“Op 17 augustus 1977 werd ik gebeld door mijn vriend Eddy Ouwens. Eddy zat midden in een opname met Teach In, de groep die in 1975 voor Nederland het Eurovisie Songfestival gewonnen had met ‘Ding-a-dong’. Toen hij de vorige dag vernam dat zijn grote idool Elvis Presley overleden was had hem dat enorm geraakt.
   Uit pure emotie schreef Eddy een liedje in de studio. Hij kon niet anders. De mensen om hem heen riepen meteen: dat moet je op de plaat zetten. Maar dat kon toch niet, vond Eddy. Na lang aandringen nam hij contact op met de president van de Elvis Presley fanclub en zong hem zijn nieuwe song voor. Ook die moedigde hem aan ermee door te gaan. Dat gaf de doorslag. Eddy belde me. Of ik de tekst wilde schrijven.
   Ik moest meteen naar de studio komen. Toen ik eraan kwam was arrangeur Dick Bakker juist klaar met het uitschrijven van de partituren. Ik hoorde de melodie en de basis van de tekst. ‘We gaan nu eten’, zei Eddy. ‘Over twee uur komen we terug en dan moet de tekst klaar zijn’. Wat moest ik doen?
   Ik probeerde in de juiste stemming te komen. Ik deed het licht uit en zette kaarsjes voor me op het bureau waarop ik moest schrijven. En zo kwam de tekst uit mijn vingers. ‘I remember Elvis Presley’ was geboren. Diskjockey Tony Berk sprak een stukje gesproken tekst in.
 
Eddy [nu: Danny Mirror] werd meteen beschuldigd van lijkenpikkerij. In eerste instantie door Jack Jersey (Jack de Nijs). We kwamen er achter dat Jack zelf met zo’n song bezig was, maar de boot gemist had omdat hij niet vlug genoeg reageerde. De kreet van De Nijs werd al snel overgenomen door deejays als Felix Meurders. De negatieve benadering van Hilversum had geen invloed op het resultaat. ‘I remember Elvis Presley’ [op Poker Records, Basart] kwam op 3 september de top 40 binnen en steeg snel door naar de nummer één-positie. De single bereikte ook hoge klasseringen in een heleboel andere landen. Deejay Tony Blackburn sprak de tekst in voor de ‘Engelse versie’. Die bereikte de vierde plaats van de Britse hitlijsten. Nederland had weer een grote internationale hit in handen”.
 
 
76 - Ouwens Eddy
Eddy Ouwens (Danny Mirror)
 
***
 
Ik liet Dick Kooiman aan het woord. Die kwam op 1 juni 2011 een kopje koffie drinken en met me praten over de Everly Brothers. Dick was in 1945 in Den Haag geboren. Diana en Sylvia waren zijn zussen. Zijn belangstelling voor popmuziek was op een schoolavondje pas goed op gang gekomen. “Daar hoorde ik ‘Long Tall Sally’ van Little Richard. Het was de eerste plaat die ik kocht.
   Ik ben nooit zo’n sporter geweest. Maar ik was goed in ijshockey. Ik werd lid van Hijs/Hokij. Op de ijsbaan werden veel platen gedraaid. In 1958 hoorde ik er een liedje waar ik helemaal weg van was. Prachtig gezongen. Het heette ‘Devoted to you’. Een tijdje daarna ging ik met mijn moeder bij mijn tante op bezoek. ‘Ga jij maar plaatjes draaien’, zeiden ze. Ze zetten mij in een kamer met een Philips pick-up. De speakers zaten in het deksel van de koffergrammofoon. Eén van de platen bleek ‘Devoted to you’ te zijn. Het was de b-kant van ‘Bird Dog’ op het roze Heliodor-label [uit Duitsland, gedistribueerd door Artone]. Vanaf dat moment was ik een fan van de Everly Brothers”.
  
De Everly Brothers waren succesvol gemaakt door Cadence Records. Veel van hun hits waren geschreven door het echtpaar Felice en Boudleaux Bryant. Bovendien hadden ze een prachtige elpee gemaakt: ‘Songs our daddy taught us’. De nieuwe platenmaatschappij Warner Brothers zwaaide met de geldbuidel. Ze hadden er een miljoen dollar voor over om Don en Phil Everly in te lijven. Dat was ongeveer dertig keer zo veel als het bedrag waarmee Elvis Presley een paar jaar eerder door RCA gekocht werd.
   Het eerste album op Warner Brothers, ‘It’s Everly Time’, dat ƒ18,90 kostte, moest en zou ik voor mijn Sinterklaas krijgen. Het was heel spannend. Zouden mijn ouders dat voor me kopen? Op een avond gingen ze samen naar de bioscoop. Ik zoeken. In een kast vond ik een in cadeau-papier ingepakte elpee. Heel voorzichtig maakte ik de verpakking los. En ja, het album van de Everly Bothers zat er in! Meteen heb ik het helemaal gedraaid. En daarna heel voorzichtig de verpakking weer dichtgemaakt. Toen ik ‘It’s Everly Time’ cadeau kreeg reageerde ik heel enthousiast. Maar twee weken later heb ik het ze wel verteld wat ik gedaan had”.
   Muziek was meer dan alleen plaatjes draaien. “Mijn moeder speelde heel goed piano. Haar lerares vond dat ze verder moest gaan en een opleiding in Wenen volgen. Maar dat mocht ze indertijd niet. Als we met de auto onderweg waren werd er meerstemmig gezongen, precies zoals dat op de platen van de Everly Brothers gebeurde”.
 
 
76a - met 3
Everly Brothers en Dick Kooiman, Schiphol 30 april 1965
 
Dick Kooiman werd lid van de Everly Brothers fanclub. Hij stond op Schiphol toen Don en Phil op 30 april 1965 naar Nederland kwamen. De twee broers traden op in Amsterdam. “Ze hadden hun ouders, Margaret en Ike, meegenomen. Dat waren zeer sympathieke mensen. Ik heb in Krasnapolsky nog met ze gegeten. Ik nam een uitsmijter. Daar hadden ze niet eerder van gehoord, maar zij namen er ook maar een. Ik had een zware Sony-bandrecorder meegenomen om interviews af te nemen, maar toen het zo ver was kwam er van interviewen niet veel terecht. Helaas heb ik het optreden zelf niet kunnen zien omdat ik er niet in geslaagd was kaartjes te bemachtigen”.
   In het blad Teenbeat was na afloop te lezen: “Eerst ging het naar Krasnapolsky in Amsterdam, naar het Oranjebal van Radio Veronica. Toen de talrijke aanwezigen hun favorieten voor het voetlicht zagen verschijnen, brak de hel los. De 20 minuten durende Everly Sound overspoelde het enthousiaste publiek. Tot diep in de nacht waren Don en Phil de gasten van ons jarige radiostation. Zij vertelden dat zij dit bijzonder op prijs hadden gesteld, want de populariteit van radio Veronica was zelfs tot Amerika doorgedrongen!”
 
De Everly Brothers werden tijdens hun bezoek aan Nederland begeleid door Cees de Man van platenmaatschappij Negram-Delta, de vertegenwoordiger van Warner Brothers. “Die wilde dat de twee broers vanuit Krasnapolsky de Dam opliepen. Dan konden ze er handtekeningen zetten. Dat gebeurde ook. Het was een drukte van belang”. Dick kan zich nog opwinden over het vervolg. “De Everly Brothers moesten optreden in Gasselte, helemaal in Drente. Cees de Man zette ze gewoon in een Volkswagenbusje. Tweeëneenhalfuur heen en later weer terug. Don en Phil hadden toch een beter vervoer verdiend”. Teenbeat meldde dat ‘de Everly-karavaan even na twaalven, de zelfde dag nog, te Gasselte arriveerde, waar 1000 roerende fans met grote spanning de komst van het populaire tweetal afwachtten. Vermoeid maar tevreden vertrokken zij weer [uit Nederland]. Met recht kan worden gezegd: de Everly Brothers zijn weer helemaal terug!’.
 
 
76a Kraspolsky Hans Becker
Everly Brothers op Veronica-feest  (foto Hans Becker)
 
 
Van fan tot zanger
 
 
De tweestemmige zang van de Everly Brothers was een bron van inspiratie voor Dick Kooiman. Die tweede stem, van Phil, probeerde hij steeds na te bootsen. Wat was er mooier dan zelf in een groep te gaan zingen? Dus plaatste hij een advertentie met de tekst: “Ervaren zanger zoekt goede band”. Een beetje bluffen kon geen kwaad, vond hij.
   Dick liet weten dat hij een ‘ervaren zanger’ was. “Ik was een keer bij Gerry (Guido) Blom geweest. Die speelde bij Willy & His Giants. Hij speelde op zijn gitaar en ik zong er wat bij. Dat was dus mijn ‘ervaring’. Zo werd ik de zanger van de Franklin Rollers”.
   Regelmatig traden ze in dé Haagse clubs op: de Haard, de Rolschaatsbaan, Yvonne Bar. Als lid van de Cheap Jacks, Dick’s volgende groep, gaf hij ook demonstraties bij muziekhandel Servaas in Den Haag. De naam van de groep werd spoedig omgedoopt in The Fun of It.
   “Daar zaten goeie muzikanten in. Drummer Henk Scheepstra, alsook basgitarist Ruud Cornelissen, zaten op een gegeven moment zelfs in het residentie orkest! We hebben diverse singles bij CNR Records gemaakt, op het Injection en het Yep label, onder andere ‘Silly Baby’ en ‘You’re so tempting’. Die werden eerst geproduceerd door Peter Koelewijn, later door Job Maarse. We hebben in het voorprogramma van de Kinks en de Pretty Things gespeeld, in Ahoy! De hits, de echte doorbraak, bleven echter uit”.
 
 
Bij Paul Acket
 
 
De moeder van Dick Kooiman vond het maar niks, die carrière in een beatband. De kans om er een goeie boterham mee te verdienen was toch minimaal, vond ze. Gelukkig had Dick ook nog een baantje bij reclamebureau Jacobi.
   In het najaar van 1966 zag mevrouw Kooiman een advertentie in de krant. Bureau Paul Acket zocht een nieuwe medewerker. Dick solliciteerde meteen bij de uitgever van het succesvolle blad Muziek Expres en organisator van vele popconcerten. Het sollicitatiegesprek, met Paul Acket en Ruud van Dulkenraad, verliep goed, merkte hij. Totdat het salaris aan de orde kwam. Dick zou bij Acket minder gaan verdienen dan bij het reclamebureau. Toen hij liet merken er niet op achteruit te willen gaan, haakte Acket af.
   “Ik had vreselijk de pest in. Want ik wilde niets liever dan bij Acket werken. Ik zag aan de ogen van Ruud dat die me wel zag zitten. Zes weken later werd ik onverwacht door Paul Acket persoonlijk gebeld. Of ik toch nog eens wilde komen praten. Intussen waren er, geloof ik, al twee andere personen aangenomen en weer verdwenen. Kreeg ik toch nog het salaris wat ik wilde hebben. Eerst was ik assistent van Ruud van Dulkenraad, een autoriteit in die dagen. Maar al snel werd ik redacteur van het blad Popfoto, een nieuwe naam voor Tuney Tunes dat Acket van de oorspronkelijke uitgever Van Haaren gekocht had. Dat werd een tijdschrift met veel foto’s van idolen en minder geschreven teksten dan in Muziek Expres”.
 
76 - Dulkenraad Ruud 2
Ruud van Dulkenraad
 
Als medewerker van Paul Acket hield Dick Kooiman op met zijn activiteiten in de groep The Fun of It. Dat liep elkaar in de weg. Wel werd hij producer van het radioprogramma dat Acket (Muziek Expres) verzorgde bij Radio Veronica. In ruil voor eigen zendtijd besteedde het populaire maandblad veel en positieve aandacht aan de activiteiten van de zeezender. Dick selecteerde de platen en reisde dan naar Hilversum waar het programma werd opgenomen met diskjockeys als Wim Jaap van der Laan, Jan van Veen en Rob Out.
   Besteedde je nou extra aandacht aan de Everly Brothers, vroeg ik hem.
   “Zowel bij Popfoto als bij Veronica deed ik vanzelfsprekend wat voor die activiteiten het meest van belang was. Slechts af en toe liet ik mijn persoonlijke smaak prevaleren.
   Ik las kortgeleden nog iets over Bull Verweij, de Veronica-directeur van weleer. In de dikste mist transporteerde ik, op verzoek, een keer midden in de nacht de programma-tapes van de Zeedijk in Hilversum naar de rederij in Scheveningen, die deze banden altijd afleverde bij het Veronica-schip. Geen auto op de weg. Reed ik met ware doodsverachting op de boulevard een vluchtheuvel eruit! Mijn oude maar trouwe Peugeot 403 total loss. Toen ik dat aan Jan van Veen vertelde, schoot hij Bull Verweij aan. Die vroeg: ‘Wat kostte die auto?’ Ik zei: ‘800 gulden’. Een kwartier later wandelde ik met een stapeltje bankbiljetten het Veronica-gebouw uit. ‘Ga maar een andere kopen’. Wim Jaap van der Laan kwam overigens bij Veronica voorrijden in een Volvo P 1800. Ook ‘The Saint’ reed in zo’n wagen”.
 
In grote lijnen bevestigde Dick wat Hans Rouw vertelde in het interview dat ik met hem had voor mijn boek ‘Money Money Money?’. Als je tegenwoordig over Acket leest, lijkt het alsof hij alleen maar belangstelling voor jazzmuziek had en de popmuziek er puur om den brode bij deed.
   “Dat was beslist niet zo. Acket ging helemaal op in popmuziek. Als we een concert van de Hollies konden organiseren was hij er intens mee bezig. Dan liep hij enthousiast door het pand en was hij zeer nadrukkelijk ook in de mening van anderen geïnteresseerd. Paul Acket was een vreselijk aardige en dynamische man. Jos, zijn echtgenote, was echt de zakenvrouw. Die nam vaak de moeilijke beslissingen”.
   Ook Dick besefte dat Paul Acket allergisch voor concurrentie was. “Maar af en toe kwam Lou van Rees bij ons in Den Haag op bezoek. Dan ging de deur van zijn kamer dicht en werden er afspraken gemaakt”.
 
In het begin van de jaren zeventig wist Paul Acket zijn bladen voor miljoenen guldens aan VNU te verkopen. Lang niet alle medewerkers konden de overstap naar het uitgeversconcern maken. Van rock & roll company naar het grote concern was immers een gigantische ommezwaai. Kooiman en vier andere collega’s lukte het wel.
   “VNU had al een paar keer met veel geld geprobeerd zelf een popblad in de markt te zetten. Ze brachten er niets van terecht omdat ze er geen verstand van hadden. De verantwoordelijke mensen wisten niet eens hoe ze de namen van de artiesten moesten uitspreken. De aankoop van Popfoto en Muziek Expres gaf VNU daardoor wel de nodige hoofdbrekens.
   Maar er waren ook pluspunten. Veel meer dan Acket had het concern contacten met reclamebureaus en adverteerders. En er waren budgetten die er niet om logen. Plus het enthousiasme van het team die het blad ondere mijn leiding steeds verder ontwikkelde. De verkochte oplage van Popfoto steeg tenslotte tot boven de 300.000 en die oplage is door geen enkel (popmuziek)blad in de Benelux ooit geëvenaard. Bij het overschrijden van die grens ging bij VNU letterlijk de vlag in top. Popfoto was ook een stuk dikker geworden vanwege alle advertenties. Het was een echte win-win situatie. Ik kreeg 175 gulden opslag per maand en zorgde ervoor dat al mijn Popfoto-redactieleden, zo’n 12 in totaal, een zwart/wit televisie kregen. De directeur van de onderneming, die mij het goede nieuws meedeelde, zal er ongetwijfeld in financiële zin een stuk beter van geworden zijn. Want Popfoto was toch nog een goudmijn voor het concern geworden terwijl Muziek Expres, waar ik eveneens hoofdredakteur van was geworden, in die tijd ook nog een respectabele oplage van 125 á 150.000 exemplaren bereikte. Dit alles speelde zich af rond 1975.
   Met de komst van de televisiezenders Sky Channel, Music Box en later MTV op de kabel ging het van lieverlee bergafwaarts met bladen als Popfoto en Muziek Expres. Om je idolen te zien hoefde je vanaf het begin van de jaren tachtig immers geen tijdschrift meer te kopen. Voortaan zag je de artiesten met hun clips zo vaak als je maar wilde. Ook de adverteerders liepen over naar de tv-popzenders”.
 
 
Teksten schrijven
 
 
Door zijn werk voor Popfoto had Dick Kooiman dus moeten stoppen met optreden als zanger van The Fun of It. In die groep was hij begonnen met het schrijven van liedjes en vooral teksten, samen met gitarist Leo Cornelissen. Dat stond zijn activiteiten bij Paul Acket niet in de weg. Sologitarist Leo en Dick gingen dan ook door als liedjesschrijvers. “Samen schreven we in 1973 het lied ‘Ajax is de koning van de mat’. Richard de Bois nam het op met het duo Arnold Mühren en Gerrie Mühren, twee succesvolle voetballers uit Volendam die bij Ajax voetbalden”. Het refrein luidde: “Wat verwacht wordt is nu zeker. We hebben de beker. Ajax is de koning van de mat”. De tekst van het eerste couplet: “Zelfs al kon de tegenstander vliegen als een duif, dan werd ie vleugellam getrapt door onze Johan Cruijff. Al was de tegenstand van ijzer, dan werd ie gebroken door Piet Keizer”.
 
Een bijzondere ervaring had Dick daarna met Heintje, Hein Simons, het Limburgse jongetje dat vanaf 1967 zo succesvol was met ‘Mama’, ‘Ich bau dir ein Schloss’ en ‘Heidschi bumbeidschi’. De hits verschenen in Nederland op CNR. “Later stapte hij over naar Ariola. Leo en ik hadden wat liedjes geschreven. Maar we kwamen er niet doorheen bij degenen die besloten welke nummers wel en welke niet op de plaat gezet zouden worden. De vader van Leo was timmerman. Die had een mooie kist gefabriceerd met allemaal houten vakjes. In elk vakje zat een tape met een door ons geschreven liedje. Ik trok de stoute schoenen aan, stapte in de auto en reed helemaal naar de villa van Heintje, op de grens van Zuid-Limburg en Duitsland. Heintje was gelukkig thuis en deed zelf open. Een half uur later zaten we met z’n tweeën aan de gebakken eieren met spek, zoals enkele jaren eerder met de ouders van de Everly Brothers in Krasnapolsky.
   Heintje zag onze liedjes meteen zitten. Hij belde waar ik bij was met zijn Duitse producer Wolfgang Roloff. Die had onder de artiestennaam Ronny in 1964 een grote hit met ‘Oh my darling Caroline’. Hein vertelde Roloff dat hij een paar liedjes gehoord had die hij absoluut op de plaat wilde zetten. Dat gebeurde. Ik was erbij toen ze in studio Nord-Bremen op de band werden gezet. Ik heb nog in het achtergrondkoor meegezongen. Ronny was zo enthousiast dat ook hij nog een van onze nummers (‘Jaren komen en gaan voorbij’) op een single heeft uitgebracht.
   Je kunt je er trouwens geen voorstelling van maken hoe populair Hein was. Ik zat bij hem in de auto in Bremen toen het stoplicht op rood stond. De fans stormden op hem af. Hein moest zijn auto uit en handtekeningen uitdelen. We gingen ook samen naar een discotheek, hij in een net pak, ik in jeans. Hein mocht onmiddellijk naar binnen, maar ik werd geweigerd. Dat pikte Hein niet. Hij liep op de eigenaar af. Omdat ik met de populaire zanger op stap was werd ik in mijn gewone tenue toch binnen gelaten”.
 
76 - Popfoto 1980 05 Abba artikel
Dubbele pagina in Popfoto
 
Door zijn werk als hoofdredacteur van Popfoto kwam Dick in contact met Eddy Ouwens. Die had als zanger van de Eddysons al een paar keer gescoord. “Eddy had als producer hits gemaakt met onder anderen Teach In, Bolland & Bolland en Mike Rondell (Jaap de Groot). Eddy was meer een man van composities en arrangementen dan van teksten. Hij gaf me de kans om teksten te schrijven op tal van songs die hij componeerde. Dat werkte perfect. Voor ik het goed en wel in de gaten had werkte ik voor Willy Alberti, Ria Valk, Teach-In en Roek Williams en schreef ik diverse teksten voor een album van Mike Rondell. En dan natuurlijk die wereldhit ‘I remember Elvis Presley’”.
 
 
Terug naar de Everly Brothers
 
 
Terwijl Dick Kooiman druk in de weer was met zijn carrière, bleef zijn belangstelling voor de muziek van de Everly Brothers onverminderd bestaan. Omdat hij een goede boterham verdiende hoefde hij niet meer tot 5 december te wachten, en dan maar hopen dat hij dan hun nieuwe album cadeau kreeg. “Mijn Everly Brothers platen- en cd-collectie is mij dierbaar”, vertelde hij. “Ik ben in het bezit van vrijwel alle elpees, mono én stereo, die werden uitgebracht. Die zal ik bij me houden tot ik mijn laatste adem uitblaas”. Hij realiseert zich nog steeds hoe belangrijk die muziek voor hem was en is. “Don en Phil hebben mijn muzikale leven in feite bepaald en zijn er verantwoordelijk voor dat ik ooit ben gaan zingen, (song)teksten ben gaan schrijven en ben gaan optreden”.
   Kooiman was erbij toen de twee broers in 1983 na een langdurige ruzie weer samen in Londen optraden. “Door mijn werk had ik het geluk om regelmatig in contact te komen met de groten der aarde. De beleving van het Everly Brothers Reunion Concert was het mooist. Alle tickets waren binnen een half uur uitverkocht. Het was een speciale gewaarwording om in de pauze, drie stoelen naast mij, Paul McCartney in een reep chocola met hazelnoten te zien bijten. Ook Roger Daltrey, Cliff Richard en Mark Knopfler zaten te genieten”.
 
Paul McCartney componeerde voor de Everly Brothers ‘On the wings of a nightingale’. Het album ‘EB 84’ met dat nummer werd een gouden plaat. Dick gaf acte de présence toen de broers het edelmetaal tijdens een persbijeenkomst overhandigd kregen. Als professioneel popjournalist mocht hij ze bovendien de nodige vragen stellen.
   In een interview met Erik Bevaart (december 2007) bleek dat hij nóg een interessante ervaring met de broers had. “Ik heb bijna eens het podium met ze gedeeld. Dat was in de Flint, in Amersfoort. De Everly Brothers aankondigen, dat was een droom die uitkwam. Kom ik daar aan in de Flint, zegt Bouke Algera, de organisator van het concert: ‘Ga je maar vast verkleden, want we gaan zo beginnen’. Verkleden? Daar stond ik dan in m’n nieuwe leren jack, helemaal rock & roll, maar blijkbaar niet chique genoeg”. Deze keer was er geen Hein Simons om hem de helpende hand te bieden. “Ik liet me niet kennen. ‘Dan doe je het toch lekker zelf’, schimpte ik zeer tegen m’n zin. En dat deed Algera. In smoking”.
 
***
 
 
76a - erelid
 
 
Op 4 april van dit jaar ontving ik een e-mail van Dick Kooiman, met wie ik vroeger veel opgetrokken ben. Hij schreef me: “Mijn vriend Eddy Ouwens attendeerde mij op jouw mooie boek ‘Money Money Money?’. Ik heb het meteen gekocht en met plezier gelezen. [...] Ik ben een fervent Everly-fan. Er is nog steeds een grote fanclub (duizenden leden) die al meer dan 40 jaar bestaat. Er was een groot jubileumfeest in Utrecht en de president, wiens kamer wel een Everly-museum lijkt, woont in Gouda. Martial en ik zijn al jaren bevriend. Veel leden, van loodgieters tot (tand)artsen, zijn al tientallen jaren lid”.
   De Everly Brothers hebben met hun prachtige muziek en tweestemmige zang in menig leven heel wat teweeg gebracht. Dick Kooiman was/is zeker niet de enige. Maar niet iedereen kan waarschijnlijk zo’n mooi verhaal over zijn leven vertellen als de voormalige hoofdredacteur van de bladen Popfoto en Muziek Expres.
 
Harry Knipschild
4 juni 2011
 
Clips

* Teach In, Ding a Dong, 1975
* Danny Mirror, I remember Elvis Presley, 1977
* Begrafenis Elvis Presley, 1977
* Everly Brothers, On the Wings of a Nightingale
Documentaire Everly Brothers, 1984