Zoeken

 
 
Richard Rodgers (1902-1979) was een van de meest succesvolle Amerikaanse componisten van de twintigste eeuw. Het schrijven van teksten liet hij over aan zijn muzikale partners, eerst Lorenz ‘Larry’ Hart (1895-1943), daarna Oscar Hammerstein (1895-1960). Rodgers en Hart schreven onder meer ‘Blue Moon’, de song die in 1961 een nummer één hit werd voor de Marcels.
 
 
344 1 label
 
 
Rodgers en Hart
 
 
In 1949 besteedde het vakblad Billboard twee lange artikelen aan de loopbaan van Richard Rodgers.
   Larry (25) en Dick (18) ontmoetten elkaar voor het eerst anno 1920 in de trophy room van Columbia University, New York, aldus auteur Jack Burton. “Both were New York boys, one with a gift for writing smart and sophisticated verse and the other an accomplished pianist who had composed his first song, ‘My auto show girl’, two years before”.
   Hart, naar eigen zeggen een afstammeling van de Duitse dichter Heinrich Heine, had zich toegelegd op het vertalen van Duitse toneelstukken. Rodgers was op zoek naar iemand die teksten wilde schrijven bij zijn muziek. “They clicked from the moment they first shook hands”.
   Hoewel de twee het goed met elkaar konden vinden duurde het nog jaren voor ze met hun muzikale ideeën goed-belegd brood op de plank wisten te krijgen. In 1925 overwogen ze zelfs om met hun activiteiten te stoppen. “In 1925, Hart decided to become a translator again and Rodgers was seriously thinking of learning the children’s underwear business at a starting salary of $50 a week”.
   Een muzikale revue in het nieuwe Guild-theater bracht evenwel het eerste succes. “The ‘Garrick Gaieties’ opened on a Sunday night without fanfare or ballyhoo. It didn’t close for a year and a half later and ran into a second edition”.
 
Door het succes van die revue had Broadway plotseling grote belangstelling voor de ideeën van het duo. Het geld stroomde binnen. “Broadway producers suddenly decided these two Columbia kids had something the public was anxious to listen to and willing to pay for. In the next 18 years Rodgers and Hart provided the music and lyrics for 21 musicals that earned them top rating as America’s no. 1 songwriting team”.
   Succesvolle musicals waren onder meer ‘The Girl Friend’ (1926), ‘A Connecticut Yankee’ (1927), ‘Spring is here’ (1930), ‘Love me tonight’ (1932) en ‘Pal Joey’ (1940).
 
Rodgers en Hart leidden een totaal verschillend leven. Dick Rodgers kon goed met het succes omgaan. “He is married and the father of two children, likes grand opera and home life, has an orderly mind and works on schedule and at incredible speed”. Nieuw repertoire schrijven kostte hem niet de minste moeite.
   De teksten van Larry Hart daarentegen kwamen op een moeizame manier tot stand. “Hart was a confirmed bachelor, who found his diversion in night clubs, mislaid the scraps of paper on which he scribbled ideas and refused to work unless he was in the proper mood, which wasn’t often. He was a genius for finding reasons for not working, often telling Rodgers he was going out just to buy a cigar and apparently taking seven days to get one”.
   Rodgers moest er alles aan doen om zijn tekstschrijver productief te houden. Dat deed hij dan ook. “In the later years of their collaboration Rodgers took Hart to his country home in Connecticut in the hope that Larry would concentrate on songwriting when removed from the distractions of Broadway. Instead Hart bribed Dick’s daughter to hide him in her play house, located in a maple tree and completely hidden by the foilage after swearing her to secrecy”.
   Lorenz Hart, die bij zijn moeder thuis bleef wonen, was voortdurend depressief en kon niet zonder alcohol. Nog vóór zijn overlijden in 1943 kwam er een einde aan de samenwerking met Richard Rodgers.
 
 
344 2 Lorenz Hart
Rodgers & Hart
 
 
Blue Moon
 
 
De opkomende filmindustrie had evenals Broadway interesse in de muzikale produkten van Rodgers en Hart. Een van de songs die het duo voor een film produceerde werd ‘Blue Moon’. Op de website Weekly Bugle schreef Bill Brent dat Rodgers en Hart in 1933 een contract met MGM getekend hadden. De filmmaatschappij vroeg hen liedjes te schrijven voor ‘Hollywood Party’. “They were told every MGM star would be in it”.
   Richard Rodgers, in het artikel: “One of our ideas was to include a scene in which Jean Harlow is shown as an innocent young girl saying - or rather singing - her prayers. The purpose was to express Jean’s overwhelming ambition to become a movie star”.
   Van hun ideeën kwam in 1933 niets terecht. “The scene was never shot, no sound checks were ever made, and in fact, only three of the dozen or so Rodgers and Hart songs written for the film made it to the screen”.
   De niet gebruikte song voor Jean Harlow werd op 10 juli 1933 als ‘unpublished’ geregistreerd. Rodgers en Hart bleven er evenwel in geloven. Diverse malen moest de tekst veranderd worden om definitief het daglicht te kunnen zien.  
   Zo werd “Oh, Lord, If you ain’t busy up there, I ask for help with a prayer. So please don’t give me the air” (bedoeld voor ‘Oh Lord, make me a moviestar’) tenslotte omgedoopt in “Blue moon you saw me standing alone. Without a dream in my heart. Without a love of my own”. Dat was wat de mensen (de beslissers althans) wilden horen. ‘Blue Moon’ werd in 1934 geboren.
   De melodie werd – nog met een andere tekst – gebruikt in ‘Manhattan Melodrama’, de film waarin Clark Gable een hoofdrol speelde. Connee Boswell, een van de Boswell Sisters, legde ‘Blue Moon’ datzelfde jaar met de definitieve tekst vast op de grammofoonplaat.
   De song kon aan zijn glorietocht beginnen. Er kwamen versies van onder meer Django Reinhardt, Harpo Marx, Vaughn Monroe en in 1949 van Billy Eckstine en Mel Tormé, die ermee in de top 20 belandde. In 1954 legde Elvis Presley ‘Blue Moon’ als rockballad voor Sun Records in de studio vast. Zijn versie verscheen echter pas later op de platenmarkt, toen RCA alle Sun-opnamen opkocht.
   ‘Blue Moon’ werd bovendien regelmatig in films gebruikt.
 
 
The Marcels
 
 
344 3 Marcels
The Marcels
 
 
Het duurde nog een aantal jaren voordat ‘Blue Moon’ (in 1961) een nummer één hit werd. Die ‘versie’, als je het zo wilt noemen, werd op de plaat vastgelegd door een zanggroep uit Pittsburgh, Pennsylvania, de Marcels. In zijn boek Setting the record straight beschreef Anthony Musso in 2009 hoe het gegaan was. De naam van de groep was op een bijzondere manier tot stand gekomen, vertelde Cornelius Harp, een van hen. Een zus van een andere zanger had de naam bedacht. “Fred Johnson’s sister, is the one that picked the name Marcels, after the hair style. Walt Maddox was the hair stylist that did my marcel”.
   Het bijzondere van de groep was dat die zowel uit blanken als zwarten bestond. Vanwege de segregatie in die tijd kwam dat zelden voor. Je had de ‘zwarte’ Drifters, Coasters, Platters en de ‘blanke’ Crickets (Buddy Holly), Belmonts (Dion), Four Preps (Ricky Nelson) en Jordanaires (Presley). Maar een combinatie van huidskleuren, dat was bijzonder.  
 
 
344 4 Marcel haar
 
Op 18 maart 1961 kon je in Cashbox lezen: “Richard Knauss, Gene Bricker, Fred Johnson, Cornelius Harp and Ronald Mundy, all natives of Pittsburgh, have been working together for a year under the tutelage of their mentor-manager Julius Kruspir.
   After appearing in local Pittsburgh niteries for some time, they were brought to Colpix Records by Paul Wexler, the label’s topper. Recognizing their ability, Wexler rushed them into session with A&R man Stu Phillips and Danny Winchell, and ‘Blue Moon’ emerged”.
   De single verscheen bij Colpix. Dat label was in 1958 opgezet door filmmaatschappij Columbia Pictures. In 1961 trad Paul Wexler, die eerder bij Columbia gewerkt had met onder meer Frank Sinatra en Rosemary Clooney, op als directeur. Stu Phillips was A&R manager, Danny Winchell een nieuwe plugger.
 
 
De opname van ‘Blue Moon’
 
 
Volgens verhalen van latere datum was de opname op een andere manier tot stand gekomen dan Cashbox anno 1961 vermeldde. Wexler zou zelfs helemaal niet bij ‘Blue Moon’ betrokken geweest zijn.
   In 2009 vertelde Harp, die vaak op de voorgrond trad: “I started listening to rhythm & blues when I was eight or nine years old. I favored the Moonglows”.
   Manager Kruspir maakte demo-opnamen met de Marcels. Omdat de groep geen eigen repertoire had, gebruikten ze songs van de Harptones, Cadillacs, Spaniels en Little Anthony & the Imperials.
   De tape zou bij Stu Phillips terecht gekomen zijn. De A&R-man had van Wexler echter opdracht gekregen zich met een andere zanggroep, de Skyliners, bezig te houden. Phillips nodigde de Marcels desondanks uit voor een sessie op woensdag 15 februari 1961. “The group arrived on a bitterly cold and snowy day”.
   Bij aankomst werd onder leiding van Phillips eerst gerepeteerd. Een van de songs die de Marcels alsnog instudeerden was ‘Blue Moon’ van Rodgers en Hart. Ter plekke bedachten ze een arrangement, dat afgehaald werd van de R&B single ‘Zoom Zoom Zoom’ (Collegians). Met name de opening van ‘Zoom’ kopieerden ze. Harp in 2009: “Stu suggested ‘Blue Moon’ and asked what we could do with it in our own style. We were doing old tunes but they were old rhythm and blues tunes. ‘Blue Moon’ was a standard and Fred [Johnson] and I worked on it. We figured we’d get the tempo up and change some of the flavor of it”.
   De sessie van drie uur verliep voortvarend. Daardoor kon er een extra song worden opgenomen. Dat werd het kort tevoren nog ingestudeerde ‘Blue Moon’. Binnen acht minuten stond het op de band in de studio van RCA te New York.
 
Op het label van ‘Blue Moon’ werd aangegeven dat ‘Stu en Danny’ als producers hadden gewerkt. Danny was Danny Winchell, die op 15 februari 1961 als radioplugger in dienst trad bij Colpix Records. Op zijn eerste werkdag kwam hij kijken hoe het in de studio toeging. Danny was zo enthousiast dat hij op eigen initiatief een kopie van de opname band liet maken en er, midden in de nacht, nog mee naar radiostation WINS ging, waar de veelbeluisterde diskjockey Murray Kaufman (‘Murray the K’) live op de zender zat.
   Anthony Musso: “It has been reported that Murray the K was so blown away by the recording that he played it some twenty-six times during his four hour show that night”.
   De Marcels hoorden hun opname zelf op de autoradio toen ze die nacht naar Pittsburgh terug reden. Dat zal ongetwijfeld grote indruk gemaakt hebben. Harp: “To hear myself singing on the radio was like starting a brand-new world. I didn’t know how Murray the K. got it”.
 
 
344 5 Stu Phillips
Stu Phillips (foto op hoes van Marcels-LP, 1961)
 
 
Een hit
 
 
De dag na de opname en de radiouitzending van 15 februari was het chaos bij Colpix. De directeur van de platenmaatschappij, die van de Marcels-opname niet op de hoogte geweest zou zijn, riep Phillips op het matje om uit te leggen wat er gebeurd was. Bij het bedrijf had het ’s morgens al telefoontjes geregend na de actie van de populaire diskjockey. De single moest zo snel mogelijk uitgebracht worden. Colpix, zo bleek meteen, had een knaller in handen.
   In het vakblad Cashbox werd de ongebruikelijke versie van ‘Blue Moon’ op 4 maart uitgeroepen tot single van de week. “It appears as though another Rodgers & Hart classic will be making the chart rounds once again. This time it’s ‘Blue Moon’ that gets the gimmicked-up, rock-a-cha treatment that the teeners oughta go wild for”.
   Twee dagen later plaatste Colpix in Billboard een pagina-grote advertentie voor twee nieuwe singles, onderaan een nieuwe single van de Skyliners, die bekend geworden waren met ‘Since I don’t have you’. Erboven de Marcels, die met hun eerste plaat al aan de top stonden bij de belangrijkste radiostations van New York.
   Andere kreten in de advertentie: “Fastest selling record since 1948”, ‘The best we’ve had since the Chipmunks”, “In my 22 years in the business, this tops ’em all”, “It’s just fantastic” en een opmerking van een distributeur uit Miami, Florida: “Sorry to call you at home Saturday – but I need records and quick!”
   Harp: “All of a sudden the Marcels were one of the greatest groups”.       
   In de eerste week van maart verschenen de Marcels in de Hot 100 van Billboard. Een paar weken later werd de eerste plaats bereikt in alle hitlijsten, inclusief de zwarte chart. In het buitenland gebeurde weldra het zelfde.
 
 
344 6 advertentie
advertentie in Billboard, 6 maart 1961
 
 
Oppositie tegen de aanpak
 
 
In Engeland was er bij de pers oppositie tegen de aanpak van de Amerikanen.
   In Record Mirror legde Norman Jopling in 1963 vast: “Ever since the big beat came in it has been the custom to re-hash the standards into the mood fashionable at the time. Some of the worst re-hashes were done by one group who had the privilege of having a number one hit on both sides of the Atlantic with their very first record. It was called ‘Blue Moon’ and was barely recognisable from the original as written by Rodgers and Hart.
   Despite the utter dreadfulness of the disc it had a fantastic entertainment value. It was exciting and enjoyable and nearly two million copies of it were sold. Every disc reviewer and critic slammed the Marcels mercilessly”.
   Als de pers het voor het zeggen had gehad zouden de Marcels in Engeland dus nooit doorgebroken zijn.
 
 
Richard Rodgers over popmuziek
 
 
Eén Amerikaan was het met de Britse media eens: componist, Richard Rodgers. Op de betrouwbare website van Marv Goldberg is te lezen “In 1961 Rodgers was aghast at the treatment the Marcels gave ‘Blue Moon’, taking out newspaper ads urging people not to buy the record”. Maar toen hem naar het bewijs daarvan gevraagd werd moest hij toegeven dat hij vergeefs naar die advertenties gezocht had. Gezien de inkomsten voor de componist was deze misschien wel minder negatief dan hij eerder vernomen had.
   In zijn boek over de muziekbusiness bevestigde Clive Davis dat Richard Rodgers niet bepaald geporteerd was van (alle) popmuziek. In 1968 liep Davis over van enthousiasme voor het eerste album van Janis Joplin. In de wandelgangen van Columbia Records liep hij Rodgers tegen het lijf en nodigde hem uit te komen luisteren. “I really believed in Janis’s talent, and so I asked him to come into my office and listen to the tapes.
   He walked inside and eased himself into a chair near my desk. I put on a tape of ‘Summertime’.
   Rodgers listened very intently. He looked a little puzzled, however, and kept gazing up at the ceiling. When the tape ended, he didn’t say anything. That made me nervous; I figured I’d play one more cut, a rock piece. Perhaps ‘Summertime’ was a little too familiar. It was a considerably different version from the original. So I put on ‘Piece of my Heart’. After a minute and a half, he motioned me to stop.
   He said that he just didn’t ‘understand’ it. He’d take my word that the record would be meaningful to young people – but he didn’t understand what the music’s appeal was, why anybody would think this particular piece of music was good, or for that matter why anyone would consider Janis a good singer”.
   Clive Davis eindigde het verhaal over zijn ontmoeting met de woorden dat de componist ‘totally negative’ was over dat soort muziek.
 
 
Het vervolg
 
 
Nu de Marcels zo’n groot succes hadden met hun single wilde Colpix uiteraard snel handelen. Een maand na hun eerste verblijf in de studio stonden de vijf zangers er opnieuw, nu om genoeg repertoire voor een album vast te leggen. In de hoestekst van de langspeelplaat werd Danny Winchell niet meer genoemd. Alle eer ging naar de A&R manager. “Stu Phillips heard of the group, played some tapes he had received, and was immediately convinced that The Marcels had a ‘sound’ in no time at all”.
   Begin maart werd Stu bovendien bevorderd tot ‘music director’ bij de platenmaatschappij.
   Op de achterkant van de hoes werd een verklaring voor de doorbraak gegeven. “The sound that the boys achieved is no accident. Jules Kruspir and the group worked tirelessly, and often at great personal sacrifice. Perhaps their greatest blessing had been an ability to work remarkably close together. This factor, certainly, had a great deal to do with their sensational rise”.
   Binnen de kortste keren werd de groep een gouden plaat in handen gedrukt voor de verkoop van (tenminste) één miljoen stuks.
 
 
344 7 gouden plaat
 
De Marcels werden meteen gevraagd voor een film met Chubby Checker in de hoofdrol (‘Twist around the clock’). Ze werden bovendien geboekt om overal in het land op te treden.
   Dat gaf nogal wat problemen met een ‘gemengd’ gezelschap. Harp: “Some places that we played in the South, they didn’t want to see blacks and whites performing together. In one town, they told us we couldn’t stay in the same hotel. Dick Knauss and Gene Bricker [blanke jongens] were told to go downtown to stay and we had to stay uptown. Police were all around our hotel”.
 
Door het (te) snelle succes en boven genoemde perikelen ontstonden er al snel problemen. De hoestekst over de sterke onderlinge band bleek niet bepaald correct te zijn. Musso: “The original lineup of the Marcels came apart when a disagreement between the group’s founder, Richard Knauss, and its manager Jules Kruspir, resulted in both Knauss and Bricker leaving the other three members”.
   Hun plaatsen werden ingenomen door Alan, een broer van Fred Johnson, en ‘kapper’ Walt Maddox. In de groep was per 1 september 1961 geen blanke zanger meer over.
   Niet veel later verdwenen Ronald Mundy en Harp eveneens uit de formatie.
   Harp was naar eigen zeggen niet gelukkig geweest met al die veranderingen in een paar maanden tijd. “It wasn’t the Marcels’ sound really. Gene and Dick’s voices made the tune. That made the whole Marcels’ sound. I didn’t appreciate the change and that’s why in a little while I stepped out of the group too”.
   Manager Kruspir kreeg het bovendien aan de stok met nieuwkomer Walt Maddox, die zich meer en meer met de zakelijke kant ging bemoeien. Voor hem een reden om eveneens te vertrekken en zich van alle boekingen te distantiëren.
   Van de oorspronkelijke Marcels was na korte tijd alleen nog Fred Johnson over.
 
 
Nieuwe platen
 
 
Voor de platenmaatschappij was het van belang het onvoorstelbare succes uit te bouwen. Omdat de groep, of wat daar nog van over was, geen eigen repertoire had besloot Colpix door te gaan met liedjes van vroeger.
   De nieuwe songs op het album verschenen niet op single. ‘Summertime’, uit ‘Porgy & Bess’ van George Gershwin werd in april 1961 vastgelegd en verscheen als opvolger van ‘Blue Moon’. Het plaatje maakte echter nauwelijks indruk.
   Meer succes had Stu Phillips met zijn aanpak van ‘Heartaches’ (uit 1931), eerder een hit van het orkest van Ted Weems. De ‘Blue Moon’-aanpak van die oude song in het najaar van 1961 vond ik [HK] indertijd zo geslaagd dat ik de single op 17-jarige leeftijd kocht. Ik was niet de enige. ‘Heartaches’ van de ‘herziene’ Marcels bereikte de Amerikaanse top 10 en leverde de jongens uit Pitssburgh een tweede en laatste million seller op.
   Daarna was het snel afgelopen met wat er overbleven was van de ‘hechte vriendenkring’. ‘My melancholy baby’ (uit 1912) wist in 1962 nog een matige klassering te bereiken. Daarna verschenen de jongens niet meer in de hitlijsten.
 
 
Invloed van de Marcels
 
 
In 1963 betitelde Norman Jopling de Marcels dan ook als ‘fallen idols’, gevallen idolen. Maar terecht wees hij er in zijn artikel op dat de groep wel iets in beweging had gezet. Diverse producers en artiesten probeerden met de Marcels-aanpak eveneens hits te maken:
   “Their imitators included the Tokens who made it big with ‘Tonight I fell in love’, the Regents, of ‘Barbara Ann’, ‘Liar’ and ‘Runaround’ fame, the Quotations with ‘Imagination’, Jan and Dean ‘Heart and Soul’, Curtis Lee ‘Pretty little angel eyes’, The Edsels with ‘Rama lama ding dong’ and the Classics with ‘Life is but a dream, sweetheart’”.
   Jopling vergat één hit uit 1961. Barry Mann, een van de componisten van Aldon Music, het muziekbedrijf van Don Kirshner en Al Nevins (met onder meer Neil Sedaka, Carole King en Gerry Goffin) kwam op de markt met ‘Who put the bomb’, een parodie op al die onzin. Zijn single (met een tekst van Goffin) bereikte eveneens de bovenste regionen van de bestsellerlijsten. Typisch de aanpak van Kirshner die ‘The Loco-Motion’ in de platenmarkt zette als antwoord op een hit van Dee Dee Sharp, ‘Oh Neil’ als antwoord op ‘Oh Carol’ en de Monkees als antwoord op de Beatles.
 
‘Blue Moon’ en de Marcels maakten bovendien indruk op een nieuwe generatie. Bijvoorbeeld bij Piet Veerman van de Cats. In zijn boek uit 1973 over de Volendammers liet Jip Golsteijn bassist Arnold Mühren aan het woord: “Piet Veerman drong altijd aan op nummers die hij erg goed vond, zoals ‘Vaya con dios’ van de Drifters en werk van Ben E. King en de Marcels. Negernummers noemden wij die toen en Piet kon dat repertoire brengen als geen ander van ons”.
   Twee jaar later schreef popjournaliste Penny Reel hoe ze zich geërgerd had aan de negatieve behandeling van de Marcels en ‘Blue Moon’ in het tv-programma Juke Box Jury (voorganger van Top of Flop). “Katy Boyle tittered in nervous indignation and Pete Murray wisecracked gloomily. David Jacobs, a host of small intelligence and limited opinion, was vociferous in his condemnation”.
   Penny Lane: “I bought the disc the following day.
   The rock-hating British music weeklies panned ‘Blue Moon’ unreservedly. Record Mirror’s reviewer gave it one star – very few discs achieved this distinction, the Classics’ brilliant ‘Life Is But A Dream Sweetheart’ being the only other to my knowledge – calling it the worst noise he had ever heard. It was that good!”
   Frieda van ABBA zag de eerste single van de Marcels eveneens zitten. “I made my first official stage appearance when I was only 11. I listened to the radio and I bought records. One of my favourites was ‘Blue Moon’”, vertelde ze in een interview.
 
 
344 8 Frieda
Frieda van Abba
 
 
In zijn boek over de geschiedenis van de Nederlandse rock & roll liet Constant Meijers, een van de Oor-coryfeeën, afdrukken dat hij ‘Blue Moon’ door de Marcels ‘schitterend verdoowopt’ vond. ‘De uitsmijter aan het slot met de baszanger die nog een keer heel diep en gedragen ‘Blue Moon’ zong’ was hij in 2003 nog niet vergeten. Meijers: “Dat vestigde de aandacht van de platenindustrie op de rhythm & blues en leidde, vanzelfsprekend, tot een stroom van doo-wop liedjes. Het genre onderscheidde zich door een clowneske aanpak, van zowel het onderwerp als de uitwerking. ‘Nonsensliedjes’ werden de doo-wop platen ook wel genoemd”.
   Polydor-collega Jerry Voisin schreef me in 2009: “’Blue Moon’ van de Marcels is een van die plaatjes die me het meest in de ziel gegrift zijn. Ik hou er nog steeds heel veel van”.
   Je zou kunnen zeggen dat veel opgroeiende jeugd de nieuwe versie wel zag zitten, in tegenstelling dus tot de ‘gezaghebbende’ ouderen.
 
 
‘Blue Moon’ in onze tijd
 
 
“Blue Moon’ werd in 1981 gebruikt door John Landis, de regisseur van de met een Oscar bekroonde ‘An American Werewolf in London’. In het begin van de film hoor je de ‘tradionele’ versie, gezongen door Bobby Vinton en aan het einde die van de Marcels.
   Peugeot gebruikte de Marcels anno 2006 in een reclamecampagne. Bovendien is ook de originele tekst van het lied uit de kast gehaald en wordt op YouTube vertolkt.
 
Zoals bij veel successen is er een kaper op de kust. Op 16 september 2018, drie weken geleden, publiceerde de New York Times een artikel over de song. Die zou niet in 1933/4 geschreven zijn door Rodgers & Hart, maar in 1930 door Edward W. Roman, 17 jaar oud en woonachtig in Troy bij Albany, de hoofdstad van de staat New York.
   In de familie werd al jaren verteld dat ‘her father had sold the song for $900 to buy a car, or maybe that he had ‘settled’ with the rich and famous Rodgers and Hart for that amount. Either way, there was a car. Liz Roman Gallese [70 jaar] found a snapshot of it that showed her father standing by the passenger-side door’.
 
 
344 9 Edward Roman en zijn auto
Edward Roman met zijn auto
 
 
Al in 1965, vier jaar na de hit-versie van de Marcels, had Liz dat op school verkondigd. Toen ze een jaar of tien was had ze er met haar vader over gesproken.
   “‘You wrote ‘Blue Moon,’ didn’t you?’ she asked.
   She recalled that he did not say no, but he did not say yes, either. His reply was, ‘Who told you that?’
   She said she ‘mumbled something about having heard the stories’.
   He then told the story his way: He would go speed-skate racing on a frozen pond - he still had the skates when Liz was a child, and he often took her and a sister skating with a cousin. That night in 1930 or 1931, he said, ‘the moon reflected blue on the ice’. She said he formed a circle with his hands, like the moon.
   That was it, the end of the story. He said nothing about Rodgers, Hart, a Tin Pan Alley go-between or a lawsuit”.
 
In het artikel vermeldde de redacteur dat Chris Roman, oom van de ‘erfgename’ van ‘Blue Moon’, zich eertijds kwaad gemaakt had toen hij hoorde dat de bladmuziek, met de namen van Rodgers & Hart’ erop afgedrukt alleen al in het eerste jaar een bedrag van 75.000 dollar had opgeleverd.
   In deze tijd van soms dubieuze rechtszaken horen we wellicht binnenkort opnieuw van ‘Blue Moon’. Het liedje over de blauwe maan zou in 2018 misschien wel een miljoenenbusiness kunnen zijn. Menige advocaat wil daar best wel tijd aan besteden.
 
 
Harry Knipschild
5 oktober 2018
 
Clips
 
Literatuur
 
Jack Burton, ‘Richard Rodgers’, Billboard, 17 en 24 december 1949
recensie ‘The Marcels, Blue Moon’, Cashbox, 4 maart 1961
advertentie Colpix Records, Billboard, 6 maart 1961
Bob Rolontz, ‘Stu Phillips music director Colpix’, Billboard, 13 maart 1961
‘The Marcels’, Cashbox, 18 maart 1961
hoestekst album ‘The Marcels, Blue Moon’, 1961
Norman Jopling, ‘Fallen idols – the Marcels’, Record Mirror, 16 februari 1963
Jip Golsteijn, De Cats. Een Hollands succesverhaal, Bussum 1973
Clive Davis with James Willwerth, Clive. Inside the Record Business, New York 1974
Penny Reel, ‘The Marcels: Bom Baba Bom’, Let it rock, februari 1975
Anni-Fryd Lyngstad, in interview met Fred Bronson, inlay ABBA, ‘Thank you for the music’, 1994
Sharon Davis, Every chart-topper tells a story: the sixties, Edinburgh 1997
Geoffrey Block, Richard Rodgers, New Haven 2003
Constant Meijers, Kom van dat dak af. Geschiedenis van de Nederlandse rock & roll, Amsterdam 2003
Marv Goldberg, ‘The Marcels’, website R&B Notebooks, 2006-2009
Anthony P. Musso, Setting the record straight. Volume Two, Bloomington 2009
Jack Barron, ‘Elvis and Ella Fitzgerald sang it. She says her father wrote it’, New York Times, 16 september 2018
Bill Brent, ‘Blue Moon’, Weekly Bugle, zj