Zoeken

 
 
In 1971 publiceerde David Joel Steinberg het standaardwerk In search of Southeast Asia. Samen met een aantal collega’s gaf de Amerikaanse hoogleraar een goed overzicht van de geschiedenis van het zuidoosten van Azië. De hoofdstukken over de Filippijnen schreef hij zelf. Steinberg was immers een kenner van de historie van de groep eilanden in de Stille Oceaan.
 
Vanaf de zeventiende eeuw kwam Manilla en omgeving in de invloedssfeer van het katholieke Spanje. Het uitoefenen van macht zo ver weg van het thuisland was niet eenvoudig. De Spanjaarden waren naar Mexico getrokken en van daar uit de Grote Oceaan over naar het westen overgestoken.
   Spanje had maar een betrekkelijk kleine bezetting voor het gigantisch grote eilandenrijk. De plaatsvervanger van de koning was al blij als hij eenmaal per jaar een groep schepen met handelswaar naar Mexico kon sturen. Wat de contacten met de bevolking betreft, die liet hij voor een groot gedeelte over aan de missionarissen. De paters waren naar het land gekomen om zoveel mogelijk bewoners te bekeren. Om ze te bekeren moesten ze van dorp tot dorp trekken.
 
In de negentiende eeuw verloor Spanje zijn Amerikaanse koloniën. Mexico werd zelfstandig. Dat maakte het voor Spanje nog moeilijker om de controle over de eilanden te houden. Opstanden braken uit. Tijdens de Amerikaans-Spaanse oorlog aan het einde van de eeuw namen de Verenigde Staten de zeggenschap over de Filippijnen over. Maar eeuwenlang hadden de missionarissen hun werk gedaan.
  In 1902 konden de abonnees op het tijdschrift Katholieke Missiën met genoegen vaststellen dat de Amerikaanse aanwezigheid het katholieke geloof (nog) niet veel schade berokkend had.
 
 
54 1 san francisco 2006
monument in San Francisco (27 mei 2006)
 
 
Filippijnen sinds 1898 in Amerikaanse handen
 
 
“Arme Filippijnen!” was in 1902 te lezen. “Dat moet iedereen zeggen, die het land en zijn bevolking nauwkeuriger kent en zijn jongste geschiedenis met opmerkzame blik gevolgd heeft. Eerst kwam de opstand tegen Spanje, aan wie het eilandenrijk al het goede verschuldigd is. De opstand zou de vrijheidsdroom van een klein gedeelte der bevolking, van een onafhankelijke republiek Filipina, verwezenlijken. De verwachtingen werden bitter teleurgesteld.
  De Amerikaanse ‘bondgenoot’ veranderde spoedig zijn rol en werd een hardvochtig veroveraar. Zo zijn de Filipino’s alleen van meester veranderd, en voor het gematigde Spaanse bestuur hebben zij de ijzeren vuist van de Yankee in ruil gekregen”.
 
Verheugd constateerde de redactie dat het met het katholicisme op het belangrijkste eiland Luzon wel meeviel. “De Filippijnen zijn een door en door katholiek land”. Een Amerikaanse majoor had het boek Footprints of the Friars geschreven. Na anderhalf jaar militaire dienst en onderzoek toonde hij ‘de onuitwisbare voetsporen die de monniken in het godsdienstig en maatschappelijk leven der Filipino’s hebben achtergelaten’ aan.
Engelsen en Amerikanen, aldus de auteur, ‘verbergen hun godsdienst zorgvuldig in hun boezem. Ze schamen zich zelfs die naar buiten te laten blijken. De Filipino gaat openlijk trots op zijn geloof. Alle katholieken dragen openlijk een scapulier, dikwijls de enige versiering. En om de hals een rozenkrans. Dit bewijst hoe gehecht zij zijn aan de godsdienst die de monniken hun geleerd hebben’.
 
 
Namen in het teken van het katholicisme
 
 
Majoor Johnston liet aan de hand van voorbeelden zien hoezeer het katholieke geloof wortel geschoten had in het noorden van de Filippijnen. “Hoe nauw godsdienst, beschaving en de werkzaamheid der kloosterorden hier aan elkaar verbonden zijn, tonen reeds de namen der meeste steden en dorpen aan. Santa Cruz (Heilig Kruis) komt veelvuldig voor, eveneens San José; naar het Santo nino (Kindje Jesus) worden in het bijzonder dikwijls de voorsteden genoemd.
  De godsvrucht tot Onze Lieve Vrouw spreekt uit de namen: Concepcion, Natividad, Dolores, Remedios, Asuncion, Rosario, enzovoort; de invloed der orden uit de vele heiligennamen der Franciscaner- en Dominicaner-orden. Ook de straten en pleinen dragen meest namen van heiligen als: Santa Maria, S. Gabriel, S. Luis enzovoort”.
 
 
54 2 kerk in Santa Cruz Laguna
kerk in Santa Cruz
 
 
Meisjes, aldus de majoor, kregen de naam van katholieke deugden, als ‘Inocencia, Eugracia, Prudencia, Clemencia, Consuela’. Het was de gewoonte dat kinderen de naam van de heilige kregen die op de dag van de geboorte zijn feestdag had.
   De hoge militair had iets bijzonders meegemaakt. Die wilde hij zijn lezers niet wilde onthouden. Op een dag zag hij een vader die op het punt stond zijn kind te laten dopen. Hoe zou het kind gaan heten. Dat week ik nog niet, was het antwoord. Ik moet nog aan de priester vragen van welke heilige het afgelopen dinsdag de feestdag was.
 
 
Het rijke roomse leven op Luzon
 
 
De kloosters hadden volgens Johnston altijd al een uitzonderlijke plaats in de samenleving ingenomen. “In de grotere steden zijn de kloosters en de kerken gewoonlijk zeer sierlijk gebouwd. Deze kloosters waren de kern. Dorpen en steden werden er langzaam omheen gebouwd. Vroeger was het een wildernis. De steden zouden nooit zijn ontstaan zonder monniken. Het verwijt dat de monniken voor hun kloosters en kerken steeds de beste plaatsen van de stad uitgezocht hadden is dus onzin.
   Zelfs het kleinste gehucht heeft zijn bidhuizen, meestal uit hout en bamboe gebouwd en met een kruis aan de gevel. Hier leest de geestelijke bij gelegenheid de H. Mis en verzamelt het volk zich op bepaalde dagen om gemeenschappelijk te bidden en het feest van de patroon te vieren, die iedere kerk, stad, provincie en eiland heeft. De patroonsfeesten vormen een eigenaardige samensmelting van godsdienst en onschuldige wereldse vreugde. Ze geven gelegenheid voor het samenkomen, waarbij de gulste gastvrijheid wordt uitgeoefend.
 
Als ik na het luiden van de avondklok mijn inspectie maakte, leerde ik ook de godsdienstoefeningen kennen. In elke hut hoorde men het gezin gezamenlijk de rozenkrans bidden. In de vastentijd zongen de leden van het gezin uren lang vrome liederen – tot ver in de nacht.
   Elk huis heeft zijn kruisbeeld en een schilderij van een of andere heilige aan de muur. Soms is er zelfs een klein huisaltaar. Alle mensen gaan naar de H. Mis, ofschoon menigeen 5 tot 10 mijlen heeft te lopen. Na de mis is er markt. Dat is hun wekelijkse gelegenheid om in de hoofdplaats door ruilhandel hun inkopen te doen.
 
 
Tevredenheid
 
 
’s Zondags worden de bezoeken afgelegd en van ’s middags vijf uur tot des avonds hebben de geliefkoosde hanengevechten plaats. Daarna gaat alles naar huis, en wel in goede orde en meest te voet. Dronkenschap is zo goed als onbekend; alles schijnt gelukkig en tevreden te zijn. Geen inboorling zal op die dagen werken.
   Ik ken mensen, die, ofschoon door hoog loon aangelokt, weigerden, slafelijke werken te verrichten, omdat het een feestdag was. Iedere zondag komen vele honderden kinderen hier uit de omliggende plaatsen naar de H. Mis.
   Na de godsdienstoefening marcheren zij naar mijn kwartier, stellen zich daar in verscheidene afdelingen op en begroeten mij met een ‘Buenos dios, Commandante!’ (Goede dag, commandant!).
 
De nieuwe wereldburgers worden reeds spoedig na hun geboorte in grote aantallen samen gedoopt. De oude missionaris heeft daarvoor de woensdag en zaterdag bepaald en hij had het op deze dagen steeds zeer druk.
   De donderdag is voor het trouwen bestemd. Het huwelijk is hier op de eerste plaats een godsdienstige daad, en wordt slechts zelden buiten de H. Mis gehouden. Op de eerste donderdag van mei afgelopen jaar werden niet minder dan dertien paartjes gelijktijdig getrouwd en marcheerden daarna samen, door muziek omgeven, drie mijlen ver naar huis om vrolijk bruiloft te vieren.
 
Bij begrafenissen gaan steeds een priester en misdienaars met brandende kaarsen mee door de straten. De bloedverwanten volgen allen te voet en zingen litanieën. Bloedverwanten en vrienden blijven acht dagen na de dood in het sterfhuis, om de hele dag voor de ziel van de overledene te bidden en te zingen.
 
 
Eerbied
 
 
Komt de Filipino in de nabijheid van een kerk, waar juist de klok luidt voor de consecratie, dan blijft hij eerbiedig staan, ontbloot het hoofd, maakt het heilig kruisteken en bidt zolang tot het luiden verstomt. Hetzelfde doen zij als het Angelus wordt geluid. Waar zij zich ook bevinden, hetzij midden in hun werkzaamheden of in een gesprek, aanstonds verzoeken zij om verontschuldiging, keren hun gezicht naar de kerk en verrichten in stilte hun gebed. Daarna begroeten zij ieder der omstaanders met een: Buenos dias, buenos tardes, buenas noches, naar gelang het morgen, middag of avond is.
   Het luiden van het Angelus deelt de dag in, want voor velen zijn de kerkklokken de enige zekere tijdaanwijzer.
   In elke kerk treft men ook buiten de diensten steeds vrome christenen aan, die voor El Santisimo (Allerheiligste) neergeknield bidden of de kruisweg verrichten. Niet zelden ziet men moeders met hun kinderen deze godvruchtige oefening doen. In veel kerken zitten priesters elk uur van de dag in de biechtstoel. Dikwijls zagen wij hoe vrome lieden, te zwak om in een stoel te zitten, zich in een draagstoel van bamboe naar de kerk lieten dragen en zich daar voor het altaar lieten neerzetten, om de H. Communie te ontvangen”.
 
 
54 3 biechten in de Filippijnen 2015
biechten in de Filippijnen (2015)
 
 
***
 
 
Overal in de wereld moesten de missionarissen ploeteren. In veel landen werden de paters en hun bekeerlingen gemarteld en ter dood gebracht. In China had in 1900 de rampzalige Bokseroptand plaats gehad met tienduizenden katholieke slachtoffers.
   Hoe anders was het in de Filippijnen. En dan te bedenken dat de positieve berichten geen propaganda van een afgezant van Rome was. Nee, het was het objectieve verhaal van een Amerikaanse hoge militair. De Filippijnen waren en zijn een belangrijk katholiek land. Dat is zo gebleven. Van de bijna honderd miljoen mensen op de Filippijnen behoort tachtig procent tot de katholieke kerk.
 
 
Harry Knipschild
8 mei 2018, 8 september 2010
 
 
Dit artikel werd eerder gepubliceerd op www.katholiek.nl