De Fransman Vincentius a Paolo (1581-1660) was in 1625 de stichter van de Congregatie der Missie. Het woord zegt het al: de priesters die lid waren van de congregatie hielden zich speciaal bezig met missie-activiteiten. Achter hun naam zetten ze de afkorting c.m. (Congrégation de la Mission). Omdat ze zich te Parijs vestigden in het voormalige lepra-huis St. Lazare werden de paters al snel aangeduid als Lazaristen.
  
 
71 van Kleef Guatemala Perigueux e.o.41 14
Chateau l’Eveque, 16 september 2009
foto Margaretha Suman, gemaakt in kerkje waar Vincent priester gewijd werd
 
 
De missie-activiteiten van de Lazaristen waren aanvankelijk op Frankrijk zelf gericht. Maar ook het buitenland lonkte, vooral toen de Fransen in de loop van de negentiende eeuw steeds meer hun macht in verre landen uitoefenden, of probeerden uit te oefenen.
 
Op de Nederlandse website van de congregatie is te lezen: “Met hun missiewerk hebben de Lazaristen zich over de hele wereld verspreid. In 1882 vestigden ze zich in Nederland te Wernhoutsburg (gemeente Zundert) waar ze een kleinseminarie startten. In 1903 betrokken ze een huis in Panningen alwaar een grootseminarie gevestig werd. In 2004 telde de congregatie 3.120 priesters.
   De Nederlandse Lazaristen erfden van hun Franse stichters een sterke missionaire geest die precies paste in de brede en diepe missiegeest die er in ons land heerste in de tweede helft van de negentiende eeuw en de daarop volgende twintigste eeuw.
 
Al vroeg trokken Nederlandse Lazaristen, veelal opgeleid in Frankrijk, naar China, het Midden-Oosten en Zuid-Amerika. Toen de groep in Nederland sterk genoeg geworden was werd de Nederlandse provincie opgericht in 1921. Aan deze provincie werden gebieden in China (1899) en in Bolivia (1918) toevertrouwd, vervolgens in Indonesië (1923) en in het noordoosten van Brazilië (1927).
   Daarnaast verleende de Nederlandse provincie, met veel roepingen en weinig geld, assistentie aan andere provincies en landen. Vele Lazaristen waren zo werkzaam in Centraal-Amerika, in landen als Panama, Costa Rica, Nicaragua, El Salvador en Guatemala. Maar ook werkten zij in de USA, Argentinië, Peru, Equador, Colombia en Chili. De Belgische provincie werd bijgestaan in Kongo”.
 
 
Padre Van Kleef: 40 jaar in Guatemala
 
 
Een van de vele Lazaristen was de in Cothen bij Utrecht geboren E. van Kleef. Nadat hij op 16 juli 1916 in de kapel van het St. Joseph missiehuis in Helden Panningen door Mgr. Laurentius Schrijnen, bisschop van Roermond, tot priester gewijd was, verliet hij voorgoed zijn vaderland. In 1961, 45 jaar later, vertelde hij over zijn leven in Missiefront, het Nederlandse tijdschrift van de Lazaristen. Het gesprek werd gepubliceerd onder de titel ‘40 jaar missionaris in Guatemala’.
 
 
71 2 Kleef
padre Van Kleef in 1961
 
 
Van Kleef, die in 1961 zonder voornaam maar met ‘padre’ werd aangeduid, was min of meer toevallig Lazarist geworden. “Aan mijn heeroom, pastoor Van der Horst, vertelde ik dat ik missionaris wilde worden. We hebben samen een of andere almanak opgeslagen, vonden de Lazaristen en toen zei heeroom: ‘Dan ga je daar maar naar toe’.
   Ik ging dus naar Wernhoutsburg, heb mijn noviciaat in Parijs gemaakt, moest vanwege de Eerste Wereldoorlog terug naar Nederland (Panningen) en ben daar in 1916 priester gewijd”.
 
De Lazaristen hadden besloten om Van Kleef naar Iran te sturen. Het missiewerk in het islamitische gebied zou zijn verdere leven bepalen. Maar het pakte anders uit. “Midden in oorlogstijd zou ik naar een land moeten reizen dat allesbehalve rustig was. In september 1916 wilden P. Rigter (uit Amsterdam) en ik via Noorwegen en Rusland naar Perzië gaan. In volle zee werd onze boot echter aangehouden en werden we naar Engeland opgebracht. Het eind van het liedje was, dat we op 15 oktober weer in Nederland waren”.
   Van Kleef was er niet rouwig om. “In diezelfde oktobermaand brak in Rusland de revolutie uit en in Perzië werden tientallen christenen vermoord, onder anderen Mgr. Sontag en enkele medebroeders”.
   Van Kleef belandde in Midden-Amerika in plaats van Iran. “In augustus 1918 ben ik naar Guatemala vertrokken, waar ik nog werk”.
 
 
Activiteiten in Guatemala en omstreken
 
 
Echt bekeringswerk was er voor Van Kleef voorlopig niet bij. “Ik had de naam nogal goed met financiën te kunnen omgaan en zo ben ik van 1918 tot 1921 econoom geweest en in 1927 werd ik zelfs procurator van de provincie. Voor onze studenten heb ik een huis gebouwd, een zaal voor onze werklieden. Om deze laatsten arbeid te geven heb ik vijf machines aangeschaft en heb hun geleerd, hoe ze cementen tegels moesten maken. Er is nog een smederij en een timmerwinkel bijgekomen met alle werktuigen: kortom ik deed aan werkverschaffing en heb aan heel veel aannemers vloertegels moeten leveren en timmerwerk laten verrichten”.
   Als je studeerde bij de Lazaristen, lijkt het, had je in elk geval werk.
 
 
Ontwikkelingen in Zuid- en Midden-Amerika
 
 
Het bekeren van de bevolking van Zuid- en Midden-Amerika was enkele eeuwen eerder door de Spanjaarden en Portugezen gedaan. Nadat de regio zich van de Europese heersers had weten los te maken in de negentiende eeuw was het voor Rome zaak de mensen goed katholiek te houden. Eenvoudig was dat niet. Zuid-Amerika had geen Europese bemoeials meer nodig.
  
Met een paar woorden schetste Van Kleef hoe het gegaan was. “Er waren te weinig bisdommen. Het diocees Guatemala werd in 1534 opgericht en sinds 1743 was het aartsbisdom voor heel Guatemala. Een nieuwe kerkelijk indeling kwam pas in 1926 tot stand.
   In de jaren 1871-1926 heeft de Kerk het zwaar te verduren gehad. Kerkelijke goederen werden in beslag genomen, kloosterorden verboden, de scheiding van Kerk en staat doorgevoerd. Na de Tweede Wereldoorlog heeft Rome veel belangstelling voor Guatemala getoond. Nieuwe bisdommen werden opgericht en vele religieuzen naar dit land geroepen, o.a. Nederlandse Scheutisten, Amerikaanse paters van Maryknoll, verder nog Salesianen, Redemptoristen en Franciscanen”.
 
 
Padre Van Kleef in El Salvador en Guatemala
 
 
Zoals de Lazaristen in Frankrijk zich aanvankelijk met volksmissies bezig hielden deden ze dat later in Amerika. Na zich eerst vooral met economische zaken te hebben bezig gehouden werd ook Padre van Kleef opgeroepen voor het eigenlijke missiewerk, vertelde hij. “Ik heb vijf jaar in Alegria gewerkt in El Salvador, waar toen een groot centrum was voor volksmissies. We trokken er regelmatig op uit om missies te preken.
   Later ben ik pastoor geworden in Solala [Guatemala], waar ik met vier confraters tien jaar lang gewerkt heb onder mijn 85.000 parochianen. Mijn parochie was zo groot als een hele provincie.”
 
Van Kleef werd in zijn eentje verantwoordelijk voor de zielzorg in zijn omgeving. “De laatste negen jaar ben ik pastoor in Salcaja [eveneens in Guatemala], waar ik de zorg heb voor in totaal 20.000 katholieken. Mijn enige hulp is padre H. Auerbach c.m. (afkomstig uit Amsterdam) die elke zondag bij mij komt assisteren. Buiten de parochiekerk moet ik in de omtrek ook nog 15 kapellen bedienen. U begrijpt dat ik dat eigenlijk niet alleen af kan.
   Gelukkig heb ik een indiaan in mijn dienst. Hij is pas zestien jaar, draagt de welluidende naam van Carlos de Leon en is zeer muzikaal aangelegd. Ik heb hem daarom het conservatorium laten bezoeken om wat muziek te studeren. Hij helpt mij wanneer ik op reis moet”.
 
Het was zaak de activiteiten goed te delegeren. “Omdat ik niet overal tegelijk kan zijn heb ik de laatste acht jaar catechismus-groepen georganiseerd. Ik heb nu in totaal 1.700 leken die mij daarbij helpen. ’s Zondags gaan ze de wijken van het stadje Salcaja en ook de dorpen in om aan de kinderen de godsdienst uit te leggen. In huisgezinnen bidden ze de rozenkrans”.
  
  
Resultaten en problemen met de ‘brujos’
 
 
De aanpak van de padre had naar eigen zeggen steeds meer resultaat (en macht) opgeleverd. “In het begin verliep het catechismus-onderwijs niet zo goed. Maar ik ben begonnen met enige meer begaafde jongelui en zo zijn er langzaam aan meer catechisten gekomen. Langs deze mensen ook hebben wij invloed gekregen bij verkiezingen, zodat we nu kunnen bewerken dat er een goede burgemeester gekozen wordt”.
 
Stapje voor stapje slaagde Van Kleef erin zijn gelovigen te laten doen wat van goede katholieken nu eenmaal verwacht werd, vertelde hij. “In het begin wisten mijn gelovigen niet dat het verplicht was om ’s zondags naar de kerk te gaan. Dit is er nu meer en meer in gekomen.
   En dan de huwelijken... Dat de huwelijken niet in orde waren lag ook wel aan het feit dat trouwen voor de wet te duur was. Man en vrouw gingen dan zo maar samen wonen. Maar nu is het de laatste tijd zo geregeld dat ook de pastoor een voor de wet geldig huwelijk kan sluiten. Ik deed het daarom eerst gratis en had toen 110 trouwerijen. Toen heb ik eens een jaar gewacht en heb toen weer 260 huwelijken ingezegend. De toestand is inmiddels meer geregeld”.
 
Meer moeite kostte het om de indianen voor het katholieke geloof te interesseren. “Het zijn afstammelingen van de oude Maya’s, die in vroeger eeuwen in Mexico en Guatemala een hoogstaande beschaving ontwikkeld hebben, waarvan nog vele ruïnes getuigen. Ze hebben bovendien hun eigen taal behouden en hun oude religieuze gebruiken. De indianen leven vooral in de hogere streken. Velen van hen werken op de plantages in de lagere gebieden, maar daar kunnen zij niet goed tegen het klimaat.
 
 
71 3 afgodsbeeld in oerwoud afgodsbeeld in oerwoud van Guatemala (foto bij artikel)
 
 
De indianen hebben nog vele voorouderlijke godsdienstige gebruiken. Ik heb meegemaakt dat twee Amerikanen, die er op uit waren om de oude ritussen te leren kennen het bos ingetrokken zijn en niet meer terugkeerden. Er bestaan in de buurt van Quiche nog onderaardse gangen, waar niemand in durft. De indianen die de ritussen voltrekken noemt men ‘brujos’. Het zijn slimme mensen die men gaat consulteren bij liefdesverdriet, wanneer men iets tegen een ander heeft, enzovoort.
   Eigenlijk is het bij de wet verboden, maar het gebeurt nog altijd. De brujos gebruiken giftige kruiden en ik heb het meegemaakt dat iemand onder het eten plotseling krampen kreeg en daarna gestorven is. Iedereen weet de oorzaak, maar er valt niets te bewijzen.
   De brujos bidden ook gebeden voor de overledenen. Dikwijls genoeg heb ik gezien hoe men een dode voor de kerk veel keren ronddraaide, zogenaamd opdat de overledene de weg naar huis niet meer terug zou vinden. Eerst daarna ging men naar het kerkhof”.
 
   
Geen pensioen
 
 
Padre van Kleef bevond zich in het Limburgse Panningen om wat bij te komen van zijn werk. Tijdens een missiereis was de inmiddels 72-jarige missionaris van zijn motor gevallen. Sinds die tijd liep hij wat moeilijk en verplaatste zich voortaan per jeep. Op doktersadvies was hij gestopt met roken. De interviewer, Lazarist Ger van Winsen, noteerde dat zijn medebroeder wat moeite had mer zijn Nederlands. Het was doorspekt met Franse en Spaanse woorden. Begrijpelijk: “Vanaf mijn dertiende jaar heb ik een vreemde taal gesproken”, werd hem uitgelegd.
 
Aan die situatie zou tot nader order niets veranderen. “Padre van Kleef zit nog vol initiatief”. Van pensioneren was dan ook geen spake. De missionaris keek liever vooruit. “De samenwerking met de regering is veel verbeterd. De regering streeft er naar om grote landgoederen te verdelen en zo de indianen een eigendom te geven. Onlangs is het godsdienstonderricht op de staatsscholen ook toegestaan. De Dochters der Liefde, die al jarenlang [met ons] op missie gaan, hebben een team gevormd dat uitsluitend met het godsdienstonderricht belast is in samenwerking met de Lazaristen en andere religieuzen. We hebben een nieuwe nuntius in de persoon van Mgr. Marchioni en P. Melotto is tot bisschop van Solala benoemd”.
 
 
71 4 Lazaristen in Panningen
Gebouw Lazaristen in Panningen
 
 
In Nederland werkte Van Kleef bovendien aan de continuïteit van zijn eigen missiepost. “Lang heb ik niet meer te leven. Wie zal de bisschop dan in mijn plaats benoemen. Ik heb om vier nieuwe priesters gevraagd in Nederland”.
   Dat bleek niet eenvoudig te zijn. Er zouden meer roepingen moeten zijn.  De vraag voor nieuwe missionarissen, nieuwe Lazaristen, was groter dan het aanbod. Van Kleef: “Jaren geleden heb ik [zelf] een studentje voor Wernhoutsburg aangeworven. Misschien dat hij eens mijn opvolger in Guatemala kan worden”.
 
Harry Knipschild
 
27 september 2014, 9 juni 2019
 
Dit artikel werd eerder gepubliceerd op www.katholiek.nl