duitse lied aan de man te brengen. In het blad van Veronica werd al in 1974 opgemerkt: “Iedere keer, wanneer hij iets over Udo schrijft, is het rot kritiek. Hij weet altijd wel iets op te zoeken, waarin hij duidelijk naar voren wil brengen dat Udo volgens hem een zak is. Volgens mij is Harry dat zelf. Laat die Harry Thomas daarom eens naar de goede kanten van Udo gaan kijken”.
 
 
Na 2014
 
 
Tegen het einde van zijn leven, in 2007, nam Jürgens de Zwitserse nationaliteit aan. In dat land kwam hij ook te overlijden. De Nederlandse pers begon nu aandacht aan hem te besteden.
    In Trouw kon je bijvoorbeeld lezen: “Jürgens leefde aan het begin van zijn carrière het romantische leven dat hij in zijn liedjes bezong. Hij reed rond in zijn sportwagen, versierde ontelbare vrouwen met zijn bruine ogen, had twee buitenechtelijke kinderen en rookte en dronk erop los. Later trok hij zich terug om een anoniemer leven te kunnen leiden. Zijn schlagers kregen vanaf de jaren tachtig steeds meer pop- en rock-trekjes, zijn teksten gingen vanaf toen behalve over de liefde ook over maatschappelijke thema’s als drugsgebruik, de val van de muur en milieuproblematiek”.
 
Uiteraard toonde de familie zich geschokt. “De pijn en het verdriet zijn ontzettend groot”, werd uit die kringen vernomen. Over dochter Jenny werd gemeld: “Alles staat nu in het teken van haar familie, bij wie zij wil zijn in deze loodzware tijd”.
    Maar al snel hadden de berichten een financiëel karakter. Er was bijvoorbeeld een run op het soort badjassen die Udo vaak droeg tijdens toegiften bij zijn optredens. De Oostenrijkse fabrikant kreeg te maken met een forse toename van de vraag. Problemen waren er voor de organisator van de Jürgens-toernee die nog moest gaan beginnen. Er waren 160.000 kaartjes verkocht tegen een prijs van 50 tot meer dan 100 euro.
 
 
Erfenis
 
 
De media hebben de laatste jaren veel aandacht besteed aan de nalatenschap van Amerikaanse artiesten als James Brown, Michael Jackson, Whitney Houston en Prince. De advocatuur vaarde er wel bij. Bij Udo Jürgens was het niet anders. Udo had niet alleen twee officiële kinderen (John en Jenny), maar ook twee buitenechtelijke dochters (Sonja en Gloria) en een ‘geheime minnares’ (Michaela). Bovendien vielen er vele tientallen miljoenen euro’s te verdelen.
   Na zijn dood kwam aan het licht dat Michaela Moritz, ruim dertig jaar jonger dan Udo, al enkele jaren met hem samen leefde en dat ze drie maanden eerder bij hem was ingetrokken.
 
Op 18 september 2015 schreef Evert Santegoeds in de Telegraaf. “Een beschamende strijd is losgebarsten om de miljoenenerfenis van Udo Jürgens. De nabestaanden ruziën over de naar schatting vijftig miljoen die te verdelen valt, los van de opbrengsten van zijn eigen net aangeschafte vliegtuig van vijftien miljoen én zijn villa van vijf verdiepingen aan de Bodensee, die eenzelfde bedrag moet opbrengen.
   De erfgenamen zijn in twee kampen verdeeld. Aan de ene kant zijn daar zijn twee officiële kinderen, die van halfzus Sonja amper tegenwerking ervaren. Maar de jonge Gloria Burda (20) heeft samen met haar moeder advocaten ingeschakeld, die beslag hebben gelegd op de complete nalatenschap en daarmee de afwikkeling van de boedelverdeling blokkeren”.
 
In 2016 laaide de strijd opnieuw op. Jürgens zou zich volgens de Telegraaf in zijn graf omgedraaid hebben. “De laatste strijd gaat om welhaast een futiliteit. Udo was weliswaar trots op zijn chique motorboot, maar inmiddels is die opnieuw inzet van een rechtszaak. Zowel zijn broer Manfred als zijn buitenechtelijke dochter Gloria claimen recht te hebben op het jacht.
   Volgens Manfred’s advocaat behoort de boot zijn cliënt toe. ‘Manfreds zus Sonja was er getuige van, toen Udo zei, dat als hem iets zou overkomen, de boot naar Manfred moest’. Gloria weet echter van niets en heeft de hulp van de rechter ingeroepen”.
   Het blad Story meldde vorig jaar dat Udo’s maitresse ‘als absolute winnaar uit de bus was gekomen’. Udo bleek tijdens zijn leven alles geregeld te hebbenen: “hij bepaalde dat zijn laatste levenspartner Michaela een kwart van de erfenis zou ontvangen”.
 
Op 19 november 2018 kon Santegoeds in een lang artikel tenslotte melden: “Erfstrijd om Udo Jürgens miljoenen eindelijk beslecht”. De redacteur van de Telegraaf legde uit: “De artiest zal altijd in de veronderstelling zijn geweest dat hij zijn erfenis goed had geregeld, maar vooral de dochters die door zijn onstuimige liefdesleven uit verschillende verhoudingen zijn voortgekomen, dachten daar anders over. Zij startten procedures op, legden zelfs beslag op persoonlijke eigendommen en hielden de uitvoering van het testament al die jaren tegen.
    Ook de enorme villa die de hitzanger voor zo’n acht miljoen euro kocht in het dorp Meilen, met uitzicht over het meer, kan nu eindelijk in de verkoop. Gewoond heeft hij er nooit.
    Udo kocht het huis in 2012 maar liet het zo uitgebreid en langdurig verbouwen dat het pas zou worden opgeleverd, net toen hij stierf aan acuut hartfalen. Hij liet het huis dat hij ‘Merci Chérie’ wilde dopen, naar het nummer waarmee hij in 1966 het Eurovisie Songfestival won, na aan zijn laatste partner. Deze Michaela Moritz (48), zijn jonge biograaf, zag er echter van af. Officieel omdat zij er zonder hem niet wilde wonen. Maar volgens ingewijden vast óók omdat de geschatte waarde van het pand – inmiddels meer dan tien miljoen - dan verrekend zou worden met wat zij verder zou erven, waardoor er behalve dat huis maar weinig voor haar overbleef”.
    Moritz bleek bovendien het eigendom van al het songmateriaal van haar partner verworven te hebben.
 
Ondanks de definitieve regeling van de nalatenschap zijn de media nog niet uitgepraat. Zeer onlangs publiceerde Michaela haar biografie Spiel des Lebens ‘met spraakmakende episodes uit zijn leven’. Pikante details dus.
   “Criticasters vragen zich af waarom Michaela nu pas met het boek komt. Sommigen verdenken haar ervan dat ze het alleen maar doet vanwege het geld, anderen hebben een mildere mening en stellen dat ze het boek uitbrengt ter gelegenheid van zijn 85ste geboortedag.
   Wat de reden ook is, dat Michaela de tongen weer flink losmaakt, is een feit”, aldus Story in september 2019.
 
 
Van Udo naar Falco
 
 
378 3 graf Udo Jürgens a
 grafmonument Udo Jürgens (18 oktober 2019)
 
 
Voor een Nederlander was het onmogelijk te verstaan wat de gids bij het graf in zijn dialect vertelde over de vijf jaar geleden gestorven artiest. Regelmatig werd er gelachen. Ongetwijfeld zullen de perikelen van de afgelopen jaren en Udo’s onstuimige liefdesleven aan de orde geweest zijn.
   Het graf van de man, die de laatste zeven jaar als Zwitser geleefd had en wiens stoffelijk overschot naar Wenen was overgebracht, maakte een overweldigende indruk. Het was een gigantische  klomp marmer, uitgehakt in de vorm van een vleugel met een wit doek eroverheen en daarop de handtekening van Udo Jürgens.
   Diverse bewonderaars hadden er hun eigen steentje of attribuut aan toegevoegd, waaronder een piano van Lego en teksten als ‘Hoffnung’, ‘Ich vermisse dich’, ‘Du bist nicht mehr dort wo du warst, aber du bist überall wo wir sind’ en zelfs ‘Herzlichen Glückwunsch’. Op een klein steentje was een kruis afgebeeld.
 
Bij het graf van Falco (Hans Hölzel), even verderop, troffen we een andere groep toeristen. In verstaanbaar Duits prees de rondleidster de artiest als een belangrijke Oostenrijker: “Er zijn maar twee Oostenrijkse artiesten die op de bovenste plaats van de Amerikaanse hitparade hebben gestaan. De eerste was Anton Karas [in 1950] met het thema uit de film ‘Der dritte Mann’ en Falco [in 1986] met ‘Rock me Amadeus’”.
 
 
378 4 Anton Karas in Utrecht 1951 a
 Anton Karas op huishoudbeurs Amsterdam 1951 (bron: Hans Becker)
 
 
Falco naar Nederland
 
 
Falco werd op 19 februari 1957 in Wenen geboren. Met de single ‘Der Kommissar’ liet hij in 1981 voor het eerst goed van zich horen. Het nummer bereikte in 1981 niet alleen een bescheiden klassering in de Nederlandse top 40 (op het Killroy-label van Johnny Hoes’ Telstar), maar werd tevens een kleine hit in Amerika.
   Falco bleef wel een vedette in Oostenrijk (met nummers als ‘Maschine brennt’ en ‘Junge Roemer’), maar het buitenland leek het voortaan af te laten weten. En ook in eigen land flopten zijn volgende singles.
 
 
378 5 Frits Hirschland
 Frits Hirschland (foto Hans Becker, 1973)
 
 
In 1985 ging Frits Hirschland, eerder manager van Kayak, zich bemoeien met de carrière van de broers Rob en Ferdi Bolland, die succes gehad hadden met onder meer ‘Summer of ’71’, ‘Wait for the sun’ en ‘Spaceman’. Ondanks diverse pogingen bij tal van labels zat hun loopbaan als artiesten, songwriters en producers muurvast.
   Over Hirschland (1948-1999) hoorde je in het vak meestal negatieve verhalen. Op 24 oktober 2019 liet Rob Bolland tijdens een bijeenkomst in Wisseloord evenwel een andere kant van diens ondernemende karakter zien. “Wij waren niet goed bezig. We probeerden vooral te volgen waar andere artiesten en producers al succes mee hadden, liepen dus achter de feiten aan. Frits wist ons te overtuigen dat we een eigen koers moesten varen”.
   In een Telegraaf-filmpje op YouTube vertelde Rob Bolland dat hij opdracht had gekregen om Falco te produceren. De Duitser Horst Bork had daarin bemiddeld op de Midem-muziekbeurs van 1985. “De volgende dag ben ik in Amsterdam naar de bioscoop gegaan en heb ik de film ‘Amadeus’ gezien. Toen heb ik diezelfde avond nog ‘Rock me Amadeus’ gecomponeerd. Ik heb een demo naar Falco opgestuurd. Falco vond het helemaal niks. Hij wilde het niet opnemen”.
   Falco ging toch overstag en kwam naar Nederland. “We waren in de studio [Bullet Sound, Nederhorst den Berg] bezig en toen viel hij me letterlijk in de armen. Dat was de eerste ontmoeting: dronken, helemaal van de wereld. Toen zeiden we: ga eerst maar naar het hotel”.
   In tweede instantie was Falco zelfs zo laaiend enthousiast dat hij zijn twee nieuwe producers meteen zoende. Ferdi, de broer van Rob: “We hadden al veel meegemaakt natuurlijk, want de hele muziekindustrie zit vol gekken. Maar dit sloeg alles. We dachten: wat is dit?”
   In het filmpje omschreef Rob de Oostenrijker met: “Falco was een heel explosieve, maar ook een beetje getergde persoonlijkheid – bijna een klassieke popartiest, met drank en drugs en veel dames altijd in zijn leven”.
 
 
Plaatopnames in Nederland
 
 
378 6 Rob Bolland
 Rob Bolland
 
 
In het onlangs verschenen boek Eregalerij der Nederpop (van Peter Voskuil) zijn meer feiten naar voren gebracht. Alle muzikanten waren Nederlanders: Ferdi Bolland deed de keyboards, Lex Bolderdijk speelde de gitaarpartijen in, Jan Hollestelle trad op als bassist en Ton op ’t Hof zat achter het drumstel. De koortjes werden door Rob en Ferdi gedaan. Okkie Huijsdens verzorgde de techniek.
   Rob Bolland in het boek: “Okkie was een eigenwijs genie. Een ongelofelijke muzikant. Hij was een virtuoos op allerlei instrumenten en ook nog eens een goed technicus”.
   Huijsdens had nog een gave. “Hij was een begenadigd knipper en plakker. Dat knippen en plakken (alles ging nog analoog) was hard nodig bij Falco. De artiest stond zo vaak dronken voor de microfoon dat hij om de haverklap de draad kwijt raakte. Zijn vocal tracks werden vaak zin voor zin en soms zelfs woord voor woord aan elkaar geplakt.
   Falco had een enorm ritmische stem waarmee hij experimenteerde. Dat fantastische staccato-Weens met die prachtige tongval, waar hij soms ook woorden aan veranderde en slang aan toevoegde omdat het dan beter liep”.
   In het boek schreef Voskuil: “Als Falco in de studio opnam, zat Ferdi vaak in de regiekamer. Rob stond naast de artiest om hem te coachen. Zin voor zin namen ze dan door wat hij moest zingen. Soms zong Rob het ter plekke voor. Okkie Huijsdens plakte vervolgens alles aan elkaar”.
 
Het verblijf van Falco in Nederland had nog andere consequenties. Rob Bolland: “Falco was in Duitsland zo bekend dat hij overal als een soort koning werd behandeld. Dat was in Nederland minder. Daar moest hij enorm aan wennen”.
   Falco was, kun je lezen, in beginsel een introverte man. Door zijn drankzucht dook echter vaak zijn schreeuwerige buitenkant op. Hij deinsde er niet voor terug om tijdens een ruzie met zijn vriendin een complete hotelkamer te slopen. Geen hotel in de omgeving van het Gooi zou hem weldra meer als gast willen hebben.
 
 
Internationaal succes voor Falco’s ‘Rock me Amadeus’
 
 
378 7 Falco
 
De single ‘Rock me Amadeus’ leek in eerste instantie niet aan te slaan in Nederland. Weliswaar werd het nummer op 22 juni 1985 opgenomen in de tipparade van de stichting top 40, maar na korte tijd verdween het nieuwe Falco-product uit die lijst.
   In Eregalerij van de Nederpop werd onthuld hoe het verder ging, met name in Amerika. “Voor de Amerikaanse markt maakte Rob Bolland na het uitkomen van de plaat nog een speciale mix, de zogeheten ‘Salieri mix’. Hij maakte hem toen zijn broer op vakantie was. Falco zong er nauwelijks nog in, omdat alle Duitse coupletten eruit geknipt werden. De zanger had er daarom gemengde gevoelens over”, aldus Rob Bolland.
   “Uitgangspunt van de Salieri mix was een boekje over Mozart waarin in chronologische volgorde zijn leven werd verteld. Ze vertaalden het in korte zinnen, waarna een nieuwslezer ze in het Engels voorlas. Rob voegde er nog een vocaal bruggetje bij - ingezongen door sessiezangeres Lisa Boray (Lisa Schulte Nordholt) – en een met opzet slecht gespeelde sax-solo door Gerbrand Westveen”.
   De Amerikaanse platenmaatschappij A&M Records wist de 12 inch-versie in de vaart der volkeren te krijgen, waardoor ‘Rock me Amadeus’ aan de overkant van de Atlantische Oceaan een enorm succes werd. Op 28 maart 1986 bereikte de Oostenrijker met zijn single de nummer één positie in het vakblad Billboard.
   In het Hilversumse etablissement de Jonge Haan zaten Frits Hirschland en ik [HK] aan tafel toen hij weggeroepen werd. Telefoon uit Amerika. Hem werd verteld dat de productie, waarvan hij in zekere zin executive producer was, de top in Amerika bereikt had. Vol vreugde kwam Frits terug aan tafel.
   In het boek schatte Peter Voskuil de totale verkoop van ‘Rock me Amadeus’ op acht miljoen exemplaren.
 
 
378 8 hitlijst
 Billboard hitlijst 28 maart 1986
 
 
Het vervolg
 
 
Met het Amerikaanse succes van ‘Rock me Amadeus’ had de loopbaan van de Oostenrijker een nieuwe impuls gekregen. Een volgende single, eveneens van de hand van de gebroeders Bolland, was ‘Jeanny’, afkomstig uit dezelfde Nederlandse sessies. Op 24 oktober 2019 demonstreerde Rob Bolland in de Wisseloord-studio hoe hij de Duitse tekst geschreven had. Deze keer zat Rob als een Udo Jürgens achter de piano en vertolkte de song.
   ‘Jeanny’ riep indertijd heftige discussies op. Menig radiostation weigerde het nummer te programmeren. Al die ophef zorgde voor een nummer één hit in diverse landen, zelfs in Nederland. Falco had het nu ook gemaakt in het land waar zijn nieuwste creaties geboren waren. ‘Rock me Amadeus’ werd daarna in Nederland voor de tweede keer uitgebracht en behaalde alsnog een derde plaats in de top 40.
   Falco bleef zich controversieel opstellen. In zijn song ‘The Sound of Muzik’ verzette hij zich bijvoorbeeld tegen de politieke activiteiten van Kurt Waldheim. Daarmee kwam hij echter niet verder in zijn muzikale carrière.
 
Tijdens de rondleiding op het Zentralfriedhof van Wenen werd aan de toeristen uitgelegd dat Falco met ‘Rock me Amadeus’ zijn absolute top bereikt had. De rol van twee Nederlandse broers Bolland kwam daarbij met geen woord aan de orde.
   Nu Falco alles bereikt had waarvan hij ooit gedroomd had, aldus de gids, zette hij zich nauwelijks meer in voor zijn loopbaan. Waarom zou hij nog? Falco zou zich daarom steeds meer hebben terug getrokken en om die reden ook verhuisde hij naar de Dominicaanse Republiek, kregen de mensen op het kerkhof te horen. In dat land raakte hij steeds meer verslaafd aan middelen die niet goed voor een mens zijn. Totdat hij op 6 februari 1998, zwaar onder invloed, in zijn auto om het leven kwam.
   De gids vertelde aan haar gehoor dat Falco bevriend was met autocoureur Niki Lauda (1949-2019). De Oostenrijker was het die het stoffelijk overschot vanuit het Caribische eiland in zijn privé-vliegtuig overbracht naar Wenen, zodat hij er begraven kon worden. Volgens de gids was dat toestel vernoemd naar het Amerikaanse teenager-idool James Dean (die in 1955 eveneens door een verkeersongeluk om het leven kwam).
   De begrafenis in Wenen was een spektakel. Rob Bolland vertelde me vorige week dat hij erbij was, maar nooit meer bij het graf terug is geweest. De Oostenrijkse televisie zond recentelijk de Falco-documentaire ‘Forever Young’ uit met ook beelden van de ter aarde bestelling. Daarbij werd gemeld dat tal van prominenten hem naar zijn laatste rustplaats begeleid hadden. Dat werd gedemonstreerd met de aanwezigheid van een andere beroemde Oostenrijkse artiest: Udo Jürgens, die in 1966 het Eurovisie Songfestival gewonnen had.
 
 
378 9 graf 1
 'Rock me Amdeus' op graf Falco (18 oktober 2019)
 
 
Andere muziek
 
 
Behalve met Falco, Udo Jürgens en Conchita Wurst staan Oostenrijk en Wenen niet bekend om hun opvallende popmuziek. Die moest meestal van buiten af komen. In het centrum van de stad zag je mensen lopen in t-shirts met daarop Pink Floyd (‘Dark side of the moon’), Rolling Stones (met de rode tong) en Queen (toernee door Japan in 1975). In een van de hoofdstraten was zelfs nog een EMI-winkel, van het bedrijf dat groot werd door de Beatles, Queen, Pink Floyd, Cliff Richard, Robbie Williams, Coldplay en anderen, maar in 2012 werd opgeheven. De etalage van de winkel was grotendeels gewijd aan de nieuwe cd van Conchita Wurst.
 
 
378 10 Conchita Wurst in etalage
 Conchita Wurst in etalage EMI-winkel (18 oktober 2019)
 
 
Nee, in Oostenrijk moet je zijn voor klassieke muziek. Wenen is de stad van Strauss en Mozart. In de overvolle straten passeerden we een plaquette op het huis waar Chopin in 1830-1831 woonde. Op de grond vonden we een Hollywood-ster voor Arturo Toscanini. In diverse kerken werd avond op avond klassieke muziek op historische instrumenten ten gehore gebracht, zoals die van Mozart in de St. Anna-kerk.
   In de uitverkochte gigantische Karlskirche werden de Vier Jaargetijden uitgevoerd, aangevuld met aria’s. In het programmaboekje werd vermeld dat de componist, Antonio Vivaldi (1678-1741) uit Venetië, de laatste periode van zijn leven in Wenen had doorgebracht. Hij was er dan ook overleden. Naar zijn stoffelijke resten is vergeefs gezocht. Je hoeft er dus niet voor naar het Zentralfriedhof te gaan.
 
Clips
 
* Anton Karas, De derde man, hit in 1950
* Udo Jürgens, Jenny, Knokke 1960
* Udo Jürgens, Merci Cherie, maart 1966
* Udo Jürgens, Griechischer Wein, Toppop 1975
* Falco, Rock me Amadeus, Salieri mix, 1985
* Falco, Rock me Amadeus, 1986
* Helene Fischer (met Udo Jürgens), Merci Cherie, 2014
* Afscheid van Udo Jürgens, december 2014
* Zentralfriedhof Wenen, 2016
* Het graf van Falco, 2018
* Rob Bolland over Falco, 2018
* Falco documentaire, Oostenrijkse televisie
 
 
Harry Knipschild
30 oktober 2019
 
 
Literatuur
 
Wolfgang Spahr, ‘Udo Jürgens’ ‘Merci Cherie’ has sold 1 million copies worldwide’, Billboard, 24 december 1966
Rina van Mourik, ‘Udo Jürgens’, Veronica, 13 april 1974
Harry Thomas, Schlagerfestival, Hazerswoude 1980
‘Success keeps Bolland brothers busy’, Music & Media, 10 januari 1987
‘Udo Jürgens is Zwitser geworden’, Yarnev, MuziekFreaks website, 1 maart 2007
‘Falco koorts in Oostenrijk’, Telegraaf, 21 februari 2008
‘Udo Jürgens 1934-2014. De leeftijdsloze vader van meer dan duizend liedjes’, Trouw, 22 december 2014
‘Familie Udo Jürgens kan zijn dood niet bevatten’, Telegraaf, 22 december 2014
Evert Santegoeds, ‘Wie krijgt de miljoenen en wie níéts? Erfenis Udo Jürgens valt tegen’, Telegraaf, 27 februari 2015
Evert Santegoeds, ‘Zoon mag zelfs strandhuis niet meer in. Dochter legt beslag op erfenis Udo Jürgens’, Telegraaf, 18 september 2015
‘Geheime minnares krijgt Udo Jürgens’ kapitaal’, Story, 27 mei 2018
Evert Santegoeds, ‘Erfstrijd om Udo Jürgens miljoenen eindelijk beslecht’, Telegraaf, 19 november 2018
‘Minnares schrijft pikant boek over Udo Jürgens’, Story, 1 september 2019
Peter Voskuil, Eregalerij der Nederpop, Amsterdam 2019