Rutger Vahl (geb. 1972) heeft met zijn publicaties over onder meer Wally Tax, Cornelis Vreeswijk, Xandra Brood en George Baker al een belangrijke bijdrage geleverd aan de geschiedschrijving van de popmuziek. Dat belooft nog heel wat voor de toekomst.
   Ruim twee jaar geleden stuurde Rutger me een tekst die hij geschreven had op basis van zijn statistische onderzoek in de jaargangen van Hitweek (1965-1969). In de rubriek ‘agenda’ gaf het blad ruimte aan popgroepen voor het aankondigen van hun optredens overal in het land. Op basis van de door hem zorgvuldig verzamelde gegevens kwam Vahl tot de conclusie dat de kreet ‘Den Haag beatstad nummer één’ als een mythe bestempeld moest worden. “De cijfers vertellen een ander verhaal”.
   In zijn tekst suggereerde Rutger dat Amsterdam zeker niet voor Den Haag onderdeed en dat de redactie van Hitweek zijn best deed om niet zozeer een Amsterdamse als wel een landelijke uitgave te zijn.
 
 
341 1 beatagenda Hitweek 29 april 1966
beatagenda, 29 april 1966 Hitweek
 
 
 
Discussie met Rutger Vahl
 
 
Op 22 maart 2016 stuurde ik hem, op zijn verzoek, een reactie. Daarin schreef ik onder meer: “De uitdrukking ‘meten is weten’ was omstreeks honderd jaar geleden in trek. Hoewel het altijd nuttig is om te meten is men in de wetenschap, denk ik, wat voorzichtiger geworden. Dat vind ik terecht. Het gaat vooral om wat er achter de getallen zit. Hoe moet je die interpreteren?
   Eén voorbeeld wil ik je niet onthouden. Ten tijde van de koude oorlog, is het verhaal, zond radio Moskou, een bericht uit. Er zou een hardloopwedstrijd geweest zijn tussen een Amerikaan en een Rus. De Amerikaan won. In het bericht werd gesteld dat de Rus eervol als tweede was geëindigd, en dat de Amerikaan als voorlaatste aan de meet was gearriveerd. Waar of niet, het geeft nog eens aan hoe je met cijfers kunt goochelen.
   Het kan geen kwaad wat kanttekeningen te maken bij de uitdrukking ‘Den Haag Beatstad nummer 1’. Volgens mij moet je echter oppassen die te onderbouwen met alleen gegevens uit een Amsterdams blad dat een ‘Amsterdamse’ boodschap uitdroeg. In zekere zin had Hitweek, gaandeweg, een doel, dat verwant was aan allerlei zaken die niet veel of niets met ‘beatmuziek’ te maken hadden. Als je andere bladen leest, zie je een heel ander beeld van de beatmuziek uit die tijd.
   Ook de agenda moet je in dat kader zien, vind ik. Als Limburger, bijvoorbeeld, weet ik dat er in die provincie in dezelfde tijd eveneens een actieve pop-scene was. Die werd echter volstrekt niet weerspiegeld in de agenda van Hitweek. Het leek wel of Limburg in die tijd ‘niet bestond’. Limburgse groepen kregen nauwelijks een kans, niet in Hilversum en niet bij het Amsterdamse Hitweek dat toen, ook fysiek, heel ver weg was. Ik wil niet overdrijven maar het was wel zo”.
 
Geprikkeld door zijn tekst liet ik hem weten dat ik over dit onderwerp zelf eens wat zou moeten schrijven. Over het Limburgse aspect wil ik het deze keer hebben.
 
 
Naar Zuid-Limburg
 
 
Op 7 september 2018 reisde ik naar Brunssum in Zuid-Limburg, waar Frans Bronzwaer (geb. 1945) woont en er zijn studio heeft. Tien jaar eerder had ik een eerste interview met hem (hier te lezen). Vóór vertrek uit Oegstgeest vroeg ik hem telefonisch of hij mij thuis iets kon vertellen over de Limburgse popscene, zoals hij die indertijd had meegemaakt, onder meer met zijn bands Interpreters en Py Set. Bronzwaer had een en ander vastgelegd in plakboeken hoorde ik. Die zouden we ter plekke samen doorkijken.
  
Ter inleiding vertelde Frans (jongste van een eeneiïge tweeling) me na aankomst nog wat over zijn jonge jaren. De enige klanken die hij thuis hoorde bestonden uit klassieke muziek. Maar op zeer jeugdige leeftijd trommelden de twee jongens er in Heerlen lustig op los door op maggi-blikken te slaan. In het slachthuis wist broer Jan een varkensblaas te bemachtigen en maakte er zo een echt trommelvel van.
   Met ‘Blueberry Hill’ van Fats Domino (Amerikaanse hit in 1956) begon de belangstelling voor popmuziek. Dat was een actieve interesse. Niet alleen luisteren maar ook zelf muziek maken. Net zoals de broertjes Everly (‘Bye bye love’, ‘Wake up little Susie’, ‘Devoted to you’) bleek de tweeling op een natuurlijke manier (mee en) samen te kunnen zingen. Dat inspireerde het tweetal wat later om een eigen bandje te beginnen. Van de verdiensten van een krantenwijk wist Frans een gitaar aan te schaffen. Frans en Jan, samen met Frans Moers en Hans Gadiot, werden de Interpreters.
 
 
Interpreters
 
 
341 2 Interpreters
Interpreters
 
 
Frans: “Met die groep zaten we in de overgangsfase van Cliff Richard en de Shadows naar de beat. In het begin deden we nog het ‘oude’ repertoire, dat vanwege de perfecte show begin jaren zestig heel ‘progressief’ was. De Shadows droegen de zelfde kostuums, maakten de zelfde passen en gebaren. Daarmee werden ze grote idolen.
   Bij de opkomst van de beatmuziek gingen we snel mee met die spannende stroming. Aanvankelijk viel ik voor de Beatles. Wat later zag ik de Rolling Stones met hun rauwe geluid meer zitten.
   Optredens hadden we meer dan genoeg. Elk dorp in Zuid-Limburg had een of meer zaaltjes waar in het weekend muziek gemaakt werd. Soms hoorden ze bij de kerk, soms niet. Het Juphuis in Heerlen bijvoorbeeld was een locatie waar we ons regelmatig konden laten horen. En niet te vergeten het HKB-gebouw, waar we drie maanden lang elk weekend op de planken stonden - om maar eens wat te noemen. Binnen korte tijd waren we populair en hadden we zelfs een eigen fanclub met honderden leden.
   Dankzij die populariteit kwamen we in contact met Jack Bruning. Die opereerde vanuit Maastricht en was tegelijkertijd discjockey bij radio Luxemburg. Bruning trad op als een soort impresario, manager en producer. Hij had zelfs een eigen platenlabel dat hij Public Record noemde. In Holland zaten de landelijke platenmaatschappijen, maar dat was ver weg. Daar hadden we geen contact, geen binding, mee. Dat gold trouwens niet alleen voor ons, maar voor nagenoeg alle groepen uit deze omgeving.  
   Jack Bruning bracht ons naar een zaaltje in Nijmegen. We maakten er opnamen voor onze single ‘Any time’, de eerste song ooit door mij geschreven. Ik weet nog dat de technicus blind was. Maar hij had wel goeie oren. De twee nummers zetten we in één keer op de band, zonder indubben of wat dan ook.
   Er werden zevenhonderd stuks op Public Record geperst. In het eerste weekend waren we er meteen vijfhonderd kwijt. De fans kwamen zelfs bij Jan en mij thuis om er maar zeker van te zijn dat ze een of twee exemplaren konden bemachtigen”.
 
Op de vraag waarom er geen vervolg kwam, liet Frans mij weten dat zoiets in die tijd niet bij hem opkwam. ‘Holland’ bestond sowieso niet in Heerlen en omstreken en die ene single, dat was toch mooi.
   Frans: “Denk niet dat wij in die tijd, halverwege de sixties, de enige populaire groep in Limburg waren. Jack Bruning maakte voor Public Record bijvoorbeeld ook platen met de Snakes en de Froggs. Misschien wel de beste groep was de Ambs, Ambonezen. Die speelden werkelijk de sterren van de hemel. Wij van de Interpreters stonden ademloos naar hen te kijken en te luisteren. En dan had je bijvoorbeeld nog de Entertainers (eerder: Rocking Apaches), de Skope uit Valkenburg en een groep met de zusjes Willé die veel later onder de naam Pussycat grote bekendheid zouden krijgen”.
   Maastricht had volgens Frans zijn eigen scene met onder meer de Sharons, Opus 23 en de Mosam Skiffle Group, met Jean Innemee, die hun naam halverwege de jaren zestig veranderden in de Walkers.
  
 
Py Set
 
 
341 3 Cream in de studio van Frans Bronzwaer
Cream in de studio van Frans Bronzwaer, 7 september 2018
 
 
Aan alles komt een eind, dus ook aan de Interpreters. Toen Frans de muziek van de Cream (Eric Clapton, Jack Bruce, Ginger Baker) hoorde besefte hij dat er een nieuw tijdperk in de popmuziek was aangebroken. Er kwam een nieuwe groep, de Py Set. Aanvankelijk bestond die uit zes man maar de een na de ander vertrok, bijvoorbeeld om elders in het land te gaan studeren. Na een tijdje bestond de nieuwe band uit drie of vier personen: met Frans en Jan Bronzwaer en Ferdinand Bakker, die later na zijn verhuizing ‘boven de Moerdijk’ naar Delft (voor een studie aan de technische hogeschool) de groep Alquin opzette.
   Frans moest werken voor de kost, hij kwam in dienst van Vroom & Dreesmann. Om als afdelingschef in Den Bosch te kunnen functioneren verhuisde hij zelfs naar Noord-Brabant. Na een aantal conflicten met de ‘bureaucratie’ wist hij in Heerlen bij V&D een baan op de platenafdeling te krijgen. Helemaal van harte was dat niet. Frans wilde liever gitaar spelen en muziek maken. Toen hij de kans kreeg was hij snel weg bij het warenhuis.
   Met de Py Set, die voornamelijk Cream-muziek op de bühne bracht, was het – evenals bij de Interpreters – niet moeilijk om aan optredens te komen. Niet alleen in Limburg, maar ook elders in het land. Frans: “Alleen niet in de Randstad. Daar hadden ze hun eigen groepen en zagen ze Limburgers met hun zachte ‘g’ als een wat mindere soort mensen”.
   In een eerder artikel citeerde ik Toni Willé van Pussycat, die, terugkijkend, vertelde: “Door Nederlandse bands werden we een beetje in de maling genomen. Wij waren Limburgs en zo voelden we ons ook. Als we boven de Moerdijk kwamen, werden we altijd voor de gek gehouden. We waren blij dat we in het buitenland konden optreden, want daar werd je tenminste niet aangesproken op het feit dat je uit Limburg kwam. Daar waren we gewoon Nederlanders”.
 
 
341 4 Toni Willé in de studio van Frans Bronzwaer
Toni Willé in de studio van Frans Bronzwaer
 
 
Met die woorden was Frans het helemaal eens. “In diverse opzichten was het een flinke afstand naar Holland. Duitsland, België, Luxemburg en Frankrijk lagen bij wijze van spreken om de hoek en daar was de Py Set met z’n muziek uiterst welkom”. Volgens Frans lag het zuiden van de provincie Limburg ingeklemd tussen Vlaams België in het westen, Frans België in het zuiden en Duitsland in het oosten. “Vanuit Heerlen was je sneller in Aken dan in Roermond”.
 
 
Py Set in het buitenland
 
 
Heel wat groepen, uit Groot-Brittannië, Ierland en Nederland, traden al begin jaren zestig op in Duitse steden, hield ik Frans voor. Aansprekende voorbeelden daarvan waren onder meer de Beatles, Tielman Brothers, (White) Shoes en Van Morrison als lid van de Monarchs. Die groepen sloten een contract met zaalhouders als gevolg waarvan ze een of meer maanden elke avond, inclusief het weekend, van acht uur ’s avonds tot diep in de nacht op de bühne stonden. Op de manier werd er soms heel wat geld verdiend.
   Dat gebeurde niet alleen in het uitgaanscentrum van Hamburg maar ook veel in de buurt van Amerikaanse legercentra. Hebben jullie ook zo iets gedaan, vroeg ik hem.
   Dat was nooit het geval geweest, niet met de Interpreters en evenmin met de Py Set. Frans kon zich niet herinneren dat Limburgse groepen dat gedaan hadden. “We hebben wel regelmatig voor Amerikaanse militairen opgetreden, zelfs hier in Brunssum bij het Amerikaanse hoofdkwartier AFCENT (Allied Forces Central Europe)”. En hij vulde aan: “We hadden een actieve manager, John Nicol. Die greep alle kansen aan die zich voordeden. Hij zou zo’n aanbod zeker aan ons hebben overgebracht. Maar ik heb er nooit iets over gehoord”.
   De Py Set was zeker niet de enige groep die naar Duitsland en België trok om er op te treden, wist Frans zich na al die jaren nog te herinneren. “Over de grens gaan was niet zo moeilijk. We zijn nooit gecontroleerd op het bezit van drugs. We hadden papieren bij ons voor de apparatuur die we vervoerden. Af ten toe moest die uit de auto gehaald worden om te kijken of de informatie juist was. Dat was vervelend, maar daarna konden we snel doorrijden”.
 
 
341 6 Ferdinand Bakker en John Nicol
Ferdinand Bakker (Py Set) en manager John Nicol (rechts)
 
 
341 5 Py Set in Rodahal 1971
Py Set in Rodahal, Kerkrade, 1972
 
 
Het was tijd om het archief te bekijken. Frans haalde een stel goed gevulde ordners tevoorschijn met daarin flinke hoeveelheden foto’s, maar ook netjes uitgetypte overzichten van de optredens in binnen- en buitenland, fotokopieën van Duitse kontrakten, Franstalige posters en wat al niet meer. Het ‘buitenland’ was in feite geen echt buitenland. Vanuit Limburg was je eerder in Duitsland en België dan in Nederland buiten de eigen provincie, bevestigde hij nog eens.
   Hieronder vind je afbeeldingen die duidelijk maken hoe de Py Set zich met succes manifesteerde in binnen- en buitenland. Bij hun optredens verschenen soms vele honderden of nog meer aanhangers van de Cream-achtige muziek die ze maakten.
 
 
341 7 1969 juli augustus
optredens Py Set in 1969
 
 
341 8 1970 mei
optredens Py Set in 1970
 
 
341 9 Nederlandse groepen in Mönchengladbach
Nederlandse groepen treden op in Mönchengladbach (Duitsland)
 
 
341 10 Py Set in Frankrijk
Py Set op poster voor optreden in Villerupt (Frankrijk)
 
 
Frans Bronzwaer solistisch als Richard Neal
 
 
Platen maken deed de Py Set niet. Eén keer maakten de jongens een opname in een Limburgse studio, maar die verscheen niet op de platenmarkt. Frans: “Als je in Limburg platen wilde maken moest je de rechten op je liedjes afstaan. Sommige studiobazen hebben daar zo goed mee geboerd dat ze nu ver weg in zonnige oorden een gerieflijk onderkomen hebben”.
   Frans maakte niet alleen blues-rock. Zijn liefde voor close harmony, waar hij op jonge leeftijd al mee experimenteerde door samen met broer Jan songs van de Everly Brothers te zingen, bleef altijd bestaan. Aan het einde van de sixties maakten David Crosby (ex-Byrds), Steve Stills (ex-Buffalo Springfield) en Graham Nash (ex-Hollies) op de Amerikaanse westkust een album waarbij het samenzingen, begeleid door simpel gitaarwerk, eveneens voorop stond. Later kwam Neil Young (eveneens ex-Buffalo Springfield) erbij.
   Frans voelde zich sterk gemotiveerd door wat er in de VS gebeurde. Al eerder had hij muziek gemaakt op teksten van Bob Dylan. Bovendien had hij geleerd hoe je in je eentje stemmen kon dubben. Met zelf-geschreven songs benaderde hij met succes platenmaatschappij Polydor in de Randstad.
   In de jaren zeventig maakte Frans opnamen met vooraanstaande producers als Hans van Baaren (Herman van Veen, Euson), Freddy Haayen (Golden Earrings, Shoes, Earth & Fire) en Hans van Oosterhout (Supersister, Alquin, Astrid Nijgh). De singles kregen weinig erkenning in ‘Hilversum’, maar waren wel een mooie basis voor optredens, meestal samen met de Py Set.
   Frans had zich laten overreden om liedjes die hij als Richard Neal op de plaat zette bij uitgeverijen in Hilversum onder te brengen. Met name Willem van Kooten (Dayglow Music) liet zich enthousiast uit over zijn repertoire. Maar in de praktijk had hij weinig of promotie-steun uit die hoek gekregen, verklaarde hij enigszins teleurgesteld.
 
 
341 11 GTB studio met Freddy Haayen en technicus Erik Bakker
 Frans Bronzwaer in de GTB-studio met producer Freddy Haayen (rechts) en technicus Erik Bakker
 
 
Nieuwe tijden
 
 
In de loop van de jaren zeventig, aldus Bronzwaer, veranderde de scene in het zuiden van Limburg. Om te beginnen deed de invloed van de top 40 en tipparade, zoals opgesteld door radio Veronica (later de stichting top 40) zich gelden. In zekere zin werden de winkeliers gemakzuchtig. Ze bepaalden hun inkopen vaak niet meer zelf. In plaats daarvan volgden ze min of meer plichtmatig wat er in Hilversum geselecteerd werd. Er was nog maar nauwelijks ruimte voor het regionale karakter in de zuidelijke helft van Limburg.
   Wat Frans als gitarist dwars zat was dat er in die tijd minder ruimte kwam voor gitaarbandjes. Met de komst van synthesizers en computers in de popmuziek verdwenen die geleidelijk aan, zo had hij dat ervaren. Pas na de eeuwwisseling kwamen die volgens hem weer terug. Vooral de Foo Fighters zijn sinds die tijd bij hem in de smaak gevallen.
 
In plaats van gitaar- en rockgroepen deed de amusementspop en disco opgeld in de provincie. Met die muziek had hij nooit enige binding gehad – behalve met de Walkers uit Maastricht (nu met René Innemee, jongere broer van Jean Innemee) die in de stijl van Creedence Clearwater prima voor de dag kwamen. “Renee klonk precies zoals John Fogerty” had Frans geconstateerd.
   Later kreeg je toch de punk in de jaren zeventig, legde ik hem voor. Dat waren ook gitaarbandjes.
   Frans: “Punkgroepen had je in deze omgeving niet. Die had je in Engeland en misschien in Amsterdam. Die muziek betekende hier niets”.
   Ik vroeg hem of hij de nieuwe muziek wel eens ging beluisteren bij Pinkpop, niet ver van hem vandaan.
   “De laatste keer dat ik ben gaan kijken was toen Jack Bruce (ex-Cream), een van mijn favorieten, er optrad”.
 
Frans was langzamerhand toe aan een nieuwe fase in zijn leven. In de tweede helft van de jaren zeventig was de spirit er bij de Py Set uit. De optredens verwaterden en de groep hield stapje voor stapje op te bestaan. In de tussentijd had hij een opleiding voor docent Pedagogiek aangepakt, een studie die Frans in 1980 voltooide. Hij kreeg meteen een goede baan in het onderwijs, bij de opleiding voor verpleegkundigen aan de Hogeschool Sittard.
 
 
341 12 Lenny Kravitz in de studio van Frans Bronzwaer 1993
Lenny Kravitz (rechts) in de studio van Frans Bronzwaer (tweede van links), 1993
 
 
In plaats van op te treden zette Frans in 1980 een studio op. Pussycat (“een groep met goede gitaristen”) maakte er de demo’s voor hun succesvolle hitsingles. Een hoogtepunt voor hem en de Twin Studio was de akoestische opname van ‘Heaven Help’ die Lenny Kravitz er in 1993 maakte. “Binnen drie uur was hij tevreden met het resultaat. Op zijn verzoek maakte ik de rekening voor hem op – drie maal tachtig gulden. Een paar dagen later al verscheen het album met de Limburgse versie van die song erop”. Tien jaar geleden, in 2008, kreeg hij dankzij Leo Blokhuis in Hilversum bovendien eindelijk erkenning als artiest.
 
In tegenstelling tot veel popmuzikanten heeft Frans Bronzwaer de financiële kant van zijn bestaan goed onder controle gehouden. Anny en hij hebben een goed onderkomen in Brunssum. In de studio, verbonden aan de woning, maakt hij nog steeds muziek, onder meer op de gitaar waarmee hij op de hoes van ‘You make me feel like a special kind of man’ afgebeeld staat. Elke dag.
 
Harry Knipschild
14 september 2018
  
Clips
 
* Fats Domino, Blueberry Hill, 1956
* Interpreters, Any time, 1965
* Cream, White Room, 1968
* Lenny Kravitz, Heaven Help, Twin Studio, Brunssum, 1993
* Rutger Vahl aan het woord, 2015