Op 11 mei 2012 stapte ik voor de tweede keer in een maand tijd op de trein naar Hoek van Holland. In museum RockArt trof ik aan de bar een man die zich voorstelde als Cor Stolk. Hij was opgegroeid in Rijswijk, in de Klipperstraat. Stolk ging terug naar de jaren vijftig. In die dagen, herinnerde hij zich, stonden er nooit meer dan drie auto’s in de straat geparkeerd. De Klipperstraat was nieuwbouw een tiental jaren na de Tweede Wereldoorlog. Verkeer was er overigens meer dan genoeg. Aan het einde van de straat werd het zand van schepen overgeladen op vrachtauto’s die door de straat denderden. Het bedrijventerrein Plaspoelderpolder moest aangelegd worden.
 
Eén van de bedrijven die zich in de Plaspoelpolder vestigden begin jaren zeventig, was platenmaatschappij Polydor in de Verrijn Stuartlaan, hoek Diepenhorstlaan. Het gebouw was ontworpen door architectenbureau Smit, Postma & Haayen. Theo Haayen was een broer van Freddy Haayen, directeur van Polydor. Vanuit de Plaspoelpolder werd in die tijd marketing bedreven voor artiesten als ABBA, Golden Earring, Bee Gees, Hollies, Eric Clapton, Kelly Family en de soundtracks van ‘Saturday Night Fever’ en ‘Grease’. Maar ook voor ‘Evie’, een prachtig nummer in drie delen van de Australische zanger Stevie Wright.
   Cor woonde omstreeks 1960 een paar portieken verwijderd van het echtpaar Van den Berg, op de hoek. Hans was hun enige kind. Cor, Hans en andere jongens gingen in de omgeving wel eens illegaal aardbeien plukken. De kelder van het huis-op-de-hoek had een recreatieve functie. Cor keek er wel eens naar zelf-gemaakte zwart-wit filmpjes. Wat later werd de ruimte gebruikt als oefenruimte voor een jonge popgroep. De jongens noemden zich de Starfighters. Dat was de naam van de Lockheed-vliegtuigen die er op het nabijgelegen vliegveld Ypenburg vanaf 1961 landden. Een foto met zo’n Starfighter was gauw gemaakt. Hans van den Berg speelde solo-gitaar in de Starfighters, zanger was Jos van Vliet.
   Na een halve eeuw kwamen de voormalige leden in RockArt bij elkaar. Ik sprak speciaal met Hans van den Berg. Die had intussen carrière in de popmuziek gemaakt. De voertaal was vooral Engels. Hans was al drie jaar niet meer in Nederland geweest. “Ik versta en lees het perfect. Maar soms moet ik naar de juiste woorden zoeken, zeker kort na aankomst”. Na zijn vertrek uit de Klipperstraat was hij in Australië Harry Vanda geworden...
 
 
108.1 Starfighters
Starfighters, Rijswijk
 
 
Het begin
 
 
Hans van den Berg is op 22 maart 1946 in Voorburg geboren. Als jongetje was hij een fan van de rockmuziek van Cliff Richard. Maar meer nog van zijn begeleiders, de Shadows. Hun ‘Apache’ maakte een geweldige indruk op hem. Om zich heen hoorde hij dat de Ventures betere instrumentale muziek maakten. Daar was en is hij het helemaal niet mee eens. Hank B. Marvin was zijn ‘held’.
   In 1963 besloten de ouders van Hans van den Berg naar Australië te emigreren. “Ze waren uit op een nieuw avontuur in hun leven”. De mening van hun zoon, die gitarist van de Starfighters was en wel eens tweede stem bij Jos van Vliet zong, deed niet ter zake. “Het was voor mij een traumatische ervaring. In Australië kwamen we terecht in een ‘receiving camp’: een voormalig kamp voor gevangenen uit de Tweede Wereldoorlog, Bona Gilla (Wodonga, Victoria). Dat was heel ver weg van de ‘bewoonde wereld’. Het duurde maanden voor mijn vader werk kreeg. Hij kon toen kiezen uit een baan in Melbourne of Sydney. De eerste leverde meer geld op. Maar in Sydney was het beter weer. Mijn moeder verlangde naar meer zon, een klimaat dat een beetje op dat van Nederland leek. Zo kwamen we in Sydney terecht”.
 
Popmuziek speelde in Australië een bijzondere rol. In de jaren vijftig meer dan in Engeland. In Groot-Brittannië was het moeilijk voor Amerikaanse rockers om er op te treden. De vakbond van de muzikanten (Musicians Union) wierp heel wat belemmeringen op. In Australië ging het blijkbaar een stuk gemakkelijker. Bill Haley, Big Joe Turner, LaVern Baker, Freddie Bell, Buddy Holly, Eddie Cochran, Gene Vincent, Little Richard, Jerry Lee Lewis, Jodie Sands, Paul Anka en de Platters, ze vonden in 1957/1958 een warm onthaal in Australië.
   In een boek over AC/DC (2006) is veel informatie te vinden over popmuziek in Australië, inclusief die van Harry Vanda. De Australiër Johnny O’Keefe was het landelijke rock-idool. Zoals Cliff Richard die rol in Engeland speelde. Een andere Australische zanger was Slim Dusty. Zijn ‘Pub with no beer’ (‘Café zonder bier’, Bobbejaan Schoepen) werd in Europa bekend.
   In het begin van het boek kun je lezen: “De films ‘Blackboard Jungle’ en ‘Rock around the clock’ hadden de eerder rustige bioscopen omgebouwd in ware danszalen. Rock & roll was begin jaren zestig volledig geaccepteerd in Australië”.
 
 
Easybeats
 
 
Ook in Australië was er in 1964, met de doorbraak van de Beatles, ruimte voor eigen popgroepen. Je had ze overal in de wereld. De Motions en Golden Earrings in Nederland, de Hep Stars in Zweden, de Rattles in Duitsland, enzovoort. Harry Vanda, zo zullen we hem blijven noemen, was in 1964 nog niet zo lang in Sydney. Hij zette zijn eigen muzikale avontuur voort met mede-Nederlander Dingeman van der Sluys (Dick Diamonde, bas, Hilversum), Stevie Wright (zang, Leeds, Engeland), Gordon Fleet (drums, Liverpool) en George Young (gitaar, Glasgow, Schotland). De jonge ‘Europese immigranten’ gingen samen optreden onder de naam Easybeats.
   Hebben jullie altijd onder die naam geopereerd, vroeg ik Vanda.
   “Onze drummer kwam ermee. Hij was afkomstig uit Liverpool. Als je daar vandaan kwam dan betekende dat iets in die tijd. Zijn idee werd dan ook klakkeloos door iedereen geaccepteerd”.
  
 
108.2 Easybeats Easyfever, Parlophone
Easyfever, Parlophone Records
 
 
De Easybeats hadden een goeie thuisbasis. Mike Vaughan werd hun manager. Die bracht de groep in contact met producer Ted Albert. De familie van de producer had heel wat in de melk te brokkelen in Sydney en verder weg in Australië. Die was eigenaar van een keten van radio-stations en van een grote muziekuitgeverij. Door met Mike Vaughan en Ted Albert in zee te gaan zaten de Easybeats dus op een plek waar je steun kon verwachten.
   Vanda wist dat ‘hulp’ van de radio en je liedje onder brengen bij de verwante muziekuitgeverij meestal met elkaar verbonden waren. De rol die Alan Freed speelde in Amerika en Willem van Kooten (Veronica) in Nederland was hem bekend. “In Australië ging dat niet zo”, vertelde hij. “Onze platen werden niet speciaal gedraaid omdat we ons verbonden met Ted Albert en zijn familie.
   George Young en ik dachten wel dat we er beter van zouden worden door onze liedjes te laten uitgeven. We vonden het überhaupt een hele eer dat ze dat wilden doen. Jong en onervaren als we waren beseften we niet dat we juist rechten (en geld) weggaven met de publishing. Bovendien ging heel wat geld verloren door sub-publishing”. Vanda formuleerde het zo: “The publishing splits went to the sub publishers and the remainder, (every time split in various territories) by the time it got to Australia, was then a greatly diminished 100% to be split by band and publisher (and tax department)”.
   Hij ging verder: “We hebben later geprobeerd de uitgaverechten voor ons te verbeteren. Dat is slechts gedeeltelijk gelukt, en zeker niet met terugwerkende kracht naar onze hits in de sixties”.
 
Steun van het Albert-concern of niet, de producties van Ted Albert waren al snel succesvol. De eerste single ‘For my woman’ (maart 1965), een liedje van George Young en Stevie Wright, lukte nog niet. Maar de tweede, ‘She’s so fine’, van hetzelfde duo, bereikte de top van de hitlijsten. Het succes van de Easybeats in Australië deed een beetje denken aan dat van de Beatles elders. Wat ‘Beatlemania’ in Europa was, heette ‘Easyfever’ in Australië. En de reactie op de optredens was eveneens oorverdovend. George Young zei het zo: “We speelden niet echt meer. We probeerden alleen maar te doen waar onze fans om vroegen. We traden een half uur op. Niemand kon ons horen”.
   De volgende grote hit was ‘Wedding Ring’, nu een liedje van de twee gitaristen, George Young en Harry Vanda. Langzamerhand werd de rol van Harry Vanda groter. “In het begin had ik grote moeite met de taal. Het schrijven van Engelse teksten was nog een behoorlijke inspanning voor mij als Nederlander”.
   Op YouTube vind je enkele interviews van de groep op de Australische televisie. Aan het woord waren dan niet Harry Vanda, maar George Young en Stevie Wright. Zou de (ex)-Nederlandse sologitarist meer een rol op de achtergrond gespeeld hebben bij dat soort gelegenheden?
 
 
‘Friday on my mind’
 
 
Vanda vertelde in Hoek van Holland hoe het verder ging. “Je moet iets begrijpen van Australië. Het is een groot land. Maar er zijn niet zoveel stedelijke centra, plekken waar je kunt optreden dus. Na een betrekkelijk korte tijd ben je overal geweest. Wil je echt verder dan moet je naar het buitenland. Dat is wat wij deden”.
   De Easybeats hadden in zekere zin geluk dat hun hits in Australië verschenen op het Parlophone-label. Dat was hetzelfde als dat van de Beatles. In elk geval een mooi uitgangspunt om verder in de wereld te komen. Er verschenen verhalen in de media dat Beatles-producer George Martin de Easybeats zou gaan produceren. Ook Keith Richards van de Rolling Stones zou bewondering voor de ‘Australiërs’ hebben.
   Het lukte de groep een internationaal contract te verwerven bij de Amerikaanse platenmaatschappij United Artists. Die bezorgde hen een optreden in de show van Ed Sullivan. United Artists was behoorlijk ambitieus in 1966. De Amerikanen hadden een eigen kantoor in Londen geopend. Toen ik er met Vanda over begon, riep hij onmiddellijk: “Ja, in Mortimer Street [37/41]”.
 
In juli 1966 arriveerden de Easybeats in Londen. Ze waren niet alleen. Ook Ted Albert, hun producer, kwam over uit Australië. United Artists Records boekte de Abbey Road studio. De eerste opnamen gingen moeizaam. De Easybeats waren sowieso geïntimideerd door de Londense scene waar ze in terecht gekomen waren. Ze hadden een optreden van The Move meegemaakt. Die groep had flink uitgepakt. Er was heel wat competitie in het centrum van de popmuziek. United Artists bracht de groep in kontakt met een producer die van wanten wist: Shel Talmy. Die had met The Who gewerkt. Alle grote hits van de Kinks stonden op zijn naam (o.a. ‘Dedicated Follower opf Fashion’ en ‘Sunny Afternoon’ in 1966). “Maar niet de eerste”, riep Vanda meteen, “‘You really got me’ was gewoon de demo die mijn vriend Larry Page gemaakt had”. Talmy was in 1966 tevens de producer van ‘Painter Man’, een hit voor The Creation.  
   Tussen neus en lippen door vertelde Vanda dat hun verblijf nog een ander voordeel had. Omdat ze niet in Australië waren hoefden ze niet als soldaat naar Vietnam. In die tijd had het land een regering die pal achter het beleid van president Johnson stond. “‘All the way with LBJ’ was de slogan van premier Harold Holt”, maakte Vanda duidelijk. Maar, voegde hij er aan toe: “Wij hebben Australië beslist niet verlaten om uitzending naar Vietnam te voorkomen!”
  
 
108.3 Easybeats Friday on my mind
 
 
In het boek over AC/DC is te lezen dat ook het studiowerk met Shel Talmy niet meteen vlotte. Daar kwam verandering in. De jongens bezochten een bioscoop. In het voorprogramma van de speelfilm hoorden ze de Franse Swingle Singers. Zo kwamen George Young en Harry Vanda op een idee voor de aanpak van een van hun nummers, ‘Friday on my mind’.
   In oktober 1966 verscheen hun single op de Britse platenmarkt. Op 13 november traden de Easybeats voor het eerst in Engeland op, in het Saville Theatre. Dat was eigendom van Brian Epstein, de manager van de Beatles. In een interview met Christie Eliezer van het blad Beat vertelde Vanda indertijd: “We keken naar wie er in de zaal aanwezig waren. Op de eerste rij waren dat de Rolling Stones én de Beatles. We were shitting blue shit!”. In maart 1967 gingen ze samen met de Stones op toernee. Gedenkwaardig was de aankomst in Wenen. Daar werd het gezelschap opgewacht door 13.000 fans en 500 man politie.
   ‘Friday on my mind’ deed het internationaal heel goed. In Engeland kwam de single op 27 oktober binnen in de charts en bleef er vijftien weken in vertoeven, met nummer 6 als hoogste positie. In Amerika wist United Artists de 45 toeren-plaat tot op de zestiende plaats te krijgen. In Australië kwam de daar zo populaire groep natuurlijk op één, acht weken lang. Ook in Nederland, het ‘thuisland’ van Harry Vanda en Dick Diamonde, haalde ‘Friday on my mind’ de nummer één. De publiciteit, dat twee Nederlandse jongens het in het buitenland gemaakt hadden, deed wonderen. Tot dan toe hadden alleen de Blue Diamonds en Willy Alberti zo iets bereikt. ‘Venus’ (Shocking Blue) en ‘Ma Belle Amie’ (Tee Set) moesten nog bedacht worden.
 
Hoe heb je dat ervaren, vroeg ik Harry Vanda. Hoe was dat om zo weer terug te komen in Nederland?
   Vanda lachte veel tijdens het gesprek. En ook nu weer. “Ik ben vaak terug geweest in Nederland. Mijn ouders hielden het voor gezien in Australië. In Nederland was ik weer gewoon Hans van den Berg. Anoniem. Niemand kende me als ik over straat liep”.
 
Het Nederlandse popmaandblad Muziek Expres wijdde in januari 1967 een reportage aan de Easybeats. Bij de foto’s schreef een redacteur: “In een tot nu toe wat beat-arme uithoek van de wereld, is een popgroep uit de grond gestampt, die zich in het internationale hitwezen geducht zal weren. Australië haalt zijn beat-achterstand in. Beat ‘van Australische bodem’ kun je nauwelijks zeggen, want alle vijf zijn kersverse immigranten. Naar Australië gekomen, om elkaar daar te ontmoeten, de Easybeats te vormen, de hitparade te bestormen en hup met een overzee-toernee het land alweer uit. ‘Friday on my mind’ is hun eerste echte internationale kraker”. Van de twee Nederlanders werd verteld dat Vanda voor zijn vertrek uit het land bij een drukkerij werkte en Dick Diamonde bij de spoorwegen werkzaam was.
   Er was nog iets dat grote indruk op Vanda maakte. “Mijn jeugdidolen, de Shadows, zetten ‘Friday on my mind’ instrumentaal op de plaat in 1967. Dat was voor mij echt een erkenning!” Over de cover van David Bowie sprak hij niet.
 
 
108.4 Hank B. Marvin
Hank B. Marvin
 
Het vinden van een opvolger voor een doorbraak-single is vaak moeilijk. Door het succes gebeurt er van alles. Probeer dan maar eens de rust te vinden om nieuw repertoire te schrijven en op te nemen. De Easybeats waren veel op toernee in 1967.
   In een artikel dat Tom Hibbert schreef is te lezen hoe het verder verliep met de groep. “Oppervlakkig gezien ging het fantastisch. De werkelijkheid was anders. Er waren juridische problemen. De groep had op de een of andere manier twee exclusieve management-contracten getekend. Ook waren er drugs in het spel. George Young: ‘The band was stoned of their nuts most of the time. The general lethargy of the band was due to the dope thing’. Drummer ‘Snowy’ Fleet zag het niet meer zitten en stapte eruit. Singles, geproduceerd door Shel Talmy (‘Who’ll be the one’) en Glyn Johns (‘Pretty Girl’) maakten het niet”.
 
Het duurde anderhalf jaar voor de echte opvolger van ‘Friday on my mind’ verscheen. Een heel ander nummer, de ballad ‘Hello how are you’, wederom van het gitaristen-duo Vanda & Young. In Engeland werd het niet meer dan een top-20 hit. In Nederland ging het aanzienlijk beter. ‘Hello how are you’ eindigde voorjaar 1968 hoog in de top tien. Bovendien werd het liedje gebruikt voor een tv-commercial van kledingmagazijn Peek & Cloppenburg. Dat leverde een heel andere erkenning op. George Young en Harry Vanda ontdekten hoe (financieel) belangrijk een copyright was. Een goed liedje zorgde voor heel wat inkomsten, jaar na jaar.
   Toch was het einde van de Easybeats in zicht. In juli 1968 kwam er nog een nieuwe single uit, ‘Good Times’, met Steve Marriott van de Small Faces op de achtergrond. Die single, een jaar eerder opgenomen, had de ideale opvolger van ‘Friday on my mind’ kunnen zijn, schreef Hibbert, ‘maar hij kwam twee jaar te laat. Tegen het einde van 1969 viel de groep uit elkaar’.
   Vanda voegde er aan toe: “Dat kwam op een slecht moment. We hadden een nieuwe single, ‘St. Louis’ die de Amerikaanse hitlijsten was binnengekomen”. Ik moest denken aan ‘Time of the Season’ van de Zombies. Ook die kwam binnen toen de groep van Colin Blunstone en Rod Argent niet meer bestond. ‘St. Louis’ verscheen overigens op het Rare Earth-label, een onderdeel van Motown.
 
 
Vanda & Young
 
 
 
108.5 Vanda & Young
George Young en Harry Vanda
 
 
Na vijf jaar was het ineens afgelopen met de Easybeats, bekende Vanda. “Wat moesten we doen? Wat konden we anders doen dan alles aanpakken wat er aan te pakken viel! We traden op als sessiemuzikanten in de studio. George en ik concentreerden ons op het samen schrijven van popsongs. Door het werk in de studio kregen we zo veel ervaring dat we geleidelijk aan zelf als producers konden optreden”.
   Het duurde nog een aantal jaren voor we opnieuw hoorden van de ‘erfgenamen’ van de Easybeats. In 1974 had Stevie Wright, de zanger van ‘Friday on my mind’, als solozanger een doorbraak met ‘Evie’. Het nummer bestond uit drie delen, in totaal elf minuten. Nog langer dus dan ‘MacArthur Park’ van Richard Harris (1968). ‘Evie’, een song van Vanda & Young, en uitgebracht door Albert, haalde de top van de Australische hitlijsten. Harry Vanda was terug, nu samen met George Young, als producer en songwriter.
   Huub Terheggen, uitgever van Radio Luxemburg en zakelijk leider van de Nederlandse groep Focus, ging in Europa aan de slag. Wij van Polydor in Rijswijk wisten de rechten te verwerven van het album ‘Hard Road’. Maar de Easybeats en hun zanger waren vergeten. Bovendien was ‘Evie’ totaal ander repertoire dan ‘Friday on my mind’. Het was een echte rocksong. Ondanks een optreden in TopPop kwam ‘Evie’ niet verder dan de tipparade. Nederland was misschien nog niet rijp voor de nieuwe aanpak van Vanda & Young.
 
 
 
 
In 1977 ging het een stuk beter. Harry Vanda en George Young werkten met John Paul Young, een broer van George. De samenwerking leverde in dat jaar maar liefst drie Nederlandse hits op, ‘Standing in the rain’, ‘Lost in your love’ en ‘Love is in the air’.
   “‘Love is in the air’ hadden we al jaren voorhanden”, vertelde Vanda. “Maar we wisten nooit hoe we het moesten opnemen. Totdat we ineens die ingeving kregen met dat bijzondere ritme”.
   Dat Vanda & Young helemaal op de goede toer zaten bewees hun productie ‘Hey St Peter’. De ‘Australische Lennon & MacCartney’, zoals ze wel eens genoemd werden, schreven en produceerden het nummer niet alleen, ze waren ook zelf de artiesten. Bij die gelegenheid noemden ze zich Flash & The Pan. Ze brachten hun nummer vanuit het verre Australië aan de man door er een clip van te maken, met Harry Vanda, Hans van den Berg, als een soort sinterklaas. Het was hun derde top tien-hit in Nederland dat jaar. Onder de naam Flash & The Pan bleven Vanda & Young jarenlang met succes aan de weg timmeren. Hun song ‘Waiting for a train’, die herinneringen opriep aan Lou Reed’s ‘Walk on the wild side’, bereikte zelfs de Engelse top tien in 1983. Grace Jones nam het nummer op haar repertoire.
   “Weet je dat ‘Waiting on the train’ nu gebruikt wordt in een commercial van autofabrikant Renault? Dat levert weer mooie inkomsten op. Ze hebben gekozen voor de versie van Flash & The Pan in plaats van die van Grace Jones”, legde hij uit.
 
 
108.7 AC DC
AC/DC, voorprogramma van Rainbow, Den Haag
 
Tot nog toe heb ik het voornamelijk over singles, losse nummers, gehad. Vanzelfsprekend waren er ook tal van albums van die artiesten. Dat was zeker het geval met een andere groep die Vanda & Young onder hun hoede namen: de hardrockgroep AC/DC. De groep met twee jongere broers van George Young, Malcolm (geboren in 1953) en Angus (1955).
   Op 18 oktober 1976 was ik [HK] in het Haagse Congresgebouw aanwezig bij een optreden van Richie Blackmore’s Rainbow. De groep stond onder contract bij Polydor, de toen Rijkswijkse platenmaatschappij waar ik werkzaam was. Van dat concert kan ik me niet veel meer herinneren. Wel van het voorprogramma. Dat was AC/DC. De Australiërs gaven een werkelijk indrukwekkende show. Angus Young kleedde zich als schooljongen in korte broek en met een tas op zijn rug. Bovendien speelde hij fantastisch gitaar. Tijdens het optreden klom Angus op de rug van een mede-bandlid en bleef gewoon doorspelen. Het optreden van AC/DC overtrof dat van de groep van Richie Blackmore die avond.
   Met zo’n band moest je wel scoren. Dat gebeurde dan ook. De single ‘Whole lotta Rosie’ bereikte in 1978 een derde plaats in de Nederlandse top 40. Het was de eerste van een hele reeks goed verkopende singles en nog veel beter verkopende albums. Die werden aanvankelijk allemaal geproduceerd door Harry Vanda en George Young, te beginnen met de elpee ‘High Voltage’ in 1975, gevolgd door ‘T.N.T.’, ‘Dirty deeds done dirt cheap’, ‘Let there be rock’, ‘Powerage’, en ‘If you want blood’ (met ‘Whole Lotta Rosie’). Daarna werd de productie overgenomen door ‘Mutt’ Lange, de groep zelf, Bruce Fairbairn, Rick Rubin, maar toch ook soms weer Vanda & Young. “AC/DC had ons op een bepaald moment niet meer nodig”, zei de producer. “Ze konden het zelf wel”.  
   Evenals Harry Vanda hechtte Angus Young er eveneens aan anoniem door het leven te gaan als hij niet ‘in functie’ was, hoorde ik. Dan zag hij er onopvallend uit. “Zonder herkend te worden kon hij rustig zijn gang gaan”. Op het internet las ik dat Angus getrouwd is met Ellen van Lochem uit de Achterhoek. Ze hebben een eigen onderkomen in Aalten.
 
AC/DC is waarschijnlijk de meest succesvolle internationale act waar het duo ooit mee gewerkt heeft. Vanda bracht nóg een groep ter sprake. Rose Tattoo maakte eveneens een start aan het einde van de jaren zeventig. De drummer heette Michael van der Sluys ontdekte ik na het gesprek. Die zal wellicht familie geweest zijn van Dingeman van der Sluys, één van de Easybeats. Jammer dat je zoiets niet kunt vragen. Je krijgt een uur de tijd om met Vanda van gedachten te wisselen en dan is je tijd voorbij.
   (Alvorens een artikel op basis van een interview te plaatsen laat ik het altijd eerst lezen aan mijn gesprekspartner. Vanda reageerde op deze opmerking met: “I can not quite recall Rose Tattoo had a Dutch drummer. It’s possible though. They had quite a few over the years”).
 
 
108.8 Vanda interview
Harry Vanda vertelt aan HK, Museum RockArt (foto Jos van Vliet)
 
 
Vanda had nog meer te doen tijdens zijn verblijf in Nederland. Ik was niet de enige die hem te spreken kreeg. Hij was op radio en televisie te horen en zien. Bovendien was hij hier gekomen om herinneringen op te halen aan Rijswijk, aan de Klipperstraat, aan de Starfighters. Cor Stolk stond van een afstand te kijken tijdens het gesprek. Ik wenkte hem om erbij te komen. Aan Hans van den Berg legde hij uit dat hij een paar portieken bij hem vandaan gewoond had, en dat ze meer dan een halve eeuw geleden veel samen veel opgetrokken waren.
   Vanda moest het allemaal nog verwerken. Hij werd toegesproken door een bestuurslid van de Historische Vereniging Rijswijk, kreeg boeken overhandigd en trad twee dagen later met de Starfighters op in de Zwarte Ruiter in Den Haag. Ze speelden ‘Apache’ en ‘Man of Mystery’ van de Shadows, ‘A girl like you’ van Cliff Richard en ‘Friday on my mind’.
 
Thuis gekomen vond ik op het internet de Australische Jono & Dano-show. Op 29 januari 2010 werd aan Harry Vanda gevraagd hoe hij zijn succes verklaarde. Met nog steeds een beetje Nederlands accent antwoordde hij ondermeer: “Liedjes moeten een hoog kampvuurgehalte hebben. Je moet ze simpelweg met een gitaar kunnen zingen”.
   Dat vond ik mooi om mee te eindigen.
 
Harry Knipschild
16 mei 2012

Jos van Vliet is op 10 mei 2013 in Frankrijk overleden.
Stevie Wright is op 27 december 2015 overleden.

Clips
 
* Shadows, Apache, 1960
* Easybeats, She's so fine, Bandstand, Australië
* Easybeats, Friday on my mind, 1967 (Franse tv)
* Flash & The Pan (Vanda & Young), Hey St. Peter, 1977
* John Paul Young, Love is in the air, 1977
* AC/DC, Whole lotta Rosie, 1977
* Stevie Wright, Evie, part 1, 2 & 3, Sydney 1979
* Harry Vanda, Starfighters, met o.a. Hans Rouw en Jos van Vliet, 13 mei 2012
 
Literatuur
 
George Hilder, ‘Easybeats’, Sydney, Billboard, 7 mei 1966
‘Nieuwe pop-sensatie: The Easybeats’, Muziek Expres, januari 1967
Anthony O’Grady, ‘AC/DC: Australia has punk bands too, y’know’, RAM, 19 April 1975
Tom Hibbert, ‘The Easybeats. An Australian group with stardom on their minds’, The History of rock, 1982
Murray Englehert & Arnaud Durieux, AC/DC. Maximum rock & Roll, New York 2008 (2006)